LIBIE


Sinds kort heeft Libië haar deuren weer wijd geopend. De archeologische sites zijn goed bewaard en geven een schitterend overzicht van de Romeinse en Griekse cultuur. Dit biedt u de gelegenheid om in alle rust over de opgravingen te dwalen en de schoonheid van de lokaties te ondergaan. Hoewel de Romeinse en Griekse archeologie centraal staan, zullen we ook kennis maken met meer moderne perioden van de geschiedenis. Tastbare herinneringen aan de Italianen, die aan het begin van de 20e eeuw Libië kolonialiseerden, vinden we terug in de bouwkunst. We maken kennis met de schitterende oude Arabische woestijnarchitectuur, onder meer tijdens ons bezoek aan Ghadames.

Natuurlijk zullen we ook het moderne Libië van de onbetwistbare kolonel Khadaffi niet aan ons voorbij laten gaan. Deze lijkt zich de laatste jaren te ontplooien tot een stabiele partner voor de westerse wereld, wellicht gedreven door zijn olie-belangen. Al met al een gevarieerde reis met ongeëvenaarde opgravingen: Leptis Magna, Sabratha en Cyrene en tevens diverse magnifieke woestijnlandschappen. Daarnaast kunt u zich verheugen op een uiterst gastvrije bevolking in een modern Arabisch land.

Bij het eerste contact met dit land belanden we in een wereld waar stress onbekend is. De sociale voordelen van zijn petroleumrijkdom werken blijkbaar de tastbare onbezorgdheid van de gewone mens in de hand. Ook voor de vrouwen is de typisch islamitische chador (gewaad dat het hele lichaam behalve het gezicht bedekt) hier eerder een uitzondering. Daarenboven voelt zelfs de zeldzame westerling zich op straat volkomen veilig, mede door het feit dat het land uit zijn politiek isolement gekomen is.

De bezoeker weet de ongelooflijke schat aan antieke bouwwerken hier te waarderen. Ruim zeshonderd jaar voor onze tijdrekening gingen Punische kooplui Leptis Magna oprichten als tegenpool voor het beroemde Carthago. Het oostelijk deel ging tot de Grieken behoren, met Cyrene en het nu verdwenen Barca als aantrekkingspolen. Nadien kwam Rome op het voorplan, gevolgd door een Byzantijnse periode en ten slotte de islamitische overheersing.

Deze smeltkroes van culturen liet een ongehoorde rijkdom na van mozaïeken, theaters en thermen, forums, tempels, basilicae, marktpleinen en colonnadelanen, allemaal grootser dan waar ook in het Griekse en Romeinse moederland. Door Byzantium geïnspireerd, kerken en monumenten, met ernaast Ottomaanse moskeeën en minaretten, waarvan de bloemversieringen even sierlijk zijn als hun beroemde modellen.

Libië is ook bekend voor zijn dramatisch lege woestijngebieden met einders afgetekend door zwart gestold magma, grillig witte en kunstig geërodeerde kalkrotsen, elegant afgelijnde zandduinen, verrassende bittermeren en de petrogliefen van jagers uit een paradijselijk verleden.

We beleven er de fascinerende geschiedenis van de transsaharische relaties en het grote avontuur van de karavanen die deze zandoceaan doorkruisten om de kusten van Noord-Afrika te verbinden met Zwart-Afrika. Een nagenoeg onbetreden woestijngebied waar uiteraard geen hotels worden aangetroffen. Om van de zeldzame woestijnstilte te genieten, zullen we enkele dagen de “beschaafde” wereld helemaal de rug toekeren, de enige manier om vanuit onze vaste kampen een unieke ervaring te mogen beleven. Een reis voor wie meende alles te hebben gezien!



Verzamelen aan oranje vliegtuigje in vertrekhal om 10:30




















Reisroute



zaterdag 03-03-2007 : Brussel – Tripoli





Al-Kabir Hotel Sharah Ell Fatah, Tripoli, tel: +(218) 21 45940 / 21 45959
Ongeveer 36 km van Tripoli Airport. Kijkt uit op de haven. Zwembad en strand.


Of Bab al Baher

……Het Grote Hotel of Al Kabir is zeker zijn **** waard, officieel *****. Mooie kamers met tv, verzorgde en voorkomende service, zeer lekker buffet. Goede badmakers en sanitair. Het hotel ligt aan zee en biedt een enig uitzicht. Hier nodigt Kadafi ook zijn vip's uit.
Van een veel mindere kwaliteit is (was) Bab Albahr dat van zijn (in 1996) **** er slechts **( verdient. We beleefden er een slechts service en receptie. Sommige kamers hadden geen sleutel en niet allen hadden water. …..























Zondag 4-03-2007:Tripoli – Benghazi – Ptolemais – Quasr Libya – Al Bayda



Vliegen --->Benghazi



Ptolemais

Naar het antieke PTOLEMAIS, oorspronkelijk haven van de stad Barca, het huidige AL MARJ. De grootsheid van de site en de ruïnes getuigen van de belangrijke rol die deze stad heeft gespeeld. We bewonderen er in het bijzonder de cisternen, die ons een idee geven van de moeilijkheden waarmee grote agglomeraties te kampen hadden om aan water te geraken. De brede lanen en de ruïnes van sommige huizen, zoals het hellenistische paleis, geven ons een idee van de verloren gegane glorie van deze rustige, landelijke plek tussen zee en bergen. In een klein museum zien we mozaïeken en sculpturen die het leven van Ptolemaeus vertellen.


Qasr Libya

We rijden langs een prachtige weg, doorheen een groen heuvelland, naar QASR AL-LIBYA, een oude, byzantijnse, landelijke gemeenschap met een vesting en een kerk met zeer mooie mozaïeken. In een klein museum zijn mozaïeken verzameld die gevonden werden in de ruïnes van een nabijgelegen bisschopskerk. Klein, maar fijn. Heel mooi tentoongesteld, met natuurlijke verlichting.


Al Bayda

‘s Avonds naar AL BAYDA, in het hartje van de Jabal en het gebied van de Senussi-stammen, zetel van een belangrijke Islamitische universiteit.



