Sri Lanka     13 - 22 april 2011




* beweeg de muis over de Hyperlink
Doesn't this look good?
om de foto te zien !



Sri Lanka

Bestemmingsinformatie Sri Lanka



Algemeen

De republiek Sri Lanka (officieel: Democratic Socialist Republic of Sri Lanka; vóór 1972: Ceylon) is een eiland in de Indische Oceaan en ligt ten zuidoosten van de zuidpunt van India. Sri Lanka wordt wel de ‘parel van de Indische Oceaan’ genoemd.
Sri Lanka wordt van India gescheiden door de 48 kilometer brede Palkstraat. Een soort directe verbinding met India wordt gevormd door de zogenaamde Adam’s Bridge, een verzameling zandbanken, koraalriffen en eilandjes, dat zich uitstrekt van het eilandje Mannar tot aan het Indiase vasteland.
De totale oppervlakte van het land bedraagt 65.610 vierkante kilometer en daarmee is Sri Lanka iets meer dan twee keer zo groot als Belgie.
Van noord naar zuid meet Sri Lanka 445 kilometer en van oost naar west maximaal 225 kilometer. De totale kustlijn van Sri Lanka bedraagt ca. 1340 kilometer en het eiland ligt 650 kilometer ten noorden van de evenaar.
Tot Sri Lanka behoren behalve het hoofdeiland een twintigtal kleinere, die merendeels vlak onder de kust van het noordelijke schiereiland Jaffna zijn gesitueerd, onder andere Kayts, Punkudutiva en Delft.

Klimaat

Door zijn ligging dicht bij de evenaar, kent het eiland een tropisch moessonklimaat. Het klimaat wordt beïnvloed door de bergketens midden op het eiland en door de elk half jaar wisselende moessonwind. In de lage gebieden is de temperatuur het hoogst. Aan de kust is het wat koeler door de zeewind en in de bergen is de temperatuur het aangenaamst. Over het algemeen heeft Sri Lanka echter het hele jaar door gelijkmatige temperaturen die variëren van 26-30°C. Zo is de gemiddelde temperatuur van de hoofdstad Colombo aan de westkust gemiddeld 27°C, met een temperatuurverschil van maar twee graden tussen de koudste en warmste maand.
Aan de (zuid)westzijde brengen de zuidwest- en de noordoostmoesson veel regen (1480-2240 mm; in Colombo valt per jaar gemiddeld 2365 mm regen); de droogste maand is hier februari, de natste maand is mei. Moessonregens vallen meestal in de vorm van hevige, maar korte buien.
Januari is de koudste maand, april en mei zijn de warmste. Hoog in de bergen kan het in december en januari wel eens licht vriezen.

Geld

In Sri Lanka betaal je met rupees. 100 Sri Lanka Rupee = 0,78 Euro , oftwel 100 Euro (EUR) = 12.850 Sri Lanka Rupees (LKR).

Eten en drinken

Sri Lanka biedt een overvloed aan heerlijke maaltijden waarbij de 'local dish' bestaat uit 'rice & currie' die je in talloze soorten kunt krijgen.
In Sri Lanka kun je overal een overvloed vinden aan vers fruit, zoals papaja's, ananas, banaan (in vele soorten), mango's en verse kokosnoot.
Wat de drank betreft is Arrack de nationale volksdrank. Het is een soort whisky, die zowel 'on the rocks' als gemixed met jus of cola uitstekend te drinken is.
Bier is met een Westerse prijs voor Sri Lankaanse begrippen relatief duur. Frisdranken zijn daarentegen erg goedkoop. Qua warme dranken is de thee uiteraard de beste ter wereld.
En natuurlijk, op een eiland, is de vis bijzonder goed op Sri Lanka.

Bestuur & Politiek

Sri Lanka is sinds 1972 een republiek. De grondwet, voor het laatst gewijzigd in 1987, dateert van september 1978, waardoor het land een presidentiële republiek werd. Een nieuwe grondwet, waarin een eind gemaakt moet zijn aan de centralistische bestuursstructuur en tegemoet moet worden gekomen aan de wens tot zelfbestuur van de Tamils in het noorden en oosten, is in voorbereiding.
Er is een presidentieel stelsel, waarin de president, die veel bevoegdheden heeft, door het volk wordt gekozen voor een periode van zes jaar. Hij heeft onder andere de bevoegdheid om de premier te benoemen, maar mag hem, en ook zijn ministers, ontslaan. Tevens is hij opperbevelhebber van het leger.
Het kabinet wordt voorgezeten door de premier en is verantwoording schuldig aan het parlement.
Het parlement van Sri Lanka bestaat uit 225 leden, die om de zes jaar door de Sri Lankanen boven de 18 jaar worden gekozen. Het parlement de bevoegdheid om het presidentiële beleid goed of af te keuren, maar kan de president vervolgens niet controleren of ter verantwoording roepen. Al in 1931 werd algemeen kiesrecht ingevoerd.
Om de onafhankelijkheid van verschillende overheidsorganen te vergroten is in september 2001 besloten een ‘constitutionele raad’ in te stellen die de vier ‘onafhankelijke commissies’;, namelijk overheidsdienst, rechterlijke macht, politie en verkiezingen, zal benoemen.


Beknopte geschiedenis



De geschiedenis van Ceylon, na de onafhankelijkheid heeft het zijn originele naam "Sri Lanka" weer gekregen, gaat terug naar de vijfde eeuw voor Christus, toen de voorvaderen van de Singalezen, vanuit Noord en Oost India, arriveerden. De Tamils kwamen 200 jaar later uit Zuidelijk India en in eerste instantie waren zij handelaren, maar redelijk snel kwamen de invasielegers.
De immens wijd verbreide ruïnes in Anuradhapura tonen aan, dat hier één van de eerste de hoofdsteden van Ceylon was gevestigd. Anuradhapura was de roemrijkste stad van het land en getuigt van een grootse beschaving nooit geëvenaard in heel Zuid Azië.
Eeuwenlang is Anuradhapura het welvarende middelpunt geweest van vele koninkrijken en dynastieën en de 120 meter hoge dagoba's getuigen van de pracht en praal van die tijd. In de vijfde eeuw na Christus heeft Koning Kasyapa zich de troon toegeëigend en zijn gehele hof naar de 180 meter hoge rots van Sigirya verplaatst. In 993 werd, na jaren van strijd en belegeringen, Polonnaruwa tot de nieuwe hoofdstad uitgeroepen. Het indrukwekkende ruïnelandschap draagt nog altijd de naam van de koning, die het bouwde. Toen al werd, met grote verdeeldheid, een onafhankelijk Tamil Koninkrijk gevestigd in het noorden en oosten.
Vanaf 1288, toen Marco Polo voet aan wal zette, brak de tijd aan van de imperialistische veroveraars: de Portugezen, de Nederlanders en vervolgens de Britten.
De Portugese heerschappij duurde maar 60 jaar en na de beslissende veldslag gaf, in 1638, de koning van Kandy de macht over aan de Nederlanders, die al jaren handel dreven met Ceylon. Vele huizen herinneren nog aan de Nederlandse tijd. 'Zeilan', zoals Ceylon door de Nederlanders werd genoemd, was een uiterst belangrijke handelspost van de Verenigde Nederlandse Compagnie. Afstammelingen van de Hollanders, de Dutch Burghers geheten, vormen nog steeds een uiterst kleine bevolkingsgroep met oud-Hollandse tradities en gebruiken. Door hun typische uiterlijk, lichte huid en blauwe ogen, zijn velen van hen geëmigreerd naar Engeland en u zult ze nog maar weinig tegenkomen.
Na een bloedige strijd, van 1796 tot 1815, legden de Britten uiteindelijk beslag op alle Nederlandse bezittingen en werd de British East India Company gesticht.
In 1948 werd de vrijheid herwonnen en kreeg Ceylon zijn onafhankelijkheid terug. De voornaamste nalatenschap van de Britten was de Engelse taal en de omgevormde economie. Vroeger was de kaneelexport de belangrijkste bron van inkomen, maar nu zijn vooral de thee en het toerisme de steunpilaren van de economie. Na de gloriejaren van de kokos en rubberindustrie lopen die inkomsten, mede door de zeer verouderde productiemethoden, sterk terug. De hoogste kwaliteit rubber wordt vooral nog gebruikt in zeer geavanceerde industrieën, zoals de ruimtevaart.


