MYSTERIEUS MEXICO

5 april 2009 - 19 april 2009




* beweeg de muis over de Hyperlink
Doesn't this look good?
om de foto te zien !





 Bestemmingsinformatie Mexico



Algemeen

De koloniale erfenis van Mexico en het grote aantal bezienswaardigheden, gebouwd door Maya’s, Tolteken, Azteken en Zapoteken is overweldigend. Bovendien is de natuur overal schitterend. Koloniaal Mexico is te bewonderen boven de hoofdstad Mexico City. U vindt er nog talrijke Spaanse overblijfselen. Iets zuidelijker ligt Taxco, de beroemdste zilverstad van Mexico. Oaxaca is één van de gezelligste steden van het land. Net buiten Oaxaca kunt u het prachtige tempelcomplex van de Zapoteken en de indianendorpen bezoeken. Het landschap van Chiapas, met de prachtige watervallen en stroomversnellingen van Agua Azul, is zeer indrukwekkend. San Cristóbal de las Casas is een authentieke indiaanse stad. De wonderschone Mayastad Palenque ligt in de jungle. In het zuidoosten ligt het schiereiland Yutacan. Dit schiereiland is bekend om zijn kloosters en schitterende stranden. Chichèn Itzá, de voormalige mysterieuze Mayastad spreekt tot de verbeelding. In het noordoosten van Yutacan vindt u Cancún met parelwitte stranden en diepblauw water. Ligging Met 1.978.000 km2 is Mexico bijna 65 keer zo groot als België. In het noorden grenst Mexico aan de Verenigde Staten en in het zuiden aan Guatemala en Belize. De hoofdstad is Mexico City. Gebergten Evenwijdig aan de west- en oostkust lopen de bergketens de Sierra Madre Occidental (1300 km) en de wat minder lange Sierra Madre Oriental, voortzettingen van de Rocky Mountains. Hiertussen ligt het centraal plateau, dat ongeveer een derde deel van het land beslaat en van 1200 m in het noorden geleidelijk stijgt tot 2500 m in het zuiden. Ten zuidoosten van de hoofdstad Mexico City liggen een aantal dode vulkanen zoals de 5452 m hoge Popocatépetl (rokende berg), de 5286 m hoge Itzaccihuatl (slapende vrouw), de 4461 m hoge Malinche, de 4585 m hoge Nevado de Toluca en de 5650 m hoge Orizaba, ook wel Citlaltépetl genaamd, de hoogste berg van Mexico. Ten zuiden van de landengte van Tehuantepec is er het hoogland van Chiapas, waar vandaan bergketens zich voortzetten over Midden-Amerika en de Andes van Zuid-Amerika.

Bevolking

In Mexico wonen ongeveer 111 miljoen mensen (2009). Dit betekent dat er ca. 47 inwoners per km2 wonen, waarvan 75% in de steden woont. De bevolking neemt vrij constant elk jaar met 2% toe; het geboorte- en sterftecijfer bedroeg in 2000 respectievelijk 22,77% en 5,02%. Van elke duizend levendgeborenen sterven er op dit moment gemiddeld ca. 25 in het eerste levensjaar.  De bevolking van Mexico groeit zeer snel en elk jaar komen er ongeveer 2 miljoen Mexicanen bij. Voor de laatste vijftig jaar ziet deze toename er als volgt uit:  1950 25,8 miljoen  1970 49 miljoen  1990 88,6 miljoen  2001 102 miljoen  De grootste en snelst groeiende stad is de hoofdstad Mexico-Stad. Inclusief al zijn buitenwijken wonen er in de gehele agglomeratie ca. 16 miljoen inwoners. Een andere grote agglomeratie is Guadelajara (3,5 miljoen), en grote steden zijn verder Monterrey, Puebla, León en Torreón. De dichtstbevolkte staten zijn México met Mexico-Stad, Veracruz, Jalisco en Puebla. Deze staten beslaan 10,6 van de totale oppervlakte en 41% van de bevolking woont er.  De bevolkingsopbouw is zeer ongelijk. Meer dan 37% van de bevolking is jonger dan vijftien jaar; 58% is tussen de vijftien en vijfenzestig jaar; 5% van de bevolking is ouder dan 65 jaar.  De Spaanse veroveraars en latere immigranten vermengden zich met de indianen en deze mensen met zowel Spaans als indiaans bloed worden mestiezen (mestizos) genoemd. Ongeveer 60% van de bevolking bestaat uit mestiezen die vooral in de steden wonen. De indianen (indígenas) maken ca. 30% van de bevolking uit. Ongeveer 9% van de bevolking is van blanke, Spaanse afkomst; zij worden criollo's genoemd. Zij zijn het meest invloedrijk in het bestuur van het land. Ca. 1% van de bevolking is van Afrikaanse of Aziatische afkomst.  Een bijzondere groep zijn de mennonieten, die afstammen van Noord-Duitse en Nederlandse doopsgezinden die in 1922 naar Mexico emigreerden. Deze orthodoxe, traditioneel levende protestantse groepering werd in de 16e eeuw gesticht door de Nederlander Menno Simons. Ze leven vooral in het noordwesten van Mexico, o.a. in de omgeving van Chihuahua en Cuauhtemoc. Door het gebruik van moderne landbouwmethoden hebben ze een redelijke grote welvaart bereikt.  De grote werkloosheid en de armoede op het platteland zijn de voornaamste oorzaken van de trek naar de steden en de sterke migratie naar de Verenigde Staten. Legaal bedraagt het aantal Mexicanen dat naar de Verenigde Staten trekt ongeveer 60.000 mensen per jaar, maar het aantal illegale emigraties is een veelvoud hiervan. In 2001 woonden er naar schatting 23 miljoen personen van Mexicaanse afkomst, de zogenaamde Chicano's, in de Verenigde Staten. In Mexico verbleven eind 1996 ca. 32.500 vluchtelingen uit het buurland Guatemala. 

Taal

De officiële taal is Spaans.

Klimaat

Mexico heeft een enorm gevarieerd klimaat door de grote hoogteverschillen en de grote afstand van noord naar zuid. Van oudsher wordt in Mexico gesproken over drie klimatologische zones, te weten ‘tierra fria' (koude grond), ‘tierra templada' (gematigde grond) en 'tierra caliente' (warme grond). Mexico City en Guadalajara zijn gelegen in de gematigde zone. Door de grote hoogte wordt het in deze steden ’s zomers nooit erg heet. In Mexico City lopen de temperaturen in april en mei van 25 tot 30 °C; in de zomer en herfst van 20 tot 25 °C en in de winter van 17 tot 23 °C. Gedurende het regenseizoen van juni t/m september valt meestal alleen ’s middags een paar uur regen. Tijdens de buien kan de wind plotseling voor korte tijd zeer krachtig worden. In Mérida op het schiereiland Yucatan kan de temperatuur oplopen tot 42 °C, terwijl de maximum temperatuur in Cozumel nauwelijks boven de 32 °C komt. Acapulco heeft een gemiddelde temperatuur van 27 tot 32 °C. Hoog in de bergen is de temperatuur aanzienlijk lager dan aan de kust. In Oaxaca, dat op een hoogte van 1.500 m ligt, kan de temperatuur in de winter ’s nachts tot onder het vriespunt dalen. In de zomer echter kan de temperatuur hier soms tot 38 °C oplopen.

Kleding

Vanwege het warme en vochtige klimaat adviseren wij u luchtige, katoenen kleding mee te nemen. ’s Avonds is het koeler en is soms een sweater of vest aan te raden. Voor sportieve excursies of (berg)tochten worden stevige wandelschoenen aangeraden. Kleding is doorgaans informeel; in de betere hotels geldt voor het diner een formeler kledingadvies. Denkt u aan uw zonnebril en zonnehoed/klep!

Reisdocumenten

Voor het reizen naar Mexico heeft u een geldig paspoort nodig. Een visum is niet vereist. Wel heeft u voor Mexico een toeristenkaart nodig, die u ontvangt bij het inchecken op Zaventem, in het vliegtuig of bij aankomst in Mexico. Deze toeristenkaart is geldig voor 180 dagen. U dient eveneens te beschikken over een retour- of doorreisticket en voldoende geld voor uw verblijf in Mexico. Indien u niet de Belgische nationaliteit heeft, kunnen afwijkende bepalingen gelden.

Gezondheid

Voor Mexico zijn geen vaccinaties verplicht. Malariatabletten worden aanbevolen voor sommige bestemmingen in het binnenland van Mexico (o.a. grensgebied met Guatemala). Ook worden vaccinaties aanbevolen tegen DTP (difterie, tetanus en polio) en hepatitis A. Wij adviseren u geen kraanwater te drinken.

Veiligheid

Wij adviseren u gebruik te maken van een hotelkluisje om uw waardevolle spullen zoals cheques en reisbescheiden in op te bergen. Bij de receptie van de hotels kunt u veelal gratis over een kluisje beschikken. Voor het gebruik van een kluisje op de kamer wordt meestal een kleine vergoeding gevraagd. Let te allen tijde op uw bagage en neem alleen de meest noodzakelijke waardevolle eigendommen mee op reis.

Geld

De munteenheid is de Mexicaanse Peso. Voor 1 € kregen wij bij een van de talrijke wisselkantoren van 16 tot 17.4 Pesos (april 2009). In banken is de koers iets voordeliger. Neem je reispas mee en heb heel wat geduld. Pesos mogen tot een equivalent van USD 10.000 worden in- of uitgevoerd. In- en uitvoer van vreemde valuta is onbeperkt toegestaan, mits vooraf opgegeven (wisselreçu's bewaren). Wij adviseren u US-dollar travellercheques of US-dollars in contant geld mee te nemen. De bekende creditcards worden in de grotere hotels, restaurants en winkels geaccepteerd. In grote plaatsen zijn geldautomaten, waar u met uw pinpas geld kunt opnemen.

Openingstijden

Openingstijden van banken zijn van ma. t/m vr. 09.00-16.00 uur. Wisselkantoortjes van ma. t/m za. 09.00-17.00 uur en postkantoren gemiddeld van 09.00-18.00 uur. Winkels in de toeristencentra hanteren ruime openingstijden en zijn vaak ook ’s avonds geopend.

Maaltijden

De traditionele Mexicaanse maaltijden bevatten vaak maïs en bonen aangevuld met pittige pepers. Er zijn echter veel lokale gerechten. Eetstalletjes, eenvoudige, luxe en de hotelrestaurants bieden tezamen een gevarieerde menukeuze. U kunt maaltijden zowel in als buiten de hotels gebruiken. Gelegenheden buiten de hotels zijn vaak wat goedkoper.

Tijdsverschil

Gedurende de zomermaanden is het 8 uur vroeger dan in België. In de wintermaanden is het 7 uur vroeger. In de provincie Yucatan (Cancún) kunt u hier 1 uur vanaf halen.

Fooien

In Mexico wordt geen bedieningsgeld in rekening gebracht. Gebruikelijk is daarom, om in de restaurants 10 tot 15% fooi op het eindbedrag te geven. Kamermeisjes verwachten een fooi van ca. USD 1 per dag. Ook taxichauffeurs en bellboys verwachten een fooi.

Voltage

De netspanning is 110 volt met Amerikaanse stopcontacten. U heeft een adapter en universeelstekker nodig.


