VIET NAM    



dsc02943

Reisverhaal:   VIET NAM 22 oktober - 10 november 2005



Inleiding   Een historisch overzicht

Een historisch overzicht zal helpen om bepaalde namen te plaatsen die in het verslag voorkomen. Klik hier voor een overzichtskaart.



1 Vroegste geschiedenis   Tussen de 9e en de 3e eeuw v.Chr. was in het dal van de Ma-rivier, ten zuid-westen van het huidige Hanoi, een hoog ontwikkelde beschaving gevestigd. De bevolking, de Lac Viet, was heel bedreven in de kunst van het bronsgieten en het metaalbewerken. Men beschouwt hen als de directe voorouders van de Vietnamezen. De bloeiperiode van de Lac Viet kwam tijdens de Thuc-dynastie (258-208 v. Chr.). Vanuit hun hoofdstad Co Lao beheersten de vorsten de handelswegen naar China en India. Daarnaast was de macht van de heersers gebaseerd op natte rijstbouw, mogelijk gemaakt door constructie van dijken en kanalen.
In de 3e E v. Chr. werd het noorden van Vietnam herhaaldelijk geteisterd door invasies vanuit Zuid China. In 208 v. Chr. kwam een einde aan het rijk van de Lac Viet. In dat jaar stichtte een opstandige Chinese generaal, Trieu Da, een onafhankelijke staat, die zich uitstrekte van Kanton in het zuiden van China tot voorbij de delta van de Rode Rivier. Hij noemde het rijk Nam Viet, het zuidelijke deel van de Viet. Uiteindelijk werd dit Vietnam. Onder Trieu Da vond een versmelting plaats tussen de Lac Viet en de Chinese nieuwkomers en werd de basis gelegd voor de huidige etnische samensmelting van de bevolking.



2 Chinese heerschappij   In 111 v. Chr. veroverden legers van de Han-dynastie uit China het onafhankelijke Nam Viet. Hiermee begon een periode van Chinese overheersing, die meer dan 1000 jaar zou duren. (tot 938 na Chr.)
Tijdens de Chinese overheersing kwamen de Viet sterk onder invloed van de machtige noorderbuur. Chinese ambtenaren en kolonisten introduceerden nieuwe religies als het confucianisme, het taoïsme en het mahayana-boeddhisme. Ze brachten het Chinese schrift mee, de Chinese geneeskunde en de laatste landbouwtechnieken. Het rijk van ChampaIn het midden van het land, rond het huidige Danang, was aan het eind van de 2e E n. Chr. het onafhankelijke rijk van Champa ontstaan. Deze staat was sterk beïnvloed door de Indiase hindoecultuur, hier gebracht door zeevaarders uit Voor-Indië. In de 8e E breidden de Cham hun rijk uit naar het zuiden; De Cham stonden bekend om hun grandioze bouwkunst. Het hindoerijk FunanIn de Mekongdelta in het zuiden van het land maakte het hindoerijk van Funan tussen de 1e en 6e E n.Chr. de dienst uit. Funan lag aan de scheepvaartroute tussen India en China en had handelscontacten met Birma, Maleisië en Indonesië. De Khmer-bevolking legde er irrigatiekanalen aan en beoefende de natte rijstbouw. Architectuur en beeldhouwkunst bloeiden.



3 Onafhankelijke nationale dynastieën (939-1527)   De val van de Tang-dynastie aan het eind van de 10e E was voor de Vietnamezen het teken om in opstand te komen tegen de Chinese bezetter. In 938 stuurde China een grote oorlogsvloot om de rebellie de kop in te drukken. De Vietnamese generaal Ngo Nguyen wist de Chinezen echter in de val te lokken. Ngo had onder de waterspiegel in de bedding van de Bach-Dangrivier zware, met ijzer beslagen staken laten aanbrengen. De platboomde Vietnamese sampans konden gemakkelijk over de hindernis varen. De Chinese schepen die de achtervolging inzetten, hadden een grotere diepgang en liepen vast op de barrière. De vloot vormde zo een eenvoudige prooi voor de Vietnamezen.
Ngo Nguyen was de grondlegger van de Ngo-dynastie (939-965),de eerste van een reeks koningshuizen die Vietnam in de loop der eeuwen zou regeren. Na zijn dood, viel het rijk in 12 koninkrijkjes uiteen. Een van de vorsten, Dinh Bo Linh wist het land in 968 onder zijn gezag te brengen. Om aan de constante dreiging vanuit China een einde te maken, sloot hij met de Chinezen een verdrag, waarbij hij de Chinese soevereniteit over Vietnam erkende, maar in ruil de erkenning kreeg van de feitelijke onafhankelijkheid van Vietnam. Om niets aan het toeval over te laten, verplaatste hij de hoofdstad van Co Loa naar het door water omgeven en makkelijk te verdedigen Hoa Lu.
Na de moord op Bo-Linh greep generaal Le Hoan de macht en stichtte de vroege Le-dynastie (980-1009). Onder de Le-vorsten kwam het boeddhisme tot bloei. Er werd militaire campagne gevoerd tegen het rijk van de Champa en in 982 werd de hoofdstad van het Champa-rijk, Indrapura, verwoest.
Een van de eerste daden van de Ly-dynastie (1010-1225) was het invoeren van belastingen. Hiermee lieten de vorsten dijken bouwen langs de Rode Rivier, irrigatiekanalen graven en wegen aanleggen. Het rijk werd Dai Viet genoemd, het grote rijk van de Viet. De nieuwe hoofdstad werd Thang Long, ‘de rijzende draak’, op de plaats van het huidige Hanoi. Hier verrees in 1070 de Tempel van de Literatuur, de eerste universiteit van het land.
De vorsten van de Tran-dynastie (1225-1400) weerstonden tot drie keer toe een superieure legermacht van de Mongolen onder leiding van Kublai Khan. In 1287 herhaalde Tran Hung Dao, een broer van de koning, op bijna identieke wijze het kunststukje dat door Ngo Nguyen 350 jaar eerder op de Bach-dangrivier was vertoond. Na nog een mislukte poging van de Chinezen om de Vietnamese cultuur te vernietigen en hun eigen zeden en gewoonten in te voeren, kwam het land onder de late Le-dynastie (1428-1527) tot grote bloei. Het was een gouden eeuw voor kunst en literatuur. Keizer Le Thanh Tong gaf een bijzonder vooruitstrevend wetboek uit, waarin vooral de gelijkberechtiging van mannen en vrouwen opviel.
Onder de Le-vorsten breidde het rijk zich naar het zuiden uit en in 1471 kwam een einde aan het rijk van Champa.



4 Periode van verdeeldheid (1527-1802)   Na de dood van Le Thanh Tong raakte de Le-dynastie in verval. Er volgde een periode van machtstrijd tussen twee families, de Trinh die over het noorden regeerden en de Nguyen over het zuiden. In 1627 brak een oorlog uit tussen beide rivalen, waarbij de Nguyen de steun kregen van Frankrijk en Portugal en de Thrinh van de Hollandse VOC (Verenigde Indische Compagnie). Na een halve eeuw oorlogvoeren zonder resultaat, kwam men overeen over een deling van het rijk. Onmiddellijk begonnen de Nguyen vanuit hun hoofdstad Hué aan een opmars naar het zuiden. Aan het begin van de 18e E bereikten ze de Golf van Thailand en veroverden de Mekongdelta. Ook Laos en Cambodja kwamen onder hun gezag.
Tay-Son-opstand:
Zowel in het noorden als het zuiden heerste heel wat misnoegdheid onder de boeren over de corruptie en willekeur van de heersende klasse. Drie broers uit het dorp Tay Son brachten een rebellenleger op de been en trokken op naar het zuiden. In 1783 versloegen ze de familie Nguyen en namen Saigon in. Terwijl de oudste broer in Saigon bleef, trok de jongste naar het noorden, versloeg er een invasieleger van Chinezen en maakte een einde aan de macht van de Trinh. Nadat hij het land had verenigd, benoemde Nguyen Hué (de jongste broer) zichzelf tot keizer in 1788. Hij stierf in 1792. Van de verwarring die na zijn dood ontstond, profiteerde het enig overgebleven lid van de verslagen Nguyen-familie, Nguyen Ahn. Met steun van de Franse bisschop Pigneau de Béhaine veroverde hij eerst het zuiden en daarna de rest van het land. Hij riep zichzelf uit tot keizer Gia Long en werd de stichter van de Nguyen-dynastie (1802-1945). Hij koos als hoofdstad het centraal gelegen Hué.



5 De komst van de Fransen   Als dank voor hun steun verleende keizer Gia Long (1802-1819) de Fransen allerlei handelsvoordelen. Ook stond hij missionarissen toe om zendingswerk te doen. Hij zorgde voor de wederopbouw van zijn land na vele jaren oorlog en liet dijken en wegen aanleggen en verbeteren. Hij liet de Citadel en de Keizerlijke stad in Hué bouwen.
Gia Long’s zoon (Minh Mang 1820-1841) stond onder invloed van het confucianisme. Naar Chinees model, versterkte hij het centrale gezag en bestuurde het land met strakke hand met behulp van zijn ambtenaren, de mandarijnen. Deze keizer en zijn opvolgers hadden geen sympathie voor de katholieke missie. Ze vermoedden de hand van de missionarissen in de opstanden die het land teisterden. Daarom gingen ze over tot vervolging en executie van katholieken, zowel Franse als Vietnamese. Voor de Fransen was dit aanleiding tot militair ingrijpen. Daarnaast moesten de Fransen met lede ogen toezien dat Engeland zijn invloed in Oost-Azië uitbreidde. Vietnam leek voor de Fransen een uitstekende springplank voor de verovering van de Zuid-Chinese markt. In 1859 veroverden de Franse troepen Saigon en in 1867 was ook de rest van het zuiden in Franse handen en werd het onder de naam Cochin-China als Franse kolonie ingelijfd.
In 1883 overleed keizer Tu Duc, kinderloos, ondanks het bezit van een harem met honderden echtgenoten en concubines. Zijn dood was voor de Fransen het signaal om in actie te komen. Annam ( Midden-Vietnam) en Tonkin (Noord-Vietnam) kwamen onder Frans protectoraat. De opvolgers van Tu Duc bleven formeel aan de macht, maar waren marionetten van het koloniale bewind. De werkelijke macht lag in handen van de Franse gouverneur, bijgestaan door de residenten.
In 1887 werden Cochin-China en de protectoraten Annam, Tonkin en Cambodja samengevoegd tot de Unie van Indo-China. Zes jaar later trad ook Laos tot de Unie toe. Daarmee was de Franse overheersing over het Indo-Chinese schiereiland voltooid.



6 Kolonialisme en nationalisme   In het begin van de 20e E moesten de steenkool-, tin- en zinkmijnen in het noorden en de rubberplantages in het zuiden de kolonie winstgevend maken. Om de producten te kunnen afvoeren werden havens, wegen en spoorlijnen aangelegd. De boeren draaiden voor de financiering hiervoor op.Een andere belangrijke bron van inkomsten voor het koloniale bestuur was het staatsmonopolie op zout, alcohol, tabak en opium. Van een beschavingsmissie, zoals de Franse graag lieten doorschemeren, kwam weinig terecht. Slechts een heel klein deel van de bevolking volgde onderwijs. Op de plantages werkten landloze boeren onder erbarmelijke omstandigheden. Door ondervoeding, mishandeling en malaria kwamen duizenden om het leven.



7 Strijd om onafhankelijkheid   Tussen de twee wereldoorlogen leidde het optreden van de Fransen tot de opkomst van verschillende nationalistische bewegingen. Hierbij speelde één man een allesoverheersende rol. Ho Chi Minh, of ‘Oom Ho’ zoals zijn aanhangers hem noemden, was grondlegger van de Communistische Partij van Indo-China en het bevrijdingsfront Viet Minh en president van de Democratische Republiek Vietnam van 1946 tot aan zijn dood in 1969.
Naast de communistische oppositie kwam er ook een nationalistische beweging op vanuit de middenklasse: de Viet Nam Quoc Dan Dang, naar het model van de Chinese Kwo Min Tang. Onder hun leiding kwamen soldaten ten noorden van Hanoi in 1930 in opstand en doodden een aantal Franse officieren. De Fransen reageerden meedogenloos: dertien leiders eindigden op de guillotine en de overigen werden naar de strafkolonie (Con Dao) gestuurd. Maar het verzet ging ondergronds verder.



8 De Tweede Wereldoorlog   Na de Duitse bezetting van Frankrijk koos het koloniale bewind in 1940 voor samenwerking met de door de Duitsers ingestelde Vichy-regering. Een van de gevolgen was dat Japanse troepen toestemming kregen om in Vietnam te stationeren. Omdat de Japanners de Fransen niet vertrouwden, zetten ze het koloniale bestuur af in maart 45. In plaats daarvan kwam er een marionettenregering onder keizer Bao Dai.
Na de Japanse overgave, maakte Ho Chi Minh dankbaar gebruik van de situatie en veroverde de Viet Minh grote delen van het land. De keizer trad af en droeg de macht over aan de Viet Minh.
Ho installeerde op 29 aug. een voorlopige regering van nationale eenheid. Vier dagen later werd de Onafhankelijke Democratische Republiek Vietnam uitgeroepen met Ho Chi Minh als president.



9 Eerste Indo-Chinese oorlog (1946-1954)   In augustus 45 was op de conferentie van Potsdam bepaald dat Britse strijdkrachten Vietnam ten zuiden van de 16e breedtegraad zouden bezetten met als doel de Japanse troepen te ontwapenen. Chinese troepen zouden die taak ten noorden van de demarcatielijn op zich nemen. De Britten troffen een chaotisch zuiden aan. De Viet Minh was met andere groeperingen in strijd geraakt om de macht. Onmiddellijk na de komst van Franse eenheden droegen de Britten het gezag over het zuiden aan hen over.
In het noorden konden de Fransen de Chinezen ertoe bewegen hun troepen terug te trekken. Franse militairen namen hun plaats in. Ho Chi Minh aanvaardde dit omdat hij de aanwezigheid van de machtige noorderbuur meer vreesde dat het Franse koloniaal bewind dat volgens hem op zijn einde liep. In maart 46 sloten Frankrijk en de Democratische Republiek Vietnam een verdrag, waarbij de stationering van de Franse troepen slechts voor een periode van vijf jaar goedgekeurd werd en waarbij de Fransen de Republiek als onafhankelijke staat erkenden. Al snel bleek dat beide partijen het niet eens waren over de uitleg van het verdrag. Frankrijk wilde vooral de controle over het zuiden niet uit handen geven. Er ontstond een eerste treffen in de haven van Haiphong en in Hanoi. De Franse troepen bezetten hierna de voornaamste steden. De Viet Minh trok zich terug in de jungle en in de bergen van het noorden en begon een guerilla.
Na de Koreaanse oorlog en de overwinning van Mao in China waren de Verenigde Staten beducht voor een opmars van het communisme en daarom steunden ze de Fransen massaal met geld en materieel. China voorzag op zijn beurt de troepen van de Viet Minh van wapens. Zo werd Vietnam een pion in de Koude Oorlog tussen de supermachten.



10 De slag om Dien Bien Phu   Begin 54 trok de Franse bevelhebber, Navarre, een grote troepenmacht samen bij Dien Bien Phu, in een door lage heuvels omrande vallei aan de grens met Laos, in het uiterste noordwesten van Vietnam. Het doel was de aanvoerroute van de Viet Minh vanuit China naar Laos te blokkeren. Navarre hoopte dat de Viet Minh zou proberen dit te verhinderen door een aanval op de vallei in te zetten. Zodra de Vietnamese troepen het dal inkwamen, zouden ze een gemakkelijke prooi vormen voor de beter bewapende Franse troepen.
Generaal Giap, de meesterstrateeg en bevelhebber van de troepen van de Viet Minh, nam de uitdaging aan. Hij bracht vier divisies op de been, drie keer zoveel als de Fransen. Met fietsen en sleeën brachten zijn manschappen zwaar artilleriegeschut, onderdeel voor onderdeel, naar de top van de heuvels rond het dal, zonder dat de Franse verkenningsvliegtuigen iets bemerkten.
Op 12 maart 1954 begonnen de artilleriebeschietingen vanaf de heuvels. De compleet verraste Fransen probeerden versterkingen via de lucht aan te voeren, maar het afweergeschut van de Viet Minh verhinderde dit. Na een beleg van 56 dagen gaven de uitgeputte verdedigers zich op 7 mei 54 over.
Dit betekende het einde van de Franse overheersing in Indo-China.