Parcours




Woensdag 13 april — donderdag 14 april :  Brussel — Doha — Colombo


We vertrekken om 16.30 uur met de vijfsterren luchtvaartmaatschappij Qatar Airways en komen aan in Doha (Qatar) om 23.20 uur plaatselijke tijd. Na een race van ca twee uren transfer en nieuwe paspoortcontroles, stijgen we met nogal wat turbulenties door het slechte weer in Qatar op, richting Sri Lanka.
We komen in Colombo aan op donderdag 14 april om 8.15 uur en van zodra we de luchthaven verlaten worden we overvallen door een tropisch vochtige warmte die zo typisch is voor de Aziatische landen. We maken al meteen kennis met onze gids, die luistert naar de naam Thilak en chauffeur Sunil. We krijgen een mooie bloemenkrans rond de hals, gemaakt van frangipane, een geurige bloem die we op onze reis nog wel vaker zullen zien.
Thilak vertelt ons dat de Sri Lankezen vandaag nieuwjaar vieren. Er is feest en dus gaan boeddhisten en hindoes naar de tempel, de moslims naar de moskee en de christenen naar de kerk.
Bij dit feest hoort ook een feestmaaltijd, weliswaar zonder alcohol en dit zullen de bierliefhebbers onder ons aan den lijve ondervinden, want na veel moeite wordt dan toch bier geserveerd, echter in een theepot met bijpassende kopjes! Verder zijn vandaag ook de scholen en de banken gesloten.
Vanuit Colombo nemen we de weg langs het Hollands kanaal, een mooie route met tussen de kokospalmen en bananenbomen houtzagerijen en winkeltjes.
Het kanaal is in de 17de eeuw door de Hollanders aangelegd voor de bevloeiing van de rijstvelden en de scheepvaart. Het kanaal loopt door een deel van Negombo, een schilderachtige plaats met kleurrijke markten en mooie stranden. Het vissersdorp strekt zich uit tussen een grote lagune en de oceaan. Al in de 8ste en 9de eeuw gebruikten de Arabieren de stad Negombo als uitvoerhaven voor hun specerijen. In de koloniale tijd was het een centrum van kaneelhandel. De Portugezen versterkten de plaats om het kaneelland te beschermen tegen aanvallers en bekeerden veel inwoners tot het katholicisme. Nadat de Hollanders de Portugezen in 1640 hadden verjaagd, bouwden ze er in 1678 een fort en richtten er een gereformeerde kerk op. Het door de Hollanders meegebrachte protestantisme heeft weinig blijvende invloed gehad.
We maken een wandeling langs het strand tussen de grote partijen vis die hier te drogen liggen in de zon. Een visser geeft ons gewillig uitleg over de verschillende soorten vis die we hier zien liggen, namelijk makreel (moet twee dagen drogen aan weerskanten), haaivinnen , die bestemd zijn voor Singapore, waar ze in haaivinnensoep verbruikt worden, sardientjes (vragen heel veel werk omdat ze één per één moeten gedraaid worden voor het drogen). De vissen die te drogen liggen zijn geen prooi voor de vogels omdat ze te veel gezouten zijn, wel voor de honden, die men dan ook op afstand dient te houden, zowel ´s nachts als overdag.
Op de vismarkt zelf zien we barracuda, tonijn, sheer fish (beste vis van het land), reuzengamba´s, inktvis, ansjovis, ...
We lunchen die middag met zicht op een meer te midden van de palmbomen en we genieten van het lekkere pikante eten.
We rijden richting Giritale, waar we in het Royal Lotus Hotel zullen overnachten.
Onderweg zien we onze eerste olifant, een vrouwtje dat alleen op stap is wat erop wijst dat ze een leider is!

Vrijdag 15 april :  Girritale — Anuradhapura — Girritale


Na een verkwikkende nachtrust vertrekken we richting Anuradhapura. De gids wenst ons een goeiemorgen, AYUBOWAN, wat zoveel betekent als „ik wens u een lang leven toe„. Meteen vertelt hij ons ook over de talen die in Sri Lanka gesproken worden. De officiële taal, het Singalees, wordt door ruim 70 % van de bevolking gesproken en kent veel verborgen Portugese en Hollandse woorden, zoals ´zolder, kerkhof, boontjes, aardappel, notaris, kamer, kakhuis, ...´
De tweede nationale taal is het Tamil, afkomstig uit India en gesproken door een vijfde deel van de bevolking, vooral in het noorden en het oosten.
Veel mensen spreken ook Engels, dat op de middelbare scholen wordt onderwezen en op de universiteit wordt gebruikt.
In 1948 werd Ceylon een onafhankelijke staat binnen het Britse Gemenebest, maar op 22 mei 1972 werd het eiland een republiek en nam het de oude naam Sri Lanka aan, wat zoveel betekent als ´schitterend eiland´. Sindsdien zijn veel Engelse benamingen uit het straatbeeld verdwenen, enkel de thee is men blijven ´Ceylon thee´ noemen omwille van zijn commerciële bekendheid.
Sinds 1978 is het land een presidentiële republiek, met als officiële naam ´Democratic Socialist Republic of Sri Lanka´. De uitvoerende macht is in handen van de president, die rechtstreeks door het volk wordt gekozen voor een periode van zes jaar en herverkiesbaar is. Hij benoemt en ontslaat zo nodig de premier en de overige ministers.
De wetgevende macht berust bij het parlement. De rechtspraak berust op het Hollands-Romeinse en Britse recht.
De huidige president, Mahinda Rajapakse, zorgt voor vrede in het land sinds 2009 na de strijd tegen het terrorisme van de TamilTijgers die sinds de jaren zeventig voor een onafhankelijk Tamilthuisland vochten. Op 16 mei 2009 verklaarde president Rajapakse van Sri Lanka dat het regeringsleger de TamilTijgers had verslagen. Sindsdien is ook het noorden van het land voor bezoek opengesteld, de Tamils hebben een gebied gekregen als eigen staat met nieuw aangelegde wegen, scholen en warenhuizen zodat er nu rust en tevredenheid heerst.
Er bestaan in Sri Lanka drie grote etnische groepen, met name de Singalezen (74 %), de Tamils (19 %) en de Moslims (7 %). Daarnaast zijn er nog een aantal minoriteiten, zoals de Burghers (nakomelingen van Hollanders, Portugezen en Engelsen) en de aboriginals, zoals de Vedda’s die we verder op onze reis zullen ontmoeten.
De gids wijst ons ook op de symboliek van de kleuren van de vlag: bruin = Singalees, oranje = Tamil, groen = moslim, geel = boeddhisme. De leeuw verwijst naar een verhaal uit de 6de eeuw waarbij een leeuw een mooi meisje huwde en hieruit leeuwenkinderen geboren werden, vandaar dat alle Sri Lankezen leeuwenkinderen zijn. De vier blaadjes in de hoeken bij de leeuw zijn blaadjes van de heilige Bo-boom.
We houden een fotostop bij een veld waterlelies. Een man die in een tuktuk (een gemotoriseerde riksja) komt aangereden denkt dat hij zaken zal kunnen doen, springt uit zijn voertuig om in de vijver vlug wat bloemen te plukken en ze ook te koop aan te bieden, echter zonder veel resultaat (!)
Verder op onze reis zullen we nog lotusvelden zien. De wortels van de lotusbloem zijn, volgens onze gids, zeer goed voor de gezondheid. Ook de granen zijn zeer lekker en de bladeren doen dienst als bord, net zoals de bananenbladeren.
Verder zien we ook nog overstroomde rijstvelden; in deze periode worden de rijstvelden bewerkt en later wordt er rijst geplant, wat twee maal per jaar gebeurt.

We brengen een bezoek aan de archeologische site van Anuradhapura, volgens de legende de oudste stad van Sri Lanka, in 437 v. Chr. gesticht door koning Anuradha. Van de 4de eeuw voor Chr. tot de 9de eeuw na Chr. fungeerde de stad als het politieke, culturele, economische en godsdienstige middelpunt van het eiland. Reeds in de 4de eeuw voor Chr. kende de stad een irrigatiesysteem. De stad had afzonderlijke wijken voor jagers, handwerkslieden, straatvegers, buitenlandse handelaren, maar ook herbergen, ziekenhuizen, tempels, begraafplaatsen en waterreservoirs. In 247 v. Chr. ging de stad van het hindoeïsme over naar het boeddhisme, maar de stad bleef een heilige stad voor de boeddhisten, zoals Benares voor de hindoes en Mekka voor de moslims.
In de 2de eeuw voor Chr. bouwde koning Duttha Gamani de prachtige dagoba Mirisavati, het koperen paleis van negen verdiepingen en de fraaie dagoba Ruwanweli Seya. In 846 na Chr. werd besloten een nieuwe hoofdstad te kiezen, Polonnaruwa, maar de koningen keerden nog regelmatig terug naar Anuradhapura. Later werd de stad echter verlaten en nam het oerwoud bezit van de plaats. Pas in 1912 werd door Britse archeologen met de uitgraving van de ruïnestad begonnen. Op de site bezoeken we eerst een meer dan 2000 jaar oude Abhayagiri-dagoba. (dagoba betekent letterlijk ´reliekkamer´). De reliek kan een tand zijn of een haar van Boeddha, ingemetseld in de dagoba. Deze dagoba is 113 m hoog en is de grootste ter wereld. Ze is niet gerestaureerd en dus zeer authentiek. Men heeft voor de bouw van deze dagoba 2 miljoen bakstenen gebruikt, die ter plaatse werden gebakken. Bovenaan de dagoba staat een pinakel.
Het tweede monument dat we hier bezoeken is het ´maison d´images´ of het huis met het boeddhabeeld. De gids vertelt ons hier dat Boeddha rond 480 v. Chr. in India geboren werd.
Het principe van het boeddhisme is het streven naar volledige onthechting aan materiële zaken. Wanneer iemand sterft die deze onthechting nog niet bereikt heeft, dan wordt hij gereïncarneerd en dit telkens opnieuw totdat de volledige onthechting, het Nirwana, bereikt is.
In het boeddhisme is geen sprake van goden in tegenstelling tot het hindoeïsme met zijn vele goden.
We zien ook nog een kleinere dagoba met mooie wachterbeeldjes en een klein terras. Ook dit monument is meer dan 2000 jaar oud.
Op deze site komt een familie makaken ons gezelschap houden. We krijgen mooi de gelegenheid om leuke plaatjes te schieten.
Van het bronzen paleis, zo genoemd naar de bronzen dakplaten, uit de 2de eeuw v. Chr., bestaan nu enkel nog een aantal granieten zuilen. Ooit was dit een paleis met negen verdiepingen, de ´eerste wolkenkrabber´ ter wereld, gebouwd door koning Duttha Gamani voor de monniken van het klooster Mahavihara. Iedere verdieping telde honderd kamers, hoe hoger in rang, hoe hoger de priesters en monniken mochten wonen. De bovenverdieping was van hout. Vijftien jaar na voltooiing werd het paleis door brand verwoest.
Voor boeddhisten is Anuradhapura in de eerste plaats de stad waar zich een van de meest aanbeden relikwieën bevindt, de Sri Maha Bodhi. Het is een stek van de heilige Bo-boom uit de Indiase stad Bodh Gaya, waaronder Boeddha zijn verlichting ontving. In 247 v. Chr. werd de Sri Maha Bodhi door de Indiase keizer geschonken aan de eerste boeddhistische koning van Sri Lanka. Nog steeds komen dagelijks pelgrims uit de gehele wereld hiernaartoe om de heilige boom te aanschouwen. De originele Bo-boom wordt met krukken onderstut. Hij wordt gekweekt als een bonzai, vandaar dat hij niet nog groter is!
Veelkleurige gebedsvaantjes worden als een soort ex-voto’s opgehangen. De verschillende kleuren van de gebedsvaantjes symboliseren de elementen water, vuur, aarde, hout en metaal en ook het haar, de huid, het bloed, de tanden en botten van het menselijk lichaam.
Achter de heilige Bo-boom staan twee tempeltjes, het ene met een beeld van Boeddha die onder de Bo-boom zit en het andere met een Boeddha in gezelschap van een cobra. Het verhaal van de cobra komt uit de tijd toen Boeddha na zijn verlichting zeven weken onder de Bo-boom wilde blijven om te danken. Toen echter een hevig onweer opstak verscheen een cobra boven zijn hoofd die hem beschermde tegen de kou en de regen.
Op de volgende site uit de 6e – 7de eeuw zien we een mooie ´moonstone´ of een steen in de vorm van een halve maan met verschillende cirkels. De buitenste kring met vlammende tongen, de tweede met dieren (olifant, paard, leeuw en stier) de derde met lianen of bloemmotief en de vierde met ganzen. Alles eindigt in een lotusbloem, symbool van het nirwana. De verschillende cirkels wijzen op de verschillende stappen om het nirwana te bereiken:

We sluiten het bezoek aan de archeologische site af met een bezoek aan twee waterbassins, één voor de koning en één voor de koningin. Er staan mooie basreliefs op met de naga (de slang). Deze waterbassins dateren uit de 6de- 7de eeuw.
Niet ver hiervandaan bevindt zich Mihintale, een heilige plaats voor de Singalezen. Het was op de berg Mihintale dat koning Tissa in 247 v. Chr. een ontmoeting had met Mahinda, de zoon van de Indische keizer Ashoka. Tijdens deze ontmoeting liet koning Tissa zich tot het boeddhisme bekeren. Mihintale bloeide in korte tijd uit tot een kloosterstad, waar nu nog elk jaar in mei-juni een groot festival gehouden wordt dat tienduizenden pelgrims aantrekt.
Op het complex zien we de ruïnes van de refter van de monniken, met plaatsen voor het opslaan van voorraad (de rijstboot).
We bemerken ook twee vertikale stenen met inscripties in het Brahmaans, die de regels bevatten die men in acht moet nemen als men deze ruimtes betreedt. Een van deze regels was dat men hier geen dieren mocht doden.
De dapperen onder ons beklimmen met veel moed de heilige rots die bij momenten heel glibberig aanvoelt want we hebben onze schoenen voor dit heiligdom moeten uitdoen. Zij die helemaal boven geraken genieten van een prachtig zicht en wellicht hebben ze hier heel even een zekere vorm van onthechting bereikt!

