I J S L A N D

(voorbereiding)

Sluit dit venster


26 juni - 6 juli 2016

LAUWERS REIZEN
o.l.v. Frans Verbruggen






IJsland, het op een na grootste eiland van Europa ligt in de Atlantische Oceaan ten noordwesten van Schotland, ten westen van Noorwegen en ten zuidoosten van Groenland.
Het belangrijkste eiland strekt zich uit over een gebied van 500 km van oost naar west en 300 km van noord naar zuid. Dit gebied wordt gekarakteriseerd door lege verlaten vlakten, zanderige delta's vulkanen, lava-velden en gletsjers.
Meer dan de helft van het land ligt boven de 400 m. met als hoogste punt, de HVANNADALSHNUKUR, welke 2119 m boven zeeniveau ligt. Slechts 21% van het land, dichtbij de kust, is bewoonbaar en geschikt voor landbouw.
Het grootste gedeelte van de IJslandse bevolking en landbouw bevind zich tussen Reykjavik en Vik.
IJsland is een soort springplank geweest voor de ontdekking van het Noord Atlantisch gebied : Eric de Rooie, opgegroeid in IJsland als zoon van een Noorse verbanneling, koloniseerde Groenland in 982. Eric's IJslandse zoon Leif Eriksson wordt beschouwd als de eerste Europeaan die de kust van Noord Amerika heeft ontdekt dat hij Goed Vinland noemde.
IJsland heeft een onafhankelijke cultuur, gevormd door de afstammelingen van boeren en krijgers die gevlucht zijn voor de tirannie van middeleeuws Scandinavie.
De vlucht naar een nieuw en leeg land resulteerde in het ontstaan van nederzettingen en boerderijen en het begin van een rijke literaire traditie overheerst door sagen, welke beschouwd worden als een van de mooiste van de westerse, middeleeuwse werken.
Traditionele muziek, gewoonlijk cowboy liederen en liefdesliedjes blijven populair, terwijl er ook internationale successen aanwezig zijn zoals dat van de Sugarcubes en hun lead zangeres Bjork.
De hoofdstad van IJsland is REYKJAVIK. De stad is interessant, omdat het werelds noordelijkste stad is en het pas in de 19e eeuw is ontstaan. Reykjavik heeft alle kenmerken van een moderne Europese stad, maar ook die van een interessante oude stad met witte houten gebouwen en rijen van helder geschilderde huizen.
Een bekende warmwaterbron, de BLUE LAGOON, is dichtbij Reykjavik te vinden. In centraal zuid IJsland bevindt zich de tweedelige waterval Gullfoss. Dit is een nationaal monument.
Ten westen van Gullfoss ligt Geysir, een gebied met hete geisers.
In noordoost IJsland ligt MYVATN. Dit gebied van vulkanisch topografische verschijnselen wordt gezien als een van de natuurlijke wonderen van de wereld.
De grootste gletsjer ter wereld, de VATNAJOHULL gletsjer, is ook in IJsland te vinden.

Kerngegevens



Belgisch consulaat in IJsland:
Garri ehf, Lynghals 2, 110 Reykjavik
Telefoon: +354 570 03 00, +354 696 44 44
E-mail: magnus@garri.is


IJsland maakt dan wel onderdeel uit van Europa, het ziet er meer uit als een buitenaardse planeet. ‘Het land van ijs en vuur’ bezit enkele van de meeste actieve vulkanen, de langste gletsjer in Europa en natuurlijke actieve geisers die geregeld omhoog spuiten. Het grootste deel van het eiland is onherbergzaam terrein met bergen, rivieren, meren en grotten, dus het is een ideale vakantiebestemming voor buitensportliefhebbers.
Het Vatjajokull Nationaal Park is het grootste nationale park van Europa. Beroemd zijn de geothermische heetwaterbronnen waarin je het hele jaar door een bad kunt nemen.
Reykjavik is een kleine en vriendelijke hoofdstad met vele cafés en evenementen die voor een constante stroom van energie zorgen.

Geschiedenis



Nadat IJsland zo‘n 20 miljoen jaar geleden geologisch is ontstaan is het eiland lang onbewoond gebleven.
Op IJsland zijn Romeinse munten gevonden, daterend uit 300, waaruit af te leiden valt dat zeevaarders uit Engeland het eiland hebben bezocht. Engeland was toen een Romeinse kolonie. Ze hadden het in die tijd over THULE, het noordelijkste eiland van de wereld. Het is niet bewezen dat met dit noordelijkste eiland IJsland wordt bedoeld, maar Thule was de eerste naam van IJsland en werd in de middeleeuwen gedurende enige jaren gebruikt. Het is waarschijnlijker dat men Noorwegen bedoelde, omdat men spreekt over een welvarend land met honingbijen en veeteelt, wat toen absoluut niet op IJsland aanwezig was.

In oude geschriften, het Íslendingabók, is terug te vinden dat de eerste bewoners die op IJsland kwamen wonen Ierse monniken waren en geen Vikingen. Ze kwamen hier aan het eind van de 8ste eeuw om er een vroom en vredig leven te kunnen leiden. Maar toen kwamen de Vikingen, en de monniken vluchtten weg.

De eerste viking die in de negende eeuw op IJsland terechtkwam was de Noor NADDODDR. Hij was op weg van Noorwegen naar de Faeroer. Het schip raakte uit de koers en dreef naar de oostkust van het eiland.
Naddoddr verkende het gebied met zijn mannen, maar toen ze geen tekenen van menselijke bewoning aantroffen verlieten ze het eiland weer. Hij gaf het de naam Snaeland (Sneeuwland).