11 Deling van Vietnam   Op de Conferentie van Genève werd Vietnam het voornaamste gespreksonderwerp. Na meer dan twee maanden onderhandelen sloten de Fransen en de Viet Minh op 21 juli 1954 een wapenstilstand. Beiden stemden in met een tijdelijke deling van het land in een noordelijke en een zuidelijke zone. Demarcatielijn werd de 17e breedtgraad. Afgesproken werd dat de troepen van de Viet Minh zich ten noorden en de Fransen zich ten zuiden van deze lijn zouden terugtrekken. Binnen twee jaar zouden verkiezingen komen met als inzet de vraag welke regering het herenigd Vietnam zou besturen. De regering in Saigon en de Verenigde Staten, die de overeenkomst als een knieval voor het communisme beschouwden, weigerden deze overeenkomst te tekenen.
Direct na het sluiten van het verdrag van Genève werd in het noorden een radicale landhervorming doorgevoerd, waarbij landheren en grootgrondbezitters, maar ook kleine boeren die zich tegen herverdeling verzetten, werden opgepakt en geëxecuteerd. Velen waren ondertussen naar het zuiden gevlucht.



12 Vietnam onder president Diem   Na de nederlaag bij Dien Bien Phu verleenden de Fransen het zuiden volledige onafhankelijkheid. Bao Dai werd staatshoofd en Ngo Dinh Diem premier. In oktober 55 zette Diem Bao Dai af, riep de Republiek Vietnam uit en werd president. Diem stamde uit een katholieke familie van mandarijnen, was ferm anticommunistisch en bestuurde het zuiden met harde hand. Hij liet duizenden mensen, echte of vermeende communisten, martelen en vermoorden.
De verkiezingen (zie verdrag van Genève) werden nooit gehouden, omdat Diem een verkiezingsnederlaag vreesde. Nadat het Ho Chi Minh duidelijk was geworden dat de hereniging van het land zonder strijd niet zou slagen, steunde hij in 60 de oprichting van het Nationaal bevrijdingsfront voor Zuid-Vietnam. Dit front, dat bekend werd onder de naam Viet Cong (Vietnamese communisten), begon een guerilla die het bewind van Diem in het defensief drukte. De Verenigde Staten van hun kant zagen in dat Diem niet de juiste persoon was om het communisme te keren. Ze steunden daarom in 1963 de staatsgreep van een aantal hoge legerofficieren, waarbij Diem om het leven kwam.
Na de coup kwam het leger aan de macht. Ze wisten echter geen rust te brengen. Pas met het aantreden van president Thieu in 1967 was er wat meer stabiliteit.



13 Tweede Indo-Chinese oorlog (1964-1975)   Toen de laatste Franse troepen het land verlieten in 1956 namen de Amerikanen hun plaats in. Ze steunden de Zuid-Vietnamese regering met geld en wapens.
Na de oprichting van het Nationaal Bevrijdingsfront (Viet Cong) namen de guerilla-activiteiten in het zuiden snel toe. Op 2 augustus 64 werd melding gemaakt van een beschieting van de torpedobootjager ‘Maddox’ door Noord-Vietnamese patrouilleboten. Dit zou zonder enige aanleiding gebeurd zijn buiten de territoriale wateren in de golf van Tonkin.
Dit Tonkin-incident werd het begin van een open oorlog tussen de Verenigde Staten en Noord-Vietnam. Het Amerikaanse congres gaf president Johnson bijna unaniem volmacht om militaire acties te ondernemen. Johnson gaf direct opdracht om strategische doelen in het noorden te bombarderen. Later zou uit uitgelekte documenten, de Pentagon Papers, blijken dat het Congres was misleid. De ‘Maddox’bevond zich binnen de territoriale wateren en was waarschijnlijk betrokken bij een sabotage-actie op Noord-Vietnamese bodem.
Begin 65 bleek dat het Zuid-Vietnamese leger niet opgewassen was tegen de goed gemotiveerde guerilla’s van de Viet Cong. De V.S. besloten nu grondtroepen te sturen. Op 8 maart landden de eerste mariniers in Danang. Dit was het begin van een massale inzet van Amerikaanse gevechtseenheden.



14 Het Tet-offensief   Op 31 januari 1968 voerden eenheden van de Viet Cong en het Noord-Vietnamese leger een verrassingsaanval uit op de steden in het midden en het zuiden van het land. De overval vond plaats tijdens Tet (het Vietnamese nieuwjaar), vandaar de naam. Al na enkele dagen moesten de aanvallers de meeste steden weer prijsgeven. Alleen Hué bleef meer dan drie weken bezet.
Dit offensief was een militaire mislukking, maar de politieke winst was enorm. Vooral de actie van een commandogroep van de Viet Cong op het terrein van de Amerikaanse ambassade in Saigon schokte het thuisfront in de V.S. De Amerikaanse opinie keerde zich stilaan tegen de oorlogsinspanning. Op papier waren de Amerikanen oppermachtig. Ze beschikten over een veel grotere vuurkracht en waren met hun helicopters uiterst mobiel, maar de Viet Cong stelden daar hun numeriek overwicht en de kennis van het terrein tegenover. De Amerikanen beheersten de kuststrook en waren overdag in het voordeel. Hun tegenstanders domineerden in het hoogland en werden vooral ’s nachts actief. De Amerikanen vochten tegen een onzichtbare vijand.
Ondertussen ontstond in de V.S. en in Europa een protestbeweging, die zich richtte tegen de Amerikaanse inmenging ten gunste van een corrupt en dictatoriaal Zuid-Vietnamees bewind en tegen de oorlogvoering met napalm, fragmentatiebommen en ontbladeringsmiddelen, Amerikaanse oorlogsmisdaden zoals het vermoorden van onschuldige burgers in het dorp My Lai …
Onder druk van deze anti-oorlogsbeweging kondigde Johnson in 68 aan de bombardementen op het noorden te stoppen. Hij liet ook weten zich niet herverkiesbaar te stellen. In november van dat jaar bgonnen in Parijs onderhandelingen tussen de V.S. en de Democratische Republiek Vietnam. Ze zouden tot 1973 voortduren! In juni 1969 kondigde president Nixon de terugtrekking van Amerikaanse troepen aan.



15 Vredesbeprekingen   Besprekingen tussen Henry Kissinger, de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken en Le Duc Tho, de Noord-Vietnamese gedelegeerde, leidden in oktober 72 tot een ontwerpvredesakkoord. Omdat president Thieu weigerde akkoord te gaan, probeerden de V.S. Noord-Vietnam tot verdere toegevingen te bewegen. Toen het noorden niet wilde toegeven, gaf Nixon de opdracht tot de beruchte ‘kerstbombardementen’. Tussen 18 en 30 december gooiden Amerikaanse B-52 bommenwerpers onophoudelijk hun dodelijke lading boven Hanoi en Haiphong. Er vielen naar schatting 1600 doden …
Uiteindelijk werd op 27 januari 1973 een staakt-het-vuren bereikt en werd het verdrag van Parijs door beide partijen ondertekend. De Amerikanen moesten binnen de 60 dagen het land verlaten.Een nationale raad voor verzoening moest noord en zuid bij elkaar brengen. Het Parijse verdrag maakte formeel een einde aan de oorlog, maar de vijandigheden gingen gewoon door. Thieu was niet van plan zich aan het verdrag te houden.
Begin 75 trok het Noord-Vietnamse leger met tanks en artillerie over de 17e breedtegraad. De Zuid-Vietnamse soldaten deserteerden massaal en steden vielen zonder slag of stoot in handen van de oprukkende noorderlingen. Op 30 april 75 namen de Noord-Vietnamese troepen Saigon in en gaf de toenmalige leider, Minh zich over. De oorlog was voorbij.



16 Vietnam na de hereniging   Direct na de val werd Saigon omgedoopt in Ho Chi Minh-stad, uit eerbetoon aan de in 1969 overleden leider. Er kwam een Voorlopige Revolutionaire Regering.
Op 25 april 76 vonden er in het hele land verkiezingen plaats voor een Nationale Vergadering. Dit orgaan riep op 2 juli 1976 de herenigde Socialistische Republiek Vietnam uit. Er werd een eenheidsregering gevormd, waarin enkele leden uit het zuiden zitting namen, maar de meerderheid bestond uit voormalige leiders van de noordelijke democratische Republiek Vietnam.



17 Verhouding met Cambodja en China   Op internationaal terrein raakte Vietnam in de jaren tachtig in een isolement. Reden was de Vietnamese bezetting van Cambodja. Na een reeks grensincidenten viel Vietnam in 78 het buurland binnen. De Vietnamezen verjoegen het bewind van de Rode Khmer.
De inval in Cambodja betekende het breekpunt in de toch al broze betrekkingen met China. De relatie was verstoord door de antikapitalistische campagne in 1978, waarbij vooral eigendommen van Chinese afkomst het moesten ontgelden. Honderdduizenden Vietnamese Chinezen vluchtten naar China.



18 Bootvluchtelingen   De economische situatie aan het begin van de jaren 80 was belabberd. In het zuiden werd de versnelde overgang naar het socialisme een grote mislukking. Daarnaast putte de bezetting van Cambodja de schatkist uit en leidde tot een handelsembargo door de internationale gemeenschap.
Deze slechte omstandigheden waren voor meer dan 1 miljoen Vietnamezen reden om het land te verlaten, meestal in gammele bootjes. De overlevenden kwamen terecht in vluchtelingenkampen in Hong-Kong, Thailand of Maleisië. In 91 stopten deze landen met het verlenen van asiel en men begon aan een gedwongen repatriëring. Anderen kozen een vluchtweg door zich aan te melden als gastarbeider in de Oostbloklanden. Ze kwamen terecht in Oost-Duitsland, Polen en Tsjechoslowakije.
Aan het eind van de jaren tachtig werd een programma opgesteld onder toezicht van de Verenigde Naties om de emigratie van vluchtelingen uit Vietnam in goede banen te leiden. Naast de V.S. verklaarden zich nog 40 westerse landen bereid om Vietnamese emigranten op te nemen. In aanmerking komen personen met familie in het buitenland, inwoners die op enigerwijze hebben samengewerkt met de Amerikanen tijdens de oorlog en de Amerasians.



19 Doi Moi   In 1986 introduceerde de regering de Doi Moi. Deze hervormingspolitiek betekende een liberalisering van het economisch leven, zonder dat de politieke vleugels te veel gekortwiekt werden. De economische hervormingen hebben meer welvaart gebracht, maar ook de kloof tussen arm en rijk vergroot. In het zuiden gaan de ontwikkelingen veel sneller dan in het noorden en er dreigt opnieuw een tweedeling in het land te ontstaan.



20 De laatste ontwikkelingen   Hoewel de Doi Moizijn vruchten heeft afgeworpen, kwam de economische ontwikkeling vooral ten goede aan het zuiden. Daarnaast waren de corruptie onder politici en hoge ambtenaren een doorn in het oog van velen. De onvrede vertaalde zich in 1997 in de verkiezingsoverwinning van een groep jongere hervormers onder de leiding van Phan Van Khai, die zich als premier inzette voor verdergaande economische hervormingen en de strijd aanbond tegen de corruptie. Zijn beleid leidde tot toename van de export en buitenlandse investeringen. Hij werd in 2002 herkozen tot premier.



Verslag van de reis



Zaterdag 22 oktober:   Brugge - Ieper - Paris

We rijden met de bus vanuit Ieper naar de Parijse luchthaven, Charles de Gaulle. Zoals voorzien, stijgt het vliegtuig om 14 u op voor een rechtstreekse vlucht naar Hanoi.


Zondag 23 oktober:   Hoan Kiem - Hanoi

100_1848
Rond halfzeven in de morgen verlaten we de luchthaven in Hanoi onder een aangename temperatuur. We maken kennis met onze eerste gids, Dong, die toevallig dezelfde naam heeft als de munteenheid van het land … We noteren dat 1 euro gelijk is aan 1939 dong en het cijferwerk kan beginnen …
Na inchecken in het hotel Hoa Binh, worden we meteen in het volle verkeer van Hanoi gegooid. We begrijpen algauw wat de gids bedoelde met: ‘als je in het drukke verkeer komt en je moet de straat over, moet je goed uitkijken en immer voortgaan, nooit stilstaan en zeker nooit achteruitgaan!’ En toch heeft iemand van ons aan den lijve ondervonden hoe het voelt als het even verkeerd loopt.
We rijden met een cyclo temidden van een helse drukte, getoeter en belgerinkel, mensen die opzij springen - we rijden net niet tegen een auto aan - richting Sint-Jozefkathedraal, waar de hoogmis van 11 u nog bezig is en waar opvallend veel volk aanwezig is. De kathedraal werd tussen 1884 en 1886 gebouwd op de plaats van de Bao-Thienpagode en is de oudste katholieke kerk van Hanoi. Voor de kathedraal staat een beeld van Maria met kind. De kerk heeft brede vierkante torens, is gebouwd in de neo-gothische stijl en maakt een grauwe en massieve indruk. We lopen even rond het gebouw en bemerken aan de achterkant een fresco met het levensverhaal van Jezus. Vandaar terug de cyclo in en tussen de honderden moto’s, die ons zowel rechts als links voorbijsteken, rijden we naar het Hoan Kiem meer.
Het meer ligt midden in het centrum van Hanoi en is een oase van rust in dit drukke stadsdeel. De Fransen noemden het ‘Petit Lac’.
Aan de naam van het Hoan Kiem meer, het meer van het teruggegeven zwaard, is een legende verbonden. In het begin van de 15e E hielden Chinese troepen van de Ming-dynastie het noorden van Vietnam bezet. Op een dag vond een visser in zijn netten een magisch zwaard. Hij gaf het aan generaal Le Loi die in een verbeten strijd was verwikkeld met de Chinezen. Met behulp van het zwaard wist Le Loi de bezetter te verdrijven en hij riep zichzelf uit tot keizer Ly Thai To. Bij de viering van de overwinning op een boot op het meer, dook plots een reuzenschildpad op die het zwaard uit de handen van de keizer rukte. Deze trok daarop de conclusie dat het zwaard naar zijn oorspronkelijke plaats was teruggekeerd en gaf het meer zijn huidige naam.
Op een eilandje in het meer ligt de Ngoc-Sonpagode (pagode van de Jadeberg). Al tijdens de Tran-dynastie (1225-1400) stond hier een heiligdom, maar de huidige tempel is uit de 19e E.Op de oever voor de tempel staat een 9 m hoge toren in de vorm van een penseel. Deze toren uit 1864 is gebouwd ter nagedachtenis van een eminente confuciaanse geleerde. Drie poorten leiden naar een gebogen, roodgeverfde houten brug, The Huc. Aan de overkant van deze Brug van de Rijzende Zon ligt het eilandje met de Ngoc-Sonpagode, met drie vertrekken. De middelste kamer is gewijd aan de berschermheilige van de schrijvers en aan een beroemde arts. In de achterste kamer vereert men Tran Hung Dao, de generaal die in de 13e E de Mongolen versloeg. In een ruimte naast de tempel is een opgezette reuzenschildpad te zien. Het 250 kilo zware dier werd in 1968 in het meer gevonden. Men schat de leeftijd op 400 jaar en daarmee is het dier net niet oud genoeg om voor de legendarische schildpad van Le Loi te kunnen doorgaan.
Na de lunch rijden we naar het hotel terug en genieten van een vrije namiddag, de enen om wat te rusten, de anderen om een wandeling te maken naar het station, naar de post, naar het meer, of gewoon wat rond te slenteren tussen de straatjes en de geuren op te snuiven tussen de eetstalletjes en we raken niet uitgekeken op het af-en aanrijden van de brommers en motoren. Iemand van onze groep heeft er zo’n 170 per minuut geteld.