Zaterdag 16 april :  Girritale — Sigiriya — Polonnaruwa — Girritale


Vandaag staan Sigiriya en Polonnaruwa op het programma, twee hoogtepunten uit onze reis.
Op weg naar Sigiriya zien we al families met kinderen picknicken. Het is hier immers nieuwjaarsvakantie. De gids vertelt ons vandaag een en ander over het schoolleven in Sri Lanka.
Het onderwijs is gesubsidieerd door de staat, is verplicht van 5 tot 15 jaar en is gratis, ongeacht de godsdienst. Het materiaal, zoals schriften en balpennen moet wel betaald worden, maar het uniform is dan weer gratis. Er is enkel school in de voormiddag (van 8 u tot 13 u) en de plattelandskinderen moeten dan vaak nog een hele weg te voet naar huis terug.
Ook de universiteit is gratis, maar omdat de studenten soms van ver komen en een kamer moeten huren, is dit wel kostelijk. Ze kunnen een tamelijk goedkope lening bij de bank krijgen, die ze moeten terugbetalen als ze beginnen te werken.
Het valt op dat de kinderen uit armere families veel meer gemotiveerd zijn om te studeren en dan ook betere resultaten behalen dan de kinderen uit rijke families. Sommige studenten trekken na hun studies aan de universiteit nog naar het buitenland, hoofdzakelijk Engeland (Oxford en Cambridge). Elk jaar wordt uit een bepaald land een beurs verleend aan een student. Op die manier heeft onze gids een jaar in Besançon gestudeerd.
De verplichte materie op de middelbare school bevat vier hoofdvakken: De grote vakantie valt in de maand augustus. Er is drie weken kerstvakantie voor iedereen, ongeacht de godsdienstovertuiging. Vooral de meisjes zijn geïnteresseerd in de job van lesgever, omdat ze dit makkelijk kunnen combineren met een familieleven.
Onderweg nemen we foto’s van een mirador of uitkijkpost, bedoeld om olifanten op afstand te houden, die de dorpen proberen binnen te dringen. Er wordt niet op de olifanten geschoten want het zijn beschermde dieren, maar als een troep in de buurt is dan wordt er geroepen en geschreeuwd of vuurwerk gebruikt om ze weg te jagen. We bemerken lemen huisjes, zoals in Bokrijk (dixit onze gids die er blijkbaar ook al op bezoek was). We rijden langs een lager schooltje dat opgericht werd met Belgisch geld (van een 11 11 11 actie), wat ons een goed gevoel bezorgt.
Het landschap is hier dicht begroeid met roestbruine termietenheuvels langs de weg. In de verte doemt de Leeuwenrots op: een granietrots met groene begroeiing, roesbruine vlekken, zwarte strepen en verweerd pleisterwerk. De steile granietklomp rijst 200 m op uit de omringende jungle.
Bovenop bouwde koning Kasyapa aan het einde van de 5de eeuw zijn legendarische, trotse burcht en weelderig ingericht paleis. Van 477 tot 495 was Sigiriya de hoofdstad van het Singalese rijk. (sinha=leeuw, giri=berg) Na een broedermoord omwille van de troon werd de residentie verplaatst naar Anuradhapura, waarna de ‘Hemelburcht op de Leeuwenrots’ in vergetelheid geraakte. Pas in de Britse koloniale periode ontdekten archeologen deze voormalige hoofdstad opnieuw.
Van de koninklijke burcht zijn enkel de fundamenten overgebleven, twee drinkwaterreservoirs en een toegangspoort, maar het schitterend uitzicht op de rots is de steile klim er naartoe meer dan waard. De grootste attractie van Sigiriya zijn de resten van fresco’s uit de 5de eeuw. Ze bedekten vroeger een groot gedeelte van de rotswand langs de enige toegangsweg tot de hooggelegen delen van de rotsburcht.
In de 8ste eeuw hebben nieuwsgierige reizigers honderden inscripties aangebracht op de zogenaamde Spiegelmuur (een gladgepleisterde balustrade). De 22 bevallige meisjes met ontbloot bovenlichaam (waarvan er 12 te bezichtigen zijn), zijn geschilderd in een stijl die nauw aansluit bij die van schilderijen uit dezelfde tijd in India. Aangezien de meisjes bloemoffers brengen, zoals dat bij de boeddhisten nog altijd gebruikelijk is, is het mogelijk dat ze deelnemen aan een religieuze processie. Het kan ook zijn dat ze bedoeld waren om het hof van de koning op te fleuren, hoewel in die tijd enkel religieuze of mythologische onderwerpen werden geschilderd. De kleuren van de fresco’s zijn nog bijzonder goed. De verf werd gewonnen uit verschillende boomschorsen, de rode kleur werd bijvoorbeeld door de ehalaboom geleverd.
Als we het pad na de Spiegelmuur vervolgen komen we uit op een groot platform. Tussen twee reusachtige leeuwenpoten, gedeeltelijk uitgehakt in de rots en gedeeltelijk gemaakt van gepleisterde bakstenen, voert een nieuwe reeks trappen tussen bakstenen muren omhoog naar de ruïnes van de burcht bovenop de rots.
Bij de afdaling passeren we de Cobra-rots, zo genoemd omdat het bovenstuk naar voren steekt als de kop van een cobra. We komen enorm veel volk tegen en we beseffen nu pas waarom we deze morgen zo vroeg vertrokken zijn. Vroeg opstaan heeft dus de moeite geloond.
Op onze tocht naar boven hebben we Adrien moeten achterlaten in een plaatselijk Resthouse, maar hij verkoos toch om hier niet te blijven en terug met ons mee te reizen ...
Hierna bezoeken we een batikfabriekje waar we eerst uitleg krijgen over de techniek van het batikken (van het Javaans: ‘veel puntjes’. Om te batikken wordt de stof eerst gedeeltelijk met een waterafstotende was behandeld. De behandelde gedeelten blijven na het verven wit. De was wordt vervolgens weer verwijderd. Geavanceerde batik bestaat uit verschillende kleurgangen, waarbij telkens de was op een andere manier wordt aangebracht. Doordat er kleine barstjes in de was komen, treedt er vaak een soort craquelé effect op.
Daarna volgt een demonstratie van hoe je een sari rond het lichaam drapeert. Jeanine, Ann en Fernand staan er beeldig bij! We krijgen nadien uiteraard de gelegenheid om een mooi met batik bewerkte sari of tafelkleed te kopen, maar de meesten onder ons hebben meer aandacht voor de reuzenvogel (een helmkasuaris) die hier buiten het winkeltje te zien is...
Na de lunch rijden we naar Polonnaruwa. De oude hoofdstad van Sri Lanka (van de 9de tot in de 14de eeuw) is met zijn vele overblijfselen van oude bouwkundige meesterwerken spectaculairder dan Anuradhapura. De stad beleefde haar bloeiperiode in de 12de eeuw. Toen liet de koning het grote meer Parakrama Samudra graven, ten gerieve van zijn volk. Zijn devies was: ‘Niet één enkele waterdruppel loopt naar de zee die niet tot nut geweest is van het volk’.
We rijden langs dit grote meer dat meer dan 2000 ha groot is. Dit is de biotoop voor leguanen, die we hier en daar kunnen zien liggen in de zon.
In het begin van de 14de eeuw werd Polonnaruwa als hoofdstad opgegeven omdat het voortdurend werd aangevallen door de Tamils en daarna vervielen de gebouwen tot ruïnes. In de 19de eeuw begonnen Britse archeologen met het blootleggen van de stad en de restauratie van verscheidene gebouwen.
Ten noorden van de citadel ligt een groot rechthoekig terras, het Quadrangle genoemd. Binnen de toenmalige muren stonden hier de Tempels van de Tand met hun bijgebouwen. Om die reden moeten we het terras ongeschoeid betreden. In de zuidwesthoek van het Quadrangle staat de Thuparama, een beeldenhuis (maison d’images) uit de 12de eeuw. Het vierkante bakstenen gebouw heeft buitenmuren vol ornamenten, pilaren en nissen, hetgeen op hindoeïstische invloeden wijst. Het is een van de weinige tempels waarvan het dak bewaard gebleven is. De toegangspoort leidt naar een vestibule. Vervolgens kunnen we het heiligdom betreden, waarin vier staande en vier zittende beelden van Boeddha te zien zijn. Alle beelden zijn uit marmer gehouwen.
De 12de eeuwse Lotushal was het paviljoen waar de koning graag luisterde naar religieuze liederen in de nabije tempels. Het vierkante gebouw is omgeven door een stenen hekwerk; midden op het platform staat tussen de zuilen een kleine dagoba. De zuilen zijn heel typisch vormgegeven: ze moesten op gedraaide lotusstengels lijken.
Schuin tegenover de Lotushal staan enkele tempels vlak bij elkaar. De mooiste en best bewaarde is de Vatadage, een rond Singalees beeldenhuis van 18 m doorsnee, op een rond platform met in het midden een kleine, platronde dagoba. De buitenzijde van het platform is verfraaid met reliëfs van dieren, bloemen en dwergen. De vier toegangstrappen, waarvan de treden en balustrades rijk gebeeldhouwd zijn, zijn alle voorzien van twee wachterstenen met daartussen een maansteen, waarvan die aan de oostzijde van een opvallende schoonheid is.
De gids wijst ons er op dat op deze maansteen geen leeuwen en geen ossen staan door de invloed van het hindoeïsme. De os staat wel afgebeeld aan de zijkant van de wachtersteen. Hier zien we ook een mediterende Boeddha. Op een bordje voor de tempel worden we erop gewezen dat we geen foto’s mogen nemen met onze rug naar het beeld van Boeddha. Met de nodige eerbied wordt dit door ieder van onze groep gerespecteerd natuurlijk.
Achter het tempelcomplex verheft zich het Satmahal Prasada, het ‘gebouw van zeven verdiepingen’, waarvan er nog zes over zijn. Het is een vierkante trappiramide van rode baksteen, een soort stupa in Thaïse en Cambodjaanse stijl. Aan de buitenzijde zijn nog een trap en nissen met restanten van godenbeelden te zien.
Tegenover de Vatadage staan de twee Tempels van de Tand van Boeddha. Het reliekenkoffertje waarin deze tand bewaard wordt, staat altijd op een plaats waar de koning woont. Nu bevindt het zich in Kandy, waar de laatste koning van Sri Lanka woonde. Van de Atadage tempel resten nog een aantal zuilen en een rechtopstaand beeld van een bodhisattva. Deze term wordt in het Mahayana boeddhisme gebruikt voor een wezen (sattva) dat naar verlichting (bodhi) streeft en ook anderen kan helpen om die verlichting te bereiken. Daartegenover heeft Boeddha de verlichting al bereikt. De tempel ernaast is de Hatadage, waarvan nog een trap met een tiental treden, een mooie wachtersteen en stenen vol inscripties over de daden van de bouwmeester-koning bewaard zijn.
Wat verderop staat de beroemde rotstempel Gal Vihara met vier enorme uit de granieten rots gehouwen monolitische beelden uit het midden van de 12de eeuw. Oorspronkelijk maakte deze rotstempel deel uit van een kloostercomplex. Met het gezicht naar de tempel gekeerd zien we links de zittende Boeddha in meditatie en achter hem een soort stralenkrans van beeldhouwwerk.
Vervolgens komen we bij een 7 m hoog beeld van een staande figuur die zijn armen voor de borst heeft gekruist.Het kan Boeddha zijn in de dagen na zijn verlichting, maar ook zijn lievelings leerling Ananda, die treurt om de dood van zijn meester. De gezichtsuitdrukking van dit beeld is van een ongekende schoonheid.
Ernaast bevindt zich het 14 m lange beeld van de liggende Boeddha, het hoofd op een kussen dat versierd is met een leeuwenkop. Fijn zijn de plooien van het kleed, het gelaat straalt een serene rust uit en de voetzolen dragen afbeeldingen van lotusbloemen. Toen de moeder van Boeddha op weg was naar haar ouders om te bevallen, liet ze de wagen stoppen om een lotusbloem te plukken en op dat moment zijn de weeën begonnen. En toen Boeddha geboren werd zette hij zijn eerste zeven stapjes op een lotus die telkens uit de grond kwam zodat hij er zijn voetje kon op plaatsen. Vandaar de symbolische betekenis van de lotus. De gids verwoordt het als volgt: ‘Il faut vivre comme un lotus. La plante pousse dans la boue, mais la fleur s’érige au-dessus de la boue’. De lotus is dus het symbool van zuiverheid. De mens is in de modder geboren maar hij richt er zich bovenuit om een staat van verlichting te bereiken. De linkervoet rust op de rechter en is iets teruggetrokken, wat er op wijst dat het beeld de gestorven Boeddha moet voorstellen na zijn intrede in het nirwana, want bij een stervende of rustende Boeddha bevinden zich de voeten in één rechte lijn.
Op onze terugweg naar Giritale bezoeken we een houtatelier, waar we worden ingewijd in de verschillende soorten hout: ebbenhout, palissander, sandelhout, mahonie, regenbooghout. Bij een demonstratie waarbij de schilfers van regenbooghout gemengd worden met kalk, citroen, metaal, honing, enz. krijgen we telkens een ander kleur van de regenboog te zien.We lopen door de winkel die volgestouwd is met beelden allerhande, maar ook hier is de kooplust van onze mensen niet bijster groot.

Zondag 17 april :  Girritale — Dambulla — Kruidentuin — Kandy


Op zondag zien we de mensen al heel vroeg in de file staan om naar de cinema te gaan. Thilak vertelt ons dat de goedkoopste plaatsen in de cinema dicht bij het scherm zijn, wat natuurlijk slecht is voor de ogen (!); er zijn drie soorten tickets, zoals in de trein (leuk om weten!).
Naast film er is ook theater, maar opera bestaat hier niet! Op gebied van de sport zijn er vaak georganiseerde matchen, zoals voetbal, tennis, fietsen, netbal, cricket en golf (deze laatste ingevoerd door de Britten).
Over de dokters vertelt hij dat er hier veel te weinig zijn. De meesten verkiezen naar de Arabische landen te verhuizen omdat ze daar veel meer kunnen verdienen. Sinds 1987 is er in het land een vrije economie. Wie hier een bedrijf wil opstarten als buitenlander kan dit met de goedkeuring van de staat. Fabrieken worden gesloten in Europa en Amerika en hier opgestart omdat het handwerk hier veel goedkoper is.
Dit is uiteraard goed voor de Aziatische landen. Er zijn momenteel een 10 à 15 Belgische bedrijven waaronder vier diamantfabrieken. De gems of halfedelsteen is een belangrijk exportproduct. De blauwe saffier is de duurste. De gids kent een dame die hier een kantwinkel heeft en haar kant in Brugge verkoopt. Er is ook heel veel textielverwerking (jeans). De uitvoer van thee en niet te vergeten, het toerisme zijn eveneens een belangrijke bron van inkomsten voor Sri Lanka.
Wanneer de bus plots moet remmen voor een dolle koe, is de gids even afgeleid en begint hij te vertellen over de tuktuk’s die hier soms het wegdek onveilig maken. De chauffeurs van deze voertuigjes moeten allemaal een rijbewijs en een verzekering hebben. De chauffeur is geen eigenaar; meestal zijn het werklozen die rijden in dienst van de eigenaar die het voertuig in India gekocht heeft. De chauffeurs rijden zeer gevaarlijk en respecteren de regels van de wegcode niet, ze rijden als gekken, maart leveren goede dienst want ze rijden tot 10 u ’s avonds als er geen bussen meer zijn (!)