Benghazi:

Pelican : blz 280 Lonely Planet: blz 158 Petit futé: blz 146


Benghazi, het vroegere Berenice, groeide al in 446 voor onze jaartelling. De tweede grootste stad van het land met iets meer dan een half miljoen bewoners. Noordoostelijk gelegen bij de Golf van Sirte.
De stad vormde het knooppunt van de karavaanhandel. Benghazi is het handelscentrum voor graangewassen, olijven, dadels, wol en veeteelt. Spons - en tonijnvangst behoren tot de belangrijke activiteiten.
Sedert 1955 is hier de Garyounis universiteit gevestigd, die ook faculteiten heeft in het nabijgelegen Al Bayda.
Benghazi heette aanvankelijk Barneek.
De stad, maakte omstreeks 515 voor onze tijdrekening deel uit van de Griekse kolonie Hesperides en werd toen Euhesperides genoemd. Ze moest enkele malen een belegering doorstaan van de Nasamones.
De haven slibde echter dicht en een nieuwe stad verrees in 249 voor onze jaartelling. Zij kreeg de naam Berenice, de voornaam van de echtgenote van Ptolemeus III van Egypte. Deze heerser voegde de stad toe aan het vroegere land van de farao's.
Berenice III leefde van 273 tot 221 voor onze jaartelling en was de dochter van koning Magas van Cyrenia en diens echtgenote Apama, een dochter van Antiochus I van Syrië. Magas zelf was een schoonzoon van de Ptolemeeërs. Berenice en Ptolemeus III huwden in 247. Zij bleef koningin van Cyrenia. Toen haar echtgenoot overleed regeerde ze nog even met haar zoon Ptolemeus IV. Die liet haar echter doden.
Net als andere Libische steden kreeg ook Benghazi een verwoestend bezoek van de Vandalen te verwerken en herleefde de vestiging slechts even onder de Byzantijnen.
De Arabieren, die in 643 binnenvielen, veronachtzaamden aanvankelijk Benghazi. Zij hadden meer aandacht voor het meer strategische Ajdabiya (Abya-daa).
Van de 6de eeuw tot in 1911 was Benghazi in Ottomaanse handen, maar van de stedelijke geschiedenis tussen 643 en de 15de eeuw is vrijwel niets geweten.
Pas in de 15de eeuw zouden Tripolitaanse handelaars ook macht krijgen in de stad.
Een eeuw later, in 1517, werd Berenice door de Ottomanen herdoopt tot Benghazi, naar de naam van Ibn Seedi Ghazi ('Ben Ghazi'), een handelaar, maar ook een vreemde man die zich hier vestigde. Hij verrichtte vele goede daden voor de stad, die in 1579 zijn naam kreeg.
Tijdens de 17de eeuw bouwden de Ottomanen een fort en werd Benghazi de hoofdstad voor hun… belastingdiensten. Handelaars en reizigers keerden de stad daarom de rug toe en Benghazi zou tot 1839 zwarte tijden kennen. Pas dan volgde een nieuwe bloei.
In 1911 volgde, na een scheepsblokkade, de verovering door de Italianen die de stad toevoegden aan de Libische kolonie. Zij versterkten de stad om zich te weren tegen aanvallende Libische stammen en het duurde 20 jaar eer ze die onder de knoet kregen. Benghazi werd een ware Italiaanse stad.
Tijdens Wereldoorlog II en de strijd tussen de As-mogendheden en het 8ste Britse leger wisselde de stad herhaaldelijk van eigenaar.
Toen de vrede beklonken was, prijkten hier vooral ruïnes. De stad was meer dan duizendmaal gebombardeerd geweest.
Na het strijdgewoel werd de stad heropgebouwd en groeide zij uit tot één van de mooiste en levendigste van heel Afrika. De Britten oefenden de voogdij uit tot de Libische onafhankelijkheid in 1951.
Het zou echter duren tot de ontdekking van de oliebronnen eer de stad en de in 1980 vernieuwde haven een bloei kenden.
Einde van de jaren tachtig leek de stad ten dode opschreven. De havenstad leed aan een enorm watertekort. Het Great Man Made River Project (GMMR) redde haar.
Vlakbij de stadsrand ligt Hotel Ozo, naast het meer. Een wateroppervlakte die eigenlijk gevormd wordt door de zee, maar waarop men 's avonds al dinerend met de boot kan rondtoeren.



Ptolemais:

Pelican : blz 293 Lonely Planet: blz 168 Petit futé: blz 157


Deze in oppervlakte zeer grote site ligt tussen Tokhra en Apollonia in de omgeving van Cyrenia. Hij is helaas nog maar voor een klein gedeelte opgegraven en hierdoor kan een bezoek ervan als ietwat teleurstellend ervaren worden.
De stad, die gebouwd werd op een naar de zee dalend plateau, werd genoemd naar de Egyptisch-Romeinse farao
Ptolemeus II Philadelphus. Hij heerste in de 3de eeuw.
Ptolemais was toen de havenstad van het meer in het binnenland gelegen
Barce, dat nu Al-Marj heet. Tijdens de Romeinse overheersing won zij aan belang en groeide Ptolemais, samen met Apollonia, uit tot één van de belangrijkste vestigingen in Cyrenaica. Ptolemais was een beroemde, rijke en dichtbevolkte havenstad. Van de ommuring is alleen de Poort van Taucheira (Teuchira) bewaard gebleven.
Het hoogtepunt van de bloei kwam er in de 3de eeuw, maar de teloorgang kwam na aanvallen van de
Berbers en verwoestingen door de Vandalen. De stad had toen al haar functie van hoofdstad van Libya Superior moeten afstaan aan Apollonia, dat Sozousa zou gaan heten.
De komst van de Arabieren bracht de stad de genadestoot toe.
Daarna verdween ook deze stad onder het zand. De Italianen begonnen hier hun opgravingen in 1935 en grote delen van de stad zijn nog niet opgedolven. Grondvesten van de haven en de vuurtoren werden onder water al teruggevonden. Twee belangrijke wegen verbonden het commerciële stadscentrum en de haven.
In het slechts drie zalen tellende kleine museum wordt op plan duidelijk gemaakt hoe deze stad er oorspronkelijk uitzag. In het museum vallen vooral de grote en vrijwel intacte mozaïeken te bewonderen, die in de Villa Romana werden gevonden. Eén pronkstuk beeldt de
vier seizoenen af, terwijl een ander in zijn midden het hoofd van de dreigende Medusa toont.
Vlakbij het museum ligt ook de oude Italiaanse stad. De vervallen gebouwen lonen echter een blik vanwege de prachtig versierde toegangsdeuren, die helaas niet onderhouden worden. In enkele woningen namen intussen Egyptische en Nubische gastarbeiders hun intrek, die in
Susah bedrijvig zijn in de bouwsector.
De huidige benaming van de stad is
Tolmeita.
De site zelf is zeer uitgestrekt. De oorspronkelijke stad bestreek in haar glorietijd een oppervlakte van twee op twee kilometer. Opgegraven zijn het Odeon en een Byzantijnse toegangspoort, alsmede enkele wallen. De stadsmuren waren twee meter dik en zowat vier meter hoog.
De
Straat van de Monumenten was vroeger de hoofdlaan. Zij loopt van het zuidwesten naar het noordoosten en bevatte eeuwen geleden fonteinen, zuilen, portalen en standbeelden. Zij was een uitstraling van de stadsrijkdom.
Het Romeinse forum dateert van de 1ste eeuw voor onze jaartelling en werd bovenop de Griekse marktplaats gebouwd. Het Forum Romanum, dat bij de cisternen lag, was ook overdekt.
Merkwaardig zijn alleszins de cisternen zelf. Zij vergaarden in veertien reservoirs het water dat via een nu verdwenen aquaduct werd aangevoerd vanuit de bergen.
De
cisternen zijn inzake oppervlakte amper iets kleiner dan een voetbalveld. Een ondergronds bezoek is mogelijk en loont de moeite.
Onzichtbaar vanuit de site en hoog op de heuvel bevinden zich de resten van het Grieks theater. Het verkeert in een erbarmelijke toestand.
Opent Libya ooit zijn deuren voor het strandtoerisme dan zijn hier prachtige plekken te vinden. Tolmeita ligt slechts 25 kilometer van
Al Marj en 35 kilometer van Tokhra.