 Beknopte geschiedenis



De eerste inwoners van Mexico zijn waarschijnlijk ca. 20.000 jaar v.Chr. het huidige Mexicaanse grondgebied binnengetrokken. Oorspronkelijk kwamen ze uit Siberië en zijn gedurende de laatste ijstijd, ca. 40.000 jaar geleden via de landbrug tussen Siberië en Amerika de huidige Beringstraat naar Noord-Amerika getrokken. Deze nomadenstammen leefden van de jacht, de visvangst en het verzamelen van eetbare gewassen. Pas 6.000 jaar v.Chr. werd begonnen met het verbouwen van de grond. De periode van 2000 v.Chr. tot 1521 n.Chr. wordt vaak als volgt ingedeeld:  De preklassieke periode van 2000 v.Chr. tot 200 n.Chr.  De klassieke periode van 200-900 n.Chr.  De postklassieke periode van 900-1521 n.Chr.  De culturen die in die perioden floreerden, hebben elkaar sterk beïnvloed. In de preklassieke periode werden allerlei nieuwe technieken en vaardigheden ontwikkeld, o.a. weven, pottenbakken, irrigatie van het land en het ontwerpen van een schrift en een kalender. Met name door verbeterde landbouwmethoden nam de bevolking snel in aantal toe en ontstonden uit de nederzettingen al snel steden. 


Olmeken en Tlatilco-cultuur

Omstreeks 1200 v.Chr. ontwikkelde zich de La Venta-cultuur van de Olmeken. Zij waren de eersten die steen bewerkten en gebruikten voor het maken van grote bouwwerken als ovaalvormige piramiden en grote pleinen. Typisch voor deze cultuur zijn verder de gigantische stenen hoofden. De belangrijkste steden San Lorenzo, La Venta en Tres Zapotes lagen in de vruchtbare kuststreek langs de Golf van Mexico. Hoewel over de Olmeken niet zo heel veel bekend is, worden zij beschouwd als de moedercultuur van Midden-Amerika. Welke taal zij spraken is niet bekend, maar wel dat ze een kalender gebruikten en de jaguargod een belangrijke plaats innam in hun godsdienst. Ook introduceerden zij in dit werelddeel het smeedijzer. Ongeveer 200 jaar v.Chr. werd de rol van de Olmeken in Midden-Amerika overgenomen door enkele andere hoogstaande culturen. Een andere cultuur uit de preklassieke periode was de Tlatilco-cultuur, die zich ontwikkelde op de plaats waar nu Mexico-Stad ligt op de hoogvlakte van Mexico. Op het einde van het preklassieke tijdperk bleven er twee politieke machten over: die van Teotihuacán en van Cuilcuilco. Nadat Cuilcuilco verwoest werd door een lavastroom bleef Teotihuacán over als nieuw machtscentrum en ontwikkelde zich tot een van de grootste en machtigste steden in die tijd. De bloeitijd van deze stad lag rond het jaar 400 toen er meer dan 200.000 bewoners had. Over het algemeen was het zo dat in de klassieke periode van 200 tot 900 n.Chr. de bevolking in groten getale naar de steden trok waar het economische leven zich grotendeels afspeelde. Kenmerkend was dat de meeste macht in handen was van priesters en dat men in staat was om met grote wiskundige en astronomische kennis imposante bouwwerken op te richten. Ook de beeldende kunst stond op een hoog niveau. Belangrijke goden waren de regengod Tlaloc en de god van de schepping Quetzalcóatl. De invloed van Teotihuacán reikte door de handelscontacten zeer ver, van het zuiden van de Verenigde Staten tot de Maya-gebieden van Belize, Guatemala en Honduras.


Zapoteken, Mixteken en Maya's

De Zapoteekse cultuur ontplooide zich van 300 tot 800 in de vallei van Oaxaca. De geschiedenis van dit volk is ook nog vrij onbekend, maar duidelijk is wel dat allerlei kleine vorstendommen zich op een gegeven moment verenigden en dat ook zij maakten bouwwerken van formaat maakten. Het rijk werd bestuurd vanaf de heuvel Monte Albán. Tussen 800 en 1000 werden de Zapoteken verdrongen door de Mixteken met Mitla als belangrijkste stad. De Mixteken stonden bekend om het kunstige bewerken van zilver.  Een beschaving die tegelijkertijd haar hoogtepunt bereikte, was de Maya-cultuur. Zij woonden in de huidige deelstaten Quintana Roo, Yucatán, Chiapas, Tabasco, Campeche en verder nog in het buurstaten Belize, Guatemala en Honduras. De Maya's hadden geen centraal bestuur waardoor iedere stad fungeerde als een zelfstandige staat. Het was een echte standenmaatschappij en de mensen geloofden in reïncarnatie. De oudste gebouwen van de Maya's dateren uit de periode tussen de 4e en de 9e eeuw n.Chr. en allerlei kunstvormen stonden op een hoog niveau. Ook op het gebied van de wiskunde waren de Maya's fenomenaal en hadden bijvoorbeeld een nauwkeuriger kalender dan wij nu hebben. Belangrijke halfmenselijke, halfdierlijke goden waren o.a. Kukulcan(equivalent van Quetzalcoatl bij de Azteken), Itzamná (schepper en god van de hemel), Chac (regengod), Ix Chel (god van de maan en geboorte) en Ah Puch (god van de dood). 


Tolteken

In de postklassieke periode (900-1521) kregen in plaats van de priester-koningen, de militairen het voor het voor het zeggen. Ommuurde steden zijn typisch voor deze periode en Tolteken en met name Azteken waren belangrijke culturen.  De Tolteken van Tollan waren rond 900 eigenlijk de opvolgers van de stadstaat Teotihuacán. Tollan lag ca. 80 kilometer ten noorden van het huidige Mexico-Stad. Om goden tevreden te stellen was het offeren van mensen een belangrijke gebeurtenis in de godsdienst van de Tolteken. Ze gebruikten daar vaak krijgsgevangenen voor en om die te krijgen werd er vaak oorlog gevoerd. Ze breidden hun macht uit naar het schiereiland Yucatán en zuidelijk Mexico en rond het jaar 1000 werden de Maya's onderworpen en de stad Chichén Itzá bezet. Deze stad werd langzaam een militaristische oorlogszuchtige stadstaat en groeide uit tot de belangrijkste stad op het schiereiland Yucatán. De vroegere hoofdstad van de Tolteken, Tolla, werd in 1156 verwoest door de Chichimeken, waarna het rijk van de Tolteken uit elkaar viel. 


Azteken

Het centrale hoogland werd na het uiteenvallen van het Tolteken-rijk een strijdplaats om de hegemonie die uiteindelijk gewonnen werd door de Mexica's, beter bekend als de Azteken. De Azteken stelden als beschaving begin 14e eeuw nog niet zoveel voor. In 1325 werd begonnen met de bouw van drijvende tuinen in het meer van Texcoco. In deze tuinen werd voornamelijk maïs verbouwd en later ontstond er midden in het meer een voor die tijd enorme stad, Tenochtitlán, met kanalen, bruggen, paleizen, riolering en een inwoneraantal van ca. 300.000. Net als de Tolteken had hun ongecontroleerde oorlogsdrift een religieuze achtergrond. Zij hadden duizenden krijgsgevangenen nodig die geofferd werden om natuurrampen te voorkomen en hadden alle volkeren in dat deel van Mexico onderworpen. Hoe de Azteken dit alles in nauwelijks honderd jaar tijd voor elkaar gekregen hebben, is nog steeds een raadsel. Ten tijde van de komst van de Spanjaarden in 1519 was de absolute machthebber van de Azteken Montezuma II. De twee belangrijkste goden van het Azteekse rijk waren Huitzilopochtli, de zonnegod, en Tlaloc, de regengod. De god van de schepping, Quetzalcóatl komt net als Tlaloc onder verschillende namen bij verschillende volkeren voor.


De Spaanse conquistadores

Het was de Spaanse veroveraar (conquistador) Hernán Cortés die als eerste Europeaan op 21 april 1519 met enkele honderden soldaten voet aan Mexicaanse wal zette, in de buurt van Veracruz. De Azteken bejegenden hem zo vriendschappelijk omdat ze dachten dat Cortés de god Quetzalcóatl was die terugkeerde van zee. Cortés nam Montezuma II echter onverwacht gevangen met behulp van vele duizenden Tlaxcalan-indianen die zo hoopten onder de terreur van de Azteken uit te komen. De Spanjaarden gebruikten Montezuma als gijzelaar, maar de Azteken kwamen toch in opstand. Montezuma probeerde dit te verhinderen maar werd gedood door zijn eigen volk.  De jongere broer van Montezuma, Cuitláhuac, werd de nieuwe leider en hij bracht de Spanjaarden een gevoelige slag toe. Vele Spanjaarden vonden de dood en ze verloren de alle buitgemaakte rijkdommen in een nacht die de geschiedenis in zou gaan als de "noche triste". In 1521 vielen de Spanjaarden weer aan en dolven de Azteken, nu onder leiding van Cuauhtémoc, het onderspit. Er werden duizenden Azteken gedood en ook de hoofdstad Tenochtitlán werd verwoest. Het gebied werd in naam van Karel V tot kolonie uitgeroepen en Nieuw-Spanje genoemd. Op de fundamenten van Tenochtitlán werd een nieuwe stad gebouwd die in Mexico herdoopt werd.  Door dwangarbeid, onderdrukking en nieuwe ziekten als pokken stierven vele indianen en daalde het aantal in de 16e eeuw van ca. 25 miljoen naar ca. 2 miljoen. Enige tijd later nam de Spaanse Kroon de indianen enigszins in bescherming. De dorpen werden erkend als "pueblos de indios" en er was wat grondbezit mogelijk. De indianen moesten daarvoor wel de katholieke leer naleven en belasting betalen. In "Nieuw-Spanje" konden alleen zuivere Spanjaarden, de zogenaamde "peninsulares", hoge ambten bekleden en moesten alle industriële producten uit Spanje betrokken worden en was de uitvoer, sinds de 18de eeuw met name zilver, alleen maar op het moederland gericht. Het grondbezit was geheel in handen van Spanjaarden en van de kerk, die in het openbaar bestuur was geïntegreerd. In 1535 kreeg de nieuwe kolonie de status van onderkoninkrijk.  Dit systeem kon zich eeuwen lang handhaven. 


Mexico onafhankelijk

Eind achttiende eeuw begon de gedachte aan onafhankelijkheid vorm aan te nemen. Pas in 1808, na de afzetting van de Bourbons in Spanje, braken de eerste grote opstanden tegen het systeem uit. Op 16 september 1810 ging de legerkapitein Ignacio Allende en priester Miguel Hidalgo y Castillo samen met Creolen, mestiezen en indianen de strijd aan met de Spanjaarden (Grito de Dolores = de schreeuw van Dolores). Hoewel de strijd in 1811 verloren werd, wordt die dag nog steeds herdacht als de dag dat de onafhankelijkheidsstrijd begon.  In 1815 werd het gezag van de Spaanse onderkoning weer hersteld. In 1820 werd er in Spanje een liberale grondwet afgekondigd en dit was het sein voor de Spaanse kolonisten om de onafhankelijkheid uit te roepen. Spanje stuurde een leger onder leiding van generaal Iturbide, die echter overliep naar de opstandelingen. De onafhankelijkheid werd op 17 september 1821 uitgeroepen en Iturbide liet zich als Agustín I tot keizer kronen. In 1822 werd Iturbide alweer ten val gebracht werd door de liberalen onder leiding van Antonio López de Santa Ana.  De bevolking bestond op dat moment voor meer dan 80% uit indianen en mestiezen van Spaans-indiaanse afkomst. Zij raakten min of meer van de regen in de drup want de nieuwe president Santa Ana interesseerde zich niets voor de arme bevolking. Zo verdween al snel de "pueblos de indios", de wetten die de indianen en de boeren een beetje beschermden.  In 1824 werd er een federalistisch-republikeinse grondwet uitgevaardigd nadat de staten van Midden-Amerika zich van Mexico had losgemaakt. In de periode 1821 tot 1857 vonden er zeer veel staatsgrepen plaats als gevolg van tegenstellingen tussen verschillende politieke stromingen, maar ook door militairen die met elkaar wedijverden om de macht. Santa Ana bekleedde in die periode verschillende keren het presidentschap. In 1829 deed Spanje een vergeefse poging om Mexico terug te veroveren en werd Veracruz bezet door de Fransen vanwege een niet-betaalde schuld. 