De tweede die IJsland aandeed en op verkenning ging was de Zweedse viking GarTHarr Svavarsson. Hij was de eerste die het hele land omzeilde en vaststelde dat het om een eiland ging.
Ze bouwden enkele huizen in het noordelijk deel van het eiland dat sindsdien Husavik (Huisbaai) heet, en waar nu een dorp is. De volgende zomer maakte GarTHarr zijn ronde om het eiland af en voer weg. Bij zijn vertrek gaf hij het eiland de naam GarTHarsholmi (Gardars eiland).

De derde verkenner, de Noorse viking Floki VilgerTHarson gaf het eiland haar huidige naam, Island (IJsland). Volgens zeggen had hij drie raven bij zich - vandaar zijn bijnaam Hrafna-Floki (Raven-Floki) - die hem hielpen het eiland te vinden. Nadat de derde raaf was uitgevlogen volgde hij hem. Hij bouwde een nederzetting met zijn gezin, familie en vrienden en bleef daar wonen. Maar tijdens de eerste strenge winter verhongerde al zijn vee, omdat ze verzuimd hadden hooi te verzamelen in de zomer. Na een paar jaar verliet Floki het eiland weer om terug te keren naar Noorwegen, en had geen goed woord over voor IJsland.
BR> De eerste permanente bewoner van IJsland is de Noor INGOLFUR ARNARSON. Hij kwam in 874 met zijn schip aan land bij de huidige plaats Ingolfshofdi aan de zuidoostkust.
Daar bracht hij zijn eerste winter door. Vervolgens trok hij na enkele jaren weer verder en kwam hij aan in een baai in het zuidwesten van het eiland, waar hij definitief ging wonen. Omdat hij overal rookpluimen zag noemde hij deze plaats Reykjavik, wat ‘Rookbaai’ betekend. De rookpluimen die hij zag kwamen van de stoom van de warme bronnen.

Veel andere Noorse stamhoofden volgden het voorbeeld van Ingolfur, en al snel verrezen er overal langs de kust nieuwe nederzettingen.
Na de emigratieperiode moesten er afspraken gemaakt gaan worden over bijvoorbeeld het grondgebruik. Daarom werd in 930 het in Noorwegen beproefde thing-systeem ingevoerd en kwam volksvertegenwoordiging, het ALTHING, voor het eerst bij elkaar.
Vervolgens kwamen elk jaar de grondeigenaars, handeldrijvers, boeren, krijgslieden, en anderen bijeen om zaken te doen, om recht te spreken, om ruzies uit te vechten, om te trouwen, om nieuwe wetten te maken, nieuwtjes te vertellen, en om nog veel meer te bespreken of te regelen. De wetten werden mondeling overgedragen en pas in de 12de eeuw konden ze het schriftelijk vastleggen nadat de schrijfkunst naar IJsland kwam.
Het Althing wordt wel gezien als ‘s werelds oudste parlement. Er is namelijk geen absolute macht, zodat de macht bij het volk ligt. IJsland werd verdeeld in vier regio?s met ieder drie things. Zo ontstond het begin van het IJslands Gemenebest die vier en een halve eeuw bestond.

In deze periode bloeide IJsland op. Er volgden drie eeuwen van bloei en vrijheid. Uit deze periode kwamen de vele saga‘s maar werd ook de EDDA geschreven, literatuur van hoog niveau. De Edda bevat delen van de oude mythologische verhalen van Noordelijk Europa, maar ook richtlijnen omtrent de poétische overdracht ervan.

In 1000 n. Chr. werd ook het christendom officieel erkend door het Althing. En zo‘n 56 jaar later kreeg IJsland zijn eerste bisschop.

In de 11de en 12de eeuw kwam er een periode van verval, de macht van het Althing nam af, en enkele families kregen steeds meer macht. De Sturlungs waren daar een voorbeeld van. De clans van deze familie namen langzaamaan de andere families over. In het jaar 1235 werden zij de getrouwe van de koning van Noorwegen.

In 1262 was het Althing niets anders dan een marionet van de Noorse koning nadat ze hem eeuwig trouw hadden gezworen. Hiermee eindigde ook de bloedigste periode van de IJslandse geschiedenis.


IJsland kwam onder Deens bestuur toen Noorwegen en Denemarken in de 14e eeuw verenigd werden. Door de Unie van Kalmar in 1397 werd het er niet beter op IJsland, de belastingen werden verhoogd en waren nauwelijks meer op te brengen. Daar bovenop werd het land ook nog eens getroffen door een pestepidemie.

In de periode 1540-1550 werden de IJslanders verplicht om over te stappen op het Lutherse geloof. De laatste katholieke bisschop verzette zich hier tegen maar moest het helaas bekopen met de dood, hij werd na een schijnproces in 1550 onthoofd.

De Deense koning besloot vervolgens tot een handelsmonopolie, alleen Deense kooplui mochten handel drijven met IJsland. De IJslandse vis, wol en vlees werden voor een paar centen gekocht, maar de IJslanders moesten voor de ingevoerde producten woekerprijzen betalen. Ondanks de risico op hoge straffen dreven ze toch handel met andere landen waaronder ook met Nederland. Drop, peperkoek, suiker, koffie, tabak en nog veel meer werden geruild voor truien, sokken en wanten.