Ptolemaeus:





Claudius Ptolemaeus was een beroemd Grieks sterrenkundige, geograaf, wiskundige en muziektheoreticus die leefde in Alexandrië van 87 tot 150 na Christus. Zijn belangrijkste werk schreef hij in het jaar 137 onder de naam « MegalŠ suntaxis tŠs astronomias». Dat betekent: «Grote verhandeling over de sterrenkunde». Dit werk bestaat uit maar liefst 13 delen. Het geeft een compleet overzicht van de sterrenkunde in de Oudheid.

Ook bevat het werk de oudst bekende catalogus van helderheden van meer dan duizend sterren alsmede 48 namen van sterren beelden die heden ten dage nog steeds worden gebruikt.

In de negende eeuw werd dit werk vanuit het Grieks in het Arabisch vertaald. Onder zijn Arabische titel ‘ Almagest’ dat «grootste» betekent, is dit werk wereldberoemd geworden. In de 12e eeuw volgde nog een Latijnse vertaling. Tot in de 16e eeuw is de Almagest het belangrijkste sterrenkundige werk geweest. Het geeft een compleet overzicht van de sterrenkunde in de Oudheid.

Ptolemaeus dacht dat de aarde in het middelpunt van het heelal stond. De zon, planeten en sterren zouden om de aarde heen bewegen. Dit wereldbeeld noemen we het geocentrische wereld beeld omdat de aarde (geo is het Latijnse woord voor aarde) hierin centraal staat.

Tegenwoordig weten we dat niet de aarde maar de zon een centrale plaats in het zonnestelsel inneemt en dat alle planeten om de zon bewegen. Dit wereldbeeld noemen we het heliocentrische wereldbeeld (helios is het Latijnse woord voor zon).

Ptolemaeus heeft nog veel meer wetenschappelijke boeken geschreven. Zijn «Geographia», een gids voor het maken van kaarten, heeft grote invloed gehad. Niet alleen op ontdek kingsreizen, maar ook op de cartografie. Dat is de weten schap die betrekking heeft op geografische kaarten en haar vervaardiging.

Andere werken van Ptolemaeus waarin wiskundige hulpmiddelen voor de astronomie behandeld worden zijn «Analemna, Planis phaerium» en «Hypotheses planetarum» dat over de beweging van de planeten gaat. Zijn «Optica» bevat onder meer metingen over lichtbreking en zijn «Harmonica» vormt een van de belangrijkste bronnen voor de kennis van de antieke muziektheorie.



De naam van de mathematicus, astronoom en geograaf Claudius Ptolemaeus (85-164) is verbonden met Alexandrië, lange tijd de metropool van de Griekse wetenschap. Daar schreef hij zijn vermaarde handleiding voor het vervaardigen van geografische kaarten, waaraan was toegevoegd een opgave van de ligging van circa achtduizend plaatsen naar coördinaatpunten. Op basis daarvan was het mogelijk een atlas te vervaardigen. Vermoedelijk leidde de ontdekking van een Grieks handschrift van dit werk, de Geographia, in het dertiende-eeuwse Byzantium tot de kaarten die bekend zouden worden als de Atlas van Ptolemaeus. Het Leidse handschrift bevat zevenentwintig kaarten en is naar alle waarschijnlijkheid een indirecte kopie van het oudste bekende handschrift, dat thans in het Vaticaan berust onder de signatuur Urbin. Gr. 82.

De wereldkaart op folia 1v-2r geeft de drie, door verschillende inkleuring onderscheiden werelddelen met de Atlantische en de Indische Oceaan. De laatste is aan de zuidrand nog afgesloten. Slordige inkleuring had tot gevolg dat de grote eilanden in de Middellandse Zee werden overschilderd. De ondertekening schijnt echter nog door de blauwe verf heen. De cartografische prestatie is er echter niet minder om. Gebergten en rivieren zijn duidelijk gemarkeerd. Opmerkelijk is hoezeer de bevaren kustranden met de werkelijkheid overeenstemmen.

De kaart is gebaseerd op een indeling in honderdtachtig breedtegraden; het noordelijk halfrond is konisch voorgesteld, waarbij de top met de Noordpool samenvalt. Het vrijwel onbekende zuidelijk halfrond vroeg, om te grote vertekening te vermijden, om een tegengestelde kegelprojectie. Vandaar de knik in de meridianen op de evenaar. De oriëntatie van de kaart wordt in de marge nog eens aangegeven door de afbeeldingen van windrichtingen. Aan de oostelijke zoom zijn bovendien de twaalf sterrenbeelden in de gebruikelijke volgorde afgebeeld; die plaats is begrijpelijk, omdat de sterrenbeelden immers aan de oostelijke horizon verschijnen.

Qasr Libya:

Pelican : blz 303 Lonely Planet: blz 168 Petit futé: blz 157



Site of a Byzantine fort and church dating back to the reign of the Emperor Justinian (6th century AD). A floor of stunning mosaic panels was discovered in 1957, the majority of which are now housed in the on-site museum. The collection of mosaics is considered one of the world's finest and, intriguingly, depicts pagan subjects as well as human and animal figures. One panel depicts the Pharos Lighthouse, one of the seven wonders of the world.

Pharos:

De Pharos van Alexandrië wordt algemeen beschouwd als een van de zeven_wereldwonderen.

Voorzover bekend was het de eerste vuurtoren die ooit werd gebouwd en dit gebeurde in opdracht van de eerste hellenistische koning van Egypte Ptolemaeus I Soter en kwam gereed tijdens de regering van zijn zoon Ptolemaeus II Philadelphus. De toren werd tussen 297 en 283 v. Chr. gebouwd en heeft bijna 1500 jaar dienst gedaan voor achtereenvolgens de Grieken, Romeinen, Byzantijnen en Arabieren

Hij stond op het eiland Pharos in de Middellandse Zee, net buiten de haven van het Egyptische Alexandrië. Het bouwsel was 122 meter hoog (hoewel sommigen het op 180 meter houden) en had een spiraalvorm die omhoog leidde naar het lichtbaken. Overdag wierp een grote spiegel het weerkaatste zonlicht over de zee. 's Nachts was er een andere lichtbron nodig. Over de brandstof voor de lichtbron is al veel gespeculeerd. Er wordt gesproken over een houtvuur, olie of vet en zelfs elektriciteit.

Waarschijnlijk werd er via een ingenieus pompsysteem gewone olijfolie omhooggebracht als brandstof voor een reeks grote olielampen. Ook was er een holle spiegel van gepolijst metaal die het licht bundelde en over de zee wierp. Volgens overleveringen van reizigers was het licht 50 km ver te zien en dit zou best kunnen met een holle spiegel.