Maandag 24 oktober:   Ninh Binh

We vertrekken met twee aparte bussen (voor de ingewijden, ‘euro- en dollarbus’) en stoppen eerst bij de bank waar twee geldkoeriers van onze groep zorgen voor de nodige dongs.
We rijden richting Ninh Binh en krijgen van onze gids (Thiem, gids van de dollarbus) uitleg over de graven die we her en der zien, soms temidden een rijstveld. De Vietnamezen hebben heel veel respect voor de doden en onderhouden zo een vooroudercultus. Ze geloven in reïncarnatie en begraven daarom hun doden met geld en juwelen. Eerst wordt het lijk in de aarde begraven en na drie jaar terug opgegraven, de beenderen worden gewassen en opnieuw begraven dit keer in een betonnen of stenen graf. Vooral in het gebergte en op het platteland worden heel mooie graven opgericht. Niemand raakt ooit een graf aan uit schrik voor de straf van de geesten.
We rijden voorbij de eerste rijstvelden en de gids legt uit dat Vietnam de 2e grootste rijstexport heeft na Thailand. In het zuiden zijn er drie oogsten, in het noorden twee.
Ninh Binh op 90 km van Hanoi is een geliefkoosde plek voor veel inwoners van Hanoi, die er in het weekend vertoeven. Voor de lunch brengen we een bezoek aan Bich Dong. Dit complex bestaat uit drie pagoden: een pagode aan de voet van de berg en twee in de grotten hoog in de rotsen. De tempels zijn in de 13e E gebouwd door twee monniken.
Het hoogste doel bij het boeddhisme is het bereiken van het nirwana. Hier letterlijk door het beklimmen van veel trappen via verschillende niveaus. Het wordt een aangename klim naar boven, vanwaar het uitzicht heerlijk is.
Free Image Hosting at allyoucanupload.com
Na een lekkere lunch nemen we in Van Lam Village de roeibootjes voor een tocht van 6 km naar de Tam Coc grotten, waar we onderdoor varen. Het zicht op het karstgebergte rondom is schitterend en doet denken aan de streek van Guilin in China. Met struiken begroeide rotsen rijzen loodrecht op uit het water en geven de streek een sprookjesachtige sfeer en in ons geval maakt een nevelige sluier de stemming compleet. De bootjes varen door drie druipsteengrotten met stalactieten.
De streek rond Van Lam staat bekend om borduurwerk van hoge kwaliteit. Tijdens de boottocht bieden vrouwen geborduurde tafelkleren aan. We mochten allemaal ondervinden hoe opdringerig de verkoopsters wel zijn!
Nog net op tijd voor het vallen van de avond komen we aan bij de kathedraal van Phat Diem, gebouwd in de 2e helft 19e E. Het is een complex met meerdere bouwwerken, in Chinees-Vietnamese stijl, met een vleugje westerse gotiek. Aan het beeld van de H.Petrus en de mooie piëta merken we de westerse invloed. In de klokkentoren werd een enorm zware klok opgehangen. Daartoe werd een aarden helling aangelegd tot de top en later werd hiermee de grond rondom 1 meter opgehoogd. Als men op de klok slaat kan de prachtige galm tot zes gemeenten ver in de omtrek gehoord worden. Op de klok staat een Latijnse inscriptie naast Chinese letters om de samensmelting van de twee culturen te symboliseren. Tijdens de Franse kolonisatie was hier ook een seminarie. Bij de splitsing van het land in Noord en Zuid (1954), vluchtten veel katholieken naar het zuiden en werd de kathedraal gesloten. Nu wonen hier opnieuw katholieken, die dagelijks de misvieringen bijwonen (twee missen per dag en drie op zondag). We luisteren een ogenblik naar de homilie en verstaan enkel het laatste woord ‘amen’. Binnenin is een afbeelding van de bisschoppen onder wie ook Alexandre de Rhodes (1593-1660), Franse priester en taalgeleerde die de Vietnamezen het Latijns schrift gaf. Op het kerkhof naast de kathedraal lopen we langs het graf van de stichter, priester en mandarijn, Père Six. Ook een Mariabeeld in Vietnamese kleren, valt op.
Het is al donker als we bij het verlaten van dit complex nog voorbij een grote platte vierkante monoliet komen, die de aarde symboliseert, met een boog erboven die de hemel voorstelt. Volgens de Vietnamese filosofie was de aarde vierkant en de hemel rond. Ook is de platte steen het symbool van de tafel van het Laatste Avondmaal, vandaar de tekst: Cappella in cena Domini.
We dineren die avond op een buitenterras onder het gezang van de krekels …


Dinsdag 25 oktober:   Hoa Lu

We rijden naar Hoa Lu, de oude koninklijke hoofdstad van Vietnam (10e – 11e E). (zie inleiding, punt 3) Onderweg wijst de gids ons op de restaurantjes waar ‘hond’ geserveerd wordt onder het opschrift ‘Thit cho’. Dit is voor de Vietnamezen een delicatesse en wordt enkel gegeten op de laatste dagen van de maandkalender, dit om de slechte geesten te verdringen.
Ook heeft hij het even over de taal: tot in de 15e – 16e E, waren er enkel Chinese tekens maar onder invloed van Alexandre de Rhodes werden de Latijnse tekens in voege gebracht en de nodige accentuering van de tekens, waardoor het Vietnamees met Latijnse lettertekens kon weergegeven worden. De leerlingen op school leren Engels als tweede taal, naast Chinees en Japans. Frans kan enkel in bijkomend avondonderwijs gevolgd worden.
De gevels van de huizen langs de weg zijn opvallend smal en hoog. Dit komt omdat de grond hier heel duur is. Beneden is er meestal een winkeltje en de bovenverdiepingen zijn slaapvertrekken. Wanneer een meisje huwt, gaat ze bij de jongen inwonen en zorgt voor de familie van haar echtgenoot.
Onderweg houden we een paar fotostops, onder andere bij waterlelievijvers.
We bezoeken Dinh Tien Hoang, een tempel gewijd aan de eerste keizer van de Dinh-dynastie. Dit is dus een tempel (= gewijd aan een koning of keizer, geen pagode (= gewijd aan Boeddha). Bovenaan de ingangspoort bemerken we de ‘eenhoorn’, een van de heilige dieren, symbool van trouw. Hierachter staat op een ommuurd plein de stenen sokkel van een keizerlijke troon. Het gebeeldhouwde voetstuk wordt geflankeerd door draken (symbool van de keizer). In het achterste vertrek van de tempel bevindt zich het beeld van keizer Dinh Tien Hoang vergezeld door zijn drie zonen. Hier vertelt de gids een ingewikkeld verhaal over vader- en broedermoord en over een mandarijn die zorgde voor het nodige vergif bij deze moorden. Na de dood van de keizer trouwde zijn weduwe met de eerste generaal, Le Hoan. Een tweede kleinere tempel is aan hem gewijd. De Le-dynastie heerste 29 jaar.
Hoe komt het dat een tempeltoegang altijd een hoge opstap heeft?
-tegen het vuil op de grond (!)
-om de kwade geesten tegen te houden (geesten vliegen er tegenaan)
-uit respect voor de persoon aan wie de tempel gewijd is moet men het hoofd buigen om binnen te stappen

Na dit bezoek rijden we verder (nog 400 km te doen!) en stoppen onderweg om een foto te nemen van een betonnen boot en van graven in het water.

100_1894

We nemen het middagmaal in Mai Chau, een etnisch dorpje van de Thai-bevolking, die in paalwoningen leven, temidden de bananenbomen en de rijstvelden. We krijgen hier een mooie dans- en muziekvoorstelling met orkest. Ze brengen voor ons het lied van de lente en de oogst, van de ontluikende liefde en een typische sabeldans, waarbij gedanst wordt tussen stokken die men op een bepaald ritme open en toeslaat. Ook sommigen onder ons wagen zich eventjes aan een schuchtere sabeldans … en proeven van de rijstbrandewijn, die met bamboestokjes wordt gedronken.
Na een lange en hobbelige weg doorheen het Vietnamese gebergte, komen we op onze bestemming aan: het Trade Union hotel in Son La.
Sommigen onder ons waren zo moe dat ze onmiddellijk na het avondeten gingen slapen. Waren de anderen ondertussen getuigen van een scène uit Fawlthy Towers? Een van de mannelijke kamergenoten was immers op zoek naar zijn slaapgenoot en herinnerde zich het nummer van de kamer niet meer. Toen hij met handen en voeten aan de receptie probeerde uit te leggen dat hij zijn kamer zocht, kon men de arme man echt niet begrijpen. Tenslotte dacht een lieftallige dame achter de desk dat ze hem verstond en vroeg hem prompt of hij misschien een massage wou. Waarop hij zei: ‘ba neeninck verdoeme! Ik zoek myn koamre!’


Woensdag 26 oktober:   Son La - Dien Bien Phu

Son La ligt op 660 m hoogte en is de hoofdstad van de provincie Son La, een bergachtig gebied aan de grens met Laos. In de provincie leven twaalf verschillende bergvolkeren, waaronder de Muong, Dao Thai en Hmong. Son La was tussen 1908 en 1954 een strafkolonie voor anti-Franse activisten.

Free Image Hosting at allyoucanupload.com
We brengen een bezoek aan de gevangenis die herinnert aan hun droeve lot. Aanvankelijk werden hier vooral pickpockets en andere misdadigers opgesloten, later opstandelingen tegen de Franse kolonialen. We bezoeken de cellen waar ze met 3 of 4, zelfs met 20 samenhokten en we huiveren in de kamer zonder licht of lucht waar de terdoodveroordeelden hun trieste lot afwachtten. In het museum kunnen we o.a. zien dat er op 3 augustus 1943 een poging tot ontsnapping geweest is. We staan even stil bij de tekst van het gedicht geschreven door Xuan Thuy:

By nights the cold wind blows gently
But the days are covered with gloomy dew


In de vroegere kazerne is nu een museum met artefacten van de zwarte Thai, waaronder muziekinstrumenten, juwelen, oude geschriften, vlechtwerk, aardewerk, geweven stoffen, …
We rijden verder richting Dien Bien Phu en houden een interessante fotostop bij kweekvijvers voor vis, met een pompsysteem via een noria en bamboestokken. We bezoeken een plaatselijke markt van de zwarte Thai. De meeste vrouwen dragen een lange zwarte sarong en een roze, paars of groen hesje met zilveren gespen en mooie hoofddeksels. We nemen foto’s van uitgestalde vleeswaren, levende wormen, … maar ook van vrouwen die alcohol proberen aan de man te brengen, vrouwen die hun grijze haren laten epileren, … een bord bij de opticien waar geen letters, maar tekens opstaan: een o met opening naar links of naar rechts … en van motorrijders die hun kroost meevoeren en daarnaast ook nog alle mogelijke en onmogelijke voorwerpen …
Wanneer we terug op de bus zijn is het ongeveer elf uur en de leerlingen komen van school. De gids vertelt dat er in twee shiften wordt lesgegeven (omwille van plaatsgebrek): van 7 u tot 11 u en van 13 u tot 17 u. De leerlingen van de lagere school dragen hier een rode sjerp. Deze werd in de tijd door Ho Chi Minh als beloning gegeven aan de goeie leerlingen en wordt nu door alle leerlingen van de lagere school gedragen. De schoolplicht gaat tot 15 jaar in de steden en tot 10 jaar op het platteland. De lagere school is gratis. Na de lagere school volgt het lyceum, en wie (naar voorbeeld van de Franse scholen) slaagt in ‘le bac’ kan naar de universiteit. De anderen volgen een militaire opleiding, maar ook de universitairen moeten krijgskunst studeren en moeten ook een aantal maanden dienst doen in het leger.
We stijgen tot 1800 meter, een lastige klim met veel putten en bulten op de weg, des ‘lits de poules’, maar nog meer ‘lits d’éléphants’, zoals onze gids het humoristisch verwoordt. We genieten van prachtige vergezichten!

Dien Bien Phuligt in de vallei van Muong Thang. De benaming betekent letterlijk ‘Belangrijkste Grenspost’. De grens met Laos is vlakbij. Deze plaats beleefde een bewogen geschiedenis en werd door vele indringers onder de voet gelopen. Zo passeerden hier de bergstammen van Thai en Hmong, de Chinezen, de Fransen, maar ook de Japanners die het vliegveld bouwden. De werkelijke slag om Dien Bien Phu begon op Muong Thanh, maar er was veel aan voorafgegaan. (zie inleiding, punt 5 tot en met 10)
In het museum staat alles in het teken van de overwinning van de Vietnamezen op de Fransen. We lezen: Le peuple du sud d’un même cœur s’est soulevé en résistance contre les agresseurs colonialistes, le 27 septembre 1945’. We kunnen niet naast de beelden kijken van Ho Chi Minh en generaal Giap (commandant van de Viet Minh). Zonder dat de Fransen het merkten wist deze geniale generaal zwaar geschut naar de toppen van de heuvels rond het dal te laten slepen. Op het moment dat de artilleriebeschietingen vanuit de heuvels begonnen, wisten de Fransen dat ze in de val zaten. Op 7 mei moest generaal De Castries zich overgeven. De strijd had 56 dagen geduurd en aan 3000 Fransen het leven gekost. De verliezen aan de kant van de Viet Minh waren nog groter, maar de val van Dien Bien Phu betekende het einde van het koloniale bewind in Vietnam. Franse bevelhebbers (onder wie kolonel Pirote) hebben toen zelfmoord gepleegd.

dsc01427
De tentoonstelling in het museum bestaat vooral uit fotomateriaal, met o.a. afbeeldingen van de dropping van Franse para’s in 1953, van Viet Minh-troepen die een kanon de berghelling opsleuren en de Franse capitulatie, een foto van Ho Chi Minh die de onafhankelijkheidsverklaring voorleest in Hanoi op 2 september 1945, …. Verder zien we bevoorradingsmaterieel, waaronder sleeën, kruiwagens en versterkte fietsen. Een maquette en een videofilm maken het beeld van de belegering compleet.
Tegenover het museum ligt de militaire begraafplaats van honderden gesneuvelde Viet Minh-soldaten, waarvan het merendeel onbekende soldaten.
Naast de erebegraafplaats ligt heuvel A1 (Eliane-heuvel). De verdediging van Dien Bien Phu was voor een groot deel gebaseerd op vijf versterkte heuvels, met in het centrum A1. Nadat de buitenste drie heuvels in maart 1954 waren veroverd, volgde in mei de eindaanval op A1. Op de top van de heuvel bevinden zich een herdenkingsteken, een Franse tank en loopgraven (door de Fransen gegraven). We zien ook een grote bomkrater (veroorzaakt door 1000 kilo springstof).
We dineren en overnachten in het sober Muong Thanh-hotel.


Donderdag 27 oktober:   Dien Bien Phu - Sapa

Vooraleer een lange tocht door de bergen naar Sapa aan te vatten, brengen we eerst nog een bezoek aan de bunker van generaal De Castries. Dit was de laatste plaats van overgave. Bovenop deze bunker plaatste Ho Chi Minh op 7 mei 1954 de Vietnamese vlag met de leuze: ‘Poursuivre un combat à outrance, être décidé à vaincre’. We lopen door de bunker en vernemen van de gids dat op deze plaats kolonel Pirote op 15 maart zelfmoord pleegde.

100_1977
We rijden daarna naar Sapa door een streek van ongeëvenaarde schoonheid. We houden onderweg een paar keer een fotostop, o.a. bij een plaats waar we goudzoekers aan het werk zien, bij een watervalletje en we fotograferen vrouwen en kinderen in typische klederdracht. De eentonigheid van de lange bergrit wordt doorbroken door gesprekken, verhalen en liedjes, die ons dichter bij elkaar brengen en ons vrolijk maken. Na uren rijden en honderden banaanbomen merkt een van de mannelijke passagiers (in de dollarbus) op dat hij al veel banaanbomen zag, maar nog geen bananen! Waarop reactie van de anderen dat hij beter moet kijken; Iedereen begint naarstig uit te kijken naar bananen … we komen voorbij een huis waar een vrouw met ontbloot bovenlijf zich gebukt staat te wassen. Onze passagier in kwestie reageert prompt en zegt: ‘’t zijn toch maar kleintjes’. De medereizigers denken meteen aan kleine banaantjes, maar de persoon in kwestie specifieert: ‘’t waren maar kleine punaiskes!’ Of hoe iemand erin slaagt geen bananen te zien, maar wel … (puntje, puntje, puntje)

100_1977
We houden nog een laatste stop op 2500 m om de zonsondergang te fotograferen en het is al flink donker als we in het luxueuse Victoriahotel aankomen in Sapa.


Vrijdag 28 oktober:   Sapa

Het bergstadje Sapa ligt in een vallei in het Hoang Lien Gebergte. Het ligt op 1500 m hoogte, heeft een aangenaam klimaat en is een ideaal oord om de zomerse hitte te ontvluchten. In de winter kan het er koud worden met temperaturen rond het vriespunt. In Sapa wonen verschillende etnische volkeren samen: de Witte Thai, de Zwarte Thai, de Zwarte Hmong, de Rode Dao (uit China geëmigreerd sinds de 13e E). Pittig deatil: deze Dao eten geen hond! De Fransen bouwden dit plaatsje in 1922. Ze werden aangetrokken door de prachtige natuur en het aangenaam klimaat. Vandaar dat hier nog veel koloniale woningen te zien zijn.