Oorlog met de Verenigde Staten

Onder het bewind van Santa Ana begon de Verenigde Staten een oorlog tegen Mexico. Het zwakke Mexicaanse leger kon niet verhinderen dat Mexico-stad in 1847 door de Amerikanen bezet werd. Eerder (1836) hadden de Mexicanen de staat Texas al verloren en ze werden gedwongen om meer dan de helft van hun grondgebied af te staan, o.a. het huidige California, Midden-Mexico, Arizona en delen van Colorado, Nevada, Kansas, Utah en Oklahoma. Texas sloot zich in 1845 bij de Verenigde Staten aan.  Ondanks deze vernedering lukte het Santa Ana om president te blijven en hij riep zich in 1853 uit als dictator. Hij werd namelijk ondanks alles nog steeds gesteund door conservatieve stromingen in het land en door het leger, de kerk en de grootgrondbezitters. Om hun positie te beschermen was het in hun voordeel om de politieke situatie te houden zoals die was. De liberalen daarentegen pleitten sterk voor een vrije-markteconomie en een scheiding van kerk en staat. 


Periode Benito Juárez

In 1855 werd Santa Ana afgezet door de liberalen onder leiding van de Zapoteek-indiaan Benito Juárez. Hij maakte een nieuwe grondwet waarin het recht op gratis onderwijs en de vrijheid van godsdienst en meningsuiting opgenomen waren. Ook de scheiding tussen kerk en staat en, zeer belangrijk voor de bevolking, de herverdeling van het vele land dat de kerk bezat, waren hierin geregeld. De conservatieven kwamen in opstand, maar de drie jaar durende oorlog werd gewonnen door de liberalen.  De burgeroorlog had veel geld gekost en Mexico kon niet meer voldoen aan de financiële verplichtingen t.o.v. Spanje, Groot-Brittannië en Frankrijk. Deze landen besloten tot een interventie, Spanje en Groot-Brittannië trokken zich terug, toen ze in de gaten kregen dat Frankrijk van plan was een protectoraat van Mexico te maken. In 1863 werd Mexico bezet door Napoleon III en aartshertog Maximiliaan van Oostenrijk, echtgenoot van Prinses Charlotte dochter van Leopold I van België, werd door de Fransen aangesteld als keizer van Mexico. Hij was de broer van de Oostenrijkse keizer Franz-Josef. Deze bezetting duurde maar kort want in 1867 werd Maximiliaan verslagen en gefusillerd en Benito Juárez weer president van Mexico. 


Revolutie

Van 1911 - 1920 vond er een revolutie plaats, aangevoerd door Francisco Madero en gericht tegen de dictatuur van Porfirio Díaz. Madero werd in 1913 slachtoffer van een samenzwering en vermoord. Het volk kwam daardoor nog meer in opstand. Emiliano Zapata en Pancho Villa voerden de boerenopstand aan. Tijdens deze opstand eisten de boerenleiders Zapata en Villa land op van de grootgrondbezitters. In 1929 werd de ‘partij van de revolutie’, de PNR opgericht, in 1939 wordt deze omgedoopt tot PRM, Partij van de Mexicaanse Revolutie en in 1946 herdoopt tot de PRI, de geïnstitutionaliseerde Revolutionaire Partij. Deze laatste partij heeft tot ver in de jaren negentig de politiek van Mexico overheerst.


Mexico onder de presidenten Callas, Cárdenas, Alemán, López Mateos en Díaz Ordaz

In 1924 kwam president Callas op een vreedzame manier aan de macht. Hij kwam in conflict met de machtige Mexicaanse kerk door de anti-klerikale bepalingen in de grondwet. Het conflict groeide uit tot een opstand van de zogenaamde "cristeros" die in 1929 werd neergeslagen.  In 1929 werd de Nationale Revolutionaire partij opgericht om alle revolutionaire groepen bij elkaar te brengen. Al snel bleek dat de partij en de overheid op deze manier de macht bij een klein groepje kon houden en werden vakbonden en boerenbonden marionetten van de regering. Na president Calles werd Lázaro Cárdenas in 1934 tot president gekozen. Hij hield zich wel aan zijn woord en begon de grootgrondbezitters te onteigenen. Tot 1940 werden er onder zijn bewind 19 miljoen hectares onteigend, ondanks gewapend verzet van de grootgrondbezitters.  De grond werd verdeeld onder de boerengemeenschappen verdeeld in "ejidos", staatsgronden die gezamenlijk bewerkt werden. Een ander belangrijke beslissing werd ook door hem genomen na een loonconflict tussen de Noord-Amerikaanse en Britse oliemaatschappijen en de arbeiders. Om uit de impasse te komen nationaliseerde hij in 1937 alle buitenlandse oliemaatschappijen.  In 1942 sloot Mexico zich aan bij de geallieerden en verklaarde de oorlog aan Duitsland, Italië en Japan.  In 1946 werd de naam van de PRM gewijzigd in Institutionele Revolutionaire Partij (PRI: Partido Revolucionario Institucional). Dit gebeurde onder de eerste civiele president van Mexico, Miguel Alemán. Onder hem en zijn partij stond de economische en technologische ontwikkeling van Mexico centraal maar raakte de sociale rechtvaardigheid uit beeld. Deze partij heeft het tot nu toe nog steeds voor het zeggen in Mexico en heeft bijvoorbeeld het gehele overheidsapparaat in handen. De oppositie heeft maar weinig in te brengen. De laatste decennia is de politieke toestand wel wat geliberaliseerd. Zo is er een traditie gegroeid dat een centrum-rechtse president opgevolgd wordt door een centrum-linkse president. Een van die centrum-linkse presidenten was López Mateos die in 1958 aan de macht kwam. Hij richtte zich in zijn beleid weer op de landhervorming en de verdeling van het grootgrondbezit, typische linkse stokpaardjes. De behoudende Díaz Ordaz regeerde van 1964 tot 1970 en hij richtte zich weer meer op de expansie van de industrie. 


Studentenopstanden en economische malaise

Op het eind van de jaren zestig begon in sommige sectoren, zowel in als buiten de regeringspartij, de oppositie tegen het bestaande stelsel toe te nemen.  In juli 1968 eisten studenten, kort voor de aanvang van de Olympische Spelen, ingrijpende hervormingen. De demonstraties werden uit elkaar geslagen en meer dan 500 studenten en arbeiders vonden de dood. Veel studenten vluchtten de bergen in om van daaruit een guerrillastrijd te gaan voeren.  In de jaren zeventig, o.a. onder het bewind van Luís Echeverría Álvarez leende Mexico miljarden dollars in het buitenland om de industrie te stimuleren. Met name de olie-industrie zou Mexico moeten redden van de financiële ondergang, die o.a. ontstond als gevolg van de enorme bevolkingsgroei. De olieprijzen daalden echter scherp en Mexico kon zijn schulden niet meer terugbetalen. De inflatie liep torenhoog op, de levensstandaard daalde, de werkloosheid nam toe en geld voor beter onderwijs en gezondheidszorg was er niet meer.  Onder Álvarez werd ook gestreefd naar modernisering van de PRI en naar liberalisering van het politieke systeem, maar de binnenlandse problemen bleven hem achtervolgen. Wat de buitenlandse politiek betrof streefde hij naar een onafhankelijker positie tegenover de Verenigde Staten. De conservatief López Portillo y Pacheco kwam in 1976 aan de macht en probeerde de economische crisis te bestrijden door de stimulering van de particuliere sector en een strak loonbeleid.  Onder López Portillo werden ook de particuliere banken genationaliseerd. De toenemende export van aardolie zorgde eveneens voor economische groei, maar ook de corruptie nam grote vormen aan. Toen er in 1982 weer een economische crisis uitbrak nationaliseerde López Portillo de particuliere banken. De overheid kon op dat moment de buitenlandse schulden niet meer aflossen en probeerde door deze maatregel de overheidscontrole op de economie te versterken.  López Portillo trad in 1982 af en werd opgevolgd door Miguel de la Madrid Hurtado. Hij zocht de oplossing in strikte bezuinigingen, liberalisering van de economie en het privatiseren van staatsondernemingen. Na verkiezingen voor het Congres in 1985 en gouverneursverkiezingen in 1986 voor enkele deelstaten, werd de regering Hurtado beschuldigd van verkiezingsfraude. Op 19 september 1985 werd Mexico-Stad getroffen door een aardbeving die aan ca. 20.000 mensen het leven kostte. Ook hier volgden beschuldigingen van corruptie en nalatigheid, o.a. bij de controle op bouwvergunningen.  Hurtado werd op 1 december 1988 opgevolgd door Carlos Salinas de Gortari. Hij was door de partijleiding van de PRI aangewezen als kandidaat na ernstige interne problemen in die partij. In november 1989 werd de kandidaat van de PAN-partij (Partido Accíon Institucional) gekozen tot gouverneur van de deelstaat Baja California Norte. Voor het eerst in 60 jaar werd een belangrijk ambt bekleed door iemand van de oppositie. Salinas probeerde wat aan de corruptie te doen en er volgden arrestaties van hoge politie-officieren en vakbondsmensen. Na congresverkiezingen werden enkele gouverneurs gedwongen af te treden na beschuldigingen van corruptie. 