Volgens Arabische en Europese reisverhalen deed de vuurtoren dienst tot ongeveer de 14e eeuw toen een zware aardbeving de bovenste helft met de lichtinstallatie in zee liet storten. Daarna werd de toren niet meer gerepareerd en was tegen de 15e eeuw vervallen tot een ruïne. Ook was Pharos een schiereiland geworden door aanslibbing vanuit de Nijl. De resterende eerste etage werd in de 16e eeuw verwerkt in een fort dat nu nog altijd op Pharos staat. Recentelijk (1996) zijn daar door een Frans/Egyptische duikersploeg beeldhouwwerken en grote steenblokken in zee gevonden die waarschijnlijk onderdelen waren van de vuurtoren.In veel talen is de naam van het eiland overgegaan naar die van een 'lichtbaken' of 'vuurtoren'.



Maandag 5-03-2007 : Al Bayda – Cyrene – Appolonia – Al Bayda



Al Bayda




-Cyrene








We rijden langs de kust en door Jabal Al-Akhdar, de Groene Bergen, die we niet verwachten in dit land maar door de grotere neerslag, vooral in de wintermaanden, is dit mogelijk.


CYRENE, prachtig gelegen op een hoogvlakte die de zee beheerst.
De gouden periode van deze antieke stad ligt tussen 450 en 350 v.C. In 331 v.C. wordt de stad veroverd door Alexander de Grote. Na zijn dood komt ze in handen van de Ptolemaeën uit Egypte en in 75 v.C. onder Romeins bewind.








De site is prachtig en de ruïnes zeer interessant : Cesareum, basiliek, theater, huis van Jason Magnus, Heracliaanse straat, Agora, Artemisbaden, en ook het mooie plekje van de bron met de tempel van Apollo en zijn zus. Verder de indrukwekkende ruïnes van de Zeustempel. Rondom de oude stad strekt zich een necropolis uit over 50 km2.

Wadi met bron van Apollo

Agora met mozaiken

Baden van Trajanus

Gymnasiummet Dorische zuilen

Tempel van Zeus

Romeins theater


- Apollonia


Vervolgens rijden we naar de kust en ontdekken APOLLONIA, ooit de haven van Cyrene die uitgroeide tot de hoofdstad van Opper-Libië.

In een prachtig gelegen site bezoeken we binnen de omwalling : het theater, de waterputten, de Oostelijke kerk met zuilen van groen marmer uit een Romeins paleis, de thermen en twee andere kerken.


- Al Bayda


‘s Avonds naar AL BAYDA, in het hartje van Jabal en gebied van de Senussi-stammen, zetel van een belangrijke Islamitische universiteit.




Cyrene:

Pelican : blz 311 Lonely Planet: blz 173 Petit futé: blz 160



Cyrenaica was een Romeinse <i>provincie aan de noordkust van Afrika tussen Aegyptus en Numidia. De provincia bestond oorspronkelijk uit vijf steden, de Pentapolis, bestaande uit de oude in 630 v. Chr. gestichte Griekse stad Cyrene , de havenstad Apollonia(Marsa Susa), (gesticht in het begin van de zesde eeuw v. Chr.), Taucheira, (gesticht in 625 en later omgedoopt tot Arsinoë, later BArca en nog later Ptolemais), Euhesperides (later omgedoopt tot Berenice en Barca (gesticht in 560 v. Chr.). Naar het zuiden toe werd Cyrenaica begrensd door de Sahara.

Apollonia:

Pelican : blz 329 Lonely Planet: blz 181 Petit futé: blz 166


De Pentapolis (vijf steden) lag in de Cyrenaica, het huidige oostelijke deel van Libië. De eerste stad die hier gesticht werd, was Cyrene. Dit gebeurde omstreeks 630 v.Chr. door een zekere Battos. Om verzekerd te zijn van verbindingen over zee, werd in het begin van de zesde eeuw v.Chr. een haven gesticht in een brede baai nabij Cyrene. Dit zou later Apollonia worden. Dit is het begin van een grote Griekse kolonisatie waarbij nog nederzettingen gesticht worden: Taucheira (625 v.Chr; later omgedoopt tot Arsinoë), Barca (560 v.Chr) en Ptolemais (midden 3de eeuw v.Chr). Het gebied komt later onder bestuur van Alexander de Grote en zijn opvolgers, de Ptolemaïsche dynastie. Uit deze periode stamt de federatie van vijf steden: de pentapolis. In 96 v.Chr. wordt de Cyrenaica aan de Romeinen overgemaakt, twintig jaar later wordt het een Romeinse provincie. Later zal het gebied ook hexapolis genoemd worden, omdat de Romeinse keizer Hadrianus een nieuwe stad stichtte: Hadrianopolis.

Apollonia wordt omstreeks het begin van de zesde eeuw v. Chr. als havenstad van Cyrene aan een wijde baai gesticht. Pas aan het eind van de hellenistische periode wordt het tot een autonome stad verheven. Het noordelijke deel van de stad ligt nu onder water als gevolg van een verzakking. Ook werden in de Byzantijnse periode nog gebouwen toegevoegd. Ook dit belemmerd de zoektocht naar het oorspronkelijke plan. Toen werd Apollonia immers de hoofdstad van de provincie Libya superior.

Daarentegen kan de vestingwal goed gevolgd worden. Het zuidelijke gedeelte volgt een zigzag patroon. Vierkante torens bewaken de uitbouwen en de paternen (overdekte gangen). Slechts een deel van de stad lag binnen de vestingmuren, die in feite bedoeld waren om de haven tegen aanvallen te beschermen. Deze wal werd in de tweede eeuw v.Chr. opgetrokken. Ze begint aan het westelijke havenhoofd, waar er ook een vuurtoren stond.

In het oosten van de stad ligt de akropolis (foto hierboven); daarnaast ligt de cavea van het theater. Deze cavea bestaat uit 28 treden die deels in de rotsen gehouwen zijn, en kijkt uit op de zee. Het theater stamt uit de hellenistische periode. Tijdens de regering van Domitianus (81-96 n.Chr.) worden er zuilen en een wering tussen de cavea en de orchestra toegevoegd.

De stad werd van water voorzien door een aquaduct, dat uitkwam in talloze opvangbakken (waar ook regenwater verzameld werd). In het centrum van de stad liggen resten van een gebouw dat boven een ondergrondse ruimte stond. De inscriptie vermeldt een godin met de naam Kallikrateia. Naast de gewone drinkwatervoorziening zorgde dit aquaduct ook voor de toevoer voor de thermen. Opgravingen op het terrein van de termen hebben diverse gebouwen blootgelegd die stammen tussen de vierde eeuw v.Chr. en zesde eeuw n.Chr. Het badhuis werd gebouwd rondom een zwembad uit de eerste eeuw n.Chr. De verandering vond plaats tussen 75 en 125 n.Chr. Ongeveer een kilometer ten westen (buiten de stad), werd aan de kust ook een circus gebwoud. De piste is deels in de rotsen uitgehouwen is amper 13,35 meter breed. Het gebouw stamt uit de tweede eeuw n.Chr.

In  de derde en vierde eeuw n.Chr. wordt de ommuring gerestaureerd. Ook de weg tussen Darnis en Apollonia wordt hersteld. Andere bouwwerken worden in de vijfde eeuw ondernomen. Deze volgen nadat Apollonia provinciehoofdstad geworden was in de plaats van Ptolemais. Vanaf 359 n.Chr. heet de stad nu Sozouza.