De 18de eeuw werd een zwarte bladzijde in de geschiedenis, een derde van de bevolking stierf aan een pokkenepidemie. Er waren vervolgens ook nog eens vele aardbevingen en vulkaanuitbarstingen op het eiland waardoor er ook niet kon worden geoogst.
Vele mensen stierven door deze rampen en het inwoners aantal daalde dramatisch op IJsland. Men was toen zelfs van plan alle overlevenden over te brengen naar Denemarken, maar men heeft daar toch maar van afgezien. Ook werd in deze eeuw het Althing opgeheven.

In de 19de eeuw ging alles weer beter. Het Althing werd weer opgericht en er ontpopte zich een leider die voor meer zelfstandigheid streed, Jon Sigurdsson. Dankzij deze vreedzame strijd kwam ook de opheffing van het Deense handelsmonopolie.

In 1874, duizend jaar na het ontstaan van de eerste nederzetting, kreeg IJsland een eigen grondwet. De werkelijke macht was nog steeds in handen van de Denen maar het Althing kreeg meer bevoegdheden, vooral op financieel gebied. Desondanks emigreerden er vele IJslanders naar Canada en Amerika voor een betere toekomst, want de veranderingen voor de bevolking zelf gingen maar moeizaam en traag.

In 1903 kreeg IJsland een minister van IJslandse Zaken. Deze functie kreeg in 1918 de status van minister-president en door het sluiten van een Personele Unie werd het land nagenoeg zelfstandig. De meeste buitenlandse zaken werden nog door de Denen behartigd en ook de territoriale wateren werden door hun beschermd.

Toen brak de Tweede Wereldoorlog uit. Denemarken werd bezet door de Duitsers waardoor de communicaties met het Deense bestuur werd verbroken. De Britten waren bang dat de Duitsers misschien IJsland zouden bezetten en zijn er toen zelf maar binnen gevallen.
In 1941 namen de Amerikanen het land over.
De IJslanders kozen tijdens een referendum in 1944 voor een totale onafhankelijkheid. In Thingvellir werd vervolgens op 17 juni de IJslandse republiek officieel uitgeroepen.
Na de onafhankelijkheidsverklaring waren er nog Amerikaanse troepen op het eiland. Zij bleven daar tot het einde van de oorlog gestationeerd. Na de oorlog mochten de Amerikanen Keflavik als hoofdbasis handhaven. Er bleven nog enkele duizenden manschappen achter aangevuld met IJslanders. In 1949, niet iedereen was het er mee eens, werd IJsland lid van de NAVO en kregen ze het bestuur over Keflavik terug.

In de jaren ‘60 en ‘70 stond het land in de schijnwerpers vanwege de vis. De visserij werd aanzienlijk gemoderniseerd en hiermee werd de visexport de economische peiler van het land. Ook de buitenlandse vissers kwamen hier hun graantje van meepikken waardoor de visstand in de wateren rondom IJsland werd bedreigd. Hierdoor had IJsland geen andere keuze dan het uitbreiden van de visgronden. In 1952 was de visgrens op 4 mijl vanuit de kust, maar in 1975 was dat gegroeid naar 200 mijl.
Het land kwam regelmatig in conflict met de vissende buurlanden. Met Engeland werd tot drie maal toe een zogenaamde kabeljauw oorlog uitgevochten. Het is de vis geweest die IJsland economisch welvaart heeft gebracht, maar men realiseerde zich terdege dat de afhankelijkheid hiervan te groot was om de toekomst rooskleurig tegemoet te zien. Men moest op zoek naar andere exportmarkten.

In 1986 kwamen Gorbatsjov en Reagan naar IJsland om elkaar te ontmoeten. Het zou een veel besproken ontmoeting worden. Gorbatsjov kwam met een voorstel voor een radicale vermindering van de strategische wapens. Omdat Reagan daarop reageerde met nog radicalere voorstellen, stonden de beide leiders op een gegeven moment op het punt de hele strategische bewapening af te schaffen.
Zover kwam het jammer genoeg niet. Gorbatsjov stond er op dat de Amerikanen het onderzoek naar SDI (Strategic Defense Initiative) zouden stoppen. Toen bleek dat Reagan daartoe niet bereid was, mislukte de bijeenkomst alsnog.

Geografie




IJsland is geologisch gezien een erg jong land, het is tussen de 16 en 17 miljoen jaar oud, terwijl de aarde al zo‘n 4,5 miljard jaar bestaat. Het is ontstaan door vulkaanuitbarstingen op de oceaanbodem.
Het land ligt midden op de Midden-Atlantische rug, een scheidingsgebied van een aantal tektonische platen die langzaam uit elkaar drijven, zo‘n 2 cm per jaar.
Doordat deze platen uit elkaar drijven krijgt het onderliggende magma de kans naar de oppervlakte te komen en daar de ontstane scheuren op te vullen. Het land is dus hoofdzakelijk opgebouwd uit vulkanisch materiaal en gesteente.
IJsland wordt nog steeds gemaakt en gevormd: de aarde hoest, boert en braakt op vele plaatsen.

In de beginperiode was er maar één breuklijn van waaruit het land kon ontstaan. De oudste breuklijn ligt aan het einde van het schiereiland Snaeffelsness. Door de immer voortdurende beweging van de platen wordt IJsland steeds groter en zijn er op dit moment meerdere breuklijnen waarop veel vulkanische activiteit plaats vind. Er ligt er een bij thingvellir, bij de Krafla vulkaan en de vulkanen Hekla en Katla.