Deelstaat Chiapas toneel van opstanden en geweld

In de zuidelijke deelstaat Chiapas brak op 1 januari 1992 een opstand uit door gewapende indiaanse boeren. Zij eisten vergaande economische en sociale veranderingen in hun regio. Vanaf mei 1993 werden er regelmatig legerposten overvallen en in januari 1994 werden er enkele steden door guerrillastrijders van het EZLN (Ejército Zapatista de Liberación Nacional = Zapatistisch Nationaal Bevrijdingsleger), bestaande uit Tzotzil-, Tzeltal-, Tjolabal-, en Chol-indianen, bezet. In maart werden er enkele eisen van de EZLN ingewilligd, maar na fraude bij verkiezingen en het aantreden van een PRI-kandidaat (Eduardo Robledo Rincón) als gouverneur van Chiapas, kwam het EZLN opnieuw in opstand. Het EZLN eiste zijn aftreden maar de inmiddels aangetreden president Zedillo weigerde hierop in te gaan. Niet veel later trad Robledo toch af.  In november 1993 werd er een vrijhandelsakkoord gesloten met de Verenigde Staten en Canada, de NAFTA (North American Free Trade Agreement).  In maart 1994 werd de presidentskandidaat van de PRI, Luís Donaldo Colosio, vermoord. Eind dat jaar werd ook de secretaris-genaraal van de PRI, José Francísco Ruiz Massiau, vermoord.  De presidentsverkiezingen van augustus 1994 waren ondertussen gewonnen door de PRI-kandidaat Ernesto Zedillo, maar hadden een sterk frauduleus karakter. Zedillo beloofde dat de democratisering en de hervorming van het justitiële apparaat zou worden voortgezet. Bij de gelijktijdig gehouden parlementsverkiezingen leed de PRI een nederlaag en verloor 24 zetels in het Huis van Afgevaardigden. Ook kwam er voor het eerst oppositie in de Senaat. Door de voortdurende problemen in Chiapas kreeg de economie klappen te verwerken en was Zedillo genoodzaakt een economisch noodprogramma af te kondigen.  Bij deelstaat- en gemeenteraadsverkiezingen leed de PRI forse nederlagen, maar zij behield in 28 van de 32 deelstaten en in 85% van de gemeenteraden de macht.  In maart 1995 maakte het Amerikaanse drugsbestrijdingsagentschap DEA bekend te beschikken over bewijzen dat oud-president Carlos Salinas op vele bankrekeningen in negen verschillende landen 500 miljoen dollar had staan. Dit vermogen zou bestaan uit smeergelden van de cocaïnemafia.  Onder druk van de boerenopstand en de peso-crisis bereikte president Zedillo in januari 1995 een akkoord met de drie grootste oppositiepartijen over democratische hervormingen. Als gevolg van de peso-crisis maakte Mexico in 1995 de zwaarste depressie mee in zijn geschiedenis. De Verenigde Staten (Clinton) droegen met een reddingsplan ruim 12 miljard dollar bij. In maart 1996 werd Raúl Salinas, de broer van de vroegere president Salinas, officieel in staat van beschuldiging gesteld voor de moord op Colosio.  Bij gemeenteraadsverkiezingen in november 1996 leed de PRI in verschillende deelstaten grote nederlagen, met nam in de belangrijke deelstaat Mexico. Bij de parlementsverkiezingen van juli 1997 verloor de PRI voor het eerst in haar 70-jarig bestaan de absolute meerderheid ten gunste van de sociaal-democratische PRD. In december 1997 opnieuw veel geweld in de deelstaat Chiapas toen 45 ongewapende Indianen in het dorp Acteal door een paramilitaire organisatie werden gedood. Later bleek dat de wapens en de uniformen waren hun verstrekt door de PRI-gouverneur van de regio. Als gevolg van deze moordpartij en het vastlopen van de onderhandelingen met de indianen van Chiapas werd in januari 1998 de minister van Binnenlandse Zaken Emilio Chuayffet ontslagen.  In 1999 werd het aantal militairen in Chiapas opgevoerd tot meer dan 60.000. De schending van mensenrechten oogstte veel kritiek, o.a. van de speciale rapporteur voor mensenrechten van de Verenigde Naties, Mary Robinson. Deelstaatverkiezingen lieten een herstel zien van de PRI, maar begin juli 2000 werden de presidentsverkiezingen verrassend gewonnen door Vicente Fox Quesada van de PAN (Partido Acción Nacional) die een regeringsteam van vooral technocraten en industriëlen samenstelde. Hiermee kwam een eind aan de 70-jarige regeringsperiode van de PRI, de langst regerende partij ter wereld. Sinds 1 december 2000 is Quesada in functie. De verkiezingen van juli 2006 zijn onduidelijk verlopen twee kandidaten claimen de winst. Na twee maanden getouwtrek over de uitslag kende het Kiestribunaal de overwinning in de verkiezingen toe aan Calderón, die 230 duizend stemmen meer haalde dan López Obrador. De laatste blijft echter volhouden dat hem door fraude de zege is ontstolen. Nog voordat Calderón op 1 december officieel de macht overneemt van de vertrekkende president Fox, wordt López Obrador als alternatief president ingehuldigd. In de jaren 2007 en 2008 maakt Calderon de oorlog tegen de drugs speerpunt van zijn beleid. 


Bestuur en Politiek

Mexico (Estados Unidos Mexicanos) is een federale democratische republiek met een grote autonomie voor de afzonderlijke staten. Dit alles is vastgelegd in de grondwet uit 1917, die sinds die tijd vele malen geamendeerd is.  De president staat aan het hoofd van de uitvoerende macht. Hij wordt tijdens directe verkiezingen voor hoogstens één periode van zes jaar gekozen. Het kabinet bestaat uit vijftien ministers, drie staatssecretarissen en een procureur-generaal. De president is een machtig man want hij benoemt de minsters zelf, maar kan bijvoorbeeld ook gouverneurs ontslaan.  De wetgevende macht berust bij het parlement (Congreso de la Unión), bestaande uit een Senaat (Cámara de Senadores) met 128 leden (4 per staat), gekozen voor zes jaar, en een Kamer van Afgevaardigden (Cámara de Diputados) met 500 leden, waarvan er om de drie jaar 300 gekozen worden volgens het districtenstelsel en 200 volgens het stelsel van evenredige vertegenwoordiging uit lijsten van kandidaten ingediend door geregistreerde partijen.  Er is kiesrecht voor alle burgers van achttien jaar en ouder, voor gehuwden vanaf 16 jaar. Vrouwen hebben pas kiesrecht sinds 1953.  Mexico is staatkundig verdeeld in vijf regio's met 31 staten en het Federaal District waarin de hoofdstad Mexico-Stad ligt met twaalf omliggende zogenaamde delegaciones. Elke staat heeft een eigen grondwet, eigen belastingen en een gekozen gouverneur die zes jaar aanblijft en door de inwoners van de staat zelf gekozen worden. De gouverneur van het Federale District wordt benoemd door de president. De staten zijn weer onderverdeeld in ca. 2300 municipios (gemeenten). In 1997 vonden voor het eerst in de geschiedenis verkiezingen plaats voor het ambt van burgemeester van Mexico-Stad. Tot die tijd werd de burgemeester van Mexico-Stad rechtstreeks door de president benoemd.  Op gemeentelijk niveau bestaat nog steeds de mogelijkheid dat de burgemeester zijn eigen ambtenaren en politieagenten benoemt. 


 Parcours




Zondag 5 april 2009  Brussel - Atlanta - mexico City




Onze schoonzoon brengt ons naar de luchthaven in Zaventem. Houdt het even spannend door goed bedoeld een rondje rond te rijden. Kennismaking met onze lentegroen frisse doch ervaren begeleidster Tine Van Tyghem. Vertrek om 11:45 met Delta Airlines. Aankomst na een dikke negen uur in Atlanta. Bagage wordt doorgestuurd naar Mexico. Vier uur wachten op transfer. Even praten met US soldaat, duim omlaag, klaar om te vertrekken naar Afghanistan. Via roodaangelopen Amerikaan met blackberry verneem ik dat Devolder Ronde van Vlaanderen wint. In de luchthaven van Mexico City staat onze mexicaanse gids ons op te wachten: Nabor Chimal, een struise Azteek. Woelwater en professor (?) aan de universiteit van Mexico City. Even voor middernacht aankomst in hotel Regente in Mexico City. Piepkleine kamer.



Maandag 6 april 2009   Mexico City - Teotihuacan - Mexico City



Volgens het programma bezoeken we vandaag het Antropologisch museum. Het is echter 's maandags gesloten. We doen dus vandaag het programma dat voor morgen dinsdag voorzien was.
We rijden even door het centrum van de stad en zien het monument van Benito Juarez, een van de meest geliefde presidenten. We houden halt bij het Palacio de Bellas Artes: het paleis van de schone kunsten gebouwd van 1900 tot 1934, een lange periode omdat het erg veel kostte. Het gebouw is van marmer en weegt zo veel, dat het bij realisatie al 4,5 meter in de grond was weggezakt. In het paleis is o.a. een museum gevestigd.
We gaan even binnen in het nabijgelegen centrale postkantoor. Buiten een gevel als een Venetiaanse palazzo. Binnen een orgie van marmer en koper. Hier werd één van de films van James Bond opgenomen. We gaan verder naar de Plaza de las Tres Culturas. Van grote symbolische waarde: drie grote periodes in Mexicaanse geschiedenis hebben hier sporen nagelaten:
-Azteekse: ruine van oude markt van Tlatelolco
-Spaanse: kerk van Santiago
-Moderne: bloedig neerslaan van studentenopstand tijdens verzet ten tijde van PRI (Partido Revolucionario Institucional) in 1968, één week voor olympische spelen.

De Basiliek van Guadalupe (Spaans: Basílica de Santa María de Guadalupe) is een basiliek, of eigenlijk twee basilieken, in het District Gustavo A.Madero in Mexico stad. De kerken zijn gebouwd op de heuvel Tepeyac.
Elk Mexicaans schoolkind kent het verhaal van Juan Diego, de indiaanse boer, aan wie op de heuvel Tepeyac tot 3 maal toe in 1531 de Maagd Maria verscheen. Nadat de bisschop van Zumárraga hem om bewijs van het wonder had gevraagd, strooide Maria rozen over Juan Diego uit. Zijn kostbare last in een mantel gewikkeld, ging hij terug naar de bisschop maar ontdekte dat de rozen verdwenen waren en vervangen door een afbeelding van de heilige maagd. De bouw van de oudste van de twee kerken is begonnen in 1531. Zij was pas voltooid in 1709. Deze kerk kenmerkt zich door een Dorisch interieur met standbeelden van Juan Diego en Juan de Zumárraga, de eerste bisschop van Mexico. Paus Pius X kende deze kerk in 1904 de status van basiliek toe. In 1921 werd een bomaanslag gepleegd op de kerk. De beeltenis van de O.L.V. van Guadalupe werd hierdoor nauwelijks beschadigd. Aangezien Mexico-stad op een voormalig meer gebouwd is vinden er vaak verzakkingen plaats. De basiliek raakte hierdoor zwaar beschadigd en staat heel erg scheef.
Tussen 1974 en 1976 werd er daarom een nieuwe basiliek ernaast gebouwd door de beroemde architect Pedro Ramírez Vásquez. De beeltenis van O.L.V. (op een 470 jaar oude heilige zweetdoek) werd naar hier overgeplaatst. De nieuwe basiliek is gebouwd om een groot aantal bezoekers te verwerken, er kunnen maximaal 40.000 mensen tegelijk naar binnen. Je passeert over een roltapijt achter het hoofdaltaar voorbij het doek: op die manier wil men opstoppingen vermijden. De basiliek is een belangrijk bedevaartsoord. Ze wordt door miljoenen mensen per jaar bezocht, en is daarmee op Rome na het meeste bezochte christelijke bedevaartsoord. Voornamelijk op 12 december, de feestdag van de Maria van Guadalupe, is het er erg druk.Buiten staat een beeld van paus Johannes Paulus II en een pausmobiel. Beiden worden sterk vereerd.
Tegen de middag rijden wij naar het noordoosten van de stad. We bezoeken een atelier (El Mundo de la Obsidiana) dat een een licentie heeft op reproducties van antieke beeldjes en sculpturen.
Eerst krijgen we een uiteenzetting over de agave. De blauwe agave is een vetplant met stijve, puntige lange bladeren. Als de plant zeven jaar oud is, worden de bladeren gekapt. Het binnenste hart dat overblijft van de plant - het ziet er een beetje uit als een reusachtige ananas - bevat een 'soort honing' aguamiel die na fermentatie een alcoholhoudende drank voortbrengt. Deze noemen ze Pulque. Het is de enige alcoholische drank uit de tijd van de Azteken, die slechts bij zeer grote uitzondering alcohol mochten drinken. Van pulque geraak je eerder in een roes dan dat je er dronken van wordt.
Tequilla wordt bekomen na fermentatie en distillatie. Tequila wordt traditioneel geserveerd in een hoog smal glas. U neemt wat zout tussen duim en wijsvinger, brengt het naar de mond, neemt een slok en kauwt dan op op een stukkje limoen. Tequila heeft ook een appelatie: tequila 'claro' of 'blanco', 'reposado' één jaar op vat, 'añejo' = vijf jaar op vat.
De buitenkant van het blad van de agave wordt gestroopt en kan gebruikt worden om op te schrijven. De vezels worden bewerkt (sisal) en soms ook geweven.Vroeger gebruikte men de toppunt of "stekel" als stopnaald door er een gaatje in te boren.
Het atelier heeft ook een slijperij van obsidiaan. Obsidiaan is een natuurlijk voorkomend vulkanisch glas. Obsidiaan ontstaat bij snelle afkoeling van lava.Indien het gehalte aan vluchtige bestanddelen (water, kooldioxide) hoger is ontstaat puimsteen, omdat de vrijkomende gassen als een blaasmiddel werken. De kleur van obsidiaan wisselt vrij sterk, afhankelijk van de verontreinigingen die het bevat. De kleur is meest donkergroen tot diepzwart, het kan ook zilverkleurig of goudkleurig zijn. In de steentijd was obsidiaan een begeerde grondstof omdat het vlijmscherpe snijkanten vormt. Het werd voor messen en wapens gebruikt. Tegenwoordig is het een geliefd materiaal voor kunstvoorwerpen en wordt het ook wel als halfedelsteen in sieraden gebruikt. Het wordt dan geslepen alsof het een kristal is. Obsidiaan is harder dan glas, maar minder hard dan kwarts. In het winkeltje staan prachtige beeldjes te koop. Heel mooi maar prijzig.