In deze laatste bloeiperiode worden grote basilieken, en wellicht ook een paleis voor de dux (militaire hoofd van de provincie), opgetrokken. Het paleis strekt zich uit naar het zuiden. In het midden vinden we een binnenhof met een zuilengang langs drie zijden. Aan de westkant komt een triclinium (eetkamer) uit. Aan de noord- en zuidzijde liggen andere officiële ruimtes (o.a. een kleine basilica); in het oosten liggen de dienstruimtes. In het trappenhuis, dat naar de woonvertrekken leidde, is ook een waterput uitgegraven. Dit complex werd later nog door de Arabische veroveraars benut.

Ten tijde van keizer Justinianus (527-565) werd de muur nogmaals hersteld in het kader van een bouwprogramma in geheel Cyrenaica. Er werden toen een aantal forten opgericht. Maar in 642 kunnen deze forten de veroveringsdrift van de Arabieren niet tegenhouden.

In Apollonia staan vier basilieken: één in het oosten, de 'centrale' basiliek, de westelijke basiliek, en tenslotte de versterkte basiliek die buiten de muren staat. De oostelijke basiliek heeft drie beuken en een dwarsbeuk. Resten van een altaar en een ciborium werden hier gevonden.Uit dezelfde periode (vijfde eeuw n.Chr) stammen ook de mozaïeken die hier gevonden werden. Ten tijde van Justinianus werd een mozaïek met christelijke motieven in de dwarsbeuk aangelegd. Ook uit deze periode stamt de doopkapel, dat op een oudere kapel gebouwd werd.











Dinsdag 6-03-2006 : Al Bayda – Ras Al Hilal – Al Athroun – Bengazi - Tripoli



- Ras Al Hillal

Na het ontbijt vertrek naar Ras al Hilal en Al Althroun.

Shallal Ras Al Hillal waterval

Griekse graven


- Al Athrun

Bezoek aan de Byzantijnse kerkjes van Al Throun. De muren en mooie marmeren pilaren zijn prachtig gerestaureerd.

Byzantijnse kerken


Vliegen - Tripoli

Nadien terug naar Benghazi voor de vlucht naar Tripoli.

BENGHAZI, een moderne stad gebouwd op de site van het oude Berenice. De stad is eveneens de economische hoofdstad van het Oosten van het land.

Ras Al Hilal:

Pelican : blz 338 Lonely Planet: blz 183 Petit futé: blz 170


BENGHAZI, een moderne stad gebouwd op de site van het oude Berenice. De stad is eveneens de economische hoofdstad van het Oosten van het land.


Woensdag 7-03-2007 : Tripoli – Leptis Magna - Gharian


- Leptis Magna


's Morgens vertrek naar de antieke stad Leptis Magna, één van de best bewaarde Romeinse sites ter wereld, dat samen met Oea en Sabratha de drie steden, “Treis Poleis”, vormt.

Middagmaal vlakbij de site.

Via de triomfboog van Septimus Severus komen we aan de baden van Hadrianus, compleet met frigidarium, tepidarium en caldarium.

Verder naar het forum waar de Medusa en Nereidfiguren ons verwelkomen.

Vervolgens naar het amfitheater en de wijk aan de verzande haven. Ook de “Hunting Baths” met hun sensationele fresco’s verdienen zeker een bezoekje. Tot slot bezoek aan het museum, dat over goed bewaarde beelden en mozaïeken beschikt.

Het prachtige museum is het meest recente museum van het land, de opschriften zijn ook in het Engels.

- Gharian

Vertrek naar Gharian voor overnachting.

Rabta Hotel ***

Leptis Magna, was essentieel aangewezen op de karavaanhandel en plaatselijke landbouw (vijgen-, peren-, amandel- en vooral olijfbomen). Het was vooral Septimius Severus, zoon van Leptis Magna en Romeins keizer, die er de mooiste gebouwen naliet: de gelijknamige triomfboog, het palaestrum, de thermen, het theater, de colonnadenlaan, het forum en de basiliek van Severus, de Trajanusboog en de haven, om nog maar enkele van de meest beroemde monumenten op te sommen. De rijke monumentenoogst kon veel groter zijn, ware het niet dat de Vandalen er in de 5de eeuw hun vernietigende stempel achterlieten. Leptis lag op de transsaharische route en een heel stuk dichter bij de Fezzanwoestijn dan Carthago. Allerlei goederen uit hartje Afrika werden aangevoerd en verscheept naar Europa en het Nabije-Oosten.
Na het politieke en economische hart van Leptis, zien we ‘s namiddags hoe de (rijke) burgers zich ontspanden en leefden : de hippodroom op het strand en het amphitheater.


Donderdag 8-03-2007 : Gharyan - Ghadames


Gharyan







- Tolmeisa



-Yafren


-Ghadames


De weg naar deze stad, de belangrijkste van de Jebel Nafusa, biedt enkele mooie panorama's op de Jefara-vlakte (900 meter boven de zeespiegel).
Bij het naderen van de stad duiken de eerste pottenbakkers op en een aantal kalkovens werden uitgehouwen in de rotsen. De Berbers bouwden hier hun holenwoningen. Gharyan ligt op zowat negentig kilometer van Tripoli.

Hierna trekken we de fascinerende Libische woestijn in door het Nafusagebergte. We stoppen in Tolmeisa, één van de dorpjes van de Jadu regio die uitkijken over de Sahel al-Jefara.

Na de lunch onderweg rijden we verder naar Yafren (moskeeën, grote Romeinse tombe, ruïnes van het dorpje Al-Ghala), hoog gelegen op de rotsen.

In de late namiddag aankomst in Ghadames.

Na het ontbijt brengen we een bezoek aan GHARYAN, met zijn pottenbakkers, we bezoeken een voorbeeld van de onderaardse huizen : uitgegraven patio’s in de rode grond, waarop verschillende onderaardse kamers uitgeven. Ideaal tegen de warmte in de zomer, en tegen de koude in de winter.









Vrijdag 9-03-2007 : Ghadames



Ghadames

Woestijntocht




Ghadames


Ghadames, gelegen op het drielandenpunt Libië, Tunesië en Algerije, is de mooiste versterkte oase van de woestijn en bestaat uit een oud en een nieuw dorp. Het oude dorp is volledig overdekt met oude gewelven, en de lemen huisjes zijn goed bewaard en versierd met kleurrijke schilderingen. De unieke architectuur van de huizen zorgt voor een natuurlijke airconditioning in het dorpje.

Na een rustpauze vertrek per jeep.




Terug naar Ghadames.


Bezoek aan de oude stad en de resten van de romeinse burcht.






Een tocht naar de hoge duinen in de woestijn vanwaar we een prachtige zonsondergang kunnen bewonderen en kunnen genieten van muntthee, de typische woestijndrank.