Vulkanen.
Er zijn ongeveer 200 vulkanen op IJsland waarvan er tenminste 30 een uitbarsting hebben gehad sinds de kolonisatie. Gemiddeld vind er elke 5 jaar een uitbarsting plaats. Op IJsland komen diverse typen vulkanen voor: de schildvulkaan, de explosiekrater, de spleeteruptie, de stratovulkaan en de tafelberg. Tijdens de uitbarsting van gletsjervulkanen, waarbij enorme hoeveelheden ijs zal smelten, worden gigantische hoeveelheden modder, ijs, stenen en zand meegesleurd. Dit wordt ook wel een jokulhlaup genoemd.

Volgens en IJslandse prof STAAT DE VULKAAN HEKLA OP UITBARSTEN ! Lees het artikel hier.
Vulkaanuitbarsting.
Het zeer hete gesteente midden in de aarde is niet gesmolten. Dit komt omdat de druk van de bovenliggende lagen te hoog is waardoor het niet vloeibaar kan worden. Zonder de druk van het gesteente er boven zou het hete gesteente wel vloeibaar zijn. Neemt de druk op een bepaalde plek af, bijvoorbeeld door een aardbeving waardoor er een scheur ontstaat, dan kan het zeer hete gesteente smelten en een weg naar boven zoeken. Het magma kan aan het aardoppervlak komen maar blijft het onder het aardoppervlak hangen dan stolt het en heet het plutonisch gesteente.
Komt er steeds meer magma naar boven dan ontstaat er een magmakamer, en door de afkoeling komen er ook gassen vrij. De druk wordt steeds groter en zit de magmakamer dicht genoeg onder de grond dan kan de aardbodem opengaan en er een uitbarsting volgen.
Als as en stof kilometers hoog de lucht in wordt gespoten kan het maanden duren voordat alles weer op aarde is geland.

Thermische activiteiten.
Thermische activiteiten ontstaan vooral daar waar het magma niet door de aardkorst heen dringt maar er wel vlak onder ligt. Deze magma verwarmd de aarde en ook het zakkende regen -en grondwater. Door de hitte wordt de druk erg hoog en stijgt het opgewarmde water en de vrijgekomen gassen van het warme magma naar boven. Hierdoor ontstaan er in dit soort gebieden solfatoren, fumerolen en geisers.
Solfataren zijn dampen of gassen die sterk zwavelhoudend zijn, zoals zwaveldioxide, waterstofsulfide, zwaveltrioxide of zwavel in dampvorm. Deze zwavel kan zich aan de rand van de solfatare afzetten. Het zijn vaak modderpoelen of slijkpoelen.
Een fumarole is een opening in de aardkorst, vaak in de nabijheid van vulkanen of in vulkanisch actieve gebieden. Uit deze opening komen warme tot zeer hete gassen en dampen vrij. Deze gassen of dampen bestaan voornamelijk uit waterdamp en kooldioxide, maar er kunnen ook giftige dampen bij zitten.
Een geiser bestaat uit een bolvormige kom met daaronder een lange diepe pijp die leidt naar een diepe kamer.
Hoe werkt een geiser: terwijl de geiser zich vult met water koelt het bovenop liggende water af. Het koudere water bovenop drukt op het hetere water onderop, ongeveer zoals een deksel op een hoge drukketel. Hierdoor raakt het water oververhit en uiteindelijk wordt de temperatuur onderin de geiser zo hoog dat het water, ondanks de druk, toch begint te koken. Er ontstaat stoom en aangezien stoom een groter volume heeft dan water wordt het aanwezige water boven de stoom met een enorme kracht omhoog gestuwd en het water spuit naar boven. Uiteindelijk loopt de druk terug en koelt het water weer af tot onder het kookpunt. Langzaam begint het grondwater weer binnen te dringen en de cyclus begint opnieuw.
Rondom de geiser zie je vaak terrassen van afgezet mineralen die na afkoeling van het water uit het water worden onttrokken. Door de constante bevloeiing van nieuw warm water groeien deze terrassen, die hoger en hoger worden, en daardoor steeds meer water vasthouden.
Meren en rivieren.
Veel meren op IJsland zijn ontstaan door terugtrekkende gletsjers, bodemverzakkingen, landverschuivingen, rivieren die stremmen, volgelopen kraters of als ze zijn ingedamd door lavadijken. Er zijn ook nog meren die zich onder de gletsjers bevinden en waar dus al het smeltwater wordt verzameld.
Er zijn twee soorten rivieren op IJsland: gletsjerrivieren en regenwaterrivieren.
De gletsjerrivieren zitten vaak vol puin, zijn troebel en hebben vaak een geelbruine kleur.
De grootste rivieren zijn o.a. de Thjorsa (lengte van zo‘n 230 km), de Jokulsa a Fjollum (lengte van zo‘n 206 km), de Olfusa (lengte van zo‘n 185 km), de Skjalfandafljot (lengte van zo‘n 178 km) en de Jokulsa a Dal (lengte van zo‘n 150 km).
Watervallen.
Watervallen zijn er in alle soorten en maten. Dit komt doordat IJsland geologisch gezien erg jong is en grote delen bestaan uit harde basaltlagen afgewisseld met poreuze aslagen. Ook heeft de erosie nog niet de scherpe kantjes van het landschap afgesleten. Mede hierdoor en door de grote hoeveelheden aan regen -en smeltwater is het land rijk voorzien van watervallen.
Een van de grootste watervallen is GULLFOSS, ook bekend als de ‘gouden waterval’.
De hoogste watervallen zijn o.a. Glymur (190m), Haifoss (122m) en Hengifoss (118m). De krachtigste waterval is DETTIFOSS.
Gletsjers.
Door klimaatsverandering zijn ook de gletsjers op IJsland opmerkelijk dunner geworden en trekken zich terug. Tot op heden (2009) is het land voor 11,5% bedekt met ijs, oftewel zo‘n 11.800 km2. De dikte van het ijs is het laagst in het noordwesten, hier heeft het een dikte van zo‘n 750 m. Aan de noordkant van de Vatnajokull is het ijs het dikst, zo‘n 1500m. De VATNAJOKULL is de op drie na grootste ijskap van de wereld, alleen de ijskappen op Antarctica, Spitsbergen en Groenland zijn groter.
De grootste gletsjers op IJsland zijn: de Vatnajokull (ongeveer 8400 km2), Langjokull (ongeveer 950 km2), Hofsjokull (ongeveer 925 km2), Myrdalsjokull (ongeveer 600 km2) en de Drangajokull (ongeveer 160 km2).
Hoe ontstaat een gletsjer: bovenop een berg valt sneeuw, veel sneeuw. De druk van de sneeuw wordt steeds groter en veranderd langzaam in ijs. Door de druk van het ijs en de warmtestraling van de aarde zal het ijs onder aan de massa gaan smelten. Hierdoor ontstaat er een soort glijbaan, en de sneeuw en het ijs die op een helling liggen glijden langzaam naar beneden.
In IJsland kan dat soms wel een meter per dag zijn. En zo is een gletsjer geboren.
Fjorden.
Een fjord is een inham in een bergachtige kust, gekenmerkt door steile wanden die door gletsjers zijn uitgesleten en gevormd. Tijdens de ijstijden, het zeeniveau was lager dan nu, schuurden de gletsjers de dalen uit die later weer zijn volgelopen met water. De langste fjord, met een lengte van ongeveer 60 km, ligt in het noorden van IJsland en heet Eyjafjordur.