We komen aan bij de grote tempel van Dambulla. Toen de Tamils de hoofdstad Anuradhapura bezetten, vluchtte de koning, naar de grotten van Dambulla. Van daaruit wist hij in 103 voor Chr. zijn hoofdstad te heroveren. Uit dankbaarheid liet hij de grotten ombouwen tot tempels, die later door verscheidene koningen met 153 beelden werden verfraaid.
Als we bij de eerste tempel aankomen, is hier net een gebedsmoment bezig. Met onze bijdrage hopen we een klein beetje de goede invloed van Boeddha te ondergaan. We zien een beeld van een liggende (gestorven) Boeddha, 13 m lang en uitgekapt in de rots, het hoofd op een kussen. Zijn leerling staat aan zijn voeten. Op de offertafel liggen bloemen en kleine bananen en bakjes rijst. Wanden en plafond zijn geheel beschilderd. De mooiste tempelgrot (grot 2) heeft allerlei zittende, staande en liggende beelden van Singalese koningen en hindoegoden, maar vooral van Boeddha; de meesten zijn fel van kleur. Op de wanden zijn muurschilderingen aangebracht, die historische gebeurtenissen voorstellen en duizenden afbeeldingen van Boeddha. De schilderingen volgen zo precies de natuurlijke lijnen van de rotswand dat het lijkt alsof het rotsoppervlak van stof gemaakt is.
Een kleine dagoba, links van de ingang, is omgeven door zittende beelden. We bemerken een liggende Boeddha, dit keer een rustende Boeddha met open ogen en de tenen mooi egaal. Opvallend is het Boeddhabeeld onder de kop van een opgerichte cobra. Achter in de grot druppelt water uit de rots in een vierkante put. De bron ontspringt achter het hoofd van een Boeddhabeeld, het water stijgt omhoog en loopt langs het plafond tot de plaats waar de druppel valt. Dit is voor de boeddhisten heilig water. Boeddha herkennen we aan de vijf pijlen die een vlam vormen boven zijn hoofd. Dit is het teken van verlichting, naast de lotus die ook altijd aanwezig is, bv in het kussen waar hij op zit of in zijn oorlel. Op de fresco’s van het plafond bemerken we, heel uitzonderlijk, danseressen met ontbloot bovenlijf. Deze mooie vrouwen waren één van de verleidingen die Boeddha moest doorstaan.
In deze tempel legt de gids uit welke de verschillende gebaren zijn van Boeddha: de onderwijzende Boeddha (met duim en wijsvinger samen), de zegenende Boeddha (met open handpalmen naar de mensen gericht), de mededogende of barmhartige Boeddha (met gekruiste armen).
Hier bemerken we ook een afbeelding van Vishnu omdat hij een van de reïncarnaties is van Boeddha. Het witte beeld is van de bodhisattva, staat naast Boeddha, is kleiner en zet een stapje achteruit.
Opvallend is het houten beeld van de laatste koning van Kandy (18de eeuws) in de derde, eveneens grote, tempelgrot.
De volgende tempelgrot is een kleine historische grot, die opgericht werd door een koning die moest vluchten voor een grote aanval tegen zijn land. Hij schuilde 12 j lang in deze grot en werd ondertussen in leven gehouden door een kluizenaar die hem dagelijks eten en drinken kwam brengen. Als dank richtte hij achteraf deze rotstempel op. De schat die hij al die tijd met zich meedroeg heeft hij begraven in de kleine stupa. De gids vertelt dat deze tempel een hele tijd gesloten is geweest voor het publiek omdat een paar jaren geleden een Italiaanse zich had laten fotograferen op een van de zittende Boeddha’s achteraan in de grot. Dit lokte een groot schandaal uit!
Ten slotte is er nog een kleine vijfde tempelgrot met nog maar eens een liggende Boeddha met de ogen open.

We hebben ondertussen al ondervonden dat de Sri Lankaanse keuken heel pittig gekruid is. Een bezoek aan een kruidentuin kan dan ook niet uitblijven. Voor een bijzonder geïnteresseerd publiek geeft een plaatselijke gids uitleg over de verschillende kruiden en fruitsoorten die deze tuin rijk is. Jackfruit, cacaobonen, muskaatnoot, kruidje-roer-me-niet, alovera, kruidnagel, vanillestokjes, groene peper, rode (kleine) ananas, gember, curry, coconut, arabica, kardemon, kurkuma, ... vind je hier zomaar voor het plukken in de weidse natuur. Dat vele van deze kruiden een genezende kracht hebben en in allerhande oliën verwerkt zijn, is voor ons niet nieuw want ze zijn ook bij ons in de winkels te koop. Hier zijn ze uiteraard nog stukken authentieker.
Dit wordt dan ook op een aantal bereidwillige dames en heren van het gezelschap uitgetest. Sommigen ondergaan een ayurvedische gezichts- of hals en rugmassage, anderen laten zich met een natuurlijk middel ontharen.
In het winkeltje kunnen we alle mogelijke kruiden en oliën kopen, van witte jasmijnolie, frangipaneolie tot lotusolie, aubergineolie, enz. Voor de goede uitwerking hiervan verwijs ik naar het blaadje met uitleg dat je allen meekreeg van de kruidendokter(!)
Onderweg naar Kandy vernemen we van de gids dat Kandy betekent ‘heuvel’, dus de stad op de heuvel, met aangename temperaturen. Men noemt dit ook ‘little England’ omdat hier veel Engelse invloeden zijn. Er zijn nogal wat aanhangers van de Anglicaanse kerk, ook Engelse scholen, de taal, ... Veel voormalige Engelse gebouwen zijn nu hotels geworden.
De stad is gelegen op 488 meter en is met zijn ruim 100 000 inwoners één van de grotere steden op Sri Lanka. Het was van de 16de tot de 19de eeuw de laatste hoofdstad van de Singalese koningen voordat het hele eiland in 1802 onder Britse overheersing viel. In 1988 werd Kandy op de Werelderfgoedlijst van de Unesco geplaatst. Het is een heilige stad, waar de mensen op bedevaart komen naar de tempel van de Tand van Boeddha. Het is het centrum van het Sri Lankaanse culturele en religieuze leven.
In 1998 raakte de tempel zwaar beschadigd door een bomaanslag van de Tamil Tijgers. Vijftien mensen kwamen bij de aanslag om het leven. Inmiddels is de tempel gerestaureerd en terug open voor het publiek, maar de veiligheidsmaatregelen zijn verscherpt.
Dit hebben we inderdaad aan den lijve ondervonden, want het mannelijk en vrouwelijk gezelschap moest door een apart detectiepoortje naar binnen.
De Dalada Maligawa (1603) is omgeven door een gracht die krioelt van de vissen, maar doordat deze vijver heilig is, mag hier niet gevist worden. Het is vandaag een heilige zondag want het is volle maan (dus 1 keer per maand), vandaar dat hier vandaag zoveel volk op bezoek is. De mensen zijn verplicht om naar de tempel te gaan en een offer te brengen aan Boeddha. Alcohol is vandaag ook weer verboden.
We krijgen uitleg over de kleuren van de boeddhistische vlag: de vijf kleuren symboliseren de vijf grote kwaliteiten van een boeddhist: wijsheid (blauwe kleur), verdraagzaamheid (gele kleur), moed om de verlangens de onderdrukken (rode kleur), vrede (witte kleur) en vrijgevigheid (oranjekleur).
Het eigenlijke heiligdom is de Inner Temple, die rond 1720 gebouwd werd op vraag van de toenmalige koning. Het rechthoekige bouwwerk van twee verdiepingen is omgeven door zuilengalerijen met prachtige plafondschilderingen, houtsnijwerk, en deuren, ingelegd met ivoor en zilverwerk. De tempel herbergt oude, boeddhistische palmbladmanuscripten, die samen een groot gedeelte van de nagelaten geschriften over de klassieke Singalese cultuur vormen. In een vitrine ligt een boek met zilverbeslag en edelstenen, waarin de oudste voorschriften betreffende de verering van de Tand beschreven zijn. Halverwege de trap naar de eerste verdieping staat op een verhoging, tegenover een witte dagoba, een prachtige Boeddha van sandelhout in een achthoekige vitrine. Aan de muur hangt een voorstelling van prins Mahinda en zijn zus met in het haar de hoektand van Boeddha. Volgens de legende heeft ze vanuit India de Tand in haar haardot verborgen en zo naar Sri Lanka gebracht.
We schuiven geduldig mee in de rij om op het eerste verdiep voorbij de kamer te passeren waarin de koffer (in de vorm van een stupa en met kostbare stenen belegd) de heilige Tand bevat. Tijdens de jaarlijkse processie die in de maand juli doorgaat wordt het koffertje meegedragen, hoewel het wellicht een kopie van de echte tand is die men meedraagt. Er zijn dansers, musici en olifanten.Gelovigen komen uit alle hoeken van de wereld om deze processie te volgen en ook de president is dan aanwezig.