Free Image Hosting at allyoucanupload.com
We maken een wandeling door de rijstvelden en door kleine dorpjes van de Hmong. Overal onderweg worden we aangeklampt door kinderen en jonge vrouwen die al van jongsaf leren marchanderen. Ze zijn fier en willen niet dat je hen over het hoofd aait. Ze nemen geen snoepjes aan als je hun koopwaar niet wilt. Ze geven niet op en lopen desnoods mee tot je terug de bus opstapt aan de andere kant van het dorp. Ze durven al eens agressief te zijn als je niets koopt! Onderweg zien we vernuftige irrigatiesystemen op de rijstvelden en een ja-knikkende maniokstamper, door water aangedreven. De weg gaat dwars door een lagere school, waar we de kinderen zien turnen op een modderige zandweg. In de open klasjes zitten ze op lage stoeltjes hun lesjes te reciteren. We hopen dat onze geldelijke bijdrage aan dit schooltje mag helpen om degelijk schoolmateriaal voor deze kinderen te kopen, …

100_1993
We hebben verder genoten van een vrije namiddag in Sapa om te winkelen, om naar huis te mailen, om te zwemmen, om te rusten, om te schrijven …


Zaterdag 29 oktober:   Can Cau

100_2003
Na een lange busrit, bergneer, bergop, komen we 120 km verder aan in Can Cau, voor een van de meest fascinerende openluchtmarkten van Vietnam. Komt hierbij nog dat het flink geregend heeft en dat zowel de verkopers als de toeristen ploeteren in de modder. We houden ons vast waar we kunnen en proberen toch nog foto’s te nemen van de Montagnards die naar de markt komen om zich te bevoorraden van etenswaren en van alles en nog wat.

Free Image Hosting at allyoucanupload.com
Iemand van ons vindt er een gepaste plastic-regenmantel, die hij nog van doen zal hebben op de verdere reis. Het is een kleurrijk geheel: de vrouwen dragen een donkere rok en beenwindsels, een indigoblauw mouwloos vest met geborduurde kraag, haarband en opvallende grote zilveren oorringen. Na dit modderbad doen we zoals de plaatselijke bevolking en we spoelen onze schoenen en voeten in de beek; geen nood als het water plots wat heviger stroomt, je bent zo weer droog … de mensen beleven plezier aan de langneuzen die hier toeren uithalen om zich staande te houden. Na de lunch in Bac Ha, valt de geplande trekking letterlijk in het water. Dan maar terug naar Sapa! Op de terugweg stoppen we nog bij het paleis van de Hmong-koning dat in 1921 door de Franse kolonialen werd gerestaureerd. En we houden ook nog even halt aan de Chinese grens, waar de grenspaal 102 aanduidt waar Vietnam en China van mekaar gescheiden zijn. Op de muur van een grensgebouw staat geschreven: La porte frontalière mondiale LAO CAU. Een douanier-grenswachter die de visa van de doorgangstoeristen controleert, maakt zich kwaad als we hem willen fotograferen! Onze gids vertelt dat ze langs de Chinese kant van de grens grote gebouwen oprichten om aan te tonen dat zij de machtigsten zijn! Er zijn voortdurend kleine grensconflicten tussen beide landen, vaak tussen schippers op de Rode Rivier, de natuurlijke grens tussen beide landen. Het laatste groot conflict dateert uit 1979. Met de Russen komen de Vietnamezen beter overeen. C’est le grand frère (dixit onze gids).


Zondag 30 oktober:   Sapa - Bac Ha - Hanoi

dsc01747
We vertrekken in een regenbui die vandaag niet zal overgaan … We gaan naar de markt van Bac Ha: op zondag heeft hier de grootste en meest kleurrijke markt van de provincie plaats. We lopen er langs schreiende biggen, loslopende ezels en rietsuikerknabbelende mensen … alweer door een modderpoel. We hebben ogen te kort om alles waar te nemen en op ons netvlies vast te zetten. De kleuren kunnen we met ons fototoestel vastleggen, de geuren jammer genoeg niet ! Dit kunnen we achteraf niet doorvertellen. Je moet het zelf beleefd hebben! We stappen terug op de bus en houden nog een paar keer een korte stop op onze lange en hotsebotsende terugweg naar Hanoi. Van deze stops maken we gebruik om nog foto’s te maken van een hangbrug, van jonge meisjes die met een schop een zak zand aan het vullen zijn en er zowaar naast scheppen als iemand van ons hen fotografeert! En groepjes kinderen die blij naar de digitale foto van henzelf kijken … en vooral blij zijn met de stylo’s van een milde schenker onder ons gezelschap! Op vraag van iemand uit de groep, vertelt onze gids onderweg nog over de militaire opleiding van de jongeren. Zij die ervoor kiezen krijgen een harde opleiding van 5 jaar. De eerste jaren zijn vooral een practische opleiding, de volgende jaren opleiding in militaire krijgskunst. Iedere jongere is verplicht 2 jaar te doen. In de steden proberen de jongens hier tussenuit te muizen, maar op het platteland doen ze het wel, omdat ze na die 2 jaar betaald worden en dit is voor de plattelandsbevolking heel erg welkom. En daarna een vraag over het huwelijk. Bij de bergvolkeren gebeurt het nog wel dat de ouders bepalen met wie een meisje moet huwen (soms heel erg jong!). Soms ook wordt het meisje door de jongen ontvoerd en zwanger gemaakt, zodat haar vader voor een voldongen feit staat en zijn dochter dan maar moet laten gaan. Van de jongen wordt verwacht dat hij voor de bruidsschat zorgt onder de vorm van juwelen, geld, buffels, … Het meisje trekt in bij de jongen en zorgt voor zijn familie. De drie belangrijkste zaken voor een Vietnamese man zijn: een buffel, een vrouw en een huis. De geboorte van een kind gebeurt thuis. De moeder van de zoon helpt bij de bevalling. De placenta van een zoon wordt onder de steunpaal van het huis begraven en de placenta van een meisje onder het bed. We snappen de symboliek! Dit gebeurt enkel nog op het platteland! Hier zijn ook geen dokters en veel genezingen gebeuren met kruidenbereidingen. Hoe krijgen de mensen hier hun post toebedeeld? Er zijn postbodes die de post te voet tot bij de ‘burgemeester’ van het dorp brengen en hier kan die dan ook worden opgehaald. Waarom de mannen hun wenkbrauwen en voorhoofdhaar epileren? Dit gebruik dateert nog uit de tijd van de Franse kolonialen, die dit om hygiënische reden eisten van de Vietnamezen die bij hen in het huishouden werkten.

Free Image Hosting at allyoucanupload.com
Als we bij valavond in Hanoi aankomen, wordt de stad overspoeld door joelende groepen motorrijdende jongeren die op deze manier en met zwaaiende vlaggen de voetbaloverwinning tegen Japan vieren! Even terzijde: Alle merken van motoren zijn hier te vinden, van goedkoop tot heel duur (uit China, Thailand, Vietnam zelf en uit Japan). De kostprijs gaat van 500 tot 2000 dollar. We overnachten opnieuw in het Hoa Binh hotel.


Maandag 31 oktober:   Hanoi

Vandaag staat heel wat op het programma. Allereerst bezoeken we de tempel van de Literatuur, die zich op 1 km ten zuiden van het mausoleum van Ho Chi Minh bevindt. De tempel werd in 1070 door keizer Ly Thanh Tong opgericht ter ere van Confucius en is gewijd aan wetenschap en literatuur, zaken die tot op de dag van vandaag in hoog aanzien staan in Vietnam. Zes jaar na de oprichting werd in de tempel de Quoc Tu Giam (School voor de Bloem der Natie) gevestigd. Deze eerste universiteit van het land onderwees zonen van de adel de confuciaanse waarden en leidde hen op tot bestuursambtenaar. Bij uitzondering liet de school ook uitblinkende kinderen uit het gewone volk toe. Tussen 1443 en 1778 vonden hier eens per drie jaar nationale examens plaats die recht gaven op toetreding tot het bestuursapparaat. Keizer Gia Long verplaatste het opleidingsinstituut in 1802 naar de nieuwe hoofdstad Hué. De hoofdpoort geeft toegang tot het 2,5 ha grote terrein. Vier kolommen met mythische dieren (draak, eenhoorn, fenix, slak) vormen drie toegangspoorten. De grootste ingang was voor de koning, de zijpoorten voor de mandarijnen. (Drie is voor de Vietnamezen een heilig getal en symboliseert : de Hemel, de Aarde en de Mens). Het complex bestaat uit vijf hoven (binnenplaatsen), van elkaar gescheiden door muren. Ook het getal vijf is hier symbolisch voor de vijf pijnen van het leven: geboorte, ziekte, ouderdom, dood en scheiding. De eerste twee hoven hebben geen bebouwing. Boven de poort tussen de tweede en derde hof bevindt zich het fraaie, houten Paviljoen van het Zevengesternte. In dit paviljoen declameerden geleerden gedichten en lazen literatuur. Hier vinden we de perfecte harmonie terug tussen het 1ste niveau (de aarde = vierkant), 2e niveau (waar gedeclameerd werd door de mens) en het 3e niveau (de sterrenhemel = rond). De derde binnenplaats heeft in het midden een vijver, Bron van het Hemelse Licht. Het water is een spiegel waarin je de weerspiegeling ziet van jezelf, ook van je fouten en gebreken, met de bedoeling die te verbeteren. Aan weerskanten van de hof staan 41 stèles, op de rug van een stenen schildpad. Het zijn gedenktekens ter ere van de geslaagden voor de nationale examens. De 82 stèles bevatten de namen, de geboorteplaatsen en verdiensten van 1306 gepromoveerden. De schildpad is het symbool voor ‘la longévité’ het blijven voortbestaan door geletterdheid. Wij zouden zeggen: Wie schrijft, die blijft! Op de vierde binnenplaats bevindt zich de hoofdtempel met een beeld van Confucius en zijn vier meest toegewijde leerlingen. Het confucianisme is geen godsdienst, wel een filosofie, gebaseerd op het gedachtegoed van de Chinese wijsheer, Confucius (551-479 v.Chr.) De leer van Confucius benadrukt ethische en moralistische principes. Confucius ging uit van een strenge hiërarchie, waarbij men gehoorzaam dient te zijn aan zijn meerdere: de onderdaan aan de vorst, de zoon aan de vader, de vrouw aan de man. Daarnaast moet ieder individu zich houden aan bepaalde gedragsregels, zoals oprechtheid, rechtvaardigheid en trouw. In het confucianisme speelt het onderwijs een grote rol. Wie tot de keizerlijke ambtenarenklasse, de mandarijnen, wilde toegelaten worden, moest strenge examens afleggen. Op de laatste hof stond vroeger de bibliotheek, maar die is verwoest en de locatie is niet meer toegankelijk. We bemerken de typische drumtoren en klokkentoren langs weerszijden van het complex. Meestal werd een ceremonie aangekondigd door een alternatief samenspel tussen beiden. Vandaar gaat het naar het Mausoleum van Ho Ch Minh, in het westen van de stad. Het is gebouwd met Russische hulp (tussen 1973 en ‘75) op de plaats waar Ho Chi Minh op 2 september 1945 de onafhankelijkheidsverklaring voorlas. Het 21 m hoge mausoleum is een donkergrijs bouwwerk in de vorm van een kolossale kubus. Als bouwmateriaal gebruikte men marmer uit de marmerbergen bij Danang. Ho Chi Minh werd in 1890 geboren in Annam in het centrum van het land. Hij was de zoon van een ambtenaar die om zijn anti-Franse standpunten ontslagen was. Na zijn opleiding aan een middelbare school in Hué en een korte loopbaan als leraar, vertrok hij in 1911 als hulpkok op een Frans schip naar Europa. Hij vestigde zich in Londen en Parijs, waar hij de kost verdiende als tuinman, kelner en fotoretoucheerder. In de Franse hoofdstad leerde hij de Franse vrijheidsprincipes ‘Liberté, Égalité, Fraternité’ kennen en vond dat dit helemaal niet strookte met de situatie in zijn land. Vanuit Parijs begon hij aan een lange strijd voor de onafhankelijkheid van zijn land. In 1920 sloot hij zich aan bij de communistische partij. Tussen 1923 en 1925 verbleef hij in Moskou op uitnodiging van de Communistische Internationale. In 1925 vertrok hij naar Kanton in het zuiden van China, waar hij de Vietnamese Revolutionaire Jeugdliga oprichtte, die vijf jaar later omgevormd werd tot de communistische partij van Indo-China. De partij had vooral aanhang onder de landloze boeren. Tussen 1930 en 1940 verbleef hij in de Sovjet-Unie en in China. In 1941 keerde hij na een verblijf van 30 jaar in het buitenland, naar Vietnam terug. Hij had ondertussen de naam Ho Chi Minh aangenomen (hij die Licht brengt). Hij richtte de Viet Minh op, een verzameling van nationalistische groepen onder leiding van de communisten. De Viet Minh vocht een guerillaoorlog tegen de Japanners en kreeg daarbij steun van de Amerikanen. Na de Japanse capitulatie in 1945 riep de Viet Minh de Democratische Republiek Vietnam uit met Ho als president. Na de terugkeer van de Fransen leidde hij acht jaar lang een guerilla tegen de voormalige kolonisator, met als uitkomst de verpletterende nederlaag van de Fransen bij Dien Bien Phu (zie hoger). Ho Chi Minh heeft de vereniging van noord en zuid niet meer mogen meemaken, want hij stierf op 3 september 1969 in Hanoi. Zes jaar later veroverden troepen van het Noord-Vietnamese leger en de Viet Cong Saigon en noemden die stad Ho Chi Minh-stad, uit eerbetoon aan hun overleden leider. Aangezien Hanoi de administratieve hoofdstad van het land is, bevindt zich hier ook op hetzelfde plein als waar het mausoleum staat, het gebouw van de Nationale Vergadering. Dit parlement telt één kamer. De leden worden door middel van algemeen kiesrecht voor vijf jaar gekozen. De Nationale Vergadering komt slechts twee keer per jaar bijeen. Verantwoordelijk voor de dagelijkse gang van zaken is een staatsraad die wordt gekozen door de leden van het parlement en die als permanent orgaan optreedt. De uitvoerende macht is in handen van de regering die bestaat uit een premier, vice-premiers, ministers en overige leden. De volksvertegenwoordiging benoemt de minister-president en de regering is verantwoording schuldig aan het parlement. Het staatshoofd is de president. Hij wordt gekozen door en uit de leden van de Nationale Vergadering aan wie hij verantwoording schuldig is. De ambtstermijn is vijf jaar. Hij is tevens opperbevelhebber van de strijdkrachten en voorzitter van de Nationale Defensie- en Veiligheidsraad. In een botanische tuin achter het mausoleum ligt het presidentieel paleis, gebouwd in 1906 als ambtswoning voor de gouverneur-generaal van Indo-China. Het wordt nu gebruikt voor officiële ontvangsten. Na zijn benoeming tot president weigerde Ho Chi Minh er te wonen. Hij gaf de voorkeur aan een houten huis achter het paleis. Van het paleis loopt een pad naar het huis van Ho Chi Minh: een eenvoudige houten paalwoning, gebouwd in 1958. Deze woning is gemaakt naar het voorbeeld van een bergwoning bij de Thai-bevolking. (Toen hij na 30 jaar ballingschap naar zijn land terugkeerde, verbleef hij eerst vijf jaar bij de Thai’s in het noorden.) Hij woonde in dit houten huis tijdens de oorlog. In de ruimte op de begane grond overlegde hij met zijn militaire commandanten en andere leiders. Zijn slaap- en studeerkamer bevinden zich op de bovenverdieping. De woning ligt aan een visvijver en is omringd door fruitbomen, moerascypressen, hibiscussen, …. Van het huis van Ho Chi Minh loopt een pad langs souvenirkraampjes en boekenstalletjes, naar de Eenzuilige Pagode. De pagode werd in 1049 gebouwd door keizer Ly-Thai Tong. Volgens de overlevering kreeg de kinderloze vorst op een nacht een droom, waarin de godin van de genade hem een zoon voorhield. Kort daarop trouwde de keizer een boerenmeisje en zij schonk hem inderdaad een mannelijke troonopvolger. Ly zag dit als een geschenk van de godin en liet een tempel ter ere van haar oprichten. De tempel is door de eeuwen heen vaak verwoest, maar telkens weer opgebouwd. In 1954 staken Franse troepen uit wraak na de nederlaag in Dien Bien Phu de tempel in brand. De heropbouw was na een jaar al voltooid. De kleine houten pagode staat in het midden van een lotusvijver en is een van de meest gefotografeerde bezienswaardigheden van Hanoi. Oorspronkelijk rustte de pagode op de stam van één boom, maar die is inmiddels door een betonnen pilaar vervangen. In het heiligdom bevinden zich een altaartje en een beeld van de veelarmige godin van de genade (la déesse de la Miséricorde). Wanneer we van hier vertrekken, rijden we voorbij de ambassadegebouwen, waar momenteel een stil protest aan de gang is tegen de corruptie van de overheid, waarbij sommigen niet moeten betalen voor het bezit van een stuk grond … We lunchen die middag in een heel chique restaurant, waar we als aperitief een glaasje rijstbrandewijn krijgen, en verder een uitgelezen keuze aan hapjes met vis- en vlees, soep met noedels, een potje com (= rijst) en de typisch Vietnamese loempia (nem, gemaakt door rijstpapier te vullen met gehakt varkensvlees, krab of garnalen, mie, ui en groenten en het geheel vervolgens te frituren in de olie). We eten natuurlijk allemaal met stokjes! Het stenen visje dat in dit restaurant dienst doet als stokjeshouder, krijgen we mee als souvenir! Na de lunch krijgen we wat vrije tijd om te flaneren langs de drukke straten van Hanoi of langs het Hoan-Kiemmeer. Vanop een terrasje genieten we van de voorbijsnorrende motoren en van een lekkere koffie of een Vietnamees biertje, in afwachting tot het waterpoppenspel begint. Dit is een theatervorm die alleen in Vietnam voorkomt. Al tijdens de Ly-dynastie (1010-1225) werden er waterpoppenspelen gehouden. In de daaropvolgende eeuwen verplaatste het poppenspel zich van het hof naar de dorpen in de delta van de Rode Rivier. Het poppenspel vindt in het water plaats. Verborgen achter een scherm staan de acteurs tot aan hun borst in het water en bewegen de poppen met behulp van bamboestokken. Vroeger werd de voorstelling in open lucht gehouden, in de visvijver. Nu zijn er speciale theaters. De thema’s zijn: het boerenleven, de strijd tegen de Chinese overheersing en de mythologie. Begeleid door zang en muziek, beploegen boeren het land, proberen vissers met netten en boten hun vis binnen te halen, verschijnen draken en feniksen op het toneel, …. Wanneer we op onze hotelkamer komen, ligt (net zoals de vorige avond in dit hotel) een papieren rolletje klaar met een verhaal. Dit keer gaat het over Thi Kinh dat een beetje doet denken aan hetgeen we vandaag vernamen over de eenzuilige pagode. In het land van de Rustige Morgen leefde een beeldschoon meisje dat heel wat rjke huwelijkskandidaten had. Maar ze koos voor een onaantrekkelijke man zonder fortuin. Het was een gelukkig huwelijk tot ze op een dag naar haar slapende man keek en op zijn kin een weerbarstig haar ontdekte. Ze nam een mes en wou het haar verwijderen, maar haar man schrok wakker en dacht dat ze hem wilde doden. Ze was zodanig ontgoocheld door de reactie van haar man dat ze zich in stilte terugtrok. Haar stilzwijgen werd echter aanzien als een schuldbekentenis en ze werd het huis uitgejaagd. Ze werd misprezen en beschuldigd. Door iedereen verlaten, koos ze voor een leven van onthechting en ging aankloppen bij een pagode, waar ze vroeg om te mogen binnentreden in de monnikengemeenschap. Maar haar lijdensweg was nog niet ten einde. Een van de gelovigen, een jong meisje, die naar de pagode kwam bidden, merkte de schoonheid op van Thi Kinh. Toen ze haar wou aanspreken, hield Thi Kinh haar tegen en vroeg om haar wens tot stilzwijgen te respecteren. De jonge vrouw was kwaad omdat ze afgewezen werd en ze gaf zich aan een man die haar zwanger maakte. Ze legde het pasgeboren kind in een mandje bij de pagode en stak er een brief bij die Thi Kinh ervan beschuldigde de moeder te zijn van het kind, na betrekkingen met de bewuste man. Zo werd ze ook uit deze gemeenschap gesloten en verjaagd. Ze wou een einde aan haar leven maken, maar ze had medelijden met het kindje. Ze ging bedelen om het te kunnen voeden en zo leefde ze jarenlang met haar kind op de arm en haar bedelnap in de hand. Toen ze uiteindelijk haar krachten voelde afnemen, sleepte ze zichzelf naar de pagode en klopte voor de laatste keer aan de deur van Boeddha. Ze vertelde haar ongelukkig verhaal aan de overste en wenste dat niemand onheil zou overkomen die haar dit alles had aangedaan. Toen de keizer van China dit verhaal na haar dood vernam, gaf hij haar de titel van ‘Genadevolle Beschermelinge van de Kinderen’ (protectrice miséricorde). Je kan haar nog terugvinden in oude pagoden, waar de heilige neerzit met haar kindje in haar armen en een serene glimlach op haar gelaat.