Het klimaat in IJsland

De meeste mensen in IJsland wonen aan de kust. Daar is het vlak. De rest van IJsland bestaat uit een bergplateau van 400 tot 800 meter hoog.
De winters zijn aan de kust vrij mild en de zomers koel. In Reykjavik is het nog nooit warmer geweest dan 25°C.
Zomers ligt de gemiddelde temperatuur rond 15°C. In de winter vriest het overdag net niet.
Door de hogere ligging is het landinwaarts een stuk kouder, zodat er zelfs grote gletsjers voorkomen.
IJsland is nat. Twee van de drie dagen regent het. Aan de oostkant, verscholen achter de bergen, valt de minste neerslag.

Klik hier voor info over het weer en aardbevingen in IJsland.

Bevolking


De IJslanders zijn nakomelingen van de Vikingen, vermengd met Schotse en Ierse immigranten. Er zijn in 2014 ongeveer 317.315 inwoners.
Onder de buitenlanders wordt de grootste groep gevormd door de Denen.
Maar 18% van de totale oppervlakte van het eiland is bewoond, met name de zuid- en de westkust. Ongeveer 7% van de IJslanders woont op het platteland en de rest woont in steden en dorpen.
Meer dan 60 % van de bevolking woont in de hoofdstad Reykjavik en omgeving. Het inwonersaantal van Reykjavik is 198.000.
De officiële taal is het IJslands, een verbastering van het Oud-Noors. Het IJslands is een Germaanse taal die in de loop der eeuwen nauwelijks veranderd is.
Hoewel er wel buitenlandse invloeden te merken zijn, zijn de schrijftaal en de grammatica grotendeels hetzelfde gebleven.
De geïsoleerde ligging en het kleine aantal inwoners zijn natuurlijk van groot belang hierbij. Het enige wat wel sterk veranderd is, is de taalklank.
Opmerkelijk is verder dat in het IJslandse alfabet nog letters voorkomen die elders in Europa allang verdwenen zijn.

Als klein en afgelegen volk kennen de IJslanders een sterke nationale identiteit. Ze zijn trots op hun land en kunnen chauvinistisch overkomen.
De gemeenschapszin onder de IJslanders is sterk. Mensen voelen zich verantwoordelijk voor hun omgeving en vinden het vanzelfsprekend dat ze deelnemen aan het gemeenschapsleven. Dat komt ook omdat de samenleving egalitair is, men behandelt elkaar als gelijken. Vandaar ook dat men informeel en ongedwongen met elkaar omgaat. Men noemt elkaar bij de voornaam.
IJslanders zijn ruimdenkend en tolerant. Zo is het homohuwelijk gelegaliseerd en wordt de jaarlijkse Gaypride (augustus) druk bezocht.
Dat vrouwen geëmancipeerd zijn, blijkt wel uit het feit dat ruim 70 procent van de vrouwen buitenhuis werkt.
IJslanders zijn harde werkers, velen hebben meer dan een baan en maken heel wat overuren. Maar als ze vrij zijn en uitgaan, kunnen ze ook helemaal uit hun bol gaan.