We besluiten deze goedgevulde dag met een traditionele zang en dansvoorstelling door de ‘Kandy Dancers’ Op het toneel verschijnen muzikanten met lange, smalle trommen en een fluit en daarna komen dansers die samen met hun gezang voor een opzwepend ritme zorgen. De pauwendans wordt uitgevoerd door meisjes die een hoofdtooi van pauwenveren dragen en de cobradans door jongens die de bewegingen van een slang nabootsen. Na het zingen van de nationale hymne, komen nog vuurlopers die de kracht van het vuur laten zien, terwijl anderen in trance blootsvoets op gloeiende kolen lopen.
We overnachten in het Hotel Suisse in Kandy.


Maandag 18 april :  Kandy — Naar de Vedda's — Kandy


Vandaag hebben we een lange busreis voor de boeg want we zijn op weg naar de Vedda’s, aboriginals die afstammen van prehistorische jachtvolken uit het neolithische tijdperk.
Dus is er heel wat tijd voor informatie onderweg! De gids heeft het over het Victoriaproject, dat irrigatie voorziet voor de rijstvelden en elektrische centrales.
Maar deze uitleg wordt algauw onderbroken omdat we auto’s zien versierd met witte bloemen, wat wijst op een huwelijksfeest. Wit wil zeggen ‘nog niet getrouwd’, de dag na de voltrekking van het huwelijk worden de witte bloemen vervangen door veelkleurige bloemen. Ook het kleed van de bruid is wit, het teken van zuiverheid.
De dag erna draagt ze een rode sari. Op het platteland is het huwelijk nog zeer traditioneel en berust op drie elementen: Bij dit alles maakt de gids de bedenking dat hij als jonge gast niet wist hoe vrij wij in het westen leven.
Toen hij als student in Frankrijk verbleef, was het voor hem een culturele shock om te zien hoe meisjes en jongens samen in eenzelfde studentenhuis woonden en hoe meisjes ’s avonds uitgingen en pas ’s morgens vroeg weer thuiskwamen (!)
Af en toe houden we even halt op deze lange weg. We fotograferen mooie rijstterrassen en een canyon, maar wanneer we voorbij een stuwdam passeren, mogen geen foto’s genomen worden (!) uit veiligheid tegen mogelijke terroristische aanvallen.
We brengen geen tempelbezoek meer, wegens te laat en gaan dus eerst lunchen in een restaurant midden in de jungle.
In het restaurant hangt een foto van de chef van de Vedda’s en we voelen dat onze gids voor die man een groot respect heeft.
Terug op de bus vertelt hij ons over deze aboriginals die vroeger in grotten leefden en nu in huizen wonen. Ze jagen bijna niet meer met pijl en boog maar ze bebouwen stukjes land aan de rand van de jungle en leven voornamelijk van de opbrengt ervan. Soms gaan ze nog met het geweer op jacht. Hun godsdienst is animistisch, een primitieve godsdienst waarin hun voorouders en ontelbare geestelijke wezens een grote rol spelen. De laatste jaren is ook hier heel veel veranderd. Nu gaan hun kinderen naar school en gaan ze stemmen. Een van hen heeft onlangs zijn bac (eindexamen na de middelbare school) behaald en zit nu op de universiteit.
Net voor we in het dorp aankomen, worden mooie foto’s gemaakt van buffels die nog ingezet worden bij het ploegen.
We worden ontvangen in de woning van de chef die zich uitvoerig laat fotograferen samen met een van zijn zonen en daarna ook met ieder van ons die daar zin in heeft. We vernemen dat de chef 63 j oud is en zijn vader, de vorige chef, pas 2 j geleden gestorven is aan de respectabele leeftijd van 110 j.
Daarna trekken we de jungle in waar een aantal schaars geklede jonge mannen voorbereidingen treffen om een dans uit te voeren om de bescherming van de goden af te smeken. We zien hoe ze op een primitieve manier vuur maken, waarna ze rond het vuur dansen en wilde kreten uiten tot ze in een soort trance komen. Ze klieven een cocosnoot met een bijl middendoor en vangen het sap op in een kommetje waarin ze bladeren drenken. De ‘gewijde’ bladeren worden op het hoofd van de toeristen gelegd of uitgedeeld ter bescherming.

De bedoeling is hier wel dat we in het gevouwen blad een aantal roepies leggen. Daarna zien we nog hoe behendig ze zijn met pijl en boog en ook een aantal van onze mannen geven een demonstratie van hun talent met pijl en boog.
Dan vangt de lange terugweg naar het hotel aan.


Dinsdag 19 april :  Kandy — Theeplantages — Kandy


We zijn vanmorgen vroeg opgestaan en we vertrekken voor een bezoek aan een theefabriek. Als we de eerste leguanen langs de weg zien, zegt de gids ons dat leguanen en salamanders geluksbrengers zijn, net zoals een haan, maar een pauw brengt dan weer onheil met zich mee.
We maken eerst nog een wandeling door Pussellawa, We lopen in de winkelstraat langs kraampjes waar een kleurrijke opeenstapeling van exotische groente- en fruitsoorten onze aandacht trekken. Ook de kledingboetiekjes waar mannequinpoppen de laatste nieuwe jurkjes laten zien, ogen verrassend mooi.
Op weg naar de theeplantage vertelt de gids ons dat de theeplukkers Tamilvrouwen zijn. Ze hebben een tika of stipje op het voorhoofd (rood voor de getrouwde vrouw, zwart voor de niet-getrouwde). Dit is het heilige oog dat hen beschermt tegen nefaste invloeden.
Toen de Engelsen in de 19de eeuw in Ceylon de theeproductie invoerden, wilden de Singalezen niet voor hen werken. Daarom werden veel Tamils uit Zuid- India aangetrokken voor het werk in de theetuinen. Na een eeuw van rechteloosheid kregen deze ‘thee-Tamils’ in 1978 enkele rechten en een geringe verhoging van hun lage loon. Na een algemene staking in 1978 kregen de pluksters opnieuw financieel meer armslag, maar de meesten wonen nog steeds in krotten en zijn verstoken van goede medische voorzieningen.
We lopen langs de uitgestrekte beplantingen van de Rotschild Tea Estate plantage en bezoeken daarna de theefabriek waar we een deskundige uitleg krijgen.
Een theestruik kan ongeveer honderd jaar oud worden. Door regelmatig te snoeien wordt een theestruik op een hoogte van 60 tot 70 cm gehouden. Dit is niet alleen gemakkelijker voor de pluk, maar de struik vertakt zich ook vlugger en levert daardoor meer jonge theeblaadjes. Deze worden om de zeven tot tien dagen geplukt, het hele jaar door.
De jongste blaadjes leveren de beste thee. De geur en de kwaliteit nemen toe met de hoogte. De beste thee groeit boven de 1500 m. Zo spreekt men van Low Grown Teas (beneden de 700 m), Medium Grown (tussen 700 m en 1350 m) en High Grown (tussen 1350 en 2000).
Het plukken van de thee wordt altijd door vrouwen gedaan en in de theefabriek zien we ook alleen maar vrouwen aan het werk.
We doorlopen de verschillende fasen in de verwerking van de thee van het drogen tot het vermalen, het fermenteren en het zeven van de blaadjes. We zien hier vrouwen zwaar lichamelijk werk verrichten (!) We onthouden dat de grote theeblaadjes het minst theïne bevatten en dan ook het duurst zijn terwijl de poeder het meest theïne bevat en veel goedkoper is. Opvallend is een computergestuurde machine die trieert volgens gewicht om de stengels (licht) en de blaadjes (zwaar) van mekaar te scheiden.
Na de rondleiding krijgen we een kopje thee aangeboden en velen onder ons steunen dan ook de plaatselijke economie door een assortiment echte Ceylonthee mee naar huis te nemen.

Tijdens de lunch stort een tropische regenvlaag over het groene gebladerte neer. De fotografen maken mooie beelden van de neergutsende regen en van zwarte kraaien die zich schuilhouden tussen de groene takken.
In de namiddag bezoeken we een gem fabriek. De gems of halfedelstenen die in Sri Lanka worden gevonden zijn aquamarijn, toermalijn, amethist en saffier. De kleur van saffier varieert van zeer licht tot donkerblauw naar violet-blauw, blauw-groen, geel, licht rood-oranje, bruin, bijna ondoorzichtig zwart, kleurloos, roze, violet en de roze-oranje kleur van de lotusbloem.
In de winkel worden prachtige juwelen te koop aangeboden, maar ook hier is de kooplust van onze groep eerder beperkt (!)

Woensdag 20 april :  Kandy — Botanische tuin — Kandy

We vertrekken alweer vroeg in de morgen en als we voorbij een gevangenis rijden, vertelt de gids ons dat hier vooral druggebruikers en drugtraficanten geïnterneerd zijn. Vroeger stond hier de doodstraf op maar nu is dit levenslang geworden. Ondertussen stopt onze buschauffeur om een offer te brengen bij een tempel voor een goede reis. We voelen ons weer stukken beter!