Dinsdag 1 november:   Halong

In de voormiddag gaan we naar het historisch museum, het vroegere ‘musée de l’École Française d’Extrême Orient) met onder meer een afdeling van de prehistorie, Chinese keramiek en mooie bronzen beeldjes uit de 19e en 20e eeuw. En veel herinneringen aan het turbulente verleden, zoals de houten pinnen, die men onder het water aanbracht om de Chinese Mongolen bij laagwater te verrassen. Ook een schilderij waarop dit gebeuren afgebeeld staat. Andere bezienswaardigheden: een begrafenisboot in ijzerhout met 107 voorwerpen (gereedschap, huishoudelijke voorwerpen, wapens, muziekinstrumenten, die de dode naar het hiernamaals meenam). Een houten kaartenset, door de Fransen gebruikt om belastingen te innen. Een opiumset Een reclamepaneel met label: Hierna brengen we een bezoek aan een gehandicaptencentrum. Veel jonge mensen zijn nu nog altijd het slachtoffer van de toxische stoffen die door de Amerikanen gebruikt werden om het gebied te ontbladeren (Agent Orange).

100_2176
Om 13 uur schepen we in op een luxeboot, de Bai Tho Junk slaapboot voor een van de mooiste uitstappen van deze reis (de Halong Baai). Deze boot is nog maar twee maand in gebruik. We krijgen meteen een heerlijke lunch met zeevruchten (krab, grote garnalen, calamar), vis van de streek en exotisch fruit als dessert, waaronder de kleine lichi’s die zij longane noemen. We varen langs een betoverend landschap, weliswaar in de mist. De baai is bezaaid met 3000 eilanden die loodrecht oprijzen uit het water van de golf van Tonkin. De eilanden bestaan uit kalksteen en zijn begroeid met lage struiken. De meeste zijn onbewoond. Dit landschap maakt deel uit van een keten die doorloopt tot in Zuid-China, waar het schilders inspireerde tot het maken van pentekeningen op zijde. De grillige rotseilanden zijn een speling van de natuur. Wind, regen en golven hebben het zacht kalksteen in de loop der tijden uitgesleten, zodat diepe spelonken en grotten zijn ontstaan. Sommige grotten zijn 100 m hoog. We gaan een van deze grotten bezoeken, maar bij het uitstappen telt de gids slechts 28 personen. Wie en waar is nummer 29? We hebben al vlug door wie de grote afwezige is, maar horen later dat hij nog dringend een ‘douchke’ wou nemen, kwestie van fris gewassen de grot te bezoeken. Je weet maar nooit dat ook hier mooie poppetjes ons verwelkomen, zoals daarnet op de boot. Geen poppetjes dus, maar wel prachtige stalactieten en stalagmieten. De gids wijst ons op één bepaalde stalactiet, die de vorm heeft van een rechtopstaande penis, symbool van de vruchtbaarheid en een verwijzing naar de relatie tussen hemel (het gewelf van de grot), aarde (de bodem) en de mens (de penis). Na een heel eind varen, leggen we opnieuw aan en beklimmen nog net voor het donker wordt, de 440 trappen die naar de top van de Titov-heuvel leiden en van waaruit we normaal gezien een mooie zonsondergang zouden meemaken, maar die nu in de mist opgaat. We vangen nog net een glimp op van de rode streep die de zon in de hemel achterliet … is dit een hoopvol teken voor morgen? Na het avondeten aan boord, gaat het winkeltje open en we kunnen er tegen een goeie prijs echte parelsieraden kopen


Woensdag 2 november:   Halong

We worden wakker met het gekletter van de regen tegen ons kajuitvenster en we beseffen dus meteen dat de prachtige zonsopgang voor een andere keer zal zijn … De nacht was voor de enen al rustiger dan voor de anderen, maar iedereen verschijnt opgewekt aan het ontbijt. Met kleine bootjes varen we naar een overhangende grot. Dit is enkel bij laag water te doen, want bij vloed zit deze doorgang onder water. We zien prachtige roofvogels overvliegen en twee aapjes springen tegen de rotsen aan. Na opnieuw een overheerlijke lunch aan boord van onze boot, ontschepen we rond 12 u 15 en vinden onze bus terug, die ons naar de luchthaven van Hanoi zal brengen. Onderweg houden we nog even halt bij een ‘manufactury’ waar we ons opnieuw laten verleiden tot het kopen van door gehandicapten gemaakte voorwerpen, van parelsnoeren tot zijden lingerie … Met enige vertraging nemen we om 18 u 15 de vlucht naar Danang.

dsc02124
Bij aankomst maken we kennis met onze nieuwe gids, mevrouw Tran Thi Thang Huong, een kordate vrouw die een aardig mondje Frans spreekt. Later vertelt ze ons dat haar vader, een ingenieur Bruggen en Wegen onder Franse kolonialen studeerde en werkte. Ook haar moeder heeft in en Franse school gestudeerd. Op weg naar het hotel vertelt ze ons hoe het komt dat het vliegtuig vertraging had. Een tyfoon, die over Danang en Hoi An raasde, heeft heel wat schade aangericht. De luchthaven van Danang is 12 uur gesloten geweest! We zien de afgeknapte bomen nog over de weg liggen en heel veel plaatsen moeten het nog zonder elektriciteit stellen. De gids spreekt over ‘des pluies torrentielles’ en we zullen de eerstkomende dagen wel geweten hebben wat dit precies inhoudt! We overnachten in het 4sterren Glory Hotel te Hoi An.


Donderdag 3 november:   My Son

Na de hevige regens zijn de rijstvelden veranderd in ‘bassins’, waarvan de vissers dankbaar gebruik maken om er op forel te vissen. Sommige plaatsen zijn in modderpoelen veranderd. We zien overal witte reigertjes. We houden even halt om de vissers te fotograferen, die hun netten ophalen. Een omvergevallen boom heeft hier de elektrische bedrading naar beneden gehaald … Wat verderop zien we midden in de rijstvelden twee grote begraafplaatsen van rijke eigenaars. In de omgeving is heel wat artisanaat van bronsbewerking. Voor de woningen bemerken we huisaltaren voor de verering van de voorouders. Iedere morgen en avond worden wierookstokjes in bronzen potjes gebrand om de afgestorvenen te eren. Dit gebeurt zowel bij de gelovigen als bij de ongelovigen. ‘Alleen de ziel telt. De rest is stof en zal vergaan’. Op onze weg ontmoeten we ook nog een huwelijksauto en een begrafenisstoet. Volgens de gids brengt het ene geluk, het andere ongeluk met zich mee! De mensen die de begrafenisstoet volgen dragen witte kleren en houden elk een bloem in de hand. Er zijn ook drie bonzen aanwezig in gele en oranje gewaden, om de dienst voor te gaan. De lijkwagen is versierd met drakenmotieven. De streek die we vandaag doorkruisen maakte eeuwenlang deel uit van het koninkrijk Champa. (zie inleiding, punt 2). Dit hindoerijk strekte zich uit van het noorden van Danang tot in het zuiden van Vietnam. De eerste Europeanen die hier in de 17e E. aankwamen, waren Spanjaarden. De stad Danang was ook de eerste plaats in Vietnam waar de Fransen aan land gingen. Op 8 maart 1965 landden 3500 Amerikaanse mariniers op het strand bij Danang. We zijn op weg naar de Cham-tempels van My Son (Mooie Berg) op 40 km van Hoi An. In het plaatselijke museum krijgen we uitleg aan de hand van een plan van de site. Daarna rijden we in een Amerikaanse jeep naar de site! Het tempelcomplex van My Son was in gebruik van de 4e tot de 13e eeuw. Volgens een opschrift op een stèle die in het dal is gevonden, stichtte koning Bhadravarman 1 in 380 na Chr. hier een tempel die gewijd was aan de hindoegod, Shiva. Deze god is in het hindoeïsme le ‘dieu destructeur’ (hij vernietigt om daarna een betere wereld te kunnen maken). Naast Shiva is Brahma ‘le dieu créateur’ en Visjnoe ‘le dieu qui entretient la création’. Omdat de Cham van de 4e tot de 7e E. hout in plaats van baksteen als bouwmateriaal gebruikten, is van deze vroege tempels niets meer over. De ruïnes en tempels die er nu nog staan, dateren uit de 7e tot de 13e E. Dit terrein was het culturele en religieuze centrum van de Cham. In 1898 ontdekten Franse archeologen onder leiding van Parmentier de tempels. (in dit museum herkennen we nog meer namen, zoals de naam Claeys, …) De Fransen begonnen met de restauratie en stuurden de beelden die ze vonden naar musea in Danang, Hanoi en Saigon. Tijdens de Vietnamoorlog gebruikte de Viet Cong My Son als basis (de Maquisards). Om de vijand te verdrijven, bombardeerden de Amerikanen in 1968 de tempelstad met B-52 bommenwerpers. De verwoesting was enorm. Van de oorspronkelijke 70 bouwwerken, bleven er slechts een twintigtal over. Het hele gebied is moeten ontmijnd worden, … De site is nu erkend door de UNESCO als ‘Universeel Patrimonium van de Mensheid’ en wordt zelfs vergeleken met Bagan in Myanmar, Borubodur in Indonesië, en Angkor in Cambodja. Er zijn drie bouwvormen te onderscheiden. De kalan, het hoofdheiligdom, heeft een vierkante grondvorm en een torenvormig dak en is gewijd aan Shiva, de berschermgod van de Cham-koningen. De bibliotheek heeft een rechthoekige vorm. De mandapa is de zaal waar priesters zich voorbereidden op de rituelen. De gebouwen zijn opgetrokken in baksteen, zonder gebruik van specie. Dat ze zo lang hebben stand gehouden getuigt van het grote bouwkundig inzicht van de Cham. De tempels zijn door de archeologen in tien groepen ingedeeld en van een letter voorzien. Een van de belangrijkste groepen is B: Deze groep bestaat uit een hoofdheiligdom, een bibliotheek en enkele bijgebouwen. Van de kalan is alleen nog de 1 m hoge zandstenen basis over. De bakstenen opbouw is verdwenen. In het midden en enigszins verzonken ligt een lingam, het fallussymbool van Shiva (zoals we er ook zullen zien in het museum). De bibliotheek was ook bewaarplaats voor rituele voorwerpen. Het gebouw dateert uit de 10e E. en verkeert in goede staat. Boven de ramen is een bas-reliëf met olifanten onder een boom met vogels aangebracht. Het bootvormige dak zou wijzen op contacten met zeevarende volkeren uit Indonesië. Dit terrein lig bezaaid met brokstukken van zuilen. De tempel van groep C dateert uit de 8e E. Dit gebouw had dezelfde functie als de kalan van B, maar was kleiner. De overige bouwwerken zijn bouwvallig of ingestort. Bij D gelden de twee mandapa’s als de mooiste voorbeelden van Cham-bouwkunst. Deze hal uit de 10e E. had vroeger een houten dak. De hallen doen nu dienst om archeologische vondsten op te slaan.Op het plein tussen de twee gebouwen staan stèles, beelden en zuilen. Het geschrift op de stèles lijkt een beetje op het Birmaans en Maleisisch, … Het complex A bevatte volgens kenners het mooiste bakstenen gebouw (10e E.) van heel Azië, maar werd door de Amerikaanse bombardementen verwoest. Er rest enkel nog een hoop stenen …