Qasr Aldiwan Hotel **

16 kamers met douche en bad


Tweeduizend jaar geleden werd hier de airco uitgevonden

Ook de "Parel van de Woestijn" genoemd wegens de unieke 'woestijnarchitectuur'. Onder het Romeins bewind heette de stad Cydamus. Deze plaats paalt aan de Algerijns-Tunesische grens en ligt, via het 310 kilometer verder gelegen Nalut en Darj, op ruim zeven uur rijden van Tripoli, 500 meter hoog bij het Nafusagebergte (Jebel Nafusa).
In de moderne wijken leven 9000 inwoners. De stad ligt 650 kilometer ten zuidwesten van
Tripoli en 314 kilometer van Nalut. Er leven amper 10.000 bewoners.
Binnen de 6,6 kilometerlange stadsmuur staan 25.000
dadelpalmen, ooit de enige 'rijkdom' van de bewoners, die nu vrijwel allemaal in overheidsdienst actief zijn.
In deze cirkelvormige stad, die met haar oase 225 hectare groot is, loopt het water uit de bron van
Ain-el-Fras in een open aquaduct naar huizen en gebouwen. De woningen zijn er uitgerust met platte "communicatieterrassen" voor uitsluitend de vrouwen.

Penthouse voor vrouwen

Zomers en op vrijdag zakken de bewoners geregeld af naar de oude stad om koelte te zoeken en met elkaar een praatje te slaan. Van de overheid kregen ze een nieuwe stad toegewezen, die gebouwd werd tussen 1975 en 1983, maar in de oude overdekte straten is het heerlijk fris en wanneer het 'buiten' 45 graden is, dan is het daar 20 graden koeler. Het oude Ghadames, dat een oppervlakte heeft van 10 hectare, is nu buiten de bloedhete zomermaanden zowat een 'spookstad' geworden, waarin alleen toeristen rondwandelen. De traditionele woningen met ten minste twee verdiepingen geraken stilaan in verval.
De Libische overheid gaf nog altijd geen gevolg aan de aanbevelingen van de
Unesco om de stad te herbevolken om een verdere aantasting te voorkomen. Ook de grondige restauratiebeurt die Ghadames nodig heeft, bleef nog achterwege hoewel een nationale organisatie werd gevormd die verantwoordelijk is voor de stad.
De zon wordt in de oude stad door de gewelven geweerd en warme lucht wordt snel afgevoerd. "Schouwen" tussen sommige huizen laten de warme lucht ontsnappen.
Vrouwen mochten hier alleen de straat op bij zonsopgang of zonsondergang.
De overige uren vertoefden ze op hun "penthouse", de dakterrassen waar ze kookten, huishoudelijke taken uitvoerden en met elkaar konden kletsen en roddelen. Zo konden ze elkaar ontmoeten zonder mannen te zien en zonder dat de mannen hen zagen.
Een oervorm van vrouwenemancipatie?

Stad van de Touaregs

De helft van de huidige bewoners van Ghadames zijn Touaregs, de bewakers van de woestijn.
De Romeinse periode van Ghadames begon in 19 voor onze jaartelling toen
Cornelius Balbus er na vele vergeefse pogingen en jaren eindelijk in slaagde om de woestijnstammen te verdrijven. Zij bleven echter, ondanks talloze strafexpedities, geregeld terugslaan.
Ghadames kwam dan ook nooit echt in Romeinse handen.
Ook de
Italianen zouden daar eeuwen later veel moeite mee hebben: ze vielen Libya binnen in 1911, Ghadames drie jaar later, maar kregen haar pas onder controle in 1924!
De geschiedenis van deze plaats, met haar 'ondergrondse' oude stad, is meer dan 2000 jaar oud, maar heel veel is niet geweten over haar verleden, uitgezonderd haar functie als rustplaats voor de
Saharakaravanen. De Byzantijnen kwamen tot hier in de 4de en 5de eeuw. Toen zouden hier vier bisschoppen hebben getoefd. In de 7de eeuw werd de stad door Okba ibn-Nafi geïslamiseerd maar van haar verdere geschiedenis tot in de 19de eeuw is vrijwel niets gekend, tenzij het feit dat ze in de 18de eeuw werd bestuurd door de Bey van Tunis. In 1860 viel de stad onder de bevoegdheid van Tripoli.
Na Wereldoorlog II werd het bestuur van Ghadames overgenomen door de Fransen, maar bleef de stad tot 1951 behoren tot het protectoraat Tunesië. De laatste Franse troepen pakten hier in 1955 hun koffers.
De oude stad biedt, dank zij de dikke wallen en overdekte wandelpaden, koelte tegen de woestijnhitte. Zij is een waar labyrint waar slechts af en toe zonlicht doordringt.
De oude stad Ghadames werd zwaar beschadigd tijdens Wereldoorlog II.
Vroeger lag de stad op de handelsroute met
Tsjaad en was zij ook een handelscentrum voor slaven, wilde dieren voor de Romeinse arena's, goud en ivoor.
Vele inwoners zijn nog afstammelingen van de
slaven. Nadien werd overgeschakeld op de landbouw en vooral de dadelpalm.
De eerste Europeaan die hier toekwam, was de Brit
Alexander Gordon Laing die in 1824 onderweg was naar Timbuktu.
Ondanks de koelte van de oude stad is een bezoek aan Ghadames en alle zuidelijker gelegen steden af te raden tijdens de maanden juli en augustus. In die periode kruipen de temperaturen overdag immers boven de 40 graden. Er zijn geen hotels met airco.

BLIKVANGERS

Ghadames, de oude stad

Voor een bezoek neme men best een zaklamp mee. Hier had de slavenmarkt (Mulberry Square) plaats en biedt de Djama al-Kabir moskee via haar minaret een mooi uitzicht over een deel van de stad.
De moskee werd gebouwd in het jaar 44 na de vlucht van profeet Mohammed naar Medina en is zo één der oudsten van het land.
De oude stad straalt een verfrissende en zalige rust uit en is met haar wirwar aan gangen en op elkaar uitgevende woningen een waar labyrint.
Midden in de stad, bij de palmbomen, ligt de nog altijd actieve bron, die woningen en moskee, via een netwerk van kanalen, van water voorziet.
Vlakbij één van de zeven toegangen ligt het 80 jaar oude hotel Fazar dat nog steeds toeristen herbergt. Zij mogen echter niet op luxe en comfort uit zijn. Een muntthee in de binnenkoer biedt daarentegen een aangename verpozing.
De oude stad grenst discreet aan de moderne woningen en enkele boerderijtjes. Zij ligt op een half uurtje wandelen van het rustige en goede motel Elwaha, dat in 1992 gebouwd werd naast het oude vliegveld van Ghadames.

House museum

Dit is een oude handelaarwoning, die nog vrijwel origineel is uitgerust. Het is de enige echt gerestaureerde woning. Hier nuttigen groepen toeristen geregeld een typische couscousmaaltijd.
De muren zijn helemaal in hun oorspronkelijke staat hersteld en de vloeren werden bekleed met de kleurige Berbertapijten van weleer. Men geniet al zittend op de grond van de maaltijd.
Bezoekers kunnen vaststellen dat het hier, gezien de koelte, wellicht zalig wonen was midden in de woestijn, maar dat het comfort volgens westerse normen een en ander te wensen overliet. Een oogopslag in het toilet zal hiervoor wel volstaan. Ook deze woning bezit een 'roddelterras' voor de dame des huizes.