DSC00632

Na het middagmaal begeven we ons via puerta 4 naar de nabijgelegen site.
Teotihuacán was rond 150 v.C. een grote nederzetting bij een grot met religieuze betekenis, gelegen onder de huidige Piramide van de Zon. Teotihuacan floreerde en werd een religieus en economisch centrum en had controle op de productie van obsidiaan (de zwarte steen gebruikt voor het maken van wapens en gereedschap). Tegen 250 n.C. was de ceremoniële kern van de stad voltooid, met inbegrip van de Piramiden van de Zon en de Maan en de Calle de los Muertos. De enorme piramide structuren werden rood geverft en moeten indrukwekkend geweest zijn. Er werd handel gedreven met Monte Alban in Oaxaca en de Golf kust - er is weinig bewijs van enige vijandigheid in de jaren van voorspoed. (Je vindt geen afbeeldingen van oorlogsvoering in het houtsnijwerk en muurschilderingen in Teotihuacan, in tegenstelling tot veel andere steden in Mexico).
Een belangrijke toename van bevolking en huisvesting heeft plaatsgevonden tussen 250-450 n.C. Men schat het aantal inwoners in die tijd op 200.000 en het aantal huizen op 2000. De meeste van deze gebouwen behoorden aan families of ambachtslui. Er waren ook delegaties uit andere steden. Het is bekend dat een groep ambachtslieden uit Monte Alban er een werkhuis deelden. De welvaart bleef duren tot 650 n.C. en rond deze tijd was Teotihuacan de zesde grootste stad in de wereld. Echter, in 650 n.C., heeft een grote brand gewoed in de stad, die vele wijken verwoestte en een snelle neergang van de stad betekende. Er zijn weinig tekenen van een snelle wederopbouw. Verschillende hypotheses doen de ronde: invasie van een rivaliserende stad die profiteerde van de tijdelijke zwakte of erosie van de natuurlijke hulpbronnen (bomen) door over-exploitatie. Wat de echte reden ook was, de bevolking verplaatste zich snel naar andere steden en Teotihuacan was vrijwel verlaten tegen de tijd dat de Azteken op de scène arriveerden. Voor de Azteken, was Teotihuacan een heilige plaats, waar de zon, de maan en het universum gecreëerd waren. Zij gaven de stad de naam Teotihuacan die in het Nahuatl betekent "De plaats waar de mensen goden worden". Van hen komt ook de naam van de Calle de los Muertos omdat ze dachten (ten onrechte) dat de vele verwoeste tempels en monumenten langs de "dodenweg" begraafplaatsen waren van vroege heersers. Tot op heden weten we nog altijd niet welke taal de Teotihuacanen spraken en wat hun eigenlijke naam was. De grote piramiden werden stilaan bedekt met aarde en gras, tot ze in niets meer van de grote bergen in het landschap te onderscheiden waren. Toen Cortes in de 16de eeuw het gebied passeerde schonk hij weinig aandacht aan de nog zichtbare structuren. Pas in de 19e eeuw is men met een goede opgraving en restauratie begonnen.
Nu heeft de plek opnieuw aan aantrekkingskracht gewonnen, vooral onder de vele new age-freaks en andere mystici. Op 21 maart bijvoorbeeld komen vele geheel in het wit geklede mensen de lentezonnewende vieren.
De piramide van de Maan en Quetzalpapalotl
De Piramide van de Maan is gelegen op het noordelijke einde van de Dodenweg. De voorkant van de piramide is zuidwaarts gelegen en is vanzelfsprekend het belangrijkste gebouw op het Plein van de Maan, die een van de voornaamste rituele functies bekleedde. Daar staan samen vijftien kleine piramidevormige tempeltjes, symmetrisch gebouwd langs de noordzuid-as. De Maanpiramide is 42 meter hoog en bestaat uit vier grote trappen waar vroeger een tempeltje op stond. De omtrek van de piramide is 140 bij 150 meter en de totale massa bedraagt 360.000 kubieke meter. Ze werd voltooid omstreeks 250 n.C. Onlangs werden in de Piramide van de Maan graftombes ontdekt met lijken die waarschijnlijk op mensenoffers wijzen. Ten zuidwesten van de Piramide van de Maan ligt het mooie complex van paleizen waar priesters verbleven, namelijk Quetzalpapalotl  of de vlinder-vogel. Dit gebouw werd gerenoveerd met oorspronkelijke materialen. In dit gebouw is structuur van de woningblokken duidelijk herkenbaar: een combinatie van grote patio’s waarop alle vertrekken uitkomen.
La Calzada de los Muertos
We beklimmen de Pyramide van de Maan. Een prachtig zicht op de Dodenweg en de gehele site met achterliggend landschap is ons deel.

DSC00601

De Dodenweg was de hoofdas die Teotihuacán in twee scheidde. Deze 'weg' liep ongeveer van noord naar zuid, er is slechts een kleine afwijking oostwaarts van 15°28’. Dat was geen fout, maar het had een astronomische betekenis. De Piramide van de Zon stond ook een heel klein beetje schuin ten opzichte van de oostwest-as, om het geruite stratenpatroon in ere te houden, en daarom moest de Dodenweg ook een klein beetje afwijken. De Pyramide van de Zon staat precies gericht naar het punt waar de zon ondergaat op 13 augustus. De lijn van de hoek van de pyramide van de Maan tot de top van de Pyramide van de Zon volgt precies de Noord - Zuid meridiaan. De Weg der Doden is vier kilometer lang en ongeveer 45 meter breed. De naam werd gegeven door de Azteken, die dachten dat de weg diende als begraafplaats voor hun doden. Maar in werkelijkheid is het een opeenvolging van rechthoekige pleinen of ruimten, die verschillen van hoogte en met elkaar verbonden zijn via enkele treden. Soms werd de laan onderbroken door een beeld of een tempeltje. De Weg der Doden verbindt de Piramide van de Maan met de Citadel. 
Ten noorden van de Dodenweg begint de helling van de Cerro Gordo, een uitgedoofde vulkaan. Vlak langs de Dodenweg stonden de andere belangrijke gebouwen gerangschikt en verder naar het oosten of westen toe stonden de woningen van het gewone volk.
Als we wandelen langs de Dodenweg naar de Piramide van de Zon zien we onder een golfplaten dakje een muurschilderij van een jaguar. Het moet adembenemend spektakel geweest zijn wanneer alle schilderijen langs de dodenweg intact waren.
De Piramide van de Zon
De Piramide van de Zon is met zijn 65 meter hoogte de derde grootste piramide ter wereld. De eerste en de tweede zijn de Grote Piramide van Cholula, nabij Puebla en de Piramide van Cheops, aan de rand van Caïro, Egypte.
De piramide bestaat uit vijf grote trappen met in totaal 248 treden. Op de top stond oorspronkelijk de tempel voor de godheid Huitzilpotchli, de stamgod en de god van de zon. De zijden van het grondvlak maten oorspronkelijk 215 op 215 meter. Maar door de twee uitbreidingen in latere bouwfasen kwam men uit op 222 bij 225 meter. De kern van de piramide bestaat uit adobe (soort steen uit leem gedroogd in de zon) die in horizontale lagen werd aangelegd. Dat werd versterkt door een skelet van gemetselde pijlers en grote boomstammen. Het middendeel werd bedekt met aarde en vooral steen. Bij de bouw werd ongeveer drie miljoen ton steen gebruikt waardoor het totale volume van de kolos 1.100.000 kubieke meter bedraagt. Dat is de helft meer als van de piramide van Cheops. Met als enige verschil dat de gebruikte stenen kleiner waren dan bij de Egyptische piramides, waardoor het bouwen vlotter moet zijn verlopen. Opmerkelijk is dat de verhouding van de hoogte tegenover de omtrek van het grondvlak gebaseerd is op het getal Pi , net zoals bij de piramide van Gizeh. De omtrek van de Zonnepiramide is 4 x Pi x h (zijn hoogte), terwijl dat van Gizeh 2 x Pi x h bedraagt. Het feit dat Pi in hun bouwplannen voorkomt, toont duidelijk aan dat ze ook een hoge wiskundige kennis ontwikkeld hadden. Volgens berekeningen zou men aan de bouw van de Piramide van de Zon met een gemiddelde mankracht van 3000 ongeveer dertig jaar gewerkt hebben. Ze werd voltooid omstreeks 200 n.C. Het bouwen van de heiligdommen werd mogelijk gemaakt door het religieuze gezag die Teotihuacán uitstraalde, waardoor de landbouwers massaal naar de stad kwamen om te helpen bouwen. Zo ontstond er dan ook een dichtbevolkte stad. De Piramide van de Zon is gebouwd bovenop één van de natuurlijke lavagrotten, want Teotihuacán is gesitueerd in een vulkanisch gebied. De grot werd in 1971 ontdekt: aan de westkant werd vlak vóór de piramide een put van zeven meter diep blootgelegd. Die put biedt toegang tot een ongeveer honderd meter  lange, natuurlijke tunnel, die ons bij die grot brengt. De rituele grot werd vroeger door de Teotihuacánen uitgebreid en zorgvuldig bewerkt: ze werd in vier kamers onderverdeeld die werden gebruikt om relikwieën te bewaren. Ze werd ook beschouwd als 'poort' tot de onderwereld en de plaats waar goden 'ontstonden', 'geboren werden'. Een ander onderzoek brengt dan weer aan het licht dat er in de grot ooit een bron zou kunnen geweest zijn, want men heeft sporen gevonden van afwateringspijpen. Zo denkt men de vraag waarom Teotihuacán precies dáár gebouwd is te kunnen beantwoorden: de Teotihuacánen hebben de Piramide van de Zon exact boven de lavagrot gebouwd.
Volgens de Azteekse mythe waren de zon en de maan ontstaan in Teotihuacán nadat de goden zichzelf offerden door zich te verbranden. Vandaar komen dan de namen van de twee belangrijkste piramides.
Het is de moeite waard een 248 treden te klimmmen naar de top. Het uitzicht is buitengewoon.
De Citadel en de Tempel van Quetzalcoatl
We nemen even de bus en wandelen dan via puerta 1 naar de La Ciudadela.
De Citadel ligt in het zuiden aan de oostelijke kant van de Weg der Doden, en het is precies het geografische centrum van Teotihuacán. Met de bouw werd begonnen na de voltooiing van de Piramiden van de Zon en de Maan. De Citadel bestaat uit een grote binnenplaats omgeven door vier plateaus van 400 meter elk. Het geheel heeft dus een oppervlakte van 160.000 vierkante meter, terwijl de eigenlijke binnenplaats maar 50.000 vierkante meter groot is. Toch konden er met gemak 100.000 mensen in plaatsnemen. De Citadel had een belangrijke functie voor de priesters. De naam Citadel (Cuidadela) werd eveneens 'verkeerd' gegeven door de Spanjaarden: zij zagen in de platformen, afgebakend met trappenpiramides, de muren van een burcht. Binnenin de Citadel vindt men de resten van de Tempel van Quetzalcoatl. Het is een zestrappige piramide van 21 meter hoog die als voetstuk diende voor de eigenlijke tempel, die ook verwoest is. Op de wanden en trapleuningen vinden we prachtige  in haut-reliëf gebeeldhouwde koppen.  Men heeft kunnen achterhalen dat er ooit 365 koppen moeten geweest zijn, afwisselend van Tlaloc en van Quetzalcoatl. Tussen de koppen zijn schelpen en slakken afgebeeld die het aardse water symboliseren. De sculpturen hadden een eigen kleur doordat ze van een laagje stuc (materiaal dat bestaat uit ongebluste kalk en fijn zand) waren voorzien. De slangenkoppen hadden een rode muil, witte tanden en groene veren. De schelpen waren rood en geel en de slakken wit. Nu is er van de kleuren niets meer te zien.