Flora en Fauna




IJsland heeft bijna geen echte bossen, het land is daar slechts 1% mee bedekt. Dat is niet altijd zo geweest, tijdens de kolonisatie was ongeveer 20% van het land bebost. Namen zoals Skogarstrond (boskust), Skogarnes (boskaap), Skogafoss (waterval in bos) en Vatnaskogur (meer in het bos) verwijzen echter naar de aanwezigheid van bossen (skogur betekent bos).
Ook wordt in het eerste hoofdstuk van het Landnamabok (boek der landnamen) geschreven dat het land tussen bergen en de kust met bos was bedekt.
Veel hout werd gebruikt voor de bouw van boten en huizen, maar ook de schapen kunnen verantwoordelijk worden gehouden voor de ontbossing. Ook vulkaanuitbarstingen en gletsjers hebben grote stukken bos verwoest. En vervolgens blaast de wind de resterende flora weg.
Tegenwoordig is men op diverse plaatsen begonnen met het uitstrooien van zaden om deze bodemerosie tegen te gaan. Het zijn vooral de pioniersplanten, de lupine, verschillende soorten gras en diverse bosaanplanten die hiervoor worden gebruikt.
Berken en wilgen zijn hier minder voor geschikt omdat ze te langzaam groeien.
In Oost-IJsland staat het grootste bos van ruim 1200 hectare bij Hallormsstadur.
Er zijn meer dan 60 boomsoorten te vinden waaronder de hoogste boom van IJsland, een Russische Lariks van twintig meter hoog. Er zijn ook nog enkele berkenbossen te vinden in Vaglaskogur, thorsmork, Skaftafell en Myvatn.
Door de hoge geografische ligging van IJsland ligt de boomgrens al op 200-300 meter boven zeeniveau.

Omdat IJsland voor het grootste gedeelte bestaat uit zand- en grindwoestijnen, lavavelden, kale rotsen of gletsjers is slechts een kwart van het land blijvend begroeid. Het regent er vaak maar toch krijgen de planten vaak geen kans om te groeien. Dit omdat het water vanwege de poreuze ondergrond snel wegzakt.
Mossen en korstmossen komen veel voor op IJsland. Ze groeien vaak op lavavelden en vochtige plaatsen. Je komt ze ook tegen op plaatsen waar andere planten het al hebben opgegeven om te groeien. Omdat ze hier veel voorkomen duidt dat op een zuivere lucht.
De omstandigheden op IJsland zijn gunstiger voor meerjarige planten dan voor eenjarige.
Het groeiseizoen is namelijk erg kort en het weer is elk jaar onzeker. Het eenjarige plantje moet in een paar maanden uitgroeien tot een plant die zelf zaden geeft, en gelukkig hebben ze vaak wel een voorraadje voor als het een jaar misgaat. Desondanks zijn er maar weinig eenjarige planten op IJsland. Er komen ongeveer 500 soorten hogere planten voor zoals o.a. de lupine, de arctische papaver, wilgenroosjes, wollegras, de zeesilene, de hoornbloem, ......enz.

Fauna.
IJsland was een lastig te bereiken eiland voor de meeste diersoorten, met uitzondering van de vogels. Het enige landzoogdier wat IJsland wel wist te bereiken was de poolvos. Op de poolvos werd veel , omdat hij volgens de boeren pasgeboren lammeren dood. De laatste decennia is de populatie met 30% afgenomen.
De nerts, de rat, de muis en het rendier zijn allemaal met opzet of per ongeluk ingevoerd.
De nerts werd hier geimporteerd vanwege zijn vacht. Omdat ze wisten te ontsnappen komen ze nu op grote schaal in het wild voor, daarbij jagen ze nu veel op vogels en vissen.
De ratten en muizen zijn in de loop der tijden met de schepen meegekomen, ze leven vooral in de buurt waar mensen wonen.
Het rendier werd aan het eind van de 18de eeuw vanuit Noorwegen ingevoerd.
Ze werden vooral gebruikt voor hun eigen vleesconsumptie. In de nabijheid van Egilsstadir kun je nog grote kuddes aantreffen.
De ijsbeer komt hier niet voor, maar in 1969, 2007 en 2008 kwam er een ijsbeer aan land. Ze zwommen of kwamen aangedreven op een ijsschots vanuit Groenland aan land. Deze dieren werden echter gedood om de inwoners te beschermen. O.a. in Husavik is een opgezet exemplaar te vinden.
Reptielen en amfibieen komen op IJsland niet voor. Dat is niet omdat het hier zo koud is, maar wederom omdat ze IJsland niet hebben bereikt.
In het voorjaar en in de zomer komen in de wateren rondom IJsland walvissen en dolfijnen voor.
De walvissen verschijnen begin juni en gaan tegen het eind van augustus weer weg. Onder de soorten die in IJsland voorkomen bevinden zich o.a. de dwergvinvis, de bultrug, de blauwe vinvis, en de gewone vinvis. Tot 1986 werden grote aantallen walvissen gevangen en intussen worden een aantal soorten niet langer meer met uitsterven bedreigt. Ook worden er orka‘s en wipneusdolfijnen gezien.
Aan de zuid- en westkust komen twee soorten zeehonden voor, de gewone zeehond en de grijze zeehond of kegelrob. Ze komen voornamelijk voor op rotskusten en bij zeekliffen. Ook worden ze waargenomen op zandbanken, bij riviermondingen en op zandstranden.
In de schone en heldere wateren op en rondom IJsland komt zeer veel vis voor, zoals zalm, forel, paling, platvis, kabeljauw, het driedoornige stekelbaarsje en de beekridder.
Insecten.
Er is weinig op IJsland onderzocht wat betreft de insecten die er voor komen maar er zijn er bij benadering zo‘n 1000 a 1200 bekend. Vliegen en muggen vormen de grootste en belangrijkste groep. Ze komen name voor in gebieden met boompjes, struiken, moerassen en meren. MYVATN, wat ‘muggenmeer&rsqup; betekend, staat bekend om de vele muggen die er bij windstil weer voorkomen. Er komt o.a. maar een libellesoort voor en eveneens een soort mier.