Islamitische begraafplaats

Zij is meer dan 2000 jaar oud en deze grote oppervlakte, vlak bij het museum, is nog steeds in gebruik. De plek is een indrukwekkende verzameling van grafstenen, vlakbij het lokale museum.

Museum van Ghadames

Dit gebouw biedt een mooi overzicht van het leven in het oude Ghadames. Eenvoudig, maar overzichtelijk ingericht.

Ras al-Ghoul

Dit is de "Spookheuvel", ook "Berg van de profeet" genoemd met zijn niet zo spectaculaire Romeinse ruïnes op vijftien kilometer van Ghadames. Op de top biedt Ras al-Ghoul wel een mooi panorama.
Boven op de berg is een waterput. Belegeraars groeven een tunnel, sneden de koorden door, en dwongen de 'heuvelbewoners' aldus tot overgave.
Vanop de top kijkt men uit op de Tunesische én de Algerijnse grens. Ghadames wordt dan ook het 'drielandenpunt' genoemd. Vrijwel zeker wordt men hieruit voor een controle tegemoet gereden door een militaire jeep, die permanent de wacht houdt in de zandduinen. Geen overbodige maatregel, op wandelafstand van de Algerijnse buur met zijn moorddadige fundamentalisten van de islam.

Touaregdansen

Op een tiental minuutjes rijden van Ghadames, midden in de woestijn, naast de Algerijnse grens, bieden de Touaregs een dansspektakel aan, dat zeker de moeite loont.
De toeristen krijgen niet alleen de thee aangeboden, maar ook het zeer lekkere onder het witte zand op houtskool gebakken woestijnbrood. Een heerlijk warme bakker!
Hier kan men ook genieten van een prachtige zonsondergang bij de Algerijnse grens.
De Touaregs van Ghadames zijn geen nomaden meer, maar toch geeft hun optreden een idee van hun levenswijze, hun tradities en gewoonten.
De dansen worden nog alleen spontaan uitgevoerd tijdens feesten, zoals huwelijken en de besnijdenis.




Zaterdag 10-03-2007: Ghadames – Nalut – Guasr Alhaj – Sabratha - Tripoli



-Nalut




-Sabratha


-Tripoli

Vandaag staat er een lange dag op het programma. Na het vroeg ontbijt vertrek naar Tripoli via Sabratha.



Vertrek richting Tunesische grens voor een bezoek aan Sabratha, ooit een Carthaagse handelspost. De Romeinen startten van hieruit een handelsroute die via Ghadames naar Centraal Afrika liep.




In de late namiddag aankomst in Tripoli.

We maken een stop in Nalut waar we een Berberkasteel bezoeken. Vroeger gebruikten de Berbers deze gebouwen tijdens hun lange zwerftochten op zoek naar vers water en nieuwe vegetatie, om er hun graan en olie op te slaan.

Met de Middellandse Zee op de achtergrond maken we een wandeling door de site, heerlijk gelegen langs de zee : we lopen over het forum met typische tempels ter ere van plaatselijke goden, de Curia, waar we nog het verhoog zien van waarop de stad werd beheerd en op het strand ontdekken we de oude thermen met bijhorende latrines. Maar onze aandacht gaat vooral uit naar het gerestaureerde theater en het museum met de prachtige mozaïeken die in de site werden gevonden.


Alkabir/Bab alBaher Hotel ****


Zondag 11-03-2007: Tripoli -Sebha



Tripoli



vliegen -Sebha

Tripoli is de hoofdstad van Libië, met drukke winkelstraten en een oude binnenstad met gezellige soeks, waar het dagelijkse leven op elke hoek van de straat wordt gadegeslagen door een lachende kolonel Khadafi.

Vrije namiddag.


s Avonds nemen we de vlucht naar Sebha.

Bezoek aan het nationaal archeologisch museum waar een mooie collectie antiek en fijne mozaïeken te bewonderen is. Aansluitend bezoek aan de oude medina met zijn interessante oude moskeeën, caravanserails en Romeinse triomfboog.





Alqalaa Hotel

60 kamers badkamer/douche/toilet/airco/telefoon/TV/restaurant/Café

…….. Ook Algala was ooit een 'palace'. Keuken en badmakers zijn ondermaats. In de kamers veel sanitair-problemen en deuren die niet altijd sloten. Mijn beoordeling: *, maar ook in deze stad is geen betere keuze. Algala wordt beheerd door? de universiteit van Sebha! ......


Sebha is the gateway to the great desert plains of the south, to the wadi al-Hayah (valley of life), leading everywhere to the great Akakus. The ancient town of Sebha - intact, but disappeared today - was divided into two districts: one side was inhabitaded by white noble people and the other one by the black descendents of the slaves. The latter had no permission to frequent the 'white' side of the town, they were subject of a real "apartheid" until the European colonization. The old Italian fort (Fort Margherita), was taken in 1943 by General Leclerc and his infantry from Chad and was renamed Fort Leclerc. The fort was reclaimed by the Libyans in December 1956. In the south of the town you find the camel market that attracts many Saharan caravans from several other Saharan states to negotiate for the best bargain camels!


Maandag 12-03-2007: Sebha – Germa – Alawinat - Akakus


-Germa





-Alawinat

-Adat


-Akakus



Na het ontbijt vertrek richting Akakus via Germa, ooit het centrum van de garamantische cultuur.




In Alawinat nemen we een theepauze waarna we verder doorrijden naar wadi Adad.


We overnachten in het tentenkamp in Akakus.

Na het ontbijt bezoek aan de ruïnes van Germa, ooit het centrum van de garamantische cultuur. In Germa vind je op oude huizen, tempels en badhuizen de diverse patronen van de verschillende beschavingen die zich hier gevestigd hebben: oude Egyptenaren, Carthagers, Grieken en Romeinen.
Andere ruïnes in Germa lijken overblijfselen van beschavingen
die zouden teruggaan tot 5000 v. Chr.



Om het schitterende panorama te bewonderen.


Dinsdag 13-03-2007: Akakus


We hebben twee volle dagen om de diverse wadi's te ontdekken. De vele canyons, door de verschroeiende wind gehouwen uit de rotsen, zijn prachtig. Hier vindt u meerdere rotstekeningen van herders, jagers en dieren, en inkervingen die de tand des tijds overleefd hebben doordat de grotten hen beschermden tegen de gure wind. We bezoeken onder andere wadi Awis, wadi Abshal en wadi Tanshal. 's Middags picnick en 's avonds avondmaal en overnachting in het tentenkamp.




Woensdag 13-03-2007: Akakus



De minerale chaos van het Akakus zandsteengebergte: grillig geboetseerde decors van steen, zand en licht. In de vele wadi’s en canyons, op overhangende rotswanden zijn tientallen rotstekeningen en -schilderingen te bewonderen. Rotstekeningen van meer dan 2000 jaar geleden tonen dat dit gebied ooit vruchtbaar is geweest. We zien kleurrijke pastorale tekeningen, afbeeldingen van olifanten, giraffen, struisvogels. Maar vooral de scènes uit het dagelijks leven getuigen van een verfijnd artistiek gevoel.