Tlaloc was de god van de regen en de vruchtbaarheid. Hij wordt in de Teotihuacáanse iconografie altijd afgebeeld met een kroon van reigerveren, zijn gezicht zwartgemaakt met rubber en zijn uitpuilende ogen met cirkels omgeven. Hij had donderratels bij zich en heerste over een materialistisch paradijs. 
Quetzalcoatl of de Gevederde Slang was de god van de wind, kennis en schepping. (quetzal: vogel uit de bossen van Guatemala, symboliseert in het Nahuatl de Hemel, de geestelijke energie – coatl: slang, het symbool voor de Aarde, de materiele krachten. Quetzalcoatl drukt dus de verbondenheid tussen Hemel en Aarde uit, de vereniging van de geest met de materie.) Quetzalcoatl was ook een god van de Azteken, maar werd voor het eerst gevonden in Teotihuacán. Dat wil dus zeggen dat de Gevederde Slang daar ‘geboren’ is. Tlaloc komt veel meer voor in de Teotihuacáanse iconografie en was geliefder bij het gewone volk, die voor het grootste deel uit landbouwers bestond. In een droog land bewees Tlaloc zijn nut als regengod. Quetzalcoatl werd dan weer meer aanbeden door de ingewijden, de priesterklasse van Teotihuacán. Men vermoedt dat de gebeeldhouwde koppen verbonden waren met pijpleidingen zodanig dat er water kon uitlopen. Zo moet het een schitterend schouwspel geweest zijn om overal langs de piramide water te zien afstromen.
Typisch voor de architectuur van Teotihuacán is de 'talud y tablero', dat is een combinatie van telkens een schuine en een verticale muur op elkaar. Dit motief is terug te vinden in bijna alle grote gebouwen van Teotihuacán. De 'talud y tablero' is kenmerkend voor de meeste andere Meso-Amerikaanse beschavingen waar men die bouwstijl ook aangetroffen heeft.




Dinsdag 7 april 2009   Mexico City




Vandaag wandelen we wat in het centrum van de stad, vertrekkend op de Calle Madero.
Eerst zien we het barokke Paleis van Iturbide . Augustín Cosme Damián de Itúrbide y Arámburu (1783 – 1824) was een Mexicaans militair en van 1822 tot 1823 keizer van het Eerste Mexicaanse Keizerrijk. Hij werd geboren als zoon van Spaanse ouders die kort voor zijn geboorte in Nieuw-Spanje (Mexico)waren aangekomen. In 1798 ging hij bij het Spaanse leger. In 1810, toen de Mexicaanse Onafhankelijkheidsoorlog uitbrak, was hij luitenant. Hij koos de zijde van het Spaanse leger, en vocht dus tegen de Mexicanen. Hij was een bekwaam bevelhebber, dus in 1816 kreeg hij het commando over de Spaanse troepen in het noorden van Mexico. Gedurende de tijd begon hij echter sympathie te krijgen voor de rebellen. Na geheime onderhandelingen met de rebellenleider Vicente Guerrero liep hij in 1820 – hij was inmiddels kolonel – naar de rebellen over. In 1821 voltooide hij met Guerrero het Plan de Iguala, waarin ze het idee van een onafhankelijk en vrij Mexico formuleerden. Het lukte hen hetzelfde jaar nog de Spanjaarden te verslaan, en Iturbide werd aan het hoofd van de nieuwe regeringsraad gesteld. Het paleis is nu een bank.
We komen een groepje politiemannen te paard tegen met een grote sombrero op het hoofd die wat al te graag poseren voor een foto. Vervolgens komen we aan het Casa de los Azulejos . Een prachtig koloniaal gebouw uit de 16de eeuw, bedekt met azulejo's (blauw en witte tegels), prachtig voorbeeld van vakmanschap uit Puebla. Nu restaurant en Populaire ontmoetingsplaats.
We springen even binnen in de lobby van van het Gran Hotel met zijn prachtige Art Nouveau inrichting, open lift en een Tiffany glazen koepel in prachtige kleuren en komen dan op de Zocalo (Plaza de la Constitución, een van de grootste pleinen ter wereld) met de Kathedraal (Catedral Metropolitana)
Catedral Metropolitana
De kathedraal zinkt weg in de zachte klei, ooit de bodem van het Texcoco meer. Restauratiewerken in 2000 hebben het gebouw nu gestabiliseerd. Scheve pilaren en een hellende vloer zijn een bezienswaardigeheid op zich. Een reusachtige pendel houdt de stand van zaken bij.
De kathedraal is nog steeds de grootste kerk in Latijns-Amerika. De kerk torent 67 m boven de Zocalo uit, de voltooiing nam bijna 3 eeuwen in beslag (van 1525 tot 1813). Er zijn 5 hoofdaltaren in deze 100 meter lange en 46 m brede kathedraal en 16 zijkapellen met waardevolle verzamelingen schilderijen, beelden en kerkmeubilair. Het sobere maar indrukwekkende interieur van de kathedraal wordt opgeluisterd door glas-in-loodramen die het zachte, gouden licht doorlaten. Aan het einde van het middenschip vindt u het Altar de los Reyes, het altaar van de koningen.
Aan de oostzijde van de Zocalo ligt het indrukwekkende Nationaal paleis. Het staat op de plaats van het vroegere paleis van de Azteekse keizer Moctezuma en daarna het huis van conquistador Cortes. Later werd het de residentie van de presidenten van Mexico. Buitengewone muurschilderijen in het trappenhuis van de grote binnenplaats en de gangen van de eerste verdieping, gemaakt door Diego Rivera (1929 – 1935)(Communist) geven de bewogen geschiedenis weer van de oudheid tot de hoopgevende toekomst die begonnen zou zijn met de revolutie. Op de trap links ziet men bovenaan Marx,daaronder een genadeloze tekening met de kapitalistische heersers van Wall Street: Rockefeller, Vanderbilt ...
We kunnen ook even binnengaan in de zaal waar het allereerste parlement zetelde.
Voor de lunch bekijken we nog snel even de ruïnes van de Azteekse Templo Mayor die nabij de zocalo gelegen is. De ruïnes van Tenochtitlan (de laatste resten van het hart van het grote Azteken rijk) werden toevallig ontdekt in 1978 bij bouwwerken.
Op 19 september 1985 is er een hevige aardbeving in Mexico-stad, zo’n 9000 mensen komen om.
Chinampa's waren drijvende tuinen die de Azteken gebruikten wegens een tekort aan land. Het woord chinampa komt van het Nahuatl  chinamitl, wat "vierkant van riet" betekent. Ze werden lang voor de komst van de Spaanse veroveraars gemaakt door een met vlechtwerk en modder gevuld vlot in de buurt van de oever van een meer te verankeren. Het verankeren gebeurde door het vlot te beplanten met wilgen die wortel schoten in de drassige bodem van het meer. Zulke tuinen moest men uiteraard niet bevloeien en waren zeer vruchtbaar. Chinampas vindt men bijvoorbeeld in Xochimilco, een deel van Mexico-stad.
We varen er met veelkleurig versierde rechthoekige boten door kleine kanalen omringd door nog kleinere bootjes van handelaren met eten, drank, souverniers en muziek. Zeer geliefd uitstapje voor de ganse familie. Je kan er een drijvend bandje mariachi's huren: drie liedjes voor 200 pesos. Ambiance verzekerd.
Nationaal Antropologisch Museum (Museo nacional de antropologia)
Geopend in 1968, is dit museum is een van de beste in zijn soort. Een gigantisch standbeeld van de watergod Tláloc, met een gewicht van ongeveer 200 ton, staat links bij de ingang. Archeologische vondsten worden tentoongesteld in 11 zalen, een overzicht van de verschillende Amerikaanse culturen die floreerden in deze regio van Mesoamerica. Voorwerpen worden er niet alleen tentoongesteld maar via maquettes, kaarten en tekeningen worden ze ook in hun etnische of historische context geplaatst. Het is in zijn genre het belangrijkste museum ter wereld. Het museum en de gigantische paraplu die de patio beschermt tegen weer en wind is een architecturaal meesterwerk van de beroemde architect Pedro Ramírez Vásquez (remember Basílica de Santa María de Guadalupe).
We lopen even snel door enkele zalen: inleiding tot de antropologie, de Mayas met de reconstructie van de tombe van Koning Pakal uit Palenque, het dodenmasker in mozaiek van Jade, de Chac-Mool van Chichen Itza, de Olmeken met hun kolossale hoofden en het beeld van de worstelaar.
In de Aztekenzaal zien we de prachtige maquette van hun hoofdstad in een meer, Tenochtitlan en de beroemde 'zonnesteen' die vaak ten onrechte de 'kalendersteen' wordt genoemd. De Zonnesteen werd opgegraven op de zocalo van Mexico stad. De afbeeldingen beschrijven het begin van de Azteekse wereld en voorspellen het einde ervan. De Azteken geloofden dat ze in de vijfde en laatste 'schepping' van de wereld leefden. Elke creatie werd een zon genoemd. Centraal staat de zonnegod Tonatiuh met uitgestoken tong in de vorm van een ceromonieel mes in obsidiaan. Vier vierkante panelen rond het centrum tonen dat eerdere zonnen (scheppingen) zijn vernietigd door jaguars, wind, regen en water. De twintig dagen van de Azteekse maand zijn te zien op een binnenring. Een andere ring toont de 52 weken van vijf dagen in een religieus jaar. Rond de steen zijn twee slangen te zien. Hun staarten treffen elkaar op de scheppingsdatum.
Een prachtig museum waar liever nog wat meer tijd hadden besteed.
Buiten het museum in het Chapultepec park wordt een merkwaardige dans opgevoerd : El Danza del Volador, de dans van de vogelman. Vijf mannen gekleed in exotische kostuums, waardoor ze op vogels lijken, klimmen op een 32 m hoge paal met bovenaan een soort platform. Vier van hen hebben een touw om hun enkels dat met het andere uiteinde net onder het platform is bevestigd. Op de fluittonen en getrommel van de leider (boven op het platform) laten ze zich met hun hoofd naar beneden achterover vallen. Met uitgestrekte armen voltooit iedere ‘vlieger’ exact 13 omwentelingen, alvorens op de grond te belanden. Het totale aantal omwentelingen (4x13=52) komt overeen met de cyclus van de Azteekse kalender. Deze spectaculaire dans was oorspronkelijk het hoogtepunt van een sober en symbolisch pre-Columbiaans ritueel dat in verband stond met de cultus van de vruchtbaarheidsgoden. Tegenwoordig is het voor de Voladores een manier om de kost te verdienen.
Bij het terugkeren naar het hotel vangen we een glimp op van het kubusvormige, gekoepelde Monumento a la Revolucion op de Plaza de la Republica.