De meest voorkomende vogels op IJsland zijn de waad -en watervogels. Verspreid over de kusten en rotsige eilanden komen dan ook enorme zeevogelkoloniën voor. Er is voldoende vis en de kliffen, strandvlaktes, meren, rivieren en moerassen bieden dan ook de ideale broedplaatsen voor de vogels om te broeden.
De meest voorkomende waad -en watervogels langs de kust zijn o.a. de zeekoet, de alk, de drieteenmeeuw, de noordse stormvogel, de papegaaiduiker en de grote -en kleine jager. In het binnenland kom je o.a. de ijslandse brilduiker, de harlekijneend, de eidereend, de wilde zwaan, de grauwe gans en allerlei steltlopers tegen.
De zeearend kan je vooral in het westen van het land waarnemen. Vanwege de grote spanwijdte wordt deze vogel ook wel de vliegende deur genoemd. Buiten zijn enorme spanwijdte vallen zijn grote gele snavel, de diep gevingerde vleugels en zijn witte staart op. Het voedsel bestaat uit vogels zoals meerkoeten, eenden, vis, aas en voedsel dat ze roven van andere roofvogels.
Het aantal zangvogels is hier gering. Dat heeft een paar redenen, er is weinig bos, de zomers zijn erg koel en er komen niet zoveel soorten insecten voor. De insecten die er voorkomen worden gegeten door de tapuit, de graspieper, en de witte kwikstaart. De zwaluwen komen hier alleen in de zomer voor.
Andere vrolijke fluiters zijn o.a. de koperwiek, de merel, de kramsvogel, de winterkoning, de sneeuwgors, de bramsijs en de spreeuw. Ook de raaf is een vogel die hier veel voorkomt. Maar ook de roek, bonte kraai en kauw worden hier gezien.





Politiek


IJsland is een parlementaire democratie. Het staatshoofd is een president met een min of meer ceremoniële functie. In feite is het een soort gekozen koning. Hij maakt geen deel uit van de wetgevende of uitvoerende macht en mag zich ook niet met actuele politieke zaken bemoeien. Zijn belangrijkste taak is het verenigen van de IJslandse gemeenschap. Daarnaast is hij een cultureel ambassadeur van het land.
De president wordt gekozen middels verkiezingen en vervolgens voor een termijn van vier jaar ingezworen. Aan het eind van die termijn worden er in principe nieuwe verkiezingen gehouden, tenzij de president nog een termijn wenst te blijven zitten en zich geen andere kandidaten melden die azen op de functie. Sinds zijn inauguratie op 1 augustus 1996 wordt de positie ingevuld door Olafur Ragnar Grimsson (15-05-1943). Hij is bezig aan zijn vijfde en laatste termijn. De president heeft het voorrecht te mogen wonen in de residentie te BessastaTHir. Olafur Ragnar Grimsson is getrouwd met de in Israel geboren Britse Dorrit Moussaieff (12-01-1950). Eerder was hij getrouwd met GuTHrun Katrin thorbergsdottir (14-08-1934 — 12-10-1998). Met haar kreeg hij twee kinderen: GuTHrun en Svanhildur. Sinds IJsland in het jaar 1944 zelfstandig werd (meer hierover op de pagina over de geschiedenis van IJsland), heeft IJsland vijf presidenten gekend.

IJsland is verdeeld in acht regio's (landsvaeTHi), 26 deelsectoren (syslur) en 76 gemeenten (sveitarfelog). In de gemeenten worden praktische zaken als onderwijs, verkeer en bestemmingsplannen geregeld. In de deelsectoren worden de meer administratieve zaken geregeld, zoals de belasting, politie en burgerlijke stand.
Middels democratische verkiezingen worden eens in de vier jaar de zetels in het IJslandse parlement verdeeld. Het parlement wordt althing genoemd.
Het althing is een eenkamersysteem. Het telt 63 leden die via een systeem met zes kiesdistricten (kjordaemi) gekozen worden, zodat ook de belangen van de bevolking in het dunbevolkte binnenland worden gewaarborgd.

Het althing huist in het AlthingishusiTH. Dit pand, uit 1881, is gevestigd in het centrum van Reykjavik. De president dient de wetten, die in het althing worden gemaakt, te ondertekenen. Weigert hij dat, dan moet op basis van artikel 26 van de IJslandse grondwet zo snel mogelijk een volksreferendum worden gehouden. Sinds de oprichting van de republiek IJsland is het driemaal gebeurd dat een president niet tekende. Alle drie de keren was Olafur Ragnar Grimsson degene die weigerde. In 2004 weigerde hij een mediawet te tekenen. Bovendien verwees hij de bekrachtiging van akkoorden in de Icesave-affaire tweemaal door naar referenda. De volksraadplegingen daarvoor vonden vervolgens plaats op 10 maart 2010 en april 9 april 2011. Beide malen stemde de bevolking (met respectievelijk 98,10% en 59,77%) tegen goedkeuring van de afspraken die de regering had gemaakt met Nederland en Groot-Brittannie.