In Peradeniya, een zuidelijke buitenwijk van Kandy, liggen prachtige tuinen. Ze werden in de 14de eeuw aangelegd als lusthof voor de koning en in 1821 door de Engelsen tot botanische tuin omgevormd. De tuinen zijn 67 ha groot. Er groeien en bloeien ongeveer vierduizend soorten inheemse en exotische planten en bloemen, die door ongeveer driehonderd tuinlieden worden verzorgd. De tuinen bevatten ruim duizend bomen, waarvan velen meer dan 100 j oud zijn.
Er is een kruidentuin, een orchideeënhuis en een herbarium met 22 grassoorten. Bij de ingang staat een boom met lange trossen roodgele bloempjes; dit is de Amherstia, de koningin van de bloeiende bomen.
Van de boom met Jackfruit vertelt de gids dat alle Sri Lankezen die boom in hun tuin proberen te hebben omdat de dagelijkse kost in Sri Lanka bestaat uit de granen van de Jackfruit, vermengd met cocosgranen; dit is de vrucht tegen de hongersnood! Men kan het vruchtvlees laten drogen en jaren bewaren. Deze boom is familie van de broodboom. Ook de eekhoorns en vleermuizen eten graag het rijpe fruit.
Onder de kruidnagelboom groeit geen gras. Dit moet zo omdat men dan makkelijker de neergevallen bolletjes met kruidnagel kan oprapen. De muskaatnoot heeft het uitzicht van een mirabel maar met een rood-oranjenoot van binnen. Het bloemetje ervan is wit en klein. Van de schors van de boom maakt men siroop die goed is tegen tourista! Éen zo’n boom is een fortuin waard!
De mooie papegaaibek heeft bladeren die op bananenbladeren lijken. Ook de paarse bougainvillea is van een bijzondere schoonheid en in het orchideeënhuis is de mooiste een vlinderorchidee of Cattleya.
De Vanda is een orchidee als een batiktekening.
We staan bij een boom die een heel speciale vrucht afgeeft, namelijk de Doerian, een stinker, die echter vruchtvlees heeft met een exquise smaak:‘Smell like hell, taste is paradise’. Dit is dan ook de duurste vrucht van het land (500 rupies).
In dit kleine eden staat een palm met verschillende stronken; er is een Japanse tuin met Bonsai bomen.
We zien een Palmyra palm, die in 1887 geplant werd. Van de vrucht maakt men enkel olie, want het vruchtvlees is niet lekker. Er is ook een Canariumboom met grote wortels boven de grond. Onze gids speelt hier heel even voor bandiet (!)
We komen bij de hoogste palm ter wereld die 25 m hoog is (met een voet als een fles) en afkomstig uit de Antillen.
Tussen de bomen zien we plots een zeboe (of bultrund) verschijnen.
De Pinus agathis robusta is een boom met olifantenvoet en met een omtrek van 5 meter, die groot en recht genoeg is om er één boot uit te maken.
We vinden dit de uitgelezen plek om een groepsfoto te maken! Bij de Amherstia Nobilis, die geplant werd op 8 oktober 1925 door onze Belgische koning Albert, zingen we uit volle borst de Vlaamse Leeuw (!)
Verder zien we nog een boom die geplant werd door Yoeri Gagarin en de kanonbalboom, geplant door Queen Mary en king George V op 14 april 1901 (op nieuwjaardag).
Helemaal hoog in de bomen (Araucaria) zitten vleermuizen, die vooral ’s nachts te zien zijn omdat ze overal fruit gaan stelen. Verder is er nog een reuzenbamboe met zeer veel scheuten. Men gebruikt de bamboe onder andere om stellingen te maken bij het bouwen van huizen of tempels. Bamboe groeit 30 cm per nacht!
Een Ficus Benjaminus is een grote boom van 100 j oud die door een hevige moessonvlaag omver gevallen is en waarnaast een nieuwe aan het groeien via een tak van de vorige.
We eindigen bij de Coco Fesse of Coco de Mère, een palm met dikke bollen afkomstig van de Sechellen, waarvan de vrucht niet eetbaar is.

We zetten onze reis verder richting Colombo en bezoeken onderweg het olifantenweeshuis in Pinnawela, langs de oever van de Aha Oya.
Dit weeshuis voor jonge olifanten werd hier 24 j geleden opgericht en wordt door de staat beheerd. Dit is uniek, want een dergelijk weeshuis vindt men niet in Afrika, India of Thailand. Het aantal wilde olifanten is sterk verminderd omdat stropers nog altijd jacht op hen maken omwille van hun slagtanden (ivoor is bijzonder duur in Sri Lanka) en ook al zijn ze beschermd toch worden ze verjaagd door de mensen in de dorpen die zich soms door de olifanten bedreigd voelen. Dan gebeurt het dat ze verongelukken en dat babyolifanten soms alleen achter blijven en aan hun lot worden overgelaten. Als ze jonger dan zes jaar zijn, worden ze in het weeshuis opgevangen waar ze dan met de fles gevoed worden.
Momenteel verblijven hier 82 olifanten. De doelstelling van het weeshuis is de olifantenstand op peil te houden, maar het blijkt echter dat de meeste dieren niet meer terug kunnen naar hun oorspronkelijke leefgebied. Ze zijn de kunst van het zelfstandig overleven kwijtgeraakt. Veel olifanten die hier opgroeien worden verkocht aan dierentuinen in het buitenland. Anderen worden op openbare veilingen verkocht aan particulieren die hen dan laten meestappen in de processies. Nog anderen krijgen een betrekking als tempelolifant.

De Indische olifant is kleiner dan de Afrikaanse en heeft ook kleinere oren. Een olifantendracht duurt 22 maanden en een olifant weegt 50 à 60 kilo bij de geboorte.
Veel olifanten in Sri Lanka hebben van oorsprong geen stoottanden. Deze dieren worden dan vooral als transport- en lastdier gebruikt bijvoorbeeld bij het verslepen van bomen.

We zijn nog net op tijd om te zien hoe de jonge olifanten een bad nemen in de rivier, de Maha Oya. Dit gebeurt twee maal per dag, om 10 en om 14 uur. Via een onverharde weg, recht tegenover de ingang van het weeshuis, lopen ze met hun oppassers naar de rivier.
Na de lunch in een restaurant ter plekke, zien we hoe de jonge olifanten met de fles gevoed worden. In een mum van tijd slaan ze een aantal flessen achterover. Dit is een leuk schouwspel voor de toeristen die hier unieke foto’s kunnen maken.
Wanneer we nog even in de winkeltjes aan de ingang van het weeshuis aan het shoppen zijn, moeten we plots uit de weg voor een grote troep olifanten die voorbij marcheren; sommigen onder ons kunnen nog net een winkeltje binnenspringen. Ook dit is een spektakel op zich!

Na dit bezoek hebben we nog een hele weg af te leggen naar Wattala. Onderweg vertelt de gids over een begrafenis bij een Sri Lankaanse familie. Witte vlagggetjes duiden aan dat iemand overleden is. In de rijke families wordt het lijk verbrand maar de arme mensen worden meestal begraven omdat ze de kosten van een verbranding niet kunnen betalen. Als iemand overleden is draait men in huis alle schilderijen om. Op dinsdag heeft nooit een begrafenis plaats. Waarom? Hier is geen antwoord op, gewoon omdat dit de traditie is. Hier worden de kerkhoven niet onderhouden. Als iemand sterft worden zijn bezittingen aan de tempel geschonken (zijn kleren, hoofdkussen, enz.)
Na de dood van haar man, draagt een vrouw witte kleren als rouw, geen gekleurde kleren meer en ook geen juwelen (!)

We komen aan in het mooie Pegasus Reef Hotel in Wattala, waar we ’s avonds zullen dineren met open zicht op het strand langs de Indische Oceaan. Dit is het uitgelezen moment om een romantische wandeling te maken en te genieten van een prachtige zonsondergang.

Donderdag 21 april :  Kandy — Theeplantages — Kandy

We kunnen deze morgen heerlijk lang uitslapen, want dit is onze vrije voormiddag. Sommigen maken hier gretig van gebruik om in het verfrissende water van het zwembad te duiken. Anderen gaan liever wandelen langs het strand op zoek naar mooie schelpen en de dappersten stappen tot aan en langs het Hollands Kanaal, waarna ze nog vlug even douchen vooraleer de koffers op de gang moeten.
Na de lunch vertrekken we op sightseeing van de hoofdstad Colombo. We krijgen nog een allerlaatste infosessie in de bus over onder andere de ‘betelplant’, die volgens onze gids zeer gewaardeerd is in Sri Lanka als offergeschenk of gewoon als geschenk als men bij iemand op bezoek gaat. Op de eerste schooldag na een vakantie geven de leerlingen enkele betelplanten aan de directeur en aan de klasseleraar. Vrouwelijke leerkrachten mogen zich niet maquilleren op school en zeker ook niet de leerlingen. Leraars mogen niet roken, geen baard hebben en ook geen oorring. Bij het bezoek aan de Vedda’s heeft onze gids betelbladeren aan de chef gegeven, die er ook aan het kauwen was.
Wat betreft de naam ‘Colombo’, beweren sommigen dat het van de naam van Colombus, de ontdekkingsreiziger, komt. Een ander verhaal vertelt dat toen de Portugezen hier in de 16de eeuw aankwamen, ze een grote mangoboom bij de haven zagen met heel veel bladeren. Daarom noemden de Portugezen deze plaats Colla Amba ( colla = bladeren en amba = mango).
De allereersten die deze plaats bewoonden waren de Arabische kooplieden in de 8ste eeuw. Na hen kwamen de Portugezen die in de 16de eeuw (1505) de macht van de Arabieren overnamen. Veel Portugese woorden komen nu nog voor in de Sri Lankaanse taal, en ook veel namen (zoals Alfonso). In de 17de eeuw (1658) namen de Hollanders het bewind over en ten slotte de Engelsen vanaf 1802 tot aan de onafhankelijkheid in 1948. Uit die periode dateren mooie gebouwen in Victoriaanse stijl die nu veelal kantoren geworden zijn.
We rijden door het commercieel centrum. De rode bussen die we tegenkomen zijn staatsbussen, de andere worden door privé eigenaars uitgebaat. De gids heeft het ook over de kleren van de bonzen: bruin, oranje en geel. Geel is net als wit de kleur van dood en rouw. Een bonze in het geel herinnert ons er aan dat we sterfelijk zijn en dat we moeten proberen zoveel mogelijk goed te doen. Oranje is het kleur van de zonsondergang, dus ook het eind van een dag, van een leven. Bruin is het kleur van de kluizenaars die in de bossen wonen en geen felle kleuren mogen dragen om zo minder op te vallen voor de wilde dieren.
We rijden langs het Hilton hotel met een dagoba er net tegenover. Hier bevinden zich vijfsterrenhotels, banken, ministeries. Er is zelfs sprake van het bouwen van een zevensterrenhotel. Ook heel veel restaurants, onder andere een Mac Donald en veel Chinese restaurants. Sri Lanka heeft altijd en nu nog goede contacten gehad met China.
Hier zijn heel wat privé ziekenhuizen voor de rijken. We passeren een mooi meer met bootjes in de vorm van een zwaan. Middenin het meer staat een vergaderzaal voor monniken. We houden wat verder halt bij een hindoetempel waarvan de gevel volgestouwd is met godenbeelden in felle kleuren.