Woensdag 8 april 2009    Mexico City - Puebla - Oaxaca



Onderweg naar Puebla zien we in de verte de met sneeuw bedekte vulkanen de Popocatepetl (5465 m), de 'rokende berg' en de Iztaccihuatl (5230 m), de 'slapende dame'. Ze zijn de één en twee na hoogste bergen van Mexico (de hoogste is de Pico de Orizaba 5636 m). We stoppen even voor een foto zien inderdaad vaag een rokende pluim.
In een buitenwijk van de stad Puebla zien we de grote Volkswagen fabriek. Hier produceert men de meeste van de Volkswagens die verkocht worden in de Verenigde Staten.
Puebla is de hoofdstad van de Mexicaanse staat Puebla. Puebla heeft 1,4 miljoen inwoners, de agglomeratie heeft meer dan drie miljoen inwoners. Op 5 mei 1862 werd de Slag bij Puebla gevochten. De Mexicaanse generaal Ignacio Zaragoza wist het Franse leger, dat als het sterkste ter wereld beschouwd werd, te verslaan. Deze gebeurtenis wordt nog elk jaar in Mexico gevierd als cinco de mayo. De stad Puebla ligt op een hoogvlakte tussen bergketens en besneeuwde vulkanen. Het is er 2155m boven de zeespiegel en er is een overwegend mild klimaat. Wordt beschouwd als de bakermat van de Mexicaanse keuken, met een aantal van 's lands klassieke gerechten: de mole poblano (saus op basis van kruiden, pepers en cacao uitgevonden door de nonnen van het Santa Rosa klooster), chiles in nogada (paprika gevuld met vlees, noten en rozijnen), camote (een geconfijte zoete aardappel) .... .
Puebla heeft een groot koloniaal centrum, veel kloosters, kerken, paleizen die als UNESCO World Heritage Site erkend zijn. De architectuur wijkt af van die van de rest van Mexico in het grootschalige gebruik van beschilderde tegels, bladgoud en gegoten gips. Gevels en muren zijn vaak bekleed met klei en Talavera tegels om de onaantrekkelijk grijs-zwarte kleur van de lokale bouwstenen te verbergen. Vroeg in de geschiedenis van de stad, zijn ambachtslieden en dominicaner monniken uit de Spaanse stad Talavera zich hier gaan vestigen en hebben hun ambacht, het maken van de hand beschilderde tegels - een traditie die de Moren oorspronkelijk in Spanje ingevoerd hebben in de 8e eeuw - hier voortgezet. Deze tegels, samen met schotels, potten en andere voorwerpen gemaakt volgens dezelfde traditie, worden aangeduid als Talavera. 
Puebla is een zeer katholieke stad, zelfs voor Mexico. Er zijn zoveel kerken en voormalige kloosters, dat zelfs de meeste Poblanos ze niet allemaal kennen.
We bezoeken de grote Catedral de la Immaculada Concepcion, aan de zocalo. De grijze buitenmuren zijn weinig opmerkelijk, maar in het interieur vindt u prachtig beeldhouwerk van marmer.
Een viertal blokken verder vindt men de Iglesia de Santo Domingo. Een onopvallende gevel maar binnen in de kerk vindt u de Rosario kapel met een buitengewone overdaad aan vergulde ornamenten. De kapel werd in 1659 voltooid en het decoratieve stucwerk werd onmiddellijk het voorbeeld voor de latere barokke kunst en architectuur van Mexico.
We lunchen in het Hotel Restaurant Colonial op de overdekte binnenplaats. Lekkere mole en cucurrucucu paloma muziek van de Grupo Senderos.

Wat volgt is een lange rit door een prachtig landschap: bergen, woestijnachtig gebied met reuze cactussen (kandelaars en opuntias schijven) en grote lappen bebouwd land.
De wegen zijn breed en geasfalteerd, al lagen er ontelbare drempels die telkens het begin van een agglomeratie aangaven. Het verschil tussen 'vibradores' en 'topes' is ons nog steeds niet duidelijk.
's Avonds genieten we in Oaxaca, tijdens het souper in 'La Casa de Cantera' van een guelaguetza avond met dansen en muziek uit de verschillende regio's van Oaxaca. Sommige reisgenoten deden een geslaagde auditie. We Overnachten in het hotel Mision de los Angeles gelegen in een privaat park met laurierbomen en een groot U-vormig zwembad.



Donderdag 9 april 2009    Oaxaca



Na ontbijt vertrekken we richting Monte Albán. Monte Albán is de naam die de Spanjaarden gaven aan de geïsoleerde, steile berg waarop de stad stond. Hoe hij origineel heette is niet bekend, maar uit gliefen bij opgegraven gebouwen is afgeleid dat de stad waarschijnlijk Danipaguache, 'Heilige Berg', heette. De Azteken noemden Monte Albán Ocelotepec, 'Heuvel van de Jaguar'. Het is de hoofdstad van de Zapoteken en een ceremoniëel centrum.
De stad ligt op 1900 m hoogte en is gebouwd op een 300 meter hoge heuvel, waarvan de heuveltop door mensen is afgevlakt. Deze positie was zeer strategisch, je hebt hier namelijk een zicht op de omliggende heuvels en valleien. De stenen waarmee de stad werd gebouwd, komen van kilometers ver en zijn de heuvel opgedragen. Van de meeste gebouwen zijn enkel de onderste delen bewaard gebleven. Monte Alban werd gesticht rond 500 v Chr. door de Olmeken, maar beleefde haar grootste bloei pas 1000 jaar later met de Zapoteken. De stad telde toen zo’n 25 000 inwoners.
Monte Alban was het centrum van een hoog ontwikkelde en door een priesterklasse gedomineerde maatschappij. Het religieuze centrum beslaat amper twee dozijn bouwwerken gebouwd volgens een noord-zuid as rond een centrale esplanade (plaza central), 300 m lang en 200 m breed. We beginnen het bezoek via de I-vormige balspelbaan (juego de pelota). In het centrale gedeelte bevinden zich een 3-tal gebouwen, waaronder het observatorium, ook wel “Edificio J” genoemd of zelfs overwinnings monument. De muren zijn bedekt met schrijftekens (lapidas de conquista). Wellicht zijn dit namen van onderworpen stammen. We beklimmen het zuidelijk terras (Plataforma Sur'), het hoogste bouwwerk van Monte Alban. Het uitzicht over de archeologische zone is er indrukwekkend. Bij het afdalen links vindt men: los Danzantes. Platte stenen die in 1806 gevonden zijn. De reliefs tonen er mensen in pijnlijke posities. Maar zelfs archeologen zijn het er nog niet over eens of de afbeeldingen nu dansers zijn of krijgsgevangenen. Want balspelers, mismaakte mensen, slachtoffers van rituele offers of verslagen vijanden behoren ook tot de mogelijkheden. Een andere hypothese is dat dit voorstellingen van lichamelijke afwijkingen waren, voor de biologieles van latere generaties bijvoorbeeld. Het zijn waarschijnlijk Olmeken. Uit kalendertekens die op enkele reliëfs stonden, is afgeleid dat deze vermoedelijk nog van voor Christus dateren. We eindigen met de beklimming van het noordelijke platform: niet bezienswaardig, want slecht gerestaureerd door buitenlandse archeologen dixit Nabor. Over de hele site verspreid heeft men meer dan 150 tombes ontdekt die aanvankelijk door de Zapoteken werden gebruikt als begraafplaats voor hun hooggeplaatsten en later door de Mixteken werden hergebruikt. In één van die tombes (tombe nummer 7) vond de Mexicaanse archeoloog Alfonso Caso in 1932 één van de grootste schatten van het continent. Het bleek te gaan om de begraafplaats van één der Mixteken-koningen. De meeste van de gouden, zilveren, jade en turkooizen voorwerpen en juwelen zijn ondergebracht in het regionale museum van Oaxaca naast de Santo Domingo kerk.

We nemen nog een kijkje in het kleine museum aan de uitgang alvorens een onze tocht verder te zetten door Valle de Zimatlán naar San Bartolo Coyotepec, beroemd voor zijn aardewerk van Zwarte terracotta. We bezoeken er de pottenbakkerij van Dona Rosa Real. Het is een “pottery without a wheel” en op de pre-spaanse manier, al generaties lang worden er potten gemaakt die 14 uren worden gebakken om dan te worden gepolierd tot zwart blinkende pareltjes. De zwarte kleur wordt bekomen doordat de klei rijk is aan ijzer. De glans krijgt men door het gedroogde aardewerk met kwartssteen te polijsten. Het was wijlen Doña Rosa die deze ontdekking deed. Nog steeds kan je er dagelijks haar zoon aan het werk zien.
We nemen het middagmaal in de 'Hacienda San Agustin in Oaxaca.

's Namiddags bezoeken we eerst de Mayordomo chocolade fabrikant. De Concha familie maakt er nog de originele mexicaanse chocolade met cacaobonen, suiker en vanille of andere natuurlijke smaakstoffen zoals bijvoorbeeld kaneel. We proeven het afgewerkte product dat zelfs bij de grootste hitte buiten niet smelt ! Nu spoeden we ons naar de de Santo Domingo kerk.
De Kerk en het voormalige klooster van Santo Domingo zijn de belangrijkste van de vele barokke kerkelijke gebouwen in Oaxaca. Achter de misleidend eenvoudige gevel gaat een interieur schuil vol verguld pleisterwerk en kleurrijk stuc-werk. In de gang rechts zie je de schitterende kapel del rosario. Boven de ingang is de stamboom van de heilige Dominicus geschilderd. Het voormalige klooster naast de kerk bevat een belangrijke collectie van pre-Columbiaanse artefacten, onder hen de inhoud van Tombe 7 van de nabijgelegen Zapoteek site van Monte Alban. De tuin van het voormalige klooster is nu een etno-botanische tuin, met een grote verzameling van planten afkomstig uit de regio. Zoals de naam al zegt, de kerk en het klooster werd gesticht door de Dominicaanse Orde. Begonnen in 1572, werden ze gebouwd over een periode van 200 jaar, tussen de zestiende en achttiende eeuw.
MOLE: is een mix van allerlei soorten chilis en kruiden en in mole negro zit chocola, mole rojo (rood) heeft veel rode chili´s, dan is er nog mole verde (groen) en amarillo (geel). Dit zijn allemaal sauzen voor vlees of kip of vis.
ZOCALO: is een centraal gelegen plein in Mexicaanse steden. Buiten Mexico worden dergelijke pleinen in Latijns-Amerikaanse landen vaak als Plaza de Armas aangeduid. Meestal bevinden zich aan een zócalo winkels, een kerk of kathedraal, en overheidsgebouwen. Het woord 'zócalo' betekende oorspronkelijk sokkel. Over de reden waarop pleinen tegenwoordig zo genoemd worden bestaan verschillende theorieën. De bekendste daarvan is dat na de onafhankelijkheid van Mexico, standbeelden van koning Karel IV van Spanje omver werden gehaald, waardoor alleen de sokkel overbleef. Het bekendste zócalo is de Plaza de la Constitución in Mexico-stad.