Donderdag 14-03-2007: Akakus – Germa - Tkarkiba



Na het ontbijt vertrek richting Edhan Ubari. Picknick onderweg en dan verder naar Germa voor een bezoek aan de oude Garama hoofdstad. Overnachting in het tentenkamp in Tkarkiba.

Ubari: midden gekleurde zandduinen liggen een tiental zoutmeren, pittoresk omgeven door dadelpalmen. Duinen fascineren altijd; wellustig uitgestrekt, de sensuele curven gestreeld door het zachte licht!






Vrijdag 15-03-2007: Tkarkiba – meren – Sebha -Tripoli



Bezoek aan het Mafo- en Gaberounmeer. Picknick onderweg en verder naar het meer van Om Alma en Mandara. We zetten de tocht verder richting Sebha voor de terugvlucht naar Tripoli.

Onderweg zien we het kleinere Um Alma meer en het Mandara meer waarvan het waterpeil door de jaren heen flink is gezakt en waardoor de bevolking diende te verhuizen.



Zaterdag 16-03-2007: Tripoli - Brussel



Na het ontbijt vrij tot aan de transfer naar de luchthaven voor de terugvlucht naar Brussel. Aankomst te Brussel.










Trein terugreis:














AFRIQIYAH airways


AFRIQIYAH AIRWAYS BENELUX

Afriqiyah Airways est une Société Libyenne à 100% contrôlée par le gouvernement.
Elle a démarré en Décembre 2001. Implanté en Europe depuis Juin 2002 à Paris puis à Bruxelles en May 2003, en 2004 à Genève et à Londres.
Fréquences de Bruxelles Tripoli 3 fois par semaine. Afriqiyah Airways dessert via Tripoli une grande partie de l’ Afrique Centrale (Afrique francophone).
Accra, Bamako, Cotonou, Lagos, Lomé, Ouagadougou, Niamey, N'djamena, Khartoum, Abidjan.

160 Personnes travaillent déjà au sein de Afriqiyah Airways
Les appareils - Airbus A320.

INFORMATIONS GENERALES

Horaires

Ils sont exprimés en heure locale et peuvent être modifiés sans préavis.

Heure limite d'enregistrement

Vous devez vous présenter à l'enregistrement à l'aéroport au plus tard 2h avant le départ du vol

Documents de voyage

Avant votre départ assurez-vous de la validité de tous vos documents de voyages: visa si nécessaire, passeport, certificats de vaccination, attestation sortie de territoire pour les mineurs non accompagnés etc.
La compagnie au son personnel ne peuvent en aucun cas être responsables des conséquences pouvant résulter d'infractions aux règles en vigueur.

Formalités de Police

Tous les passagers "UM" (enfant non accompagné) inclus, doivent obligatoirement présenter une pièce d'identité avec photo (passeport) lors de l'enregistrement et de l'embarquement. Vous devez être en règle vis-à-vis des autorités de la police, de douane et de santé, des pays de départ, de transit et de destination.

Franchise bagages

En soute vous avez droit à 30 kg par passager en classe économique et 40 kg en classe affaires.
En cabine, en plus d'un accessoire (type ordinateur portable au sac a mains), un seul bagage à main dont le total des trois dimensions n'excède pas 115 cm (40cm + 55 cm + 20cm) roue et poignées incluses est autorisés. Le poids de bagage à main ne doit pas excéder 10 kg.
Le poids de bagage (bagage à main inclus) ne doit pas accéder 40 kg.
Les Bébés n'occupant pas de siège ont droit à une franchis de bagages de 10 kg seulement.
Les passagers doivent obligatoirement identifier leurs bagages à l'extérieur et à l'intérieur.

Excédent de bagages

Au-delà de la franchise autorisée - 8 Euro/kilo pour Tripoli et 10 Euros pour toutes les autres destinations en afrique.

Articles interdits en cabine

Tout objet tranchant est strictement interdit dans les bagages cabine. Prévoir de ranger ciseaux, couteaux dans les bagages en soute. Ces mesures s'applique également pour les bombes aérosols, les armes classiques ainsi que tout objet y ressemblant (pistolet enfant) ou pouvant servir d'arme (outil, pistolet, cutter etc.)

Articles interdits dans les bagages

Les articles dangereux sont interdits dans les bagages en soute (explosives, inflammables, corrosifs, oxydants, irritants, toxiques, radioactifs, magnétique, les gaz comprimés.)

Les produits alimentaires périssables sont interdits dans les bagages.

Enfants

Ils peuvent voyager seuls (UM) à partir de 5 ans. Si non l'enfant doit être accompagné par un passager valide et âgé d'au moins 18 ans.

Animaux

Sous réserve de formalités en règle, le transport des chiens et des chats est autorisé en soute uniquement (interdit en cabine) au tarif excèdent de bagages.

 

Tous les vols Afriqiyah Airways sont non-fumeurs

 

Sur tous les vols Afriqiyah Airways il est interdit de consommer des boissons alcoolisées, ainsi que de les posséder dans ses bagages à main.



























Don't forget to bring...

It is scary to pack your luggage when travelling to a country where you have never been before. For most of us, keeping the luggage small is essential, but there are some things you should not leave behind:

  1. Liquid soap. This is generally hard to get on the road, and who wants a wet bar of soap floating around their toilet bag?

  2. Small toiletteries of every sort you get; tooth paste, shampoo, body lotion etc. Bring as much as you plan to use, in order to avoid buying this on the road: these often come in large bottles in North Africa.

  3. A tiny bag of salt. When it is hot and you sweat a lot, drinking plenty of water is not enough, you need salt too.

  4. A bottle of lemon to add to your bottled water. Bottled water soon becomes boring, and lemon is a better solution than resorting to sodas.

  5. A cap. Caps or hats in North Africa are often very much decorated, and this might not be to your liking.

  6. Sandals, good quality and used. Open sandals will be your best friend, but they should be of so good quality that they will last the entire journey, and they should already be broken in. You don't want to trod around on sore feet.

  7. A pocket book. Night life is not well developed in many places around North Africa, the hotel might only have local TV-channels, and sometimes you need to get away from your company. Getting the book you want in a language you understand is harder out here than back in your own country.

  8. Silk bag (for sleeping). Unless you only travel to popular destinations, and have enough money. For budget travellers, a silk bag turns the hotel bed with the dirty sheets into a comfortable place to dream.

  9. Trousers that can be made into shorts.

  10. A fold up bag for keeping souvenirs that won't fit into your tight backpack.

  11. A pouch to keep dirty clothes, in order to protect the rest of your luggage.

  12. A neck bag for your money, tickets and passport. Keep this inside your clothes. If you sweat, wrap the content into a plastic bag for protection.

  13. Put some survival money in your luggage — in addition to what you safeguard in the bag around your neck.

  14. A guide book. Believe it or not, there are still people exploring new countries with no other armour than their wallet and their charm.

  15. If you have skin that is sensitive to strong sun, bring along sun protection with high SPF. This tend to only be available in beach resorts. Otherwise, the shops sell to locals, who are better protected from nature than most Europeans and Americans.

  16. Lip balm with UV protection is equally hard to find. Remember that your usual lip balm will start boiling in the hot sun.