We rijden door het 7de arrondissement waar de rijken wonen, onder wie veel handelaars, (die onder andere gems verhandelen). Velen van deze rijke Sri-Lankezen spreken enkel Engels en sturen hun kinderen naar Oxford en Cambridge op school. De plattelandsmensen noemen hen lacherig de ‘zwarte Engelsen’. We zien ook een cricketveld.

We bezoeken de Independance Hall, opgetrokken in de stijl van de oude audiëntiezalen van de Singalese koningen. Het rode dak van de langwerpige open zuilenhal wordt gedragen door vijftig lotuszuilen die op een vierkante basis rusten en waarvan de gedraaide schachten versierd zijn met beeldhouwwerk. Op de hoeken van het terras staan grote vazen. De hal wordt bewaakt door zestig liggende stenen leeuwen. Voor het gebouw staat het standbeeld van de eerste minister-president van het onafhankelijke Ceylon, Don Stephen Senanayake, de ‘vader van de natie’ die met veel eerbetoon wordt herdacht, een beetje zoals Ghandi in India. De weg rondom de hal en het grasveld heeft een roodachtige kleur wat de indruk moet wekken dat de rode loper is uitgelegd. Op het grasveld zitten veel schoolkinderen in uniform. Sommigen maken schetsen van het gebouw. Een allerlaatste bezoek aan een tempelcomplex zal onze reis afsluiten. Op elf kilometer ten noordoosten van Colombo ligt de stad die beroemd is door haar aardewerk en de beroemde Kelaniya Raja Maha Vihara.
Deze tempel wordt, na de tempel van de Tand in Kandy het meest bezocht. Volgens de overlevering bracht Boeddha omstreeks 500 voor Chr. een bezoek aan Kelaniya. Vandaar dat de koning in de 3de eeuw op deze plek een tempel liet bouwen, die achtereenvolgens door binnenvallende Tamils in de 11de eeuw en Portugezen in de 16de eeuw werd verwoest. De huidige gebouwen stammen uit het begin van de 20ste eeuw.
Vanaf een vijver voeren trappen naar een rijk bewerkte witte poort en dan naar de witte dagoba en de geelbruine tempelgebouwen. De witte dagoba tussen de palmen bevat de troon van Boeddha die met edelstenen is bezet. Die troon zou door de toenmalige koning aan Boeddha zijn aangeboden tijdens zijn bezoek. Hij zou op deze troon gezeten hebben en gepredikt.
De tempel heeft naast diverse Boeddhabeelden, kleurige muurschilderingen met verhalen uit de eerdere levens van Boeddha en gebeurtenissen uit de geschiedenis van de tempel. Fraai is het fresco met de Indische prinses die de tand van Boeddha, in het haar verborgen, naar Sri Lanka bracht. Op de schildering met de geboorte van Boeddha, zien we de ouders van Boeddha (een koning en een koningin) die een astroloog raadplegen. Hij vertelt hen dat als hun zoon in het paleis zal blijven, hij een groot heerser zal worden, maar als hij het paleis verlaat, hij de verlosser van de wereld zal worden. De koning en de koningin die niet wilden dat hun zoon het paleis zou verlaten, hebben hem alle luxe gegeven in het paleis waar hij nooit buiten kwam, maar het is helemaal anders verlopen dan zij gewild hadden, want de jonge prins Gautama Siddharta wilde na 29 jaar zien hoe het 'echte' leven buiten het paleis was. Stiekem ging hij 's nachts de stad in, samen met zijn bediende. Tot zijn grote schrik zag hij een oude man, een zieke man en een dode man. Omdat hij door zijn beschermde opvoeding nog nooit een oude, zieke of dode man had gezien, vroeg hij zijn bediende om uitleg. Hij kreeg te horen dat alle mensen oud worden, ziekten oplopen en doodgaan. Dat dit een normaal iets is. Ook zag Siddhartha Gautama een kalme en beheerste monnik voorbijlopen. Hij vroeg zijn bediende wat dit voor man was, en kreeg te horen dat het een monnik was die vrijwillig zijn bezittingen had opgegeven en een leven van eenvoud leidde, gericht op spirituele ontwikkeling. Kort daarna verliet Siddhartha het paleis en zijn familie (waaronder zijn jonge vrouw en kind) en ging hij leven als een monnik in de bossen van India.
Na dit bezoek keren we naar het hotel terug, waar we ons nog even kunnen opfrissen.

Na het diner komen we samen in de bar van het hotel voor een woordje van dank aan Karel en Lutgarde:

Zoals op alle andere reizen die door jullie georganiseerd werden, hebben we nu ook weer waar voor ons geld gekregen. Voor de natuurliefhebbers onder ons was er een ruime diversiteit aan pure schoonheid, van het strand van de Indische oceaan tot de groen getinte rijstvelden en van de ongereptheid van de jungle tot de schoonheid van het berglandschap. Het bezoek aan de prachtige botanische tuin was de kers op de taart en de tropische regenvlaag maakte het natuurplaatje compleet.
Voor de cultuurfreaks onder ons was er een groot aanbod aan tempels en paleizen, dagoba’s, fresco’s, maanstenen en gouden tandschrijnen. We kregen een schat van informatie over het boeddhisme met de vele verhalen over Boeddha en de Bodhisattva’s. Ook zijn Senegalezen, Tamils en Vedda’s nu geen onbekenden meer voor ons! Verder werden we geïntroduceerd in de batiktechniek, de geneeskundige kracht van kruiden, het verwerkingsproces van rijst en het slijpen van half-edelstenen. Behalve het bier dat tijdens het Sri-Lankaanse nieuwjaar in theepotten werd geserveerd, hebben we niet echt een cultuurshock ondergaan, want dit land is goed op weg om zijn plaats in de wereld in te nemen.
Maar het welslagen van een reis hangt ook vooral af van de groep en ook op dit gebied werden we verwend want er is in al die jaren dat jullie de reizen organiseren, een hechte band gegroeid waardoor ook de nieuwe medereizigers zich meteen in de groep aanvaard voelen. Dit maakt dat we ook als groep aangemoedigd werden om samen de vele honderden trappen naar de rotstempel aan te kunnen. Eén keer echter hebben we iemand van de groep moeten achterlaten in een Resthouse, maar we konden het niet over ons hart krijgen om hem daar te laten en we hebben hem op onze terugweg weer opgepikt! En als we van de gids een compliment kregen omdat we zo gedisciplineerd waren, dat we zelfs nog voor het aangeduide uur present waren, dan is het omdat we al die jaren op onze vorige reizen getraind werden volgens de Kareliaanse principes. Zo zul je ook niemand horen klagen omdat we er ’s morgens vroeg uit moeten of omdat de fotostops tot op de seconde getimed zijn, omdat we weten dat we dan voor de grote massa en voor de grote hitte op de bezoekerssite aankomen. Voor dit alles willen we jullie, Karel en Lutgarde graag als dank een grote envelop met bescheiden inhoud aanbieden. Het kan de aanzet zijn tot een reisje met jullie tweetjes als voorbereiding op een nieuwe grote reis met de hele groep
(!)

Verslag opgemaakt door Josianne en nagelezen door Karel en Lutgarde

Hierna volgt een poëtische toets door een van onze medereizigers:

Ayubowan Sri Lanka
groene parel,
betoverende bloem,
die geen schoonheid
houdt verborgen
voor het oog
van wie hier hongerig
naar onbekende hoogten stijgt
Ayubowan Sri Lanka
jouw godheid groet ik met mijn gebeden zal ik uit jouw schaduw treden op blote voeten je gouden wijsheid achterna.

Jef Soenens, Sri Lanka april 2011






(lees ook: Lonely Planet)

Laatst bijgewerkt door: filip op woensdag, februari 8, 2012 - 20:52 - reageer