dsc02127
Na de lunch maken we een wandeling door Hoi An. Zoals we nu al weten maakte de streek waarin Hoi An ligt deel uit van het Champa-koninkrijk. De heerschappij van de Cham over dit gebied duurde tot de 15e E. Daarna namen uit het noorden oprukkende Viet de macht over. Vanaf dan ontwikkelde de stad zich tot een haven van internationale allure, een belangrijk ontmoetingspunt tussen Oost en West. Japanners uit Nagasaki en Chinezen uit Fukien stichtten er in de 16e en 17e E. wijken met een eigen bestuur en wetten uit het land van herkomst. Ze verbleven er op weg van en naar India. Toen de Japanse regering haar onderdanen verbood naar het buitenland te reizen (1637), bleven de Japanners weg, maar werden vervangen door nog meer Chinezen en Portugezen. De meeste Chinese immigranten waren aanhangers van de afgezette Ming-vorsten die op de vlucht waren voor de nieuwe Manchu-dynastie. Hun nakomelingen bouwden in Hoi An gemeenschapshuizen die nu nog de stad sieren. Portugese jezuïeten stichtten in 1615 een katholieke missiepost in Hoi An, de eerste in Vietnam. Tien jaar later nam de Franse priester en taalgeleerde, Alexandre de Rhodes er zijn intrek. In de 17e en 18e E. groeide de stad uit tot een van de belangrijkste havens en handelsposten van Zuidoost-Azië. Indiërs, Chinezen, Thai, Hollanders, Engelsen en Fransen dreven er handel in porselein, zijde, kruiden, thee, betelnoot en lakwerk. Toen de riviermond in de 19e E. dichtslibte, betekende dit het einde van Hoi An als havenstad. Het noordelijk gelegen Danang nam zijn rol over. We bezoeken een Chinese tempel (de hal van de Fukiengemeenschap), waar de Chinese gemeenschap van Hoi An haar voorouders vereert. De hal is gesticht in 1792. In de hal is een tempel gewijd aan de godin van de zee en beschermheilige van de zeevarenden, dus ook van de handelaren. Via een poort en een voorplein bereiken we een toegangspoort met drie ingangen. Overal worden we herinnerd aan het yin (vrouwelijk) en yang (mannelijk) principe. De zaal direct achter de ingang van de hal heeft aan weerskanten muurschilderijen met de verhalen over de godin en over de Chinese families die op de vlucht slaan voor de Manchu-keizers. Achter een halfoverdekte binnenplaats (waar wierookspiralen worden opgehangen met wensbordjes vanwege de schenkers) ligt de kleurrijke tempel van de godin van de zee en haar helpers. Tegen de achterwand staat een beeld van de godin. Het beeld links op de voorgrond stelt een helper voor met een rood gezicht en de hand achter het oor. Hij kan tot zeer ver horen. Het beeld aan de rechterkant met het azuurblauwe gezicht en de hand boven de ogen is van een andere helper: hij die tot 1000 mijl ver kan zien. Als zij merken dat zeelui de hulp van de godin nodig hebben, dan waarschuwen ze haar. Het achterste vertrek heeft een altaar met de beelden van de zes familiehoofden en hun nazaten. De figuur links is de god van de voorspoed. Rechts staan beelden van twaalf vroedvrouwen met een kind in de armen. Zij zijn het symbool van de vruchtbaarheid. Kinderloze echtparen komen hier vaak bidden voor een kind, vooral voor een zoon ! Na dit bezoek gaan we binnen in een prachtig huis van Chinese commerçanten. Hier is een tentoonstelling van keramiek en porselein, maar het is vooral de mooie constructie van het huis dat onze aandacht trekt. Dit huis was eerst in bezit van Japanners, maar werd na hun vertrek door rijke Chinese handelaars gekocht. In het voorhuis (beneden) is een winkelruimte voorzien, boven een plaats voor de opstapeling van goederen en het achterhuis diende als woonruimte. Tussen voor-en achterhuis is een binnenkoer, met een voorziening voor drinkbaar water. Op weg naar de Japanse brug lopen we even tot aan het water van de rivier en nemen er foto’s van de overstroming. De 18 meter lange Japanse brug is een van de weinig overdekte, houten boogbruggen die in Vietnam bewaard zijn gebleven. De Japanse gemeenschap bouwde deze brug in Hoi An tussen 1593 en 1596 als verbinding tussen hun wijk in het westelijke district en de Chinese gemeenschap in het oostelijke district. De brede doorgang in het midden was bedoeld voor voetgangers en paarden, de smallere zijpaden voor de handelaren. De overdekking zorgde ervoor dat ze hun werk in weer en wind konden doen. Het dak is versierd met blauwwitte, porseleinen bordjes en bedekt met authentieke tegels. Twee stenen apen aan de westkant en twee honden aan de oostkant bewaken de ingangen. Ze symboliseren het begin van de bouw in het jaar van de aap en de voltooiing in het jaar van de hond. Op het midden van de brug staat aan de noordzijde de brugpagode, gewijd aan de ‘draak die de aarde doet schudden’, een Japanse verwijzing naar de aardbevingen die het moederland regelmatig teisterden. De tempel dateert echter uit 1653 en toen hadden de meeste Japanners het land al verlaten. Hij is in werkelijkheid gebouwd door de Chinese gemeenschap en is opgedragen aan de koning van het Noorden. In de pagode staat een beeld van deze vorst, op een schildpad en de armen ineengevouwen. Aan de westkant van de brug staan prachtige oude huizen, waarvan de benedenverdieping is ingericht als souvenirwinkel. Ze verkopen zijde, schilderijen, porseleinen bordjes en houtsnijwerk. We bezoeken een van die mooie huizen, een goed onderhouden koopmanshuis Phung Hung, een prachtig voorbeeld van traditionele bouwkunst met tal van originele elementen. Het huis heeft 80 pilaren met een marmeren voet, houten raamschermen en een dak met yin en yangdakpannen. De vierkante opening in het plafond is gemaakt om bij hoog water goederen en meubels naar boven te hijsen. En dit gebeurt vaak in de maanden oktober en november! Het water kan dan makkelijk tot 1 meter hoog komen te staan! Dit huis dateert uit 1680 en wordt inmiddels door de achtste generatie van deze koopmansfamilie bewoond. Bij een volgend bezoek komen we terecht in een zijde-atelier waar we de evolutie zien van de zijderups tot zijdedraad. De ontwikkeling van de rups verloopt over een tijdspanne van 3 / 16 / 23 dagen, waarna de rups verder leeft in de cocon. We onthouden dat uit één cocon 500 à 1000 m draad gesponnen wordt. De werksters in dit atelier verdienen 100 euro per maand. In dit atelier liet een van onze medereizigers een maatkostuum in wilde zijde maken tegen een zeer schappelijke prijs! De volgende morgen werd het kostuum kant en klaar aan het hotel afgeleverd. Bij onze terugkeer in het hotel, spreken we af om een frisse duik te nemen in het mooie zwembad. Algauw is het bad gevuld met de sportievelingen uit de groep De Muynck! Tijdens het avondeten worden we verrast door een dans- en muziekoptreden, waarbij vooral de hindoe-dans van een mooie jonge vrouw ons kan bekoren! Sommigen van onze fotografen maken er zelfs een knieval voor om ze zo goed mogelijk voor de lens te vatten!


Vrijdag 4 november:   Danang

Vandaag rijden we richting Marmerbergen, gelegen op 10 km ten zuiden van Danang en 19 km ten noorden van Hoi An. Dit is een voorspoedige streek. Hier zijn geen bedelaars. De gids vertelt ons dat humanitaire medewerkers zich het lot van de straatkinderen aantrekken. We rijden langs de baai van Danang, ‘la Promenade des Américains’ genoemd, omdat de Amerikanen hier ontscheepten en ook hier hun militaire basis hadden. Op een bepaalde plaats zien we bunkers boven het water uitsteken. Hier zijn de rijstvelden ‘aquariums’ geworden voor de viskweek. De Marmerbergen bestaan uit vijf heuvels, 10 km ten zuiden van Danang. De heuvels waren ooit eilanden voor de kust, maar door verzanding maken ze nu deel uit van het vasteland. Deze bergen werden ook de ‘bergen van de vijf elementen’ genoemd; Iedere heuvel vertegenwoordigt een element van de kosmos en is daarnaar vernoemd: Hoa Son (Vuurberg), Moc Son (Houtberg), Kim Son (Goudberg) of (metaalberg), Tho Son (Aardberg) en Thuy Son (Waterberg). Deze laatste is de grootste en de bekendste. De marmerbergen danken hun naam aan de witte, rode en groene marmer dat de heuvels voortbrengen. In de tijd van de Champa’s bevatten de grotten op de berg hindoe-heiligdommen. Na de ondergang van dit rijk, stichtten de Vietnamezen in dezelfde grotten boeddhistische tempels. De huidige tempels dateren uit de 19e E. Onder een regenvlaag nemen we de gemarmerde trappen die leiden naar de grootste en bekendste berg, de Thuy Son. Via 156 treden komen we aan bij een poort met drie ingangen. Deze poort geeft toegang tot de Tam-Thaipagode. Keizer Minh Mang bezocht dit heiligdom in 1825 en was zo onder de indruk dat hij de pagode onder zijn persoonlijke bescherming nam. De pagode is gerestaureerd tussen 1946 en 1975. Opvallend zijn de opschriften met boeddhistische citaten die voor de ingang van de tempel langs weerszijden zijn aangebracht. In het interieur staan de vergulde beelden van Sakyamuni, van Boeddha en van Quan Am, de godin van de gerechtigheid. De lachende Chinese Boeddha heeft een dikke ronde buik, niet van té veel te eten, maar omdat hij al het ongeluk van de wereld in zijn buik meedraagt. (Dit weze een geruststelling voor de mannen onder het gezelschap die dezelfde fysische kenmerken vertonen). Sakyamuni, de boddhisatva, is een boeddha in wording, die zijn leven op aarde nog tracht te verlengen om nog meer goed te kunnen doen op deze wereld voor hij het nirwana bereikt. We gaan verder naar een kleine halfopen grot met een boeddhabeeld. Een doorgang aan de linkerkant van de grot leidt naar de Huyen Khong, de spectaculairste grot van de marmerbergen. Stenen beelden van administratieve mandarijnen aan de linkerkant en militairen aan de rechterkant bewaken de ingang. De 25 m hoge grot wordt beschenen door gefilterd licht dat door een opening in het plafond naar binnen stroomt. We zien onder andere een altaartje met beeldjes tegenover de ingang en een uitgehakte, zittende boeddha in de rotswand erboven. De grot diende tijdens de Vietnamoorlog voor de Viet Cong en was tevens schuilplaats voor het geheel uit vrouwen bestaande artilleriebataljon, dat in 1972 vanaf de heuvel achttien Amerikaanse vliegtuigen vernietigde. Even terzijde: de pagoden, de beelden en de altaren in de grotten worden betaald met giften van Vietnamezen die als bootvluchtelingen een toevlucht vonden in het buitenland (vooral Amerika en Europa). Hierna bezoeken we een marmeratelier met de typische Chinese beelden van de drieëenheid: Bonheur, Prospérité, Longévité (geluk, voorspoed, lang leven), maar ook beelden van Griekse goden (Apollo, Nike), beelden van Christus en O.L.Vrouw en zelfs van … Manneken Pis! De gids vertelt ons dat in deze streek 500 families aan marmerbewerking doen. We bezoeken ook nog het Cham museum in Danang. De École Française d’Extrême Orient nam in 1915 het initiatief tot de bouw. Twintig jaar later moest men het museum door een toevloed aan vondsten uitbreiden en in 1939 werd het gebouw officieel in gebruik genomen. Dit museum heeft de grootste verzameling Cham-beeldhouwkunst ter wereld. De collectie telt meer dan 300 beelden van zandsteen, uit de 7e tot de 15e E., een tijdvak dat men in twee periodes kan indelen: de beelden uit de periode van voor de 10e E. met hindoe-invloeden uit India en Indonesië. In de periode tussen de 10e en de 15e E. overheersten vooral Kmer-invloeden uit Cambodja. Het museum heeft een aantal zalen met opengewerkte vensters. Die openheid draagt zeker bij tot de sfeer van het museum, want het lijkt alsof we de beelden in openlucht bekijken. We hebben wel wat tegenslag want een groot aantal beelden bevinden zich momenteel in Parijs voor een speciale tentoonstelling over de Cham-cultuur. In de My-Sonzaal (My = mooi, Son = berg), staan topstukken uit het tempelcomplex van My Son uit de 4e tot de 13e E. Onder andere beelden van Ganesha, de hindoegod met de olifantskop en van de godin Uma, de vrouw van Shiva. Verder een Cham-altaar op een sokkel, met rijk versierde taferelen uit het dagelijkse leven van de monniken. We zien ook voorstellingen van de lingam, het mannelijk geslachtsorgaan, symbool van de mannelijke kracht, dat we ook op de archeologische site zagen. Maar in deze zaal zien we ook een voorstelling van de Yoni, het vrouwelijk geslachtsorgaan, symbool van de vruchtbaarheid. In de Tra-Kieuzaal staan beelden uit de vroegere hoofdstad van het rijk van Champa, de stad Sinhapura. We zien stenen leeuwen en olifanten en ook Garoeda, de mythische adelaar en het rijdier van de god Vishnoe. In het midden van de zaal bevindt zich een altaar met een yoni en lingam. Op de voet van het altaar staan scènes afgebeeld uit het hindoe-epos, de Ramayana. De gids wijst ons ook nog op het beeld van de danseres in de houding van Shiva (zoals de danseres van de dans- en muziekvoorstelling van gisterenavond). Dit is een uitbeelding van de harmonie tussen de soepelheid van het lichaam en de vrouwelijke gratie. Na dit bezoek gaan we lekker lunchen in het Gaspara-restaurant en we rijden daarna verder naar Hué. We rijden niet via de ‘Bergpas van de Wolken’, op 496 m hoogte, wegens het slechte weer van vorige dagen, maar door een 6 km lange tunnel die recentelijk gebouwd werd door Franse en Japanse ingenieurs. Avondmaal en overnachting in Century Riverside Hotel.


Zaterdag 5 november:   Hue

100_2325
Hué is een middelgrote, sfeervole stad met een rijk verleden. Van 1802 tot 1945 was de ‘Stad der Harmonie’ de zetel van keizers van de Nguyen-dynastie. Hué is de culturele en educatieve hoofdstad van Vietnam. Behalve een universiteit zijn er twaalf instellingen voor hoger onderwijs. In de stad zelf zijn de Citadel en de overblijfselen van de Keizerlijke en Verboden Purperen Stad te bezichtigen. Buiten Hué liggen enkele interessante pagoden en de magnifieke tomben van de Nguyen-vorsten. De beste manier om deze te bereiken is per boot over de Parfumrivier. We varen met een ‘drakenboot’ op deze Parfumrivier. Dit is een prima gelegenheid om het leven op het water van dichtbij mee te maken. Haar naam dankt de rivier aan het aangenaam ruikende bos in het Truong Son gebergte waar de rivier ontspringt. Dit moeten we wel wat relativeren, want met de huidige vervuiling is de parfumgeur niet zo waarneembaar! Op het water varen sampans tot de nok toe gevuld met zand, grind en brandhout of met waren voor de Dong-Ba-markt. Hoewel veel boten over een motor beschikken, worden veel sampans ook nog met de hand voortgeboomd. Dat gebeurt vaak door vrouwen. De mensen hier wonen in hun boten en leven van visvangst en zandwinning. Internationale Organisaties willen wat graag deze mensen naar het land doen verhuizen, maar men wil daar niet op ingaan uit schrik om zo hun kostwinning te verliezen. We gaan aan land om de Thien-Mu-pagode te bezoeken, een van de beroemdste van Vietnam. Het boeddhistische heiligdom ligt pal aan de rivier, op dezelfde oever als de Citadel, 4 km ten westen van Hué. Nguyen Hoang, de eerste Nguyen-heer die over Hué regeerde, liet hier in het begin van de 17e E. een tempel bouwen. Hij zou in opdracht hebben gehandeld van de godin Thien Mu (la Dame Céleste). Vanaf de oever loopt een steile trap naar de 21 m hoge Phuoc-Duyenstoepa. Deze achthoekige toren werd in 1844 door keizer Thieu Tri gebouwd en geldt als het herkenningsteken van Hué. De zeven verdiepingen van de spits toelopende toren zijn gewijd aan een reïncarnatie van Boeddha. Links van de stoepa staat een paviljoen met een reusachtige klok. Deze in 1710 gegoten klok weegt meer dan twee ton en is tot 10 km ver te horen. In het gebouwtje rechts staat een stèle uit 1715 boven op een schildpad van marmer. Een poort met drie ingangen leidt naar een tuin. Links en rechts achter de poort staan gebouwen met kleurrijke wachters. De Dai-Hungtempel aan het eind van de tuin heeft een voorportaal met een lachende, bronzen boeddha. In de tempel staan beelden van de boeddha’s van heden, verleden en toekomst. Bezoek aan de Keizerlijke site. In 1804 begon keizer Gia Long met de bouw van de Citadel. Daarbij zette hij duizend dwangarbeiders in. Rond de vesting liet hij een aarden wal opwerpen. Zijn opvolger versterkte de wal met bakstenen. Tien poorten gaven toegang tot het complex. De 6 m hoge en 20 m brede wal ommuurt een gebied van 520 ha. Rond de muren lopen grachten. De Citadel bestaat uit drie ommuurde vierkanten. Binnen de muren ligt de Keizerlijke Stad. In deze stad met paleizen, tempels en tuinen oefende de keizer zijn openbare functies uit. De ommuurde ruimte binnen de Keizerlijke Stad is de Verboden Purperen Stad, met de privé-vertrekken van de keizer. Net binnen de Citadel en voor de muren van de Keizerlijke Stad staan negen heilige kanonnnen. Keizer Gia Long gaf in 1803 het bevel om alle bronzen voorwerpen die aan de Tay-Son-rebellen hadden toebehoord om te smelten tot kanonnen. Ze werden nooit gebruikt om te schieten, maar zijn de symbolische berschermheiligen van de Citadel en de Nguyen-dynastie. Tegenover de ingang van de Keizerlijke Stad staat de drie verdiepingen tellende vlaggentoren. Tijdens het Tet-offensief (zie inleiding, nummer 14) wapperde de vlag van de Viet Cong 25 dagen lang vanaf deze vlaggentoren. In de Keizerlijke Stad oefenden de Nguyen-keizers hun openbaar ambt uit. Ze hielden er audiënties en voltrokken de religieuze riten die nodig waren voor de harmonie tussen hemel en aarde. De stad is omringd door een hoge muur met vier poorten: de noordelijke Poort van de Vrede, de oostelijke Poort van de Menselijkheid, de de westelijke Poort van de Deugd en de zuidelijke Poort van het Middaguur. Deze laatste, gebouwd in 1833, is de hoofdingang en ligt recht tegenover de vlaggentoren. Het grote U-vormige bouwwerk heeft vijf toegangen. De ingang in het midden was vroeger gereserveerd voor de keizer, de ingangen links en rechts voor de burgerlijke en militaire mandarijnen. Boven deze poort bevindt zich het Paviljoen van de Vijf Feniksen. Dit roodgelakt, houten paviljoen heeft een dak met geglazuurde pannen in verschillende kleuren: het middengedeelte heeft de keizerlijke kleur geel en het dak boven de vleugels is groen. Het gebouw heeft twee etages. Bij belangrijke gebeurtenissen verscheen de keizer op de eerste verdieping Hij kondigde er het nieuwe maanjaar af en maakte de geslaagden voor nationale examens voor bestuursambtenaar bekend. Op deze plaats overhandigde keizer Bao Dai op 30 augustus 1945 zijn zwaard en zegel aan de voorlopige revolutionaire regering van Ho Chi Minh, wat het einde van het keizerschap betekende. De tweede verdieping was bestemd voor de moeder en de vrouwen van de keizer. Vanaf deze zuidelijke poort leidt een brug over een lotusvijver naar een voorplein met twee terrassen op verschillende niveaus. Op dit Plein van de Grote Ceremoniën, kwamen mandarijnen uit alle delen van het rijk samen om de keizer eer te bewijzen. Mandarijnen met de hoogste rang stonden op het hooggelegen terras en beambten met een lagere status op het laagste terras. De linkerkant van het plein was voor de burgerlijke mandarijnen en de rechterkant voor de militaire ambtsdragers. Het moet een fantastisch schouwspel geweest zijn, al die hoogwaardigheidsbekleders in felgekleurde zijden gewaden (geel voor de keizer, rood of purper voor de mandarijnen in hoogste rang en groen of blauw voor de mandarijnen in lagere rang). Op het plein staan twee stenen griffioenen als voorboden van de vrede. Aan het plein ligt het Paleis van de Opperste Harmonie (Thai-Hoa), in 1805 gebouwd door keizer Gia Long. Het gebouw heeft twee daken met gele tegels en een dakrand met draken. Opvallend in de hal is het woud van tachtig pilaren van ijzerhout, donkerrood gelakt en met goudkleurige drakenmotieven versierd. De voornaamste bezienswaardigheid is de vergulde keizerlijke troon. In het paleis ontving de keizer buitenlandse afgezanten en andere hoge gasten. Een pad links van het paleis leidt naar het Hien-Lampaviljoen (Luisterlijk Paviljoen), gewijd aan hen die het leven gaven voor de stichting van de Ngyuen-dynastie. Het drie verdiepingen tellende paviljoen geeft toegang tot een ommuurde binnenplaats. Op deze binnenplaats staan de negen dynastieke urnen, symbool voor de macht en stabiliteit van de Nguyen-dynastie. Iedere urn stelt een vorst voor. De bronzen urnen (2 meter hoog en een gewicht van 2 ton) vormen een verbluffend staaltje van gietkunst. Op iedere urn staan 17 verschillende afbeeldingen, motieven die variëren van bomen, planten, dieren en landschappen tot hemellichamen, schepen en kanonnen. De mooiste urn in het midden is die van Gia Long, de grondlegger van de dynastie. De tempel tegenover het Hien-Lampaviljoen aan de overkant van het plein werd in 1821 gebouwd ter nagedachtenis van de overleden Nguyen-vorsten. In de tempel staan tien altaren. De zeven met goud afgezette altaren zijn voor de keizers die zich bij de Franse overheersing neerlegden. De overige drie eenvoudige, roodgelakte altaren werden in 1959 toegevoegd. Ze herinneren aan de anti-Franse en opstandige keizers die tijdens de koloniale tijd niet mochten vereerd worden. Achter deze tempel ligt een heiligdom dat in 1804 werd gebouwd ter ere van de ouders van keizer Gia Long. Het werd verwoest in 1947 en werd vier jaar later herbouwd. De Verboden Purperen Stad Achter het Thai-Hoapaleis (Paleis van de Opperste Harmonie) begint de Verboden Purperen Stad. Hier bevonden zich de privé-vertrekken van de keizerlijke familie. De stad is gebouwd in navolging van het hof van de Chinese keizers in Bejing en weerspiegelt het naar binnen gekeerde karakter van de Vietnamese keizers. De enige gewone stervelingen die deze stad mochten betreden waren de eunuch-bedienden. Op het 9 ha grote terrein, omringd door een bakstenen muur met zeven poorten, stonden oorspronkelijk meer dan 100 gebouwen. Het westelijk stadsdeel was gereserveerd voor de harems met de vrouwen en concubines van de keizer. In het oostelijk deel lagen de bibliotheek, het theater en de archieven. Dit deel van de Citadel heeft het zwaarst geleden onder het Tet-offensief en er is nagenoeg niets meer van overgebleven. Een deel van het terrein is nu in gebruik als moestuin. Direct achter het Thai-Hoa-paleis ligt een binnenplaats met twee reusachtige bronzen vazen, gegoten in de 17e E. Aan de oostkant van de Verboden Stad staat de bibliotheek die keizer Minh Mang in 1821 liet bouwen. De vorst kwam hier om te lezen en van zijn rust te genieten. De daken zijn rijk versierd met beelden van draken en mandarijnen. De bibliotheek werd in 1907 door de Fransen in brand gestoken, omdat zij wilden dat alleen Frans of Vietnamees zou gesproken worden (geen Chinees). Ze werd herbouwd in 1947, maar de geschriften waren voor altijd verloren! Voor de bibliotheek ligt een paviljoen naast een fraaie vijver met een miniatuurrotstuin. Dit liefelijk oord was de verblijfplaats van de koningin Moeder en heette ‘le bâtiment de longévité’. Hier hield de koningin haar siësta en luisterde ze, vooral ’s avonds naar muziek of keek ze naar een marionettentheater. We bemerken een stenen muur als afscheiding, een paravent om de boze geesten tegen te houden. Bezoek aan de keizerlijke graven De graven van de keizers van de Nguyen-dynastie liggen verspreid over heuvels ten zuiden van de stad. Elke keizer ontwierp zijn eigen grafmonument en liet dit bouwen op een plaats die met de grootste zorgvuldigheid door waarzeggers was uitgekozen. Vooral van belang daarbij was dat de begraafplaats harmonieus in het landschap paste. Deze graven tonen een duidelijke overeenkomst met de graven van de Chinese Ming-keizers. De tomben lagen in fraaie tuinen met tempels en paviljoens en het geheel dienden al tijdens het leven van de keizer als ontspanningsoord. De grootste en indrukwekkendste van alle keizerlijke grafmonumenten is het graf van Ming Mang, zoon van Gia Long en tweede keizer van de Nguyen-dynastie (1820-1841). Hij heeft het graf zelf ontworpen, maar het werd pas na zijn dood gebouwd. Alle gebouwen liggen in elkaars verlenging. Na de entree komen we op de Erehof, met aan weerskanten stenen beelden van olifanten, paarden, griffioenen en mandarijnen. Ook een beeld van een ‘eenhoorn’, hier een leeuw met drakenkop, symbool van de trouw en toewijding van de mandarijnen tegenover hun keizer. Via een trap met een fraaie leuning bereiken we het paviljoen van de Stèle. De insciptie op deze stèle houdt de herinnering aan keizer Minh Mang hoog. Achter het paviljoen leiden vier terrassen en een poort naar een binnenplaats. Het gebouw tegenover de poort is de tempel van de Oneindige Schoonheid, gewijd aan de keizer en zijn eerste echtgenote. Achter in de tempel staat het altaar met de begrafenistabletten van de keizer en de keizerin. Aan de achterkant van de tempel lopen drie stenen bruggen over het Meer van de Onberispelijke Helderheid. Alleen de keizer mocht de middelste brug betreden. Het paviljoen op de top van een lage heuvel was de plek waar de keizer van het uitzicht en de frisse lucht kwam genieten. Achter het paviljoen leidt een brug over het Meer van de Nieuwe Maan naar de keizerlijke tombe. Het door een muur omringde graf is niet voor publiek toegankelijk. Onze gids vertelt ook nog dat deze keizer 500 concubines had en hij in een periode van grote droogte 200 ervan wandelen stuurde omdat hij dacht dat er een overwicht was van Yin (warmte) . Hij had 74 zonen en 68 dochters. Hij was zeer gezond en krachtig. Hij had dan ook zeer goede dokters die voor hem een soort likeur bereidden (een afrodisiacum). De koning werd begraven met zijn mooiste kleren aan en met heel veel waardevolle voorwerpen. Zijn graf werd door slaven uitgegraven, die daarna gedood werden (meestal misdadigers, die sowieso de doodstraf kregen en dit nu als een hele eer beschouwden om voor de keizer te mogen sterven). Hier wordt niet aan grafschennis gedaan uit eerbied voor de vooroudercultuur. Het is ook zo dat de hele bevolking die hier woont ergens nakomeling zijn van de keizer. Zo ook onze gids, van wie de overgrootvader langs moeders kant de 52ste prins was, een van de 74 zonen van keizer Minh Mang. Nog net voor de avond valt gaan we de tombe van Khai Dinh bezoeken. Hij was de voorlaatste keizer van de Nguyen-dynastie. In tegenstelling tot zijn voorgangers zag hij de Franse overheersing als een voldongen feit. Daarom streefde hij tijdens zijn regering (1916-1925) naar een samengaan van Europese en Vietnamese waarden en normen. Hij was een marionettenkoning onder de Franse koloniale regering. De tombe van Khai Dinh vertoont grote verschillen met de andere grafmonumenten. Het bouwmateriaal bestaat niet uit baksteen maar is van gewapend beton. De stijl is een merkwaardige mengeling van Vietnamese en Europese elementen. De begraafplaats is gebouwd op de helling van een heuvel en harmonieert niet met het omliggende landschap. Drie trappen, gescheiden door leuningen met draken, leiden naar een binnenplaats met twee paviljoens. Van daaruit gaan treden naar de Erehof, met aan weerszijden rijen stenen beelden van paarden, olifanten en mandarijnen. Het achthoekige gebouwtje achter in het midden is het Paviljoen van de Stèle. Op de massief marmeren stèle staat een inscriptie van Bao dai, waarin deze de zegen voor zijn voorgangers afsmeekt. Op het hoogste niveau ligt het Thien-Dinhpaleis. Het bestaat uit drie zalen. De muren en plafonds van de eerste zaal zijn bedekt met mozaïek van stukjes glas en porselein, met als voornaamste motief bloemen uit de vier jaargetijden (abrikozen voor de lente, lotussen voor de zomer, chrysanten voor de herfst en bamboe voor de winter). Op een platform in de tweede zaal, onder een vierkante parasol versierd met keramiek, bevindt zich het vergulde beeld van Khai Dinh. Het beeld is in 1922 in Marseille gegoten en toont de keizer op ware grootte. Diep onder het platform ligt het stoffelijk overschot van de vorst. Dit beeld was een geschenk van de Fransen. Khai Dinh was in 1921 bij de Fransen om geld gaan vragen voor de bouw van zijn graftombe, maar de Franse schatkist was leeg na WO1. Hij heeft dan wel geld gekregen van Cambodja, waarvoor enorme belastingen door de bevolking moesten betaald worden. De derde zaal is voor de verering van Khai Dinh.


Zondag 6 november:   Saigon

Om 8 u 40 is onze vlucht naar Ho Chi Minh-stad. Men zegt nog steeds ‘Saigon’ omdat dit beter uit te spreken valt! De stad telt zeven miljoen inwoners. Dit is de grootste en drukste stad van het land. Hier zijn de snelle veranderingen die de Vietnamese samenleving ondergaat, het best waarneembaar. In de stad heerst een enorme bedrijvigheid. Overal schieten hoge gebouwen uit de grond en in winkels en op markten wordt druk handel gevoerd. Ho Chi Minh-stad, aan de oever van de rivier de Saigon, is het commerciele en industriële hart van het land. Er zijn ijzer-en staalfabrieken, chemische industriën, scheepswerven, papier-en houtverwerkende industrieën en er staat een olieraffinaderij. De stad is het voornaamste concentratiepunt voor buitenlands kapitaal. De architectuur is een mengeling van oud en nieuw. Naast moderne betonnen hoogbouw staan monumentale neoklassieke gebouwen en hotels uit de koloniale tijd. Het verkeer is een heksenketel, vooral tijdens de spitsuren. Een onafzienbare colonne fietsers, motoren en cyclo’s zorgt dan voor grote verkeersopstoppingen. Auto’s zijn nog in de minderheid, maar zijn in opkomst. De stad heeft universiteiten en hogescholen, een conservatorium, een kunstacademie en verscheidene musea. De plek waar Ho Chi Minh-stad is gevestigd maakte ooit deel uit van het Khmer-rijk van Cambodja. In de 11e en 12e E. lag op deze locatie een nederzetting die dienst deed als haven voor het koninkrijk Angkor. Onder de vorsten van de Nguyen-dynastie werd Saigon een belangrijke rivierhaven. In 1778 kreeg de stad een nieuwe impuls toen Chinese kooplui die zich in de delta gevestigd hadden, massaal naar de westkant van Saigon trokken. Zo ontstond Cholon, de Chinese wijk die met Saigon zou uitgroeien tot een dubbelstad. Aan het eind van de 18e E. veroverde Nguyen Ahn, de latere keizer Gia Long Saigon op de Tay-Son rebellen. Hij bracht de stad tot ontwikkeling en maakte er een handelscentrum van. In 1859 namen Franse troepen Saigon in. Drie jaar later riep Frankrijk Saigon uit tot de hoofdstad van Cochin-China. Ze waren van plan van Saigon een moderne metropool te maken. Door de Europese stijl van bouwen en de brede lanen met hoge bomen kreeg de stad het aanzien van een Franse provinciestad. Met de val van Dien Bien Phu in 1954 kwam een einde aan het Franse kolonialisme. Het land werd in tweeën gedeeld, met Saigon als hoofdstad van de Zuidelijke Republiek van Vietnam Tijdens de Vietnamoorlog was Saigon het hoofdkwartier van de Amerikaanse strijdkrachten. Op 30 april 1975 viel Saigon in handen van het Noord-Vietnamese leger. De val luidde een periode van economische malaise in. De omschakeling naar een socialistische planeconomie betekende de doodsteek voor de stad. De actie tegen het kapitalisme leidde in 1979 tot een massale exodus van Vietnamezen van Chinese afkomst. Voor de regering was deze rampzalige economische ontwikkeling reden om het roer om te gooien. Van deze koerswijziging, Doi Moi (zie inleiding, punt 19), heeft Saigon de meeste vruchten geplukt. Behalve toeristen bezoeken zakenlui uit Oost en West de stad om contracten af te sluiten en investeringen te doen. Reclameborden voor de nieuwste elektronische apparaten hebben de plaats ingenomen van revolutionaire slogans. Meisjes en jonge vrouwen hebben het traditionele broekpak, de ao dai, ingeruild voor jeans en minirok en doorkruisen de stad op kleine Honda’s, hét nieuwe statussymbool. Op weg naar ons hotel, rijden we voorbij het Paleis van de hereniging. Dit paleis staat op de plaats van residentie van de vroegere Franse gouverneur-generaal voor Indo-China, in 1868 in gebruik genomen en bekend als het Norodompaleis. In 1954 droegen de Fransen het paleis over aan de regering van Zuid-Vietnam. Het werd omgedoopt tot Hal van de Onafhankelijkheid en kreeg de functie van presidentieel paleis. In 1962 liep het gebouw zware schade op toen een naar de Viet Cong overgelopen piloot van de Zuid-Vietnamese luchtmacht het paleis bombardeerde. De regering liet tussen 1963-1966 op dezelfde plek een compleet nieuw paleis bouwen. In de vroege ochtend van 30 april 1975 ramde een tank van het Noord-Vietnamese leger de gietijzeren hoofdpoort, waarna een soldaat het gebouw binnenging en de op het balkon van de vierde verdieping de Viet Congvlag ontvouwde. We bezoeken het Bao Tang Museum. Dit gebouw werd opgetrokken in 1929 in Franse stijl als ‘Musée Blanchard de la Brosse’ en in 1956 omgedoopt tot Nationaal museum van Saigon. Hier zien we Vietnamese kunst: wijnkruiken van de minderheden, keramiek van de 11e tot de 19e E., mooi inlegwerk, vazen en kandelaars, houten beelden uit de 4e tot de 6e E. Ook moderne schilderijen. Hierna bezoeken we nog een lakwerkatelier, bekend voor zijn bijzondere kwaliteit. En vandaar nog naar een Chinese tempel, de Thien-Haupagode. De pagode dateert uit de eerste helft van de 19e E. gebouwd door de Kantonese gemeenschap van Cholon. Het goed onderhouden heiligdom is opgedragen aan Thien Hau, ‘la dame Céleste’, de taoïstische godin van de zee en de beschermheilige van vissers en zeevarenden. (zie de Chinese tempel in Hoi An) Toegangspoort en binnenplaatsen zijn aan de bovenzijde versierd met veelkleurige keramische beelden, die de geschiedenis van China verhalen uit de 3e, 2e en 1e E. voor Chr. De Chinezen zijn vanuit vijf streken naar Zuid-Vietnam geëmigreerd (o.a. vanuit Kanton) en iedere groep vertegenwoordigde hier een andere handelsactiviteit, zoals Kanton voor specerijen. Anderen voor de productie van rijst en leder, nog anderen voor de export en import van goederen en nog anderen voor de winkels van voedingswaren. Direct na de toegangspoort staan verbrandingsovens voor het offeren van papiergeld voor de overledenen. De wierookspiralen die aan het dak hangen, kunnen maximaal een maand lang onafgebroken branden. Boven de binnenkant van de toegangspoort is een afbeelding te zien van Thien Hau die zeelieden in nood beschermt. Achter in de tempel zijn nissen met beelden van de godin. Een uitzonderlijke ervaring is het bezoek aan de Binh-Taymarkt, het grootste marktcomplex van Cholon. Een arme Chinees die rijk geworden is door het verzamelen van flessen met het doel ze te recycleren, kocht in 1928 het terrein waar nu deze markt is. De markt bestaat uit een gigantische overdekte hal met tal van winkeltjes en kraampjes, gegroepeerd rond een binnenplaats; De markt is ingedeeld in afdelingen met eigen specialiteiten. Er zijn onder andere afdelingen met geconfijte vruchten en noten, wierookstokjes, gedroogde paddestoelen, keukengerei, stoffen, kleding, cake en snoep. Deze markt omvat naast detailhandel ook groothandel en maakt een heel bedrijvige indruk. Vooraleer naar het hotel terug te keren, maken we nog een wandeling naar de kathedraal Notre Dame. De uit rode baksteen opgetrokken kathedraal ligt ten noorden van Hôtel de Ville. Volgens de gevelsteen dateert dit neo-romaanse bouwwerk uit 1880. Aan weerszijden van de hoofdingang verrijzen 40 m hoge, vierkante torens, met ijzeren spitsen. Op een pleintje met bankjes voor de ingang, staat een beeld van de Heilige Maagd. Hier staat opvallend veel volk naar de Onze Lieve Vrouw te kijken! In de krant lazen we namelijk dat op maandag 31 oktober 2005 in Ho Chi Minh-City 73 personen opgepakt werden omwille van het verkopen van foto’s van de ‘wenende’ Maagd Maria. De verkoop van deze foto’s had grote verkeersopstoppingen teweeg gebracht en samenscholingen waarbij allerlei voorwerpen, zoals halssnoeren en gsm’s werden gestolen. De 73 verkopers werden veroordeeld tot het betalen van een boete tussen de 1,5 en 5 miljoen dongs (aldus ‘Le Courrier du Vietnam van woensdag 2 november 2005) Naast de kathedraal staat het imposante hoofdpostkantoor. Het werd tussen 1886 en 1891 gebouwd en is een goed voorbeeld van de Franse bouwstijl rond de eeuwwisseling. Binnen valt het dak van staal en glas op, in de vorm van een halve cilinder. Tegen de achterwand is een groot portret van Ho Chi Minh aangebracht. ’s Avonds maken we een bootcruise op de Saigon rivier met avondmaal aan boord.


Maandag 7 november:   Cu Chi

Vandaag bezoeken we de oorlogssite met de tunnels van Cu Chi, op ongeveer 35 km ten noordwesten van Ho Chi Minh-stad. Dit is een gigantisch ondergronds tunnelcomplex dat tijdens de Vietnamoorlog diende als schuilplaats voor de Viet Cong. De eerste tunnels werden hier aan het eind van de jaren veertig door de Viet Minh gegraven en in de strijd tegen de Fransen gebruikt. De Viet Cong breidde het tunnelstelsel uit tot een netwerk van 250 km. Er verrees een complete ondergrondse stad, met woon- en slaapvertrekken, opslagplaatsen, commandoposten, keukens en operatiekamers. Er waren drie niveaus. De vertrekken op het hoogste niveau waren door lagergelegen tunnels met elkaar verbonden. Het laagste niveau diende vooral als vluchtroute en had een uitgang naar de rivier. Het district Cu Chi was van grote strategische waarde. Van hieruit infiltreerden commando-eenheden van de Viet Cong in Saigon om er sabotage te plegen. Om daaraan een einde te maken, besloten de Amerikanen om een militaire basis in het gebied te vestigen. Zonder het te weten bouwden ze de basis voor de 25e infanteriedivisie boven het tunnelcomplex en gaven ze de Viet Cong de gelegenheid om ’s nachts verrassingsaanvallen op het kamp uit te voeren. Nadat de Amerikanen de tunnels ontdekt hadden begonnen ze een tegenoffensief. Het gebied werd bestookt met ontbladeringsmiddelen, napalm en bommen. Cu Chi werd de zwaarst gebombardeerde streek van Vietnam. Slechts 40 % van de Vietcong overleefde de bombardementen. In het bezoekerscentrum krijgen we uitleg over het tunnelcomplex aan de hand van een overzichtskaart. Er zijn foto’s, wapens, graafwerktuigen en mijnen te zien. Authentieke filmopnames tonen het leven onder de grond. Tijdens een rondgang op het terrein blijkt hoe goed de ingangen van de tunnels gecamoufleerd zijn. Pas nadat de gids wat zand en bladeren verwijderd heeft, wordt een luik zichtbaar, de grootte van een vierkante tegel, waarin hij in een mum van tijd verdwijnt.
dsc02784
We mogen zelf ook es in een tunnel afdalen, die weliswaar aan de grootte van de toerist is aangepast. Het is een enge ervaring; we kruipen op handen en voeten door de bloedhete en benauwde gangen en sommigen onder ons geraken er haast niet door! Verder op het terrein zijn een operatieruimte, een voorraadkamer, een commandopost en een Dien Bien Phu-keuken nagebootst. Het unieke van deze keuken was dat de rook via een ingenieus systeem naar een plek honderden meters verderop werd afgevoerd. Andere herinneringen aan de oorlog zijn booby-traps, zoals een klaprooster met scherpe bamboesperen en een buitgemaakte Amerikaanse tank. Na dit beklemmend bezoek krijgen we een kopje thee en hapjes van maniok met gezouten en geplette pindanootjes. Hier maken we kennis met drie oude Viet Congs die de gruwel van de oorlog overleefd hebben. Ze willen wel graag op de foto staan! Van hieruit rijden we naar Tay Ninh, de hoofdstad van de gelijknamige provincie op 96 km ten noordwesten van Ho Chi Minh-stad. Deze provincie aan de grens met Cambodja was tijdens de eerste Indo-Chinese oorlog (zie inleiding, nummer 9) een belangrijke antikoloniale verzetshaard. Het stadje is sinds 1927 vestigingsplaats van de Heilige Stoel van het caodaïsme, een godsdienst die alleen in Vietnam voorkomt. We bezoeken de Grote Tempel van de Cao Dai, een van de meest bizarre gebedshuizen ter wereld. De architectuur houdt het midden tussen een Europese kerk, een Chinese tempel, een Vietnamese pagode en een moskee. Voor de tempel ligt een grote open vlakte. Het geel gepleisterde gebouw heeft twee vierkante torens en aan de lange zijden een zuilengalerij. Boven de hoofdingang prijkt het alziend oog, het symbool voor god en het caodaïsme. Bij het betreden van de tempel laten we onze schoenen achter. In het voorportaal is een muurschildering te zien met daarop de Franse schrijver Victor Hugo die het motto van de Cao Dai opschrijft: Dieu et Humanité, Amour et Justice. Het interieur is nog bonter dan de buitenkant. Twee rijen roze pilaren zijn versierd met groene draken en verdelen de hal in de lengte in drieën. Het blauwe dak met wolken en sterren symboliseert de hemel. De opengewerkte vensters hebben in het midden een driehoek met het alziend oog. Achter in de hal bevinden zich het altaar en de wereldbol, het symbool voor het universum. Een scherm toont de afbeeldingen van de voormannen van de godsdiensten waarop het caodaïsme is gebaseerd: Lao Tse, Confucius, Jezus en Boeddha. Voor de dienst verkleden de priesters zich. De kleur van de kleding vertegenwoordigt een van de drie Chinese religies: geel staat voor boeddhisme, rood voor confucianisme en azuurblauw voor taoïsme. Novicen en leken dragen witte kleding. Aartsbisschop en bisschop dragen een ronde platte hoed, priesters een hoge fez, novicen een mijter en leken een zwart petje. Er zijn dagelijks vier gebedsdiensten, om 6, 12, 18 en 24 uur. Wij volgen die van 12 uur. Als de dienst begint worden de bezoekers naar het balkon op de eerste verdieping geleid. Hier zitten ook de muzikanten. Dan komen de priesters en leken de tempel binnen, de mannen rechts, de vrouwen links. De twee geslachten vertegenwoordigen de tegengestelde principes van yin (vrouwelijk) en yang (mannelijk). De tempelvloer heeft negen niveaus en priesters en aanhang nemen plaats volgens de hiërarchie: de hoogste geestelijken op het hoogste niveau en dichtst bij het altaar en de leken op het laagste niveau bij de ingang. Hierna gaan we lunchen en maken een typische tropische stortvlaag mee, die meteen hele straten onder water zet. Bij de terugkeer houden we nog een fotostop bij een bakstenenfabriek en het valt ons op hoe vrouwen hier het zware werk verrichten, o.a. het stapelen van bakstenen op paletten! We stoppen ook bij een rubberplantage. Nog voor het avondmaal gaan we naar de Ben-Thanhmarkt, in het hart van centraal Saigon. De grotendeels overdekte markt werd in 1914 gebouwd en stond bekend als de Hallen; De markt beslaat een oppervlakte van meer dan 1 ha. Te koop zijn de meest uiteenlopende goederen, variërend van groente en fruit, vlees en vis, tot kleding en schoeisel, lingerie, parfum, huishoudelijke artikelen en elektronica. Hier koopt een van onze medereizigers een Louis Vuittonhandtas aan een zéér schappelijke prijs.


Dinsdag 8 november:   Can Tho

Vandaag staat een uitstap naar de Mekongdelta op het programma. Onderweg nemen we foto’s van een lotuskwekerij en van rijstvelden, waar vrouwen tot aan hun enkels in het water rijst aan het planten zijn. De Mekongdelta is één grote vlakte met rijstvelden. Door het vruchtbare slib van de Mekong kon het gebied uitgroeien tot de graanschuur van het land. Door verbeterde irrigatie, veredeling van de gewassen en vooral door privatisering van de landbouw is de rijstproductie gigantisch toegenomen. Nu is het land zelfs de op een na grootste rijstexporteur van de wereld, na Thailand. Ook andere landbouwproducten gedijen er goed: fruit, maïs, ananas, suikerriet, kokosnoten, sojabonen, pinda’s en tabak. De delta is een van de dichtst bevolkte streken van het land. De bewoners zijn Vietnamezen, Chinezen, Khmer en Cham. Ze zijn aanhanger van het boeddhisme, het katholiscisme, de islam en het caodaïsme.
100_2786
De boottocht door het landelijk gebied van de Mekongdelta is een van de hoogtepunten van ons bezoek aan het zuiden van Vietnam. De boot gaat eerst door brede en druk bevaren kanalen. Waterwegen zijn in deze streek de belangrijkste verkeersaders. Naast motorboten varen er heel wat roeibootjes. Opvallend is dat de roeiers de roeispanen staande bedienen en de boot als het ware voortduwen. De bootjes vervoeren van alles, van groente en fruit tot zand, meubilair en doodskisten. Na een twintigtal minuten varen, gaan we aan land, waar we genieten van een kopje thee en exotisch fruit: superverse ananas, papaya, drakenfruit, mini-banaantjes, longane (kleine lichi’s), sapotille (met het uitzicht van een peer, maar met een grote noot vanbinnen) en dit onder het gezang (met soort vioolbegeleiding) van enkele plaatselijke schonen. Hier kunnen de stoere binken onder het gezelschap zich laten fotograferen met een pythonslang in hun hals! We stappen een eindje door een tropisch landschap met palmbomen en komen bij een plaats waar cocossnoepjes gemaakt worden. Het is alweer proeven … en kopen! Nog wat verder komen we voorbij een bijenkwekerij, waar men ons thee met honing serveert (gemaakt van de longanebloemen) + het sap van een cumquat (kleine limoentjes) We stappen met z’n tweeën over in kleine bootjes en varen nu door smalle kanaaltjes en een pittoresk tropisch landschap met palmen die tot in het water groeien. Langs de waterkant liggen kleine nederzettingen. De bewoners hebben de oevers met elkaar verbonden door middel van steile apebruggetjes. We stappen terug over in onze grotere boot en voor wie nu nog honger of dorst heeft, is er nog cocosmelk tijdens de terugvaart. Tijdens de lunch in het visrestaurant eten we Olifantenoorvis, die ons door een serveerster in rijstpapier wordt aangeboden, en verse krab en grote scampi’s, … een waar festijn! Als we goed en wel op de bus zitten gaan de hemelsluizen open en komt het water met bakken uit de hemel gevallen. Het blijft regenen tot we in ons hotel aankomen. Ondertussen hebben we een uurlang geduldig aangeschoven om de veerbak te nemen die ons aan de overkant van de rivier brengt om uiteindelijk in Can Tho te geraken, waar we overnachten in het mooie Victoria Can Tho hotel! Diezelfde avond bedanken we Karel en Lutgarde voor de puike organisatie van deze reis.


Woensdag 9 november:   Saigon - Paris - Ieper - Brugge

We vertrekken onder een stralende hemel om met een boot op de Han-rivier de drijvende markt van Cai Rang te bezoeken. Hier heerst een drukke bedrijvigheid van kopen en verkopen. Leuk om zien is dat sommigen een soort vlaggenstok op hun boot plaatsen waarop alle producten die te koop aangeboden worden, zijn voorgesteld! Langs de oever zien we hoe de mensen leven en werken. Na nog een bezoek aan een rijstpellerij, vatten we de terugweg aan. We moeten dit keer niet lang wachten voor we aan de overkant van de rivier geraken. Op de terugkeer nemen we nog een laatste foto van de nieuwe brug over de Thien de My. En vooraleer we het hotel verlaten om de terugweg aan te vatten naar Ho Chi Minh-stad, wordt nog een groepsfoto genomen. We middagmalen opnieuw in het visrestaurant en krijgen voor de laatste keer een uitgebreid aanbod van lekkere hapjes op zijn Vietnamees. Dan gaat het richting Ho Chi Minh-stad, waar we nog een soepje verorberen voor we naar de luchthaven vertrekken. Dit is ook het moment om van onze gids afscheid te nemen. We doen dit onder de vorm van een dankwoordje. Op de volgende bladzijde vindt u deze aangepaste Franse versie van het dankwoord aan Karel en Lutgarde. We eindigen dit verslag met een laatste anekdote. Wanneer we op de bus zijn richting Ho Chi Minh-stad, wil een van onze medereizigers zich al op z’n Belgisch kleden in het vooruitzicht van de aankomst in Parijs. Daarvoor komt hij bij het binnenrijden van de stad heel voorzichtig naar achter gekropen in de bus om zich discreet om te kleden. De lange broek aantrekken is geen probleem, maar het hemd aandoen draait heel verkeerd uit! Onze vriend slaagt er in het kledingstuk zo over het hoofd te trekken dat de knopen achteraan komen te zitten. Als hij zich eenmaal bewust is van deze toestand, breekt het zweet hem langs alle kanten uit en geraakt hij verstrikt in het ding dat hij niet meer terug over zijn hoofd krijgt. Ondertussen hebben alle medereizigers het euvel in de gaten gekregen en beginnen hardop te lachen. En … wat in alle discretie moest gebeuren, wordt een publieke vertoning!


Met dank aan Josianne, en Valère





Laatst bijgewerkt door: filip op dinsdag, december 21, 2004 - 20:52 - reageer

Schrijf een bericht in het gastenboek.

Bekijk hier mijn gastenboek.