Vrijdag 10 april 2009    Oaxaca - Tehuantepec



Deze morgen staan we vroeg op en voor dageraad gaan we nog even zwemmen in het grote U-vormige zwembad van het hotel (Mision de los Angeles). Hotelbedienden die 's morgens het zwembad komen schoonmaken schudden meewarig het hoofd. In het Tlacolula-dal bezoeken we Santa Maria de Tule, het eerste dorpje in de vallei op ongeveer 10 km. van Oaxaca. Op het kerkplein voor de Santa Maria kerk staat een ahuehuete boom (De Árbol del Tule, een cipres: Taxodium mucronatum) die 42 m hoog is met maar liefst een omtrek van 54 meter wat meteen de grootste omtrek is van alle bomen op het Amerikaans continent. De boom zou 2.000 jaar oud zijn. Hoewel DNA-onderzoek heeft aangetoond dat het inderdaad één boom betreft, wordt door critici gesteld dat het om meerdere stammen van dezelfde boom gaat.Een klein jongentje gidste (in het nederlands !)) op een drafje alle wetenswaardigheden over de boom. Hij had het zelfs over het 'kontje van Wendy Van Wanten'. Maar evenzeer is de streek bekend voor de wevers die er prachtige kleding maken van de wol die door de vrouwen wordt gesponnen en geverfd. We bezoeken dan ook een weefatelier waar mooie tapijtjes gemaakt worden. Het ganse proces wordt uitgelegd, van kammen en spinnen, kleuren met natuurlijke kleurstoffen tot het weven.
We nemen het middagmaal in 'La Caballeriza'. We bezoeken de 'Chagoya mezcal' distileerderij Tequila en Mezcal, worden gemaakt door het destilleren en het fermenteren(gisten) van het sap van de Agave planten. In de Mexicaanse wet ligt vast dat de sterke drank voor de tequila maar van één soort Agave gemaakt kan worden, de blauwe Agave die ook nog eens uit maar één gebied mag komen, Jalisco in west-centraal Mexico. Mezcal wordt gemaakt van de gefermenteerde sappen van andere soorten Agave. Het wordt door heel Mexico geproduceerd. Zowel Tequila and Mezcal worden op dezelfde manier klaargemaakt voor destillatie. De agave, ook bekent als maguey, groeit op plantages tussen de 8 en 10 jaar, afhankelijk van het soort agave. Als de plant volwassen is begint hij te bloeien met een lange bloemen staak. De agave boer, of campesino, snijdt de staak af net voordat ie gaat bloeien. Dit stimuleert de plant om flink te groeien in de kern, die dan opzwelt in een grote bolachtige vorm die een zachte sappige pulp bevat. Als het zwellen klaar is snijdt de boer de plant aan de voet af en verwijdert de lange zwaardachtige bladen. Wat blijft zijn de kernen, piñas, van de Agave. De overblijvende piña (ananas, omdat ie daar dan op lijkt) weegt ongeveer tussen de 25 en 50 kg. De piñas worden in kleinere stukken gehakt en gedurende drie dagen geroosterd in ovens waarvan de wanden met stenen ingelegd zijn. Een oven van ruim 3.5 meter doorsnede en 2.5 meter diep kan 3 000 kg piñas bevatten. Vooraf wordt de kuil verhit met houtskool, die afgedekt wordt met rivierstenen. Bovenop de piñas komen terug hete stenen, dan een laag van palmvezels geweven matten en een laag aarde. Een mezcalero houdt twee tot drie dagen toezicht op het proces. In die tijd nemen de agaven smaakstoffen op uit de aarde en de houtrook. In feite wordt de agave geroosterd, in tegenstelling tot de tequilabereiding, waar de piñas gestoomd worden in roestvrij stalen autoclaven. Tijdens dit proces worden koolhydraten omgezet in vergistbare suiker. Hierna worden de piñas vermalen met molenstenen om de vezels te verwijderen . De pulp wordt in houten vaten geschept en met water gemengd. Dit mengsel laat men drie tot vijf dagen op natuurlijke wijze gisten, afhankelijk van de buitentemperatuur. Gedurende deze gisting wordt de suiker omgezet in alcohol, koolstofdioxide en reststoffen. De gegiste pulp en sap dat ongeveer 5 % alcohol bevat, wordt gedistilleerd in koperen alambiks over een houtvuur. Het resultaat van deze eerste distillatie wordt een tweede maal gedistilleerd tot een hoog alcoholisch product. In de bottelarijen wordt deze mezcal verder verwerkt en met water op zijn uiteindelijk alcoholgehalte gebracht, tussen 35 en 55 volumeprocent alcohol.
Mezcal en de maguey worm. In de agave leven twee soorten wormpjes. Rode wormpjes leven in de wortels en witte in de bladeren. Volgens een legende krijgen de wormen terwijl zij in de agave leven, de magische eigenschappen van de plant mee en dragen zij de geest van de vereerde plant mee naar de mezcal. In werkelijkheid is de rode worm een marketinginstrument. Wel is de worm, die ook extra smaak brengt aan de mezcal, een eetbare soort en een bron van eiwitten. Volgens één verhaal was het Jacobo Lozano Paez, die een kleine bottelarij had, die ontdekte dat de maquey-wormen een speciale smaak gaven aan de mezcal. Veel van de wormen bleven immers achter in het hart van de plant bij het oogsten en werden dus mee geroosterd. Zo kreeg hij het idee om zijn product iets apart te geven door een worm aan de fles toe te voegen en bij de fles een zakje gedroogde en gemalen wormpjes gemengd met zout en chili te voegen. Op die manier is de worm een populair ingrediënt geworden van de mezcal.

DSC01088
Na het proeven van verschillende soorten rijden we verder naar Tehuantepec. Het landschap is bergachtig en ruw met grote kandelaar cactussen. Op de landengte van Tehueantepec en kan het enorm waaien. De bomen aan de kant van de weg hellen dan ook zwaar over en de haren waaien van uw hoofd. De indianen in uit deze streek houden heel bijzondere tradities in ere, de vrouwen dragen prachtige jurken en sjaals. Op de zócalo heerst altijd een gezellige drukte en bovendien kunt u hier heerlijk traditioneel eten. We komen laat aan in het hotel Calli in Tehuantepec.


Zaterdag 11 april 2009    Tehuantepec - San Cristobal de las Casas




Vanmorgen vertrekken we naar San Cristobal de las Casas. Van zeeniveau tot een hoogte van 2200 m. Een onvergetelijke boottocht doorheen de Sumidero Canyon vult onze voormiddag. Chiapa de Corzo, een klein koloniaal stadje op 12 km. van Tuxtla Gutiérrez,is het vertrekpunt. Met een snelle boot varen we 35 km lang over de Grijalva-rivier doorheen een indrukwekkende kloof die uitmondt in het Chicoasén bassin (afgebakend door een stuwdam). Tijdens de tocht zie je mooi hoe vlakke rivierbeddingen in een echte Cañon veranderen. De Sumidero-valleien vormen het hart van een mooi nationaal park. Op het hoogste punt is er maar liefst duizend meters tussen het wateroppervlak en de top van de rots. Van het wateroppervlak tot op de bodem komt er nog 260 meters bij. Naar het schijnt was het hier dat de indianen naar beneden sprongen toen de Spanjaarden hen als slaven wilden gebruiken. Onderweg kan je genieten van al het pracht die de Cañón del Sumidero te beiden heeft. Naast de meters hoge rotsen krijg je tal van vogels te zien. Met wat geluk kan de gids ons ook een krokodil tonen. De ravijn is bijna een kilometer diep en zo’n 14 km lang, en is in de loop van miljoenen jaren uitgesleten door de Grijalvarivier. Deze belangijke rivier loopt van Guatemala naar de Golf van Mexico. We varen langs de Cueva del Silencio (grot van de stilte). Er is helemaal geen echo. In de grot van de groene en roze kleuren (Cueva del Colores), staat ook de maagd van Guadelupe. Wat verderop is er de Arbol de Navidad (kerstboom), een reusachtig stuk mos, dat op de rotswand een actieve waterval heeft achtergelaten.
DSC01242
Kort na de middag bereiken we de charmante stad San Cristobal de Las Casas, gelegen in een met naaldbomen bedekte vallei in de zuidelijke staat Chiapas. San Cristóbal de las Casas is een stad in de Mexicaanse deelstaat Chiapas. San Cristóbal werd in 1528 gesticht door Diego de Mazariegos, die het Ciudad Real noemde. Na de onafhankelijkheid van Mexico kreeg de stad haar huidige naam, ze is genoemd naar Bartolomé de las Casas, geestelijke en voorvechter van rechten voor de indiaanse bevolking. Dit is de oudste Spaanse stad in de staat Chiapas, met smalle straatjes, arcaden en lage huizen met smeedijzeren traliewerken die deze plek zeer aangenaam maken. San Cristóbal ademt nog steeds de charme van een oude, koloniale provinciestad, die steeds meer ontdekt wordt door toeristen en voor degenen, die belangstelling hebben voor inheemse folklore en zeker voor indiaanse etnografie, is dit een fascinerende stad. 
DSC01329
San Cristóbal gelegen op 2200m hoogte was tot het einde van de 19de eeuw nog de hoofdstad van Chiapas en bezit een aangenaam koel klimaat. De stad met ondertussen al zo’n 150 000 inwoners straalt een heerlijke koloniale charme uit. De witgepleisterde huizen bestaan vrijwel allemaal uit slechts één verdieping en hebben rode pannendaken. In 1994 haalde de stad het wereldnieuws door een opstand van de Zapatisten Toen nam het EZLN (Ejército Zapatista de Liberación Nacional) die de Mexicaanse onderdrukte indianen vertegenwoordigt, de macht over in de stad. Deze militaire actie werd snel door het Mexicaans leger neergeslagen. Maar deze gebeurtenis schokte toch het ganse land en benadrukte het belang van de indianen.
We checken in in het Hotel San Marcos, een klein hotel met mooie overdekte patio en leuke kamers. We worden onmiddellijk aangeklampt door indiaanse verkoopsters, vrouwen en kinderen, die erop uitgestuurd worden om het dagelijks brood te verdienen door allerhande prularia, stylo's met namen van je kleinkinderen bijvoorbeeld, te verkopen.
We lopen nog even de stad in. De indianen in San Cristobal en de omliggende dorpen willen niet als toeristische attractie worden behandeld, vragen voor toestemming voor een foto is een beleefde must. Het is Paaszaterdag in de 'Semana Santa'. Overal zitten mensen te eten aan kleine kraampjes. Op een pleintje worden Judassen verbrand. In deze 16de eeuwe kerk zijn religieuze schilderijen, rijkelijk vergulde altaarstukken en een uit één stuk eikenhout gesneden preekstoel te zien.


Zondag 12 april 2009    San Cristobal de las Casas



Wordt zo vlug mogelijk vervolgd ! ...


(lees ook: Lonely Planet)

Laatst bijgewerkt door: filip op zondag, september 6, 2009 - 15:52 - reageer