Nadat de uitslag van de parlementsverkiezingen officieel is, wordt door de president een formateur benoemd. Die stelt een kabinet samen dat onder leiding staat van de premier . De premier is over het algemeen afkomstig van de partij die tijdens de parlementsverkiezingen de meeste stemmen of zetels heeft behaald.
(huidige premier: Sigurdur Ingi JOHANNSSON sinds 7 April 2016)



Gezondheid


De medische voorzieningen in IJsland zijn goed en gratis beschikbaar voor inwoners van de Europese Unie met een geldige E-111 formulier of een vervangende identiteitskaart.
Inwoners van Scandinavie moeten een geldige paspoort tonen en medische verzekering om behandeld te worden.

Besmettelijke ziekten zijn geen probleem in IJsland. Inentingen zijn niet vereist behalve als je van een land afkomstig bent dat lijdt onder besmettelijke ziektes zoals cholera.
De grootste bedreiging voor je gezondheid is waarschijnlijk een ongelukkige kwetsuur of het slechte weer. Zorg er voor dat je het altijd warm genoeg hebt en dat je waterdichte kledij hebt.
De keuze van de juiste kledij is voornamelijk belangrijk in IJsland en kan een kwestie van leven of dood zijn. Wees extra aandachtig in geothermische gebieden.

Cultuur


Van oudsher is op IJsland in volledige afzondering een muziekstijl ontwikkeld. De originele IJslandse muziek (de TVISONGUR) bestond uit tweestemmige gezangen, waarbij vooral kwartenmelodiek kenmerkend was.
Pas sinds de contacten met de Scandinavische cultuur werd deze muziek geleidelijk aan vermengd met de Noorse en Deense muziek.
In de 19e eeuw kwam ook deze muziek in aanraking met de nationalistische tendensen van de Europese kunstmuziek, waarmee de aansluiting met de West-Europese kunstmuziek gebaand was.
In de IJslandse volksmuziek zijn nauwelijks sporen aan te treffen van het Gregoriaans of van het Lutherse koraal. De kunstmuziek van de 19e eeuw drong - evenals later ook de moderne en populaire muziek - uiteindelijk ook in IJsland door. Bekende IJslandse hedendaagse musici zijn:

Eten en drinken




Mensen die wel eens wat gehoord hebben over de IJslandse voedselcultuur, hebben vaak van de smerigst denkbare gerechten gehoord. Het klopt inderdaad dat er vieze en rare dingen worden bereid in de IJslandse keuken. Er bestaan echter ook veel lekkere IJslandse gerechten.
Mochten ook die niet in de smaak vallen, dan zijn in het land tegenwoordig ook bijvoorbeeld pizza's en hamburgers met friet algemeen verkrijgbaar. McDonald's verdween op 1 november 2009 uit het IJslandse straatbeeld als gevolg van de kredietcrisis. Het importeren van de ingredienten voor de Big Mac's vanuit Nederland en Duitsland werd gewoonweg te duur.

Het IJslandse eten maakt een belangrijk deel uit van de cultuur van het land. Dat er zaken gegeten worden die bij buitenstaanders weerzin opwekken, komt voort uit een traditie die is ontstaan in een periode waarin er simpelweg niets beters te eten was. De oude IJslanders moesten enorm veel moeite doen om uberhaupt eten te vinden. Vieze dingen die toch eetbaar bleken, werden daarom niet weggegooid maar geschikt gemaakt voor consumptie en vormden een welkome afwisseling van het dagelijkse eten, dat vaak gedeeld moest worden met maden en insecten. Dat veel IJslanders de gerechten ook tegenwoordig nog af en toe eten, wordt veroorzaakt door het feit dat de traditie voor hen belangrijker is dan de smaak.

In de IJslandse keuken worden voornamelijk gerechten klaargemaakt waarvan de ingredienten lokaal verkrijgbaar zijn. Lamsvlees (lambakjot), schapenvlees (kindakjot) - er zijn op IJsland veel meer schapen dan mensen - en op uiteenlopende wijze bereidde verschillende soorten vis (fiskur) staan prominent op het menu.
Daarnaast worden aardappelen (kartoflur) veel gegeten. Verse groente (graenmeti) en fruit (avoxtum) zijn schaarser en maken derhalve een minder belangrijk onderdeel uit van het dieet. Rundvlees is eveneens beperkt voorradig in IJsland, terwijl kip steeds populairder wordt vanwege de lage prijs ervan.
De maaltijden die in restaurants worden geserveerd zijn over het algemeen van buitengewoon hoge kwaliteit en lijken wel wat op hetgeen normaal gesproken op het Europese continent wordt geserveerd. Tegenwoordig maken koks vaak ware kunstwerkjes van de maaltijd. Met mooi opgemaakte borden en geraffineerde culinaire specialiteiten steken zij elkaar naar de kroon.
Meestal staat naast normale gerechten ook traditionele voeding op de kaart. Opvallend vaak 'sieren' ook papegaaiduiker (lundi of puffin) en walvissteak de kaart.

Hakarl
Het beruchtste gerecht van IJsland moet haast wel de gefermenteerde haai (kaestur hakarl) zijn. Dit vlees komt van de huid van Groenlandse haaien. Deze haaien kunnen wel 300 jaar oud, ruim zes meter lang en duizend kilo zwaar worden en leven normaal gesproken op geruime diepte onder het oppervlak van de oceaan.
Vroeger werd er veel gejaagd op deze dieren. Stoere mannen in houten bootjes voerden dan een heroische strijd om de haaien de baas te kunnen. Deze haaienjacht (HakarlaveiTHar) wordt niet meer actief beoefend in IJsland.
Alle hakarl die op de markt beschikbaar is, komt van haaien die worden