CHINA - TIBET (Xi Zang)

Sluit dit venster


28 april tot 11 mei 2013

FRANK DEVOS REIZEN
o.l.v. Karel en Lutgarde Demuynck - Roose



Tibet is een land van mystieke kloosters, oprijzende bergen en een hartverwarmende bevolking.
Ondanks de druk die China op het land uitoefenen, houden de Tibetanen trots vast aan hun tradities en culturele identiteit. Pelgrims trekken nog elke dag naar de Barkhor in Lhasa om hun toewijding aan de Dalai Lama te bewijzen. De sfeer van de tempels, met het geluid van zingende monniken, laten u op een intieme manier kennis maken met het boeddhistische Tibet. De mooie weg naar Kathmandu leidt langs ijsblauwe meren, jaks hoedende nomaden, gletsjers en besneeuwde toppen. Een kleine uitstap brengt u bij de voet van de Qomolangma, zoals de Tibetanen de Mount Everest noemen. Wat voor ervaring u ook zoekt, er zijn onmetelijke wonderen te ontdekken in 'het dak van de wereld' Tibet.




Kerngegevens


Tibet is als het Tibet Autonomous Region (T.A.R.) onderdeel van China. Hoewel Tibet dus een iets andere status heeft dan andere Chinese provincies valt het onder het gezag van de Chinese overheid.
Het Tibet AR is kleiner dan wat we zouden kunnen omschrijven als het Tibetaanse cultuurgebied. Dat strekt zich ook uit tot het noorden van de provincie Yunnan, het westen van Sichuan en het zuiden van Qinghai. Ook gebieden buiten China, zoals Bhutan, Sikkim, delen van Nepal en Ladakh (India) kunnen ertoe worden gerekend.

Geschiedenis


De autonome regio Tibet werd pas in 1950 door de Chinezen ingelijfd en was voordien altijd een zelfstandig land. De Tibetaanse geschiedenis begint in de 2de eeuw voor Christus, na de stichting van de Yarlung-dynastie in Centraal Tibet. Er was toen nog geen sprake van een eenheidsstaat want lange tijd werd Tibet bewoond door nomadenstammen. In de 7de eeuw werden deze door koning Songsten Gampo verenigd tot een politieke eenheid. Deze koning huwde twee prinsessen: één uit Nepal en één uit China. China's claim op Tibet wordt onder andere op dit huwelijk teruggevoerd.
Het boeddhisme kreeg in de 10de eeuw vaste voet aan de grond, waarna het land traditioneel geregeerd werd door de Dalai Lama, een priesterkoning. De Dalai Lama werd zowel religieus als politiek leider, waardoor Tibet een theocratische staatsvorm kreeg, gebaseerd op opvolging door reïncarnatie. De Tibetanen beschouwen de Dalai Lama als onsterfelijk. Wanneer hij dood gaat, verhuist zijn ziel naar een ander lichaam. Dat gebeurt altijd in het lichaam van een kind. Dit verhuizen wordt "reïncarnatie" genoemd.
De Dalai Lama gelooft in het boeddhisme, een geloof dat het doden van elk leven, hoe klein ook, verbiedt. Ook het kleinste diertje mag niet platgetrapt worden, wat een hele mooie levenshouding is, maar voor soldaten niet zo geschikt. Dat bleek, toen het oppermachtige Chinese leger Tibet binnenviel en het land snel een legertje moest vormen. De 8.000 mannen die wilden vechten waren voor de Chinezen totaal geen partij. Voor de Dalai Lama zat er toen niets anders op dan te vluchten naar Dharsamsala, een klein bergdorpje in India.
Voordat Tibet door China werd ingepikt, bezat het land meer dan 6.000 kloosters. Het grootste klooster, met meer dan 10.000 monniken, was Drepung, even buiten Lhasa. Na de Chinese inval in 1950 werd het enorme klooster, net als 6.000 andere, met de grond gelijk gemaakt. De Chinezen vonden dat de Tibetanen veel te veel tijd besteedden aan bidden en niet genoeg werkten om Tibet rijk en welvarend te maken. Tegenwoordig is een klein deel van het Drepung klooster herbouwd en er wonen nu nog 700 monniken, want meer mogen er van de Chinezen niet in.
Na de Tibetaanse opstand in 1959 week de huidige Dalai Lama uit naar India en hij reist nu de wereld rond om de Tibetaanse zaak te bepleiten. Behalve in Tibet, is het boeddhisme in heel China het belangrijkste geloof. Het Tibetaanse boeddhisme, ook wel Lamaïsme genoemd, is echter een aparte variant en kent nog veel elementen uit het zeer oude Bön-geloof dat hier beleden werd.
Tussen 1966 en 1976 woedde de Culturele Revolutie, die in Tibet een nog veel destructievere uitwerking had dan in de rest van China. Duizenden Tibetanen werden vernederd, mishandeld, gevangen genomen en geëxecuteerd. Na 1979 volgde een meer liberaal beleid in Tibet en de ergste excessen werden teruggedraaid en kwam er meer ruimte voor religieuze vrijheid.

Geografie

Tibet is een geografisch gebied en een voormalige zelfstandige staat op het Tibetaans Hoogland. Het heeft historisch een eigen volk, cultuur, taal en twee religies: de bön en het Tibetaans boeddhisme. Sinds de invasie van Tibet van 1950-51 behoort het tot de Volksrepubliek China en is het staatkundig verdeeld over een aantal Chinese provincies, waaronder de gehele Tibetaanse Autonome Regio en delen van Sichuan en Qinghai. Cultureel worden ook Ladakh en Sikkim in India, Bhutan en sommige delen van Nepal tot Tibet gerekend.
De Tibetaanse Autonome Regio grenst in het zuiden en westen aan Nepal, Bhutan, Myanmar en de Indiase deelstaten Jammu en Kasjmir en Himachal Pradesh, Sikkim, Arunachal Pradesh. Van noord naar oost grenst het aan de provincies Sinkiang (Turkestan), Gansu, Sichuan en Yunnan.
De hoogste bergen van de wereld, waaronder de 8.848 meter hoge Mount Everest (Chomolungma), liggen in Tibet, dat op een plateau ligt met een gemiddelde hoogte van 4.200 meter.
Het land wordt hierom ook wel het dak van de wereld genoemd.
Volgens geologische begrippen is het ontstaan van dit plateau vrij recent, de bergen ontstonden minder dan vier miljard jaar geleden, waardoor ze tot de jongste ter wereld behoren.
Tibet staat bekend als een van de hoogste en meest geïsoleerde landen ter wereld.
Een groot aantal van de belangrijke rivieren van Azië ontspringt in Tibet (Mekong, Yangtze, Salween, Brahmaputra en de Gele rivier).
Er worden veel grondstoffen aangetroffen, o.a. borax, uranium, ijzer en goud en de winning van deze grondstoffen levert milieuproblemen op.

Bevolking



Volgens de Chinese census van 1996 leefden in de Tibetaanse Autonome Regio 2,44 miljoen Tibetanen. Waarschijnlijk leven er inmiddels ook zo'n 2 miljoen etnische Han-Chinezen in T.A.R., waarbij nog zo'n 200.000 Chinese soldaten moeten worden opgeteld. In de Chinese provincies Qinghai, Sichuan en Yunnan leven waarschijnlijk meer dan 5 miljoen Tibetanen. Buiten de Volksrepubliek China leven naar schatting 120.000 Tibetanen die verspreid zijn over de wereld.
In oostelijk Tibet (Kham) behoren veel inwoners tot de Khampa's, die nauw verwant zijn aan Tibetanen. Andere minderheden zijn Lhoba en Monpa in het zuidoosten en de Hui moslims, die in de loop der tijd zich als handelaren in Tibet vestigden, net als ze in China deden. Tibetanen zijn ook nauw verwant aan de Qiang in Sichuan, de Ladakhi's uit India en de Sherpa's uit Nepal.
De fysieke gesteldheid van Tibetanen is aangepast aan het leven op grote hoogten, waar zij geen problemen van ondervinden. Niet-Tibetanen daarentegen hebben vaak moeite met de grote hoogte van Tibet. De meeste Tibetanen wonen in dorpen, waardoor er maar weinige grotere steden zijn met een Tibetaanse meerderheid.
De gemiddelde levensverwachting van de Tibetaan is, door de verbeterde leefomstandigheden en medische zorg, gestegen naar 68 jaar. Het aantal analfabeten neemt af en is teruggebracht naar 850.700. De Tibetanen leven onder andere van de landbouw, ze verbouwen gerst, graan, rijst, maïs. De meeste van hen leven in kleine dorpjes. Een ander deel van de bevolking leidt een nomadisch bestaan en leeft van het hoeden van yaks en schapen. In de steden leven de meeste mensen van handwerk en ambachten.
Boeren.
Boeren vinden we voornamelijk in vruchtbare valleien van Zuid- en Zuidoost-Tibet, maar ook op de hoogvlakten zoals rond Gyangze. Verbouwd worden voornamelijk gerst, erwten, knolraap, radijs, mosterd en in de lagere gebieden tarwe, haver en hier en daar aardappels. Het land wordt van oudsher met eenvoudige middelen, als de hak en een houten ploeg, bewerkt. In klimatologisch zeer gunstig gelegen valleien in Zuidoost-Tibet worden behalve granen ook diverse fruitsoorten gekweekt.
Gewoonlijk combineren de boeren akkerbouw met veeteelt. Ze houden koeien en kruisingen tussen stieren en vrouwelijke yaks (dri), waarvan de vrouwelijke exemplaren (dzomo) zeer goed melkvee zijn en de mannelijke exemplaren (dzo) goede diensten bewijzen voor de ploeg. Algemeen zijn verder schapen, geiten, ezels, muilezels, paarden, kippen en katten.
De boerenwoning is gewoonlijk twee, soms drie verdiepingen hoog en opgetrokken uit steen of zongedroogde kleiblokken. De begane grond doet dienst als stal voor het vee en als opslagruimte voor goederen en graan, evenals de eventuele tussenverdieping. De woonvertrekken zijn altijd op de bovenste verdieping. Vele huizen hebben een ommuurde binnenplaats en zijn gebouwd op het zuiden om optimaal van de zonnewarmte te kunnen profiteren. De platte daken worden ook wel gebruikt voor de opslag van brandhout.
Nomaden
Op de hoogvlakten van Noordoost- en Centraal-Tibet, tussen 2900-5000 meter leven sinds mensenheugenis de nomaden met hun kudden yaks, schapen, paarden en geiten. Zij wonen in vierkante yak-haren tenten en trekken met hun kudden van weidegrond naar weidegrond. In het voorjaar betekent dit elke 9-10 dagen verkassen, want het schaarse jonge voorjaarsgras is snel op. Tegen het einde van de zomer kan dikwijls een maand op een plek gebivakeerd worden. In de wintermaanden zoekt men lagergelegen gebieden op.
De gemiddelde nomadenfamilie bestaat uit 5-6 personen en bewoont een of twee tenten van zo'n 12 m². De tent wordt warm gehouden met gedroogde yakmest als brandstof. Het wassen van kleding en lichaam is er maar zelden bij. Om de huid te verzorgen wordt deze regelmatig ingesmeerd met yakboter; een gebruik dat ons op niet erg hygienisch overkomt, maar wel helpt tegen de kou. Vanwege hun mobiele bestaan zijn de bezittingen veelal beperkt tot enkele houten kisten, waarin granen, thee,suiker e.d. bewaard worden, een aantal yakhuiden zakken met kleding, een boeddhistisch altaar en keukengerei. Rijkdom laat zich vooral aflezen aan de sieraden van de vrouwen, die ook nu nog veelvuldig gedragen worden.
De officiële taal is Chinees (Mandarijn), maar de meeste Tibetanen spreken echter Tibetaans.

Politiek


Het onderwerp politiek ligt gevoelig. Tibet is een onlosmakelijk deel van China, zo vinden de Chinezen. Dat is al zo sinds eeuwen, en is de periode 1912-50, toen Tibet feitelijk zelfstandig was, niet meer dan een intermezzo in een tijd waarij heel China verdeeld was. Sinds 1950 is Tibet weer deel van het 'moederland'. De Tibetanen beschouwen de verovering van Tibet in 1950 als een annexatie. De internationale gemeenschap heeft enerzijds altijd erkend dat Tibet deel van China is, en anderzijds was en is er in veel delen van de wereld sympathie voor het Tibetaanse streven naar tenminste meer autonomie.
De centrale figuur is de Dalai Lama. Hij vluchtte in 1959 naar India, maar geldt nog algemeen als dé leider van Tibet. Sinds de jaren '80 zijn er af en toe besprekingen geweest tussen vertegenwoordigers van de Dalai Lama en China over een eventuele terugkeer. Maar die zijn steeds op niets uitgelopen, o.a. vanwege de enge Chinese interpretatie van geestelijk leiderschap en de Tibetaanse tradities waarbij de Dalai Lama zowel geestelijk als wereldlijk leider is en dat laatste is natuurlijk voor China inacceptabel. Dat is een van de redenen dat het streng verboden is om foto's of video's van de Dalai Lama in Tibet te verspreiden.
In Tibet is sprake van een openlijker afkeer tussen bevolkingsgroepen: de Tibetanen beschouwen de Han-Chinezen veelal als bezetters, en erkennen de Dalai Lama als hun enige legitieme religieus en wereldlijk leider. Tegelijk is voor veel Han-Chinezen wonen en werken in Tibet geen vrije keuze.
Deze omstandigheden en de persoonlijke achtergronden en ervaringen van individuele Chinezen en Tibetanen die u onderweg ontmoet, verklaren hun terughoudendheid om politiek te bespreken. Als het initiatief van uw gesprekspartner komt, zult u echter merken dat er soms opvallend openhartig over politiek wordt gesproken.


Cultuur


Geestelijk leven


In Tibet wordt door het grootste deel van de bevolking de lokale stroming van het boeddhisme aangehangen: het Tibetaans boeddhisme (ook wel Lamaïsme genoemd).
Ook de oorspronkelijke religie van Tibet, het Bön, heeft nog steeds aanhangers. Sinds de bezetting van Tibet door China is het boeddhisme onderdrukt en zijn vele monniken ofwel gedood, gemarteld of gevlucht.

Tibetaans Boeddhisme :
Het Boeddhisme vindt zijn oorsprong in de leer van Siddhartha Gautama, die rond 553 v. Chr. werd geboren in Lumbini, een dorp in de Nepalese Terai, 250 km ten zuidwesten van Kathmandu. Toen hij 29 jaar was verliet Gautama zijn huis en gezin en mediteerde zes jaar, tot hij uiteindelijk tot het ware inzicht kwam. Vanaf dat moment stond hij bekend als de Boeddha, de Verlichte, en wijdde hij de rest van zijn leven aan het prediken van zijn leer. Hij nam het basisconcept van het hindoeïsme over, maar gaf hieraan een andere interpretatie: hij wilde de betrokkenheid bij de ethiek van het godsdienstige leven in ere herstellen, een betrokkenheid die was verstikt in talloze rituele details en verering van uiterlijkheden. Gautama verkondigde de vier edele waarheden: alle bestaan is lijden; begeerte eindigt in nirvana; nirvana, de verlossing die voortkomt uit de vernietiging van alle begeerte en het opgaan in de volledige rust, kan worden bereikt via het achtvoudige pad. (met andere woorden: de waarheid van het lijden; die van de oorsprong van het lijden; die van de vernietiging van het lijden en die van de weg die naar de vernietiging van het lijden leidt. Deze weg is het edele achtvoudige pad: de juiste mening, de juiste gedachte, het juiste woord, de juiste daad, het juiste gedrag, het juiste streven, de juiste bezinning en de juiste meditatie). Dit pad naar het nirvana is een individuele strijd en heeft als resultaat de overgang van het individuele Zelf naar het eeuwige Zelf. Elk mens moet op eigen kracht het nirvana zien te bereiken; priesterlijke rituelen en kastenvoorschriften kunnen daarbij niet helpen. Hoewel het hindoeïsme en het boeddhisme het concept van het opgaan van het individu in de kosmische ruimte als het einde van het bestaan gemeen hebben, verschillen zij voor wat betreft de middelen om dit te bereiken. Boeddhistische gelovigen zijn natuurlijk sterk beïnvloed door hun contacten met Hindoes. Het gevoel van verbondenheid tussen de twee godsdiensten gaat zelfs zover, dat beide geloofsgemeenschappen vaak dezelfde tempels gebruiken en dezelfde goden aanbidden.
Terwijl het tantrisme een geheel eigen weg opging, nam de boeddhistische gemeenschap veel hindoeïstische denkbeelden en goden over. Het boeddhisme deed waarschijnlijk zijn herintrede in Nepal toen keizer Ashoka een deel van het land annexeerde, en het was via Nepal dat het boeddhisme voor het eerst Tibet binnenkwam. De twee belangrijkste stromingen in het boeddhisme zijn het hinayana, dat de vroegste stroming is, en het mahayana, dat zich rond het begin van de christelijke jaartelling ontwikkelde en meer was gebaseerd op het voorbeeld van de boeddha dan op zijn specifieke uitspraken.

Thangka's


Schilderkunst is samen met beeldhouwkunst, het belangrijkste medium om de hoogste Boeddhistische idealen uit de beelden en tot leven te brengen. Beroemd zijn de religieuze Tibetaanse rolschilderijen of thangka's. Deze werden door een kunstenaar in opdracht gemaakt, hetzij voor een monnik (om hem bij zijn meditiatie of rituelen van dienst te zijn), hetzij voor een leek om hem te steunen in moeilijke perioden. Door het laten maken van een thangka verwierf men 'verdienste' (bsod nams).
Thangka's zijn gewoonlijk geschilderd op een ondergrond van canvas of soms zijde, ingelijst in zijde of brokaat, en rechthoekig van vorm. Ze varieren in grootte van boekpagina's tot doeken die hele muren beslaan. Deze laatsten worden ter gelegenheid van grote feesten, bijvoorbeeld Nieuwjaar, opgehangen aan de kloostermuren of over een berghelling uitgerold, zodat het hele volk ze kan aanschouwen.
Centraal in de afbeelding staat meestal een Boeddhistische heilige, omringd door een aantal heiligen lager in rang en soms episodes uit zijn leven of visioenen en allerhande symbolische afbeeldingen als wolken, bloemen en bergen.
Er zijn ook thangka's waarop het 'levenswiel' of een mandala zijn afgebeeld. De mandala wordt gebruikt om de meditatie te ondersteunen. De afbeelding is altijd symmetrisch, gebaseerd op cirkels en vierkanten. Soms heeft het de vorm van een stad met vier poorten - een paleis van kennis - welke mentaal wordt betreden door de mediterende persoon om een mystieke eenheid met de Boeddha te bereiken.

Eten en drinken


De traditionele Tibetaanse keuken bestaat uit 2 dingen, zoute thee met yakboter en tsampa (grof gemalen bloem van gebrande gerst). De zoute thee gemixt met de tsampa maakt een eetbare pasta. Voeg er nog wat gedroogd yakvlees of 'dry cheese' aan toe en je hebt een maaltijd. Tegenwoordig zijn de maaltijden wel gevarieerder, vanwege de introductie van Chinees eten. Er wordt rijst, fruit, sojabonen en lokaal verbouwde groenten gegeten.
Het kraanwater is NIET drinkbaar, maar overal zijn flessen mineraalwater verkrijgbaar.
Zorg vooral in droge, hete gebieden, dat u voldoende vocht binnenkrijgt. Tibetanen drinken zelf liters boterthee; sterke zwarte thee met jakboter en zout. Chinese thee is ook overal verkrijgbaar.
Het Tibetaanse bier wordt Chang genoemd en is vrijwel overal te koop. Een Tibetaanse maaltijd kost ongeveer twintig Yuan, 'westers' eten kan vanaf dertig yuan. Overal in Tibet is noedelsoep en rijst verkrijgbaar, maar buiten Lhasa is groente vaak schaars. Momo's zijn een aanrader, dit zijn gebakken of gestoomde deegballetjes gevuld met groente of vlees (een soort dim sum). Tibetanen eten zelf Tsampa, deeg van geroosterd gerstemeel vermengd met jakboter. Rauwkost en fruit dat al geschild is, is zeker niet veilig, evenals ongekookte melk en ijs. Vlees en vis moeten goed gekookt of doorbakken zijn.
In Tibet zijn er goede restaurants in de betere hotels. Vaak zijn er restaurants met de Tibetaanse en Chinese keuken en een restaurant of coffeeshop met westerse gerechten. In de 3-sterren hotels is vaak maar één restaurant en daar wordt dan vooral de Chinese keuken, aangevuld met enkele Tibetaanse gerechten, geserveerd.
In de hotels is het ontbijt vaak een, al dan niet uitgebreid, buffet. Men probeert meestal een mix te serveren: zowel Chinese/Tibetaanse gerechten, als ook wat brood met jam en ei en een kop oploskoffie voor de westerlingen.
In een stad als Lhasa zijn lokale restaurants te vinden, die soms uitstekend en soms zeer simpel kunnen zijn. Er zijn restaurants waar Tibetaanse specialiteiten worden geserveerd, Chinese restaurants en Nepalese restaurants. In Lhasa is zelfs een restaurant (Dunya) dat gerund wordt door Nederlanders en waar je zowel uitstekende Tibetaanse als internationale gerechten kunt krijgen en waar ze in de bar een heerlijk Nederlands biertje schenken.
In de simpele restaurants moet u er rekening mee houden dat de hygiëne minder kan zijn. Dat is niet altijd zo, er zijn ook simpele restaurants waar het schoon is en waar ze een beperkte kaart hebben, maar wel uitstekend eten serveren.
Buiten Lhasa is het aanbod aan goede restaurants buiten de hotels beperkt.
Vanwege het rauwe klimaat is de Tibetaanse keuken niet zeer gevarieerd en verfijnd. Het voedsel van gewone Tibetanen bestaat vooral uit:


Voor de Tibetanen die zich meer variëteit in hun voedsel kunnen veroorloven zijn gedurende de laatste eeuwen allerlei gerechten uit China in de lokale keuken geintroduceerd. Speciale Tibetaanse gerechten zijn o.a.:


Landbouw, industrie, handel


Tibet bouwt een aangepaste industrie uit, min of meer op wat lokaal beschikbaar of nodig is. Zoals voedingsbedrijven (vlees, graan, melk, boter, bronwater), geneesmiddelen op basis van planten, textiel op basis van yack en schapenwol, energievoorzieningen, constructie.
De landbouw wordt meer en meer gediversifieerd, vooral het aantal grazers probeert men te verlagen om de graslanden te beschermen en om een hoger inkomen voor de landbouwers te genereren. Drie dorpen rond Lhasa werden onlangs omgeschakeld naar varkenskwekerijen. Er was te weinig aanbod van varkensvlees in de hoofdstad en de prijs steeg met 10 % gedurende de eerste helft van 2010. Een andere lokale specialiteit zijn de bloemenserres geworden. Om de stad te versieren, maar ook voor uitvoer naar Nepal bvb.
Tibet exporteerde in 2009 ongeveer voor 300 miljoen euro, vooral naar Zuidoost-Azië. Er is weinig import, wat resulteert in een handelsoverschot van 250 miljoen euro. Dit exportvolume is nog bijna 1500 maal kleiner dan dat van België. Toch is dit voor Tibet driemaal meer dan 10 jaar geleden. De opening van grensposten met India, Nepal en Bhutan brengt die snelle stijging mee. Grenshandel vertegenwoordigt iets meer dan de helft van de totale handel, met vooral Nepal als belangrijkste afnemer. Export zijn hoofdzakelijk producten van de veeteelt, artisanale producten en borax, een natriumzout van boorzuur.

Geldzaken



Het Chinese geld heet Renminbi (RMB, letterlijk vertaald: Volksgeld).
De munteenheid is de Yuan (er zijn briefjes van 100, 50, 20, 10, 5, 2 en 1 Yuan en er is een munt van 1 Yuan). Een Yuan wordt onderverdeeld in 10 jiao. Er zijn munten van 5, 2 en 1 jiao.
Een jiao wordt weer onderverdeeld in 10 fen. Hiervan zijn muntjes van 5, 2 en 1 fen.
Dus: 1 Yuan = 10 jiao = 100 fen.
In de volksmond wordt de Yuan vaak kuai genoemd en de jiao mao.
De waarde van de Yuan: 1 Euro = 8.06 Yuan (maart 2013).

Wisselen kan in Lhasa zelf, alleen bij de Bank of China. Travellercheques zijn niet meer nodig, omdat u op veel plaatsen kunt pinnen. Pinnen kan in Tibet, mits het Maestro logo op de pas vermeld is. Vergeet uw pincode, ook voor uw creditcard, niet!
Op de volgende manier kunt u, wat betalen betreft, heel het land door: Het is handig om wat contante Euro's mee te nemen, daarnaast uw pinpas en een creditcard. Visa en Mastercard zijn de meest gebruikte.
Heel soms heeft men zelfs liever euro′s dan omgewisseld geld. Omdat veel dingen in Tibet schaarser zijn dan in de rest van China zijn de prijzen over het algemeen iets hoger.
Bij alles is het de gewoonte om fors af te dingen.

Lektuur


Heel goed boekje: Een hotel op het dak van de wereld. Door Alec le Sueur. (http://www.bol.com/nl/p/een-hotel-op-het-dak-van-de-wereld/1001004002410644/)

Maar weinig buitenlanders hebben voet gezet op Tibetaanse bodem Alec Le Sueur bracht er vijf uitzonderlijke jaren door toen hij werkte voor een internationale hotelketen. Met de adembenemende schoonheid van de Himalaya op de achtergrond, ontvouwt hij een zowel zeer vermakelijk als verhelderend verhaal. Een vliegenplaag tijdens een staatsbanket, de onverwachte bezorging van levende slangen, de overheersende aanwezigheid van yakvlees op het menu, de verboden Miss Tibet-verkiezing en de dood van een gast zijn slechts enkele van de problemen die Le Sueur als hotelmanager in het'Fawlty Towers'van Llasa tegenkomt. Le Sueur, de enige buitenlander sinds Heinrich Harrer die zoveel tijd in Tibet doorbracht, beschrijft naast zijn dagelijkse belevenissen de culturele achtergrond van Tibet en geeft zo een fascinerend beeld van een land dat vrijwel ondoordringbaar is voor de hedendaagse reiziger








Reisroute



Sinds 2012 geldt de regel dat er alleen maar permits voor Tibet worden uitgegeven als u met minimaal 5 personen, van dezelfde nationaliteit, reist. Vooralsnog gaan we ervan uit dat dit in 2013 ook zo zal zijn.
In 2012 is Tibet bepaalde periodes gesloten geweest. Dat kan in 2013 ook weer gebeuren en soms wordt dat pas op het moment dat het reisverbod ingaat bekendgemaakt.
Bij het reizen door Tibet neemt u het risico dat Tibet door de autoriteiten, soms om niet duidelijke redenen, wordt gesloten en dat u uw reis moet wijzigen en daarvoor kosten maakt of dat er om andere redenen extra kosten zijn door zaken buiten onze macht (bv. wegverstoringen etc.).

Zondag 28 april: Brussel - Doha


Qatar Airways

QR 942 is an international flight departing from Brussels airport, Belgium (BRU) and arriving at Doha airport, Qatar (DOH). The flight distance is 3037 miles, or 4888 km. The timezone of the departure airport is UTC+1 , and the timezone of the arrival airport is UTC+3 . There is a 2 hour time difference between the airports. For direct flights, the flight time varies between 5:30 and 6:30.



Maandag 29 april: Doha - Kathmandu


Qatar Airways

QR 352 is an international flight departing from Doha airport, Qatar (DOH) and arriving at Kathmandu airport, Nepal (KTM). The flight distance is 2089 miles, or 3362 km. The timezone of the departure airport is UTC+3 , and the timezone of the arrival airport is UTC+5.75 . There is a 2.75 hour time difference between the airports. For direct flights, the flight time varies between 4:15 and 4:40.


Transfer naar hotel: Hotel Marshyangdi ***







Regeling Visa voor Tibet.



Dinsdag 30 april: Kathmandu - Lhasa


Vlucht naar Lhasa Gonggar Airport (LXA). Kans om Himalayatoppen te zien !

Lhasa has no international air-connection with any country in the world other than Nepal (Kathmandu). Air China is the only one airline that provides services in between two capital cities. Since, Air China is the only one carrier operating in this sector; it has been applying a complete monopoly system and unfriendly rules and conditions to the passengers. The Carrier's total capacity is only 110 passengers at a time, so it will be always overbooked during the high tourist season, so the booking should be made many months in advance. Also, the remote key is always with Beijing OR with high officials in Lhasa, so any time they may wipeout your bookings and keep their bureaucrats instead. In this situation, we are helpless!

Aankomst Gonggar airport 13:30 plaatslijke tijd
Lhasa Gonggar Airport is located at Gyazuling of the Gonggar County. It is built on the bank of the magnificent Yarlung Tsangpo River (the Brahmaputra River). At an elevation of 3500m above sea level, the airport is one of the highest in the world. Its runway at 4,000 meters with a width of 45 meters, is designed to handle wide-bodied aircraft in the thin Tibetan air. The airport can fully accommodate jumbo jets like Boeing 747 and Airbus 340-300 to take off and land.
Lhasa Gonggar Airport was upgraded in 2001 and started to serve on January 1st, 2004. The newly built apron can park 5 Airbus 340s or 7 Boeing 757s at a time. The terminal area is about 25000 m² and has the facility to check in 1,300 passengers per hour during peak hours. A new runway (4000m*45m) marked 09L-27R has been built and the former runway is used for taxiing purpose.
Pilots landing at Lhasa Gonggar Airport must be specially trained in handling maneuvers at landing at the high altitude of 3,700 meters. Given the frequency of strong air currents picking up in the afternoon most flights into the airport are scheduled in the morning.
(Data source: Wikipedia)

Transfer naar Tsetang (3415 m). Tsetang is een van de meer moderne plaatsen in Tibet. Het is een fijne uitvalsbasis om de mooie omgeving te verkennen. De stad ligt dichtbij de plek waar volgens de legende een aap met een ogre (reusachtig fabel-wezen) paarde waardoor het Tibetaanse volk ontstond. In de omgeving vindt u vele stupa's en tempels die toegewijde Boeddhisten aantrekken. Ten zuiden van de stad ligt het Yumbulagang fort, een elf meter hoge sierlijke toren in het middelpunt van de Yarlung vallei.
Tsetang, the capital of Shannan Province, is located by Yarlung Valley It is regarded as 'the cradle' of Tibetan Civilization where the first farmland, village, palace, temple, and sutra were given birth. In fact, it is also the birthplace of Tibetan Opera. Culturally rich and fascinating, some of Tibet's outstanding monasteries and religious monuments are sited near the Lhasa to Tsedang highway.


HOTEL: Yulong Holiday Hotel ***



Yulong Holiday Hotel is the one which was built as a international three-star hotel, the area is over 10000 square meters, and it is located in the center of Yalong, which is the national class famous touring place, Tsedang town. Only 97 km far form the airport, 160km from Lhasa, and the elevation is 3500m, and with good translation system. It is the best first-stop for the entire guests to enter Tibet.There are luxury suite, standard, single, and comfortable normal rooms, totally over 90 various rooms. And TV, Hi-Fi telephone, mini-bar, conversation room, café, and tea bar included 500 persons are capable to be received in our Chinese, Tibetan, and western style canteens. And we offer best service in any time.


Bezoek Yumbulakang.

Yumbulagang of Yumbu Lhakhang is een antiek fort in het arrondissement Nedong in de Tibetaanse Autonome Regio. Yumbulagang raakte zwaar beschadigd tijdens de Culturele Revolutie en werd gerestaureerd in de jaren '80. Volgens een legende van volgelingen van de bön-religie is Yumbulagang het eerste gebouw van Tibet. Het is gebouwd in de 2e eeuw v.Chr. voor de eerste Tibetaanse koning,Nyatri Tsenpo. Gedurende de regering van de 28e koning, Totori Nyantsen in de 5e eeuw, daalden volgens de legende een gouden stoepa, een juweel en een soetra uit de hemel neer op het dak van het gebouw. Een stem klonk uit de hemel en zei dat er binnen vijf generaties iemand zou komen die de betekenis ervan zou begrijpen. Later werd Yumbulagang een zomerpaleis van de 33e koning Songtsen Gampo. Nadat Songtsen Gampo zijn zetel had verplaatst naar Lhasa, werd het een kapel en onder de regering van de vijfde dalai lama Ngawang Lobsang Gyatso een klooster van de gelug.
Het kasteel is verdeeld in een voor- en achtergedeelte. Het voorste gedeelte is een drie verdiepingen hoog gebouw; het achterste gedeelte heeft een grote kasteeltoren. In het paleis bevinden zich beelden van Thiesung Sangjie Boeddha, Nyatri Tsenpo, Koning Niechi, Songsten Gampo en andere Tubokoningen.

Bezoek Chaduk, een belangrijk klooster.
Achtergrond over kloosters

Het kloosterwezen is essentieel in zowel het mahayana- als het theravada-boeddhisme. Het Tibetaanse kloosterleven verschilt echter in een aantal opzichten van het kloosterleven in andere boeddhistische landen. Het Tibetaanse monastieke systeem ging uit van een ideologie die gericht was op het creëren van een zo groot mogelijk aantal monniken. Aan het eind van de 17e eeuw waren er circa 100.000 monniken in Centraal-Tibet en Kham. Dit aantal was rond 1730 opgelopen tot 320.000.Het totale bevolkingsaantal van Centraal Tibet en Kham gezamenlijk bedroeg omstreeks 1730 2,5 miljoen. Dit was overigens een hoger aantal dan rond 1950, omdat de bevolkingsgroei vanaf de 19e eeuwstagneerde en zelfs terugliep.Dit betekende, dat circa dertien procent van de totale bevolking en iets minder dan een kwart van de totale mannelijke bevolking monnik was. Globaal zijn die percentages tot aan 1959 gelijk gebleven. Het aantal nonnen in Tibet in de eerste helft van de 20e eeuw bedroeg circa drie procent van de totale vrouwelijke bevolking. In bijvoorbeeld Thailand, een ander prominent boeddhistisch land, lag het aantal monniken als deel van de mannelijke bevolking nooit hoger dan twee procent.
De Tibetanen geloofden dat monniken superieur waren aan leken en dat de Tibetaanse staat de geestelijke ontwikkeling van het land moest bevorderen door voor zo veel mogelijk mensen de mogelijkheid te scheppen om monnik te worden. Kloosterleven in historisch Tibet was een massabeweging.

Intrede in klooster

De meeste monniken werden op de leeftijd van tussen 6 en 9 jaar door hun ouders in een klooster geplaatst. Sommige ouders deden dit uit religieuze overwegingen en vanuit de overtuiging dat het zijn van monnik een groot privilege was. Voor andere ouders was het een middel om het aantal te voeden kinderen te verminderen. In een aantal gevallen kon een zoon die monnik geworden was, dan zijn familie ondersteunen met een deel van de bijdrage die hij als monnik van het klooster ontving. Deze monniken leefden thuis bij hun familie en gingen alleen naar het klooster op de momenten dat er geld of producten in natura verdeeld werden.
Soms zonden families een zoon naar een klooster om een belofte aan een godheid/geest uit het Tibetaanse pantheon in te lossen, wanneer de zoon tijdens zijn vroegste jeugd erg ziek was geweest maar toch genezen. In veel gevallen was het zenden van een zoon naar een klooster een taak van een gezin die tot de horigheid in Tibet behoorde.
Het monnik worden was in principe een keus voor het leven, hoewel een monnik wel het recht had erna een andere beslissing te nemen. Niettemin waren er krachtige culturele mechanismen in de samenleving om die keus te verhinderen.
Het monastieke systeem was daarop ook ingericht. Een monnik, hoe eenvoudig en ongeletterd ook, was iemand die prestige genoot; op een ex-monnik werd neergekeken.
Het klooster had geen beperkingen ten aanzien van opleiding of ambities en analfabete monniken, die ook analfabeet wilden blijven waren welkom. Het monastieke systeem stootte alleen monniken uit die een moord hadden begaan of zich schuldig hadden gemaakt aan heteroseksueel geslachtsverkeer.
Er waren geen opleidingseisen, examens, proeven of dergelijke die monniken moesten afleggen om in het klooster te blijven. Monniken die geen interesse of ambitie hadden in studie en/of meditatie waren even welkom als de geleerde monnik.
Het verlaten van het klooster had ernstige economische consequenties. Allereerst hadden ze hun deel van de nalatenschap van de familie verloren als ze het klooster ingingen. Verlieten ze het klooster daarna weer, dan betekende dat voor horigen dat ze terugkeerden naar hun oorspronkelijke status van horige, waardoor ze moesten voldoen aan talloze verplichtingen voor de landheer. Als ze in het klooster bleven werd in ieder geval aan hun basis economische behoeften voldaan, zonder dat ze daar al te hard voor hoefden te werken. Al deze factoren vereenvoudigden de keus voor de meeste monniken om tot het klooster te blijven behoren.
De speciale status van monniken uitte zich ook in het feit, dat de kloosters binnen de Tibetaanse staat gezien werden als semi-autonome eenheden met het exclusieve recht om monniken voor alle misdrijven zelf te straffen, buiten moord en hoogverraad.

Monastiek systeem van de gelug

Het monastieke systeem van de gelugpa ging uit van de overtuiging dat de Tibetaanse staat er in de eerste plaats en vooral was om de religie naar gelugovertuiging te ondersteunen en dat binnen de overwegingen van de Staat de behoeften en belangen van de door de gelug georganiseerde religie absolute prioriteit dienden te hebben.
De monniken gingen ervan uit dat het hele politieke en economische systeem in Tibet vooral bestond om hun doeleinden te bevorderen en dat zij en niet de regering konden beoordelen wat op de korte en midden lange termijn het belang van de religie was. Zij achtten het hun plicht om te interveniëren op ieder moment als de overheid naar hun opvatting niet handelde overeenkomstig het belang van de religie.
Het grootste deel van de aanzienlijke politieke invloed van de kloosters werd uitgeoefend door de kloosters van Sera, Drepung en Ganden, die in de onmiddellijke omgeving van Lhasa liggen Die werden vaak de Drie Zetels van de gelug genoemd, omdat ze optraden als opdrachtgever voor honderden kleinere kloosters in het land. Ze werden gezamenlijk ook wel sendragasum genoemd; een samenvoeging van hun eerste lettergrepen. Het waren alle drie enorme kloosters. De monniken waren globaal verdeeld in twee groepen.


De organisatie binnen een klooster
In de historische literatuur wordt de structuur van deze drie kloosters wel eens vergeleken met die van klassieke Britse universiteiten. Het klooster bestond in wezen uit een aantal hoogst autonome eenheden, de tratsang, te vergelijken met de colleges van Britse universiteiten als Cambridge en Oxford.
Monniken konden alleen tot een klooster behoren als ze onderdeel uitmaakten van een dergelijke tratsang. Er was wel een zeker bestuurscomité voor zaken die het gehele klooster aangingen, maar er was bijvoorbeeld geen abt voor het klooster. Abten waren er alleen voor de afzonderlijke tratsangs. Iedere tratsang had zijn eigen bestuur, administratie en bronnen van inkomsten. Iedere tratsang was verder onderverdeeld in khamtsen, waar de in het klooster residerende monniken verbleven. Ook die hadden weer een eigen bestuur en vaak ook eigen inkomsten.
Iedere potentiële monnik kon verblijven in een van de drie kloosters, maar binnen het klooster diende hij zich in te schrijven bij een specifieke khamtsen. Die keus werd vrijwel altijd bepaald door de regio van afkomst van de monnik. Khamtsen hadden dus een overwegende taalkundige en culturele homogeniteit.
Ieder van de afzonderlijke eenheden -het klooster, de tratsangs en de khamtsen- hadden een belangrijke corporate entity. Ieder had een naam en identiteit die over de eeuwen heen werd doorgegeven; ieder bezat eigendom en ieder had zijn eigen interne organisatie. De loyaliteit van de individuele monniken wortelde vooral op het niveau van de khamtsen en tratsangs. Er was vaak nauwelijks enige verbondenheid tussen monniken van diverse tratsangs binnen hetzelfde klooster.
Toen bijvoorbeeld het Che-Tratsang van Sera in 1947 tegen de regering rebelleerde koos het andere tratsang, Mey, de kant van de regering en kwam de monniken van het Sera-Tratsang niet te hulp. De drie kloosters waren dus in wezen federatieve vormen van sterk autonome tratsangs en khamtsen, die ieder hun eigen belangen en prerogatieven nauwkeurig bewaakten.

Economie van de kloosters

De grote kloosters in Tibet waren in economische zin afhankelijk van opbrengsten uit hun grondbezit, fondsen en legaten, subsidies van de overheid en donaties van gelovigen en pelgrims in Tibet. Sir Charles Alfred Bell die de hoogste Britse diplomaat in Sikkim was en goede toegang had tot de dertiende dalai lama, schrijft dat in 1917 de Tibetaanse staat een inkomsten had van 720.000 pond. De grote kloosters hadden in dat jaar een gezamenlijk (belastingvrij) bedrag aan inkomsten van 800.000 pond. Daarnaast gaf de staat uit haar inkomsten de kloosters nog een additioneel bedrag van 274.000 pond.
Drepung had in de eerste helft van de 20e eeuw 185 landgoederen, 20.000 horigen, 300 weidegronden waar voor het gebruik ervan 15.000 nomaden moesten betalen. De opbrengsten hiervan werden voor een deel aangewend voor het onderhoud en levenswijze van de monniken die daar verbleven. De monniken die geen religieuze studie verrichtten - en dat was de overgrote meerderheid - verdienden slechts een klein salaris in natura, meestal gerst. Maar ook de inkomsten van de monniken die wel studies deden waren meestal onvoldoende om van te leven. Er waren op het niveau van tratsang geen gemeenschappelijke keukens om maaltijden te maken. Monniken dienden voor hun eigen maaltijden te zorgen en die te bereiden. Behalve de monniken uit de aristocratie die vaak eigen onafhankelijke inkomsten hadden, waren de meeste monniken dus gedwongen hun inkomsten aan te vullen.
Alle monniken ontvingen thee en wat voedsel als ze de verschillende gebedsdiensten van het tratsang of khamtsen bijwoonden. Deze gebedsdiensten waren er in de grote kloosters vrijwel dagelijks en werden ofwel betaald door individuele leken en het klooster ofwel uit fondsen, legaten en overheidssubsidies voor de tratsang dan wel khamtsen.
Naast de uitdeling van voedsel aan monniken werd na gebedsdiensten een deel van de giften van gelovigen onder de aanwezige monniken verdeeld. Als een monnik vrijwel alle gebedsdiensten dagelijks bijwoonde, had hij voldoende om te kunnen overleven. Veel monniken werkten daarnaast als bedienden voor tulku's, gefortuneerde andere monniken, voor een shagtsang, het huishouden van de aristocratische monniken.
Monniken die meer gestudeerd hadden konden wat verdienen met het uitvoeren van gebedsdiensten voor lekenfamilies. Vanuit het gezichtspunt van de kloosters werden de opbrengsten van landgoederen, horigen en dergelijke besteed om de cyclus van gebedsdiensten mogelijk te maken, waarvoor aanwezigheid van monniken een vereiste was.
In de concurrentie tussen de verschillende kloosters en tratsangs was er de neiging om steeds meer land en inkomsten te realiseren. Daardoor kwam er ook hevig verzet tegen iedere maatregel van de staat om inkomsten anders te besteden. Het maakte hen ook overtuigd voorstander van een economisch systeem dat op arbeid van horigen was gebaseerd en daarmee ook ultra-conservatief.
In de 20e eeuw zouden dan ook de kloosters het voortouw nemen bij het verzet tegen hervormingen van Tibet.

De kleinste kloosters bestonden uit een enkele kamer die als vergaderruimte, bibliotheek, en altaar dienst deed. De grote kloosters bestonden uit verschillende tempels, meditatiekamers, woonvertrekken voor de abt en de monniken, opslagruimten en bijgebouwen.
De indeling van de grotere kloosters volgde in het algemeen een standaardpatroon, met een Lhakang (een zaal waarin zich de belangrijkste godheid bevindt), een Dukhang (een vergaderruimte voor de monniken), en een Gonkhang (vaak ondergrondse kapel) voor de Yidam en andere beschermheiligen. Deze Gonkhang is gewoonlijk in volledige duisternis gehuld. Monniken proberen zingend vijandige krachten te weren. Op een zwarte achtergrond geschilderde figuren maken alles nog spookachtiger. De Gonkhangs bevatten gewoonlijk beelden van Dharmapala's (vooral Yamanthaka en Mahakala) en Chorten's (stupa's) die de relieken van abten of lama's bevatten.
De grote kloosters beschikken tevens over een bibliotheek (Khanjur Lakhang), een grote keuken, een binnenplaats (omringd door een galerij) voor religieuze dansen, en andere zalen om religieuse objecten, dansmaskers, voedsel en materialen in op te slaan. De kloosters worden vaak omringd door muren. Op het dak staan overwinningsbanieren (Gyaltsan), vaak in de vorm van cylinders van bladgoud gevuld met papieren gebedsstroken. Aan de bovenmuur of op het dak bevindt zich gewoonlijk ook het Wiel van Dharma, geflankeerd door twee herten (de twee toehoorders van de eerste preek van de Boeddha in een hertenpark). Op de buitenmuur treft men vaak de Namchuwangdan aan. Dit is een ingewikkeld monogram van zeven tekens, met daarboven de maan, de zon en de vlam van wijsheid.
De Lhakang en Dukhang hebben gewoonlijk een vestibule met de bewakers van de vier windrichtingen (Lokpala's) en het levenswiel op een van de muren. Een steile trap leidt naar de hoofdtempel. Hier staat in een zaal met pilaren een groot beeld van de belangrijkste godheid (vaak Sakyamuni of Maitreya) recht tegenover de ingang. Deze beelden zijn gewoonlijk van brons of koper. Links en rechts van dit beeld staan Boddhisattva's, heiligen, vroegere abten of schutspatronen. Op het altaar voor de beelden staan in ieder geval een boterlamp en zeven offerkommen: de eerste, tweede en zesde zijn met water gevuld, de derde bevat geurende substanties. Verder bevindt er zich op het altaar een koperen kom met een beetje rijst of gerst (symbool van Sumeru, de kosmische berg) en verschillende beelden (Torma) die van gerstemeel, boter, honing of suiker zijn gemaakt.



Woensdag 1 mei: Tsedang - Lhasa




Rijden van Tsedang naar Lhasa Landschap met golvende duinen en Himalayapieken. Bezoek aan Samye monastery



Samye is recognized as the first monastery of Tibet, the place where monks were trained and ordained for the very first time. It played vital role in advancement of Buddhism in Tibet. It served as a royal temple in the second half of the 8th B.C, when King Trisong Detsen invited to Tibet the Indian Buddhist masters, Guru Rinpoche, Santarakshhita, and Karmalasila as well as Chinese monks from the Tang court.
The main court of Samye is Utse, also known as Tsuglag Khang. The design was a synthesis of Tibetan, Chinese and Indian sensibilities.
Built in the 8th century, Samye Monastery was the first Buddhist monastery to be founded in Tibet. It is also notable as the site of the "Great Debate" (792-794) between the Indian Mahayanists and Chinese Chán (Zen) Buddhists. Samye is famous for its sacred mandala design: the central temple symbolizes the legendary Mount Meru, center of the universe. It is a popular pilgrimage destination for Tibetan Buddhists, some of whom travel on foot for weeks to reach it.
History
Samye Monastery was founded in the 8th century during the reign of King Trisong Detsen with the help of the Indian Buddhist masters Padmasambhava and Shantarakshita, whom the king had invited to Tibet to help spread Buddhism. Padamasambhava is credited with subduing the local spirits and winning them over to Buddhism.
The first Tibetan monks were ordained here after examination, and are referred to as the Seven Examined Men. Over the centuries Samye has been associated with various schools of Tibetan Buddhism.
Padmasambhava's involvement makes Samye important in the Nyingma school, but it was later taken over by the Sakya and Gelugpa schools. Today, Tibetans of all traditions come to worship here.
What to See
A unique monastery and village rolled into one, Samye is a highlight of a visit to Tibet. Situated amidst breathtaking scenery, the journey to Samye is splendid no matter how you arrive.
The layout of the huge monastery complex forms a giant mandala, a representation of the Buddhist universe, and is modeled after the Indian temple of Odantapuri in Bihar.
The complex is surrounded by a strong wall topped by 1008 (108 is a sacred number) tiny chortens and pierced by gates at the four cardinal points.
The main temple in the center represents Mt. Meru, the mythical mountain at the center of the Buddhist universe. The four continents in the ocean around Mt. Meru are represented by the four lingshi temples at the cardinal points, each flanked by two smaller temples (lingtren) to symbolize islands in the ocean.
There are four large chortens at the corners of the main temple in four different colors, and there is a nyima (Sun) temple in the north and a dawa (Moon) temple to the south.
The main temple, or utse, at Samye is a grand six-story building that takes a couple of hours to thoroughly explore. Bring a flashlight to see the murals hidden in the shadows. The first floor is the most impressive of the six, and is dominated by the main assembly hall, with old mandalas on the high ceiling. Flanking the entrance to the main chapel are statues of historical figures associated with Samye's founding: Shantarakshita, Padmasambhava, Trisong Detsen and Songtsen Gampo are among those on the left.
The chapel, Jowo Khang, is accessed through three tall doorways and enshrines a statue of Buddha at the age of 38.
Left of the assembly hall is a small temple, Chenresi Lhakhang, which houses a beautiful statue of Chenresi with a eye carefully painted on the palm of each of his thousand hands. This is perhaps the artistic highlight of Samye.
To the right of the assembly hall is the Gonkhang, a protector chapel, with eerie statues of former Bon demons that were turned into fierce Buddhist protector deities.
The second floor is an open roof area, where monks and locals carry out the craft work for the temple. The third floor contains the Quarters of the Dalai Lama, with a small anteroom, throne room and bedroom.
In the bedroom is a barred, glass-fronted case full of wonderful relics: Padmasambhava's hair and walking stick, a Tara statue that is reputed to speak, and the skull of Shantarakshita.
Naturally, this room is of utmost importance to Tibetan pilgrims so there is often a crush of bodies that makes it difficult to linger very long. The top floors have little to see in themselves, but provide excellent views from their balconies.
The four brightly-colored chortens (black, white, red and green) at the main temple's corners are modern and each one is slightly different. Inside them are stairs and tiny chapels. Most visitors either love them or hate them.
The rest of the buildings are in varying stages of renovation, with some being used as stables and others still showing the effects of the Cultural Revolution. The finest murals are in Mani Lhakhang in the northwest of the complex.
East of the complex, you can climb the sacred Hepo Ri for splendid views. It was here that Padmasambhava is said to have subdue the local spirits and won them over to Buddhism.
Overnachting in Lhasa
HOTEL: New Mandala ***



New Mandala Hotel is a 3 star which is located at the busiest section of Jiangsu road, where travel or shopping is very convenient, it is only 8 minutes walking to Jokhang Temple and 15 minutes to Potala Palace.
Mandala hotel's rooms and suites are incredibly spacious, and the atmosphere of the hotelis very relaxing, the site is in an advantageous position and has good transport facilities, too.
The hotel has a luxury lobby, suite rooms, business center, standard rooms, single rooms and triple rooms, which totaled 79 well-equipped guest rooms, mainly with classical Tibetan decoration style, clean comfortable and well appointed.
At the hotel restaurant, guests can try Tibetan, Chinese cuisines, as well as the western food.



Donderdag 2 mei: Lhasa



Bezoek aan het Potala Paleis.


Situated on the Red Hill of central Lhasa, Potala Palace is the highest ancient palace in the world, reaching 3,767.19m at the topmost point.
Potala named after a holy hill in South India is a Sanskrit word meaning 'Abode of the Avalokitesvara' (Buddha of Mercy). Legend has it that in the 7th century, to greet his bride Princess Wen Cheng of the Tang Dynasty (618B.C. - 907B.C.) of China, the then Tibet King Songtsen Gampo built a 9-storey palace with a thousand rooms up on the Red Hill and named it Potala. Later, with the collapse of the Songtsen Gampo Dynasty, the ancient palace was almost destroyed in wars. What we see at present is the architecture of the Qing Dynasty (1644B.C. - 1911B.C.) and the continuous expanding work outcome since the 17th century.

Major Structures
Potala Palace is composed of 2 parts, the Red Palace as the center and the White Palace as two wings.
The Red Palace or Potrang Marpo is the highest part in the center that is completely devoted to religious study and Buddhist prayer. It was painted to red to represent stateliness and power. It consists of a complicated layout of different halls, chapels and libraries on many levels with an array of smaller galleries and winding passages: The Great West Hall, Dharma Cave, The Saint's Chapel, The Tomb of the Thirteenth Dalai Lama and etc. The 725 sq meters Great West Hall is the largest hall of Potala Palace, with beautiful murals painted on its inner walls. Around the Great West Hall are three chapels, the east chapel, the north chapel as well as the south chapel. The Dharma Cave and the Saint's Chapel are the only two remained constructions of the 7th century with the statues of Songtsen Gampo, Princess Wen Cheng, and Princess Bhrikuti inside.

The White Palace or Potrang Karpo once served as the office building of Tibet local government makes up the living quarters of Dalai Lama. Its wall was painted to white to convey peace and quiet. The Great East Hall on the fourth floor, occupying a space of 717 sq meters, was the site for momentous religious and political events. The fifth and sixth floors are used as the living quarters and offices of regents while the seventh floor, the top one, is the living quarters of Dalai Lama consisting of two parts named the East Chamber of Sunshine and the West Chamber of Sunshine due to the plentiful sunshine.

Potala Palace has other annexes including the School of Buddhist Logic, the seminary, the printing House, gardens, courtyards and even the jail. For more than 300 years, It has treasured many culture relics such as murals, stupas, statues, thangkas, and rare sutras.


Travel Tips:


Uitstapje naar het Drepung klooster waar nog 200 monniken leven. Het is het grootste en rijkste van de drie kloosters van de sekte van de Geelmutsen



Situated at the foot of the Mountain Gambo Utse, 5 kilometers from the western suburb of Lhasa, the Drepung Monastery is known as the most important monastery of Gelugpa in Tibetan Buddhism. It is considered one of the 'Three Great Monasteries' (the other two are the Ganden Monastery and the Sera Monastery.

Covering an area of 250,000 square meters , it held 7,700 monks in total and possessed 141 fazendas and 540 pastures in its heyday, and is the largest-scale monastery among the ones of the same kind. Seen from afar, its grand, white construction gives the appearance of a heap of rice. As such, it was given the name 'Drepung', which, in the Tibetan language, means 'Collecting Rice.

History The monastery was established in 1416 by Tsong Khapa's disciple Jamyang Qoigyi, who was versed in both Esoteric and Exotoric Buddhism and became the first Kampo there. With the support of plutocrats, it developed as the richest of its kind of Gelugpa and became the mother temple of Dalai Lamas. In 1546, the third Dalai was welcomed as the first Living Buddha into it. At the invitation of Mongolia's king, he went to Qinghai Province to preach. He was dignified with the title 'the third Dalai Lama' the first and second Dalai were entitled, too. It is the very place that the second, third, and the fourth Dalai Lama held the Sitting-in-Bed Ceremony, as well as the residence of the fifth Dalai before his nomination by the government of the Qing Dynasty (1644 - 1911).

Systems
The organizational hierarchy of the monastery is rather complex. The main branches of the organization consist of Coqen, Zhacang, Kamcun, and Myicun. Coqen is in the highest position, to which Zhacang belongs, and Kamcun is under the jurisdiction of Zhacang, with the Myicun as its subordinate. Monks belonging to respective Zhacangs cannot interblend with each other.
The education system in Zhacangs is set up such that, every year there are eight chances to study the sutra collectively, each time spanning from half a month to a month. Monks are tested before the Kampo in the method of reciting sutras and debating, and based on their performance; receive the degrees of different levels.

Visit
The ground of the monastery is organized on the caves and temples for Jamyang Qoigyi, together with two magnificent white pagodas. The buildings here then are centered on these pagodas, The major buildings are Ganden Potrang, Coqen Hall, the four Zhacangs (or Tantric colleges), and Kamcuns.
The Ganden Potrang, in the southwest corner, was built under the supervision of the second Dalai Lama Gendun Gyaco around the year of 1530. It became the residence of the second, third, fourth, and the fifth Dalai Lamas. After the fifth Dalai Lama moved to the Potala Palace, it was served as the meeting place for the local regime for both politics and religion.

Bezoek aan de Barkhor bazar.
Het Barkhor plein, vlak bij Jokhang, is het Middeleeuwse centrum van de stad Lhasa. Hier lijkt het alsof de tijd lang heeft stilgestaan. Pelgrims uit Tibet, Nepal en India lopen hier biddend hun heilige rondjes.
De levendige Barkhor Bazaar met talloze winkeltjes en marktkraampjes slingert zich door het oude centrum van Lhasa. Rondom de Jokhang en de Barkhor Bazaar lopen Boeddhisten en pelgrims hun heilige rondes (kora). Deze kora's worden altijd met de wijzers van de klok meegelopen en zijn een levendig schouwspel.

In Lhasa is rond de Jokhang de grote Barkhor Bazar. Er staan vele kraampjes met allerlei Tibetaanse artikelen. U moet er wel afdingen, want ze weten ter plekke wel dat buitenlandse toeristen de waarde van de artikelen niet kunnen inschatten. Ook in Xigaze en Gyangtse zijn (kleinere) markten. Verder worden er in de (hotel) winkeltjes ook traditionele artikelen verkocht.

Located in the old area of Lhasa City, Tibet, Barkhor Street is a very ancient round street surrounding the Jokhang Temple. Combining ancient and modern, religious and everyday life in perfect harmony, Barkhor Street is indeed a must-see for all visitors.
For tourists, Barkhor Street is a magical place showing the original outlook of Lhasa. The street was paved by hand-polished stone boards.
Today many pilgrims hold the prayer wheels to walk clockwise there from dawn to dark. Also you can see some pilgrims walking or progressing body-lengths by body-lengths along the street.
Even some of them are teenagers or have experienced thousands of miles' walk to reach this sacred place. The way they express their piety could make you understand the holiness of religion.
Barkhor Street is also a marketplace in which visitors can buy many beautiful souvenirs. Varied shops stand on both sides of the street and thousands of floating stands are on every corner. Most of them offer the prayer wheels, long-sleeve 'chuba' (the Tibetan people's traditional clothes), Tibetan knives and some religious articles for sale.
Furthermore, some shops sell 'Thangka' (the Tibetan scroll painting), which is a unique art of Tibet with the themes of religion, history, literature, science and customs. Surprisingly, there are some articles from India and Nepal in this street as well.



Vrijdag 3 mei: Sera, Jolkhang en Norbulingkha



Net als Drepung behoort Sera tot de geelmutsen sekte (Gelugpa). In het verleden stond het klooster bekend om zijn tantrisch onderwijs. Tegenwoordig worden hier dagelijks debatten gehouden door de aanwezige monniken gehouden. De monniken discussiëren op luide toon met elkaar over Boeddhisme en het geloof. Om hun argumenten kracht bij te zetten klappen ze hard in hun handen en stampen soms op de grond. Vroeger leefden hier net als in Drepung enkele duizenden monniken, inmiddels leven er weer een paar honderd.
Rondom het Sera klooster zijn tevens mooie rotsschilderingen te bewonderen.


Sera Monastery: Sera is one of the Gelugpa's six great monasteries (the other five are Drepung, Ganden, Tashilhunpo, Labrang, and Kumbum). Sera lie at the base of Phurpa Chok Ri, a mountain of the Tatipu Range that defines the northern limit of Lhasa city. It was founded in 1419 by Sakya Yeshe (1355-1435), a principle disciple of Tsong Khapa. The complex today, a veritable monastic city, occupies a site of nearly 12 hectares. It is made up of the Tsokchen Great hall), three tratsangs, and 30 Khangstens. A Khangsten is a residential compound with chapels reserved for monks coming from different areas of Tibet, whereas a Tratsang is a college that offers specialized studies, headed by its own abbot (khempo). It was a vital center for religious activity and Sera boasted over 5,000 monks and novices. It is one the best preserved monasteries in Tibet, its principal buildings were in explicably spared during the Cultural Revolution. Pilgrims follow a well trodden route when they visit the main chapels. The basic clockwise sequence is Sera Me, Ngagpa Tratsang, Sera Je, Hamdong Khangsten, Tsokchen, Tsong Khapa’s hermitage.

Het Sera klooster (Sera Monastery) ligt aan de voet van de Tatipu Heuvel, gelegen in de noordelijke voorstad van Lhasa, Tibet. Het is een van de drie beroemde kloosters in Lhasa, samen met het Drepung klooster en het Ganden klooster. Het Sera klooster is gewijd aan de Gelugpa of Yellow Hat Sekte, een tak van het Tibetaans boeddhisme, opgericht door Tsong Khapa. Jamchen Chojey, een van de Tsong Khapa afgevaardigden bouwde het klooster in 1419 tijdens de Ming-dynastie (1368-1644). Het klooster kreeg de naam Sera, wat betekent wilde roos in de Tibetaanse taal, want de heuvel achter de rug was bedekt met wilde rozen toen het klooster werd gebouwd.
Het klooster is uitzonderlijk mooi en heeft een oppervlakte van 114.946 vierkante meter (28 hektare). De belangrijkste gebouwen zijn de Coqen Hall, Zhacang (college) en Kamcun (slaapzaal). Scripten in goud poeder, mooie beelden, doeken en ongeëvenaarde fresco's zijn te vinden in deze hallen. Kleurrijke debatten over de boeddhistische leerstellingen worden hier gehouden, hierdoor onderscheid dit klooster zich van andere kloosters in Tibet.
De Coqen Hall : die werd gebouwd in 1710 en bestaat uit vier verdiepingen. Deze belangrijkste hal, waar de diverse rituelen worden gehouden, wordt ondersteund door 125 zuilen van verschillende hoogten en beslaat ongeveer 2.000 vierkante meter. Het bestaat uit vijf kapellen.
Zhacang : dat wil zeggen Boeddhistisch College in het Tibetaans, fungeert als arena voor de monniken die de boedhistische klassiekers bestuderen. Er zijn drie Zhacangs in het klooster: ME Zhacang, JE Zhacang en Ngaba Zhacang. De oudste van deze, de ME Zhacang, werd gebouwd in 1419 tijdens de Ming-dynastie en heeft een goed bewaarde fresco. De Ngaba Zhacang is de kleinste en jongste arena waar een van de oprichters van het klooster, Jamchen Chojey, wordt aanbeden.
Kamcun : Kamcuns zijn de slaapzalen, waar de monniken meestal eten en slapen. Het Sera klooster heeft ongeveer drieëndertig Kamcuns. De Kamcuns verschillen in grootte, net als het aantal monniken in elke slaapzaal. Lama's uit dezelfde of aangrenzende gebieden van Tibet bevinden zich in dezelfde Kamcun.

De Jolkhang tempel.



De Jolkhang Tempel is gelegen in het centrum van de oude stad Lhasa, Tibet. Het Johkang klooster is zowat de belangrijkste zetel van het Tibetaans boeddhisme. Het werd voor het eerst gebouwd in 647. De legende verteld dat in 643, de prinses Wencheng Lhasa bereikte. De prinses bracht een levensgroot beeld (het beeld van Skyamuni) met zich mee toen ze 12 was. Men gelooft dat het beeld ingewijd is door Sakyamuni zelf. Er zijn 3 levensgrote beelden van Sakyamuni in de wereld. Het ene is acht jaar oud, het andere twaalf jaar oud en het laatste achttien jaar oud. Oorspronkelijk was het levensgrote beeld van Sakyamuni (leeftijd 16 jaar) afkomstig uit India, maar het zonk in de Indische Oceaan tijdens de religieuze oorlog. Zo is het levensgrote beeld van Sakyamuni (het 12 jaar oude), het meest waardevolle. Songtsen Gampo bouwde het Ramoche klooster voor prinses Wencheng om het standbeeld onder te brengen. Tevens bouwde hij het Johkang klooster voor de Nepalese prinses Khidzun. Wanneer prinses Jicheng het standbeeld van Sakyamuni van het Ramoche klooster naar het Jokhang klooster bracht, werd dit het nieuwe gebedscentrum.
Boven de hoofdingang van de Jokhang staat een gouden wiel met acht spaken, het Dharma Wiel, geflankeerd door twee herten. De spaken van het wiel vertegenwoordigen het achtvoudige pad (naar de Verlichting) en de herten dienen als herinnering aan het feit dat Boeddha zijn eerste preek gaf in een hertenkamp. Vele pelgrims aanbidden dit symbool uitgebreid.De muren van de eerste binnenplaats zijn bekleed met honderden lichten. Deze flikkerende deuropening leidt tot een van Tibet's meest intense religieuze sferen.
De eerste verdieping herbergt een aantal kapellen, elk gewijd aan een andere godheid, monnik of koning. Achter de vele beelden, zijn de wanden van de kapel bedekt met levendige muurschilderingen, als beeltenis van relevante Sutra en historische verhalen. Een omslachtige weg tussen de kapellen leidt u uiteindelijk naar het binnenste heiligdom, dit wordt dagelijks gebruikt voor de eredienst. In het midden, achter de rijen van kussens, staan levensgrote standbeelden van boeddha's en Bodhisattva's.

Norbulingkha, het zomerpaleis van de Dalai Lama.

Norbulingka Palace (Summer palace of Dalai lamas): Norbulingka place known as jewel park is one of the most relaxing part of Lhasa and 40 hectare enclave on the outskirts of town, full of trees, ponds, gardens, palaces, and pavilions. Since the mid of the 18th century it has been official summer residence of Dalai Lama. It has four major complexes; Kelsang, Tsokyil, Takten Migyur, and Chensel. Chensel is the centerpiece of Chensel lingka, the western half of Norbulingka. The palace consists of no less than 400 rooms and chapels. It lies at Lhasa’s west end. Norbulingka was started by the seventh Dalai Lama, Kelsang Gyatso (1708-57). The eighth Dalai Lama, Jampel Gyatso (1758-1804), spent time here in meditation and was responsible for one of the summer palace's rigorous expansion. He built the Chora, the Tsokyil Potrang, the Lukhang Lho, Druzin Potrang, the perimeter walls of the park's southeast section. After the death of 13th Dalai Lama in 1933, the 14th Dalai Lama built his new palace north of the Chensel Potrang and called it Takten Migyur Potrang. The name signifies that Buddhism is eternal and unchanging. This was the last major construction at Norbulingka.

Zaterdag 4 mei: Van Lhasa tot Gyantse





Over de hoge bergpassen Kamba La (4794 m) en Karo La (5010m) rijden we vandaag (280 km) door het indrukwekkende Tibetaanse landschap. De Karo la pas loopt tussen twee bergen door, de Nozing Khang Sa (7223 meter) en de Ralung (6236 meter).
Onder vaak strakblauwe luchten zien we soms grazende yaks met op de achtergrond de besneeuwde bergtoppen en gletsjers van de altijd aanwezige Himalaya.
Vanaf de Kamba La hebben we een werkelijk magnifiek uitzicht op het turquoise gekleurde heilige bergmeer Yamdrok Tso (Tso is Tibetaans voor meer) en de 7250m hoge witte top van de Nazin Kang Sa. Een enorme gletsjer zien we vervolgens op de top van de Karo La.
Op de top van alle passen (= la) wapperen vele honderden gebedsvlaggen uitbundig in de wind.
We lunchen aan het meer.
Rijdend op de Friendship Highway zien we reeds van verre de burcht van Gyantse liggen.
In Gyantse, de op twee na grootste stad van Tibet, zien we nog veel in traditioneel Tibetaanse stijl gebouwde huizen waardoor deze stad haar oorspronkelijke Tibetaanse karakter heeft behouden.
De hoofdstraat van Gyantse leidt naar het Palkhor klooster. De 35m hoge Kumbum stupa is de grootste stupa van Tibet en één van de mooiste bouwwerken. Pelgrims lopen soms eindeloos rondjes om de stupa (kora).

Kamba La Pass, at an altitude of 4,794 metres above sea level, is traditionally the divide between 'front' and 'back' Tibet. At the top there is a splendid panorama with the Yarlung Tsangpo Valley behind (having just climbed from the river) while in front is a superb vista of the stunning scorpion-shaped turquoise lake of Yanzho Yumco. At the pass, you will find the usual prayer flags and ceremonial scarves attached to a pole, yak riding salesmen and a very basic toilet.

The Friendship Road from Lhasa to Gyangtse goes right past the Karo La Pass, and close to the hanging glacier nearby. The pass is at an altitude of 5,010 metres above sea level, and the air is thin here. Move slowly and carefully. There is a lot of commercialism going on here, with hawkers selling souvenirs which include crystals. Warning: they are fake imports from mainland China! Yak rides are available; there are traditionally dressed women and children with cute little lambs and goats who charge to have their photos taken, and some basic toilet facilities.
Bezoek aan Ralung Monastery
Ralung Monastery is located in the Tsang region of western Tibet, south of the Karo La, the region which now is the Gyantse county.
It is known for being the traditional seat of the Drukpa order of Tibetan Buddhism. Tsangpa Gyare founded the monastery in 1180. He was the First Gyalwang Drukpa, a disciple of Drogon Pakmodrupa.
Ralung is one of the most sacred places in Tibet, for it is here that the great Dugpa school of red-hat monks originated, a school still influential with numerous adherents in Southern, Northern, and Eastern Tibet, and in Bhutan, which latter country is, in fact, called Dugpa owing to the preponderance of this sect.
The Ralung-til, the head monastery of the Dugpa, is to the south-east of this village. This monastery owes its name to the fact that it is surrounded by mountains as the heart (mt'il) of a lotus is by the corolla. The monastery is several kilometers south of the road connecting Nakartse and Lungmar. It sit in the immediately north of the Gasa district of Bhutan. In the past, trade could be conducted across the Yak La, passing across the high Himalayas, then extending the influence of Ralung to the south.

Overnachting in hotel: Jiangzang Hotel **

Jian Zhang hotel is located in Gyangze County, opened in 2002 by a local family, undertaking the foreign travelors's meals. Up to now, more than 12,907 travelors enjoyed here, it is one of the populor in Gyangze County and it has clean and comfortable rooms. This hotel provides 4-people room, and you can catch the whole scenery of zongshan town.

Zondag 5 mei: Bezoek aan Gyantse en dan naar Shigatse



Bezoek aan Gyantse,PALKHUR Choide Monastery en Kumbum stupa. Kumbum heeft een grote gouden 35 meter hoge chorten (stoepa). Het woord Kumbum betekent 100.000 beelden in het Tibetaans.

Palkhor Chode Monastery
Palkhor Chode Monastery (The great temple of Gyantse): Palkhor Chode Monastery is one of the cosmopolitan art style monasteries of Gyantse. It was built by Kunsang Phag between 1418 and 1425, and their building outer walls are painted a customary red. Within it are superb works executed during one of the most creative periods of Tibetan art; a time before the Tibetan styles became stereotyped and ubiquitous. The temple also is seminal from historical and icono-graphic points of view. It has two floors, with an additional single chapel superimposed on the second. Its main entrance opens to the south. The assembly hall has 48 columns and contains long row of seats where the monks perform their daily rituals. On the walls, wall painting depicts larger than life deities. On the left side of the hall's entrance, next to the door, Acala with a sword is followed by the paradises of Vairocana, Manjushree (Jampelyang), Avalokiteswara (Chenresi), Sakyamuni, and Ratnasambhava. The style of this wall painting differs somewhat from that of the murals (paintings) in the assembly hall and is similar to most of the painted works in Khumbum.

90 km naar Shigatse.

Shigatse (official spelling: Xigaze) is the second largest city of Tibet with a population of 1 million (approximately). The city is situated 250 km southwest from Lhasa and 95 km northwest from Gyantse. Shigatse, also known as an official throne of Panchen Lamas is situated at the confluence of Bramhaputra River (Yarlung Zangbo: the longest river of Asia) and Nyangchu River. Shigatse situated at an altitude of 3900 meters is the administrative head quarter of Xigatze prefecture of Tibet. Various unknown pilgrimages start from Shigatse. Near Shigatse are the Wuyuk and Tobgyal Valleys, home to highly respected Buddhist and Bonpo institutions.

Bezoek aan Tashilumpo klooster, een belangrijke attractie en een van de grootste nog functionerende kloosters in Tibet.

Tashilhunpo Monastery is the jewel of Shigatse which was founded by Gendun Drup (the very first Dalai Lama) in 1447. Also the Tashilhunpo Monastery is known as the throne of Panchen Lamas. Until the Chinese troops arrived in the 1950s, the Panchen Lama had administrative power in Tibet (Shigatse prefecture). The Tashilhunpo Monastery has a popular Thangka (scroll) display festival that falls in June OR July). The festival lasts for 3 days.

Another highlight of Shigatse is Samdruptse Dzong. This Tibetan castle was built some where in the 15th century. The model of castle looks almost similar to the Potala Palace. Previously, the castle was the Royal Palace of the King of U-Tsang and Shigatse was the capital city.


Hotel: Manasarovar ****

Manasarovar Hotel
Manasarovar Hotel in Shigatse was built in 2001, in Tibetan style. All rooms have air-conditioning, TV and telephone.
The hotel is located in the city center of Shigatse, a convenient location to the ancient local Tibetan village with its trade market and the Tashilumpo monastery. Lobby of the hotel is medium sized with modern decoration.
Hotel restaurant provides you selection of Sichuan, Cantonese and local cuisine. The number of guest rooms is 55, and are large in average with local Tibetan decoration. The rooms include deluxe suites, standard rooms and economy rooms, all of which are well furnished with modern amenities, such as air conditioning, televisions and DDD telephones. Meanwhile, Manasarovar Hotel in Shigatse offers standard onsite amenities for sightseeing, business and recreational facilities. The hotel amenities also include special facilities for disabled guests.
Amenities & Services:
Bar, Restaurant, Café, 24-hour Room Service, Non-smoking Rooms, Business Centre with Internet Access, Fitness Room, Beauty Parlor &hairdresser, Massage, Baby sitting / Child Care, Meeting Rooms, and Phone, fax, photocopy, word-processing services.


Maandag 6 mei Shigatse - Sakya - Shegar



Rijden naar Sakya, bezoek aan Sakya klooster. We vervolgen onze weg over de Friendship Highway door prachtige landschappen. U passeert het kleine dorpje Lhatse, De Tso La pas is 4950 meter hoog en de Gyamtso La pas 5220 meter. In Sakya's grote bibliotheek kunt u het grootste boek ter wereld zien- geschreven in goud. Wanneer u op de open vlaktes arriveert, worden de vele kloosters en nomadische herderskampen zichtbaar, onderweg naar Sakya.

Sakya Monastery
The Sakya Monastery is a place that visitors cannot miss. The monastery lies 130 kilometers (80 miles) southwest of Shigatse. Sakya, meaning "Grey Soil" in Tibetan since the soil around is grey, is the center monastery of Sakyapa sect of Tibetan Buddhism. Its wall was painted with red, white and grey strips, which represent Manjushri, Avalokiteshvara and Vajrapani respectively. Since the monastery has a colossal collection of highly valuable art pieces, it is deemed as "Second Dunhuang". The monastery is divided into the Northern Monastery and the Southern Monastery by Drum River. The Northern monastery was the first one which was founded by Khon Konchog Gyalpo in 1073, from which Sakyapa arose and once ruled Tibet. Unfortunately, it is nothing but ruins now due to severe destruction in the Cultural Revolution (1966-1976), however the ruins reflect its glory and resplendence. The Southern Monastery was built in 1268 by the fifth Sakya Throne Holder, Drogon Chogyal Phakpa, known as Phakpa. Phakpa was the spiritual guide of Kubilai khan, a Mongolian Chinese emperor who granted Phakpa secular and religious authority over Tibet. From him, Sakyapa ruled over 100 years in Tibet.

The Southern Monastery remains in better condition. A typical Mongolian structure, the fortress-like monastery has a moat around and an outer wall and an inner wall, with fortifications and battlements atop, covering a space of 45,000 square meters. It has only one entrance on the east.

Lakhang Chenmo, the Main Changing Hall, is the central structure in the inner courtyard. The hall, 5,700 square meters, has 40 huge pillars, four of which are 1.2 meters (4 feet) in diameter and are said pillars send to the monastery by Chinese Emperor, tiger, Nereus and wild yak respectively. Murals on the wall in the hall depict the stories about the pillars. Except statues of Buddhas, the hall houses the greatest religious library in Tibet, containing tens of thousands of sutras written in Tibetan, Chinese, Mongolian, and Sanskrit and Kanjur and Tanjur written in gold power. In the chapel west of the hall techniques to made mandalas are taught. Ngudung Lakhang, or the North Chapel, houses 11 stupas, wrapped in silver, of former Sakyapa Throne Holders. Pukang, the Manjushri Chapel contains a Jowo Sakyamuni and a Manjushri and other statues.
Sakya has countless murals, mostly of the Yuan dynasty (1271-1368). Among them, murals of mandalas and former Sakya Throne Holders are outstanding. Sakyapa allows marriage and its religious power is descended from paternal uncle to nephew while its political authority from father to son. The treasure trove of Sakya also collects 3,000 pieces of pattra sutras written in Tibetan, Chinese, Mongolian and Sanskrit covering a wide range of knowledge, and other artifacts such as seals, crowns, robes, Buddhist vessels and statues granted by emperors of the Yuan dynasty.

In de avond bereikt u Shegar (ook bekend als New Tingri).

Hotel: Qomo langma (Everest Hotel) **
Hotel Everest
Het Mount Everest Hotel beschikt over standaard kamers en luxe kamers. Op uw kamer krijgt u een kan warm water waarmee u koffie of thee kunt zetten. Er is een restaurant , een bar en een businesscentrum aanwezig. Doordat het hotel in de buurt van de Mount everest en dus op grote hoogte ligt zijn er ook faciliteiten als een kleine zuurstofruimte. De kamers beschikken niet over verwarming. U heeft hier wel een eigen badkamer met douche en wastafel. Indien u het te koud vindt, kan u uiteraard extra dekens krijgen bij het personeel.
.... Geen douche, geen eigen toilet, maar wel veel gezelligheid in de openbare ruimte met het gezellige vuurtje. Het is er errrrrrg koud... als je mazzel hebt kan je een elektrische deken regelen, die heb je echt nodig wil je niet totaal verkleumen. Tip: zet een kan heet water voor de volgende ochtend zodat je lekker water hebt om je gezicht bijv. te wassen. Anders krijg je bevroren water (kan ook lekker zijn). ...

... dixit Nederlandse toeriste op TripAdvisor.

Dinsdag 7 mei Shegar - Rongbuk - Everest Base Camp



Everest Base Camp


Naar Rongbuk en vandaar naar Everest Base Camp
Als snel na vertrek uit Shegar nemen we een afslag en verlaten de Friendship Highway. Na een aantal kilomter bereiken we het Qomolangma Nature Reserve. In dit park ligt de hoogste berg ter wereld, de 8848 meter hoge Mount Everest. De Tibetaanse naam voor de Mount Everest is Qomolangma. De uitzichten van vandaag zijn overweldigend. Als we het treffen zien we vier van de totaal veertien achtduizenders die de wereld telt; Makalu (8463m), Lhotse (8516m), Mount Everest (8848m) en Cho Oyu(8201m). Vanwege de hoogte staat ons een zeer koude nacht in een eenvoudig onderkomen te wachten. In Rongbuk ligt het Rongbuk klooster, het hoogst gelegen klooster ter wereld.
Bezoek aan Rongbuk klooster.

Rongbuk Monastery
Het Rongbuk klooster ligt aan de voet van de gletsjer Rongbuk op 5.100 meter boven zeeniveau, waardoor het de hoogste religieuze gebouw is. Het ligt slechts 200 meter lager is dan de noordkant Everest Base Camp van de Mount Everest.
Het klooster is vandaag de dag toegankelijk via voertuigen over een onverharde en vol met stenen bezaaide weg. De eerste ontdekkingsreizigers dienden vroeger ongeveer 5 weken te lopen om deze locatie te bereiken.
Het Rongbuk klooster zelf werd opgericht in 1902 door een Nyingmapa Lama in een gebied waar meer dan 400 jaar geleden meditatie hutten werden gebouwd door monniken en kluizenaars. Ook in de rotsen rondom het klooster bevinden zich diverse meditatie grotten. In vele stenen en muren werden ehilige lettergrepen en gebeden gebeiteld. De oprichter Nyingmapa Lama, ook bekend als de Zatul Rinpoche, werd zeer gerespecteerd door de Tibetanen. Hoewel de Lama in het begin de klimmers zag als "ketters", gaf hij hen toch zijn bescherming en voorzag hen van vlees en thee terwijl hij ook bidde voor hun bekering.
Het was en is, de bestemming van speciale boeddhistische bedevaarten waar jaarlijkse plechtigheden worden gehouden voor pelgrims uit zoveel Nepal en Mongolië. Deze plechtigheden werden gedeeld met de satelliet kloosters in de Himalaya ook gesticht door de Rongbuk Lama. Het Rongbuk klooster werd volledig verwoest in 1974 en bleef jaren een ruïne. De enorme schatkamer van het klooster bestaande uit boeken en kostuums, die hier in bewaring werden gegeven, gingen in 1989 verloren in een brand. Sinds 1983 zijn er renovatiewerken uitgevoerd en sommige van de nieuwe muurschilderingen zijn naar verluidt uitstekend.
Naar Everest Base Camp
Op weg naar Everest Base Camp
De route van Rongbuk naar het Everest Basecamp is 8 km. Bij helder weer zal het uitzicht ongelofelijk zijn en ziet u de Mt. Everest vlakbij liggen. Verder ziet u enorme gletsjers de van de verschillende bergen afkomen. Van Rungbuk is het zo'n 3 kilometer (per jeep of nog beter: per paardenkar of te voet) naar het verderop gelegen tentenkamp. Het Basecamp van de Mt. Everest waar toeristen verblijven is een tentenkamp dat ligt tussen Rungbuk (5000m) en het 'echte' Basecamp voor klimmers (5200m), alwaar de verschillende bergexpedities van start gaan. Ook hier hebt u een geweldig uitzicht op de bergen en de vele gletsjers. Het tentenkamp wordt ieder jaar opgezet en is van maart tot oktober open.
Van het tentenkamp is het nog 4-5 km (te voet, per paardenkar, per bus en - dit wordt soms wel, soms niet toegestaan - per jeep) naar het Basecamp voor klimmers. Als u te voet gaat bent u iets meer dan een uur onder weg, de weg stijgt dit stuk nauwelijks, maar de hoogte speelt u wel parten. Als er geen klimmers zijn is er bij het Basecamp weinig te zien, maar u staat wel op de hoogste berg ter wereld. Ten bewijze kunt u een foto maken bij het bord met daarop 'Mt. Qomolangma Base Camp'.
Het werd in 1924 voor het eerst gebruikt, door een Britse expeditie. Bij het Camp is een kleine legerbasis. De Mount Everest of Qomolangma ('Heilige Moeder van de Aarde') is met zijn 8.848 meter de hoogste berg ter wereld. Hij ligt deels in Tibet en deels in Nepal. De Chinees-Nepalese grens loopt over de piek. Het was de Britse Royal Geographical Society die de berg in 1865 de naam Everest gaf. De Tibetanen gebruiken echter al eeuwen de naam Qomolangma. De Noorderkant is voor het eerst beklommen door een Chinese expeditie in 1960 (zeven jaar na Hilary en Tensing de Zuidkant).

Nota bene: eind 2012 werd het Everest Base Camp gesloten voor toeristen. Het is vooralsnog onduidelijk of het in 2013 weer toegankelijk zal zijn. (VNC Asia Travel)
Voor een bezoek aan Everest Base Camp zijn naast het Tibet reispermit ook een toegangspermit voor het park nodig, en daarvoor geldt een bedrag per auto en per persoon. Check of dit is inbegrepen of dat u dit ter plekke (in Baber of Tingri) moet betalen.

Filmpje

Overnachten in Hotel: Everest View Hotel.

Everest View Hotel

Rongbuk Everest Hotel, the highest hotel in the world, is located 50m north of Rongbuk Monastery and was used as the base of mountaineers who relayed the 2008 Olympic torch to Top of Everest.
The Hotel runs from April to late October every year and is closed in winter for lack of heat supply. Tourists always stay in the warm tent with lighting stove instead of stay in freezing hotel in winter.It is said that Rongpuk Everest Hotel is the best hotel located at such high altitude with dozens of double rooms and some triple rooms, but the price is as high as up to 480RMB per night per room.

Woensndag 8 mei Rongbuk - Zanghmu



RongbukTingri

We rijden terug naar de Friendship Highway op weg naar Zhangmu.
LaLung La pass
U reist door Tingri en passeert de Lalung La pass op 5124 meter, de Shung La pass op 5200 meter en de Nyalam Pass op 3800 meter hoogte welke prachtige uitzichten bieden op de omliggende pieken van Shishapangma, Cho Oyu, Menlungtse en Gauri Shanker.
LaLung La pass

TongLa pass

Yaks

Nyalam is situated at 3,750 metres above sea level. A town of stone buildings and tin roofs, it is nicknamed 'The Gate of Hell' by the Nepalese traders because the trail between Nyalam and the Nepalese border was so treacherous to negotiate. Heading south from Nyalam the road drops abruptly through the gorge of the Matsang Tsangpo. It is 30 km north of the Nepalese border and 152 km from Dingri, 152 km north of Kathmandu on the main highway to Nepal.

LaLung La pass

Nyalam-Zhangmu

Nyalam-Zhangmu

Milrepas Cave
Milarepa's Cave or Namkading Cave is a cave where the great Tibetan Buddhist philosopher, and Vajrayana Mahasiddha, Milarepa (1052−1135), spent many years of his life in the eleventh century, 11 km north of the town of Nyalam, below the roadside and above the Matsang river in Nyalam County, Tibet.
Milareppa cave is one of the must stop for pilgrims. It is the site of Milarepa's first one year retreat a fter completing his studies under Marpa, who divined the precise location of this powerful cave.He was completely sealed inside, and during the entire period, he meditated with a butter lamp balanced on top of his head. Prayer flags mark the site. A one room temple has been rebuilt around the cave; a stone wall is across part of the opening. The interior has an altar and thangkas, and a bare inner cell contains Milarepa's footprint and carved Mantras.
Nyalam-Zhangmu
Een spectaculair tochtje brengt ons vanaf Nyalam (3750m) steil naar beneden richting het Tibetaanse grensdorpje Zhangmu. De weg is hier diep uitgehouwen in een ravijn en voert ons langs loodrechte bergwanden. Nyalam
In Zhangmu is alles opeens weer groen om ons heen en zien we een aantal watervallen. Het contrast met het Tibetaanse plateau dat we inmiddels achter ons hebben gelaten is enorm.
Zhangmu


Overnachten in Zhangmu Hotel ***
Zhangmu Hotel near the customs post is a mid-rate hotel offering the best accommodation facilities at Zhangmu town. Accordingly, it is the most expensive one among the local hotels. It has 40 double rooms with all the basic amenities and good day lighting for your option. In addition, its restaurant provides excellent breakfast to greet you a nice day. This hotel also offers other services like coffee house, sauna, currency exchange, etc. Especially, its massage center can help you release fatigue. Moreover, you can get a beautiful mountain views from the overpriced back rooms.


Donderdag 9 mei Zanghmu - Kathmandu



Naar Kathmandu via Kodari. Dit is een prachtige rit langs de Bhote Koshi Rivier met vele watervallen in de bergen.
Na de grenspost bij Zhangmu rijden we nog door een stukje niemandsland tot we de Friendship Bridge bereiken. Lopend steken we de brug over naar Kodari, de Nepalese grenspost, en stappen in ons voertuig voor het laatste stuk van onze reis.
Friendshipsbridge

Onderweg zien we soms rafters die de woeste Bhote Kosi proberen te bedwingen en passeren we Barabise, een Nepalees handelsplaatsje aan de weg van Tibet naar Kathmandu.
Normaal gesproken bereiken we na 5 uurtjes Kathmandu. Wanneer u Kathmandu nadert, zult u de fascinerende bergen van Langtang, Ganesh Himal en Gaurishankar in de verte zien. Een aantal delen van de weg zijn niet erg goed, maar de rit zal makkelijker worden hoe verder u van de Kodari grens af gaat. In voorkomende gevallen kan het zo zijn dat er aardverschuivingen hebben plaatsgevonden waardoor we later arriveren en soms zelfs gedwongen kunnen zijn een stuk(je) te lopen. Het is ook denkbaar dat de grensformaliteiten enige tijd in beslag nemen.

Hotel: Hotel Marshyangdi *** (zie 29 april)

Vrijdag 10 mei Kathmandu - Doha



Uitgebreide wandeling in Kathmandu met Karel.
Avondmaal.Naar vliegveld.

Qatar Airways QR 351
Friendshipsbridge

Zaterdag 11 mei Doha - brussel



Qatar Airways QR 939
Friendshipsbridge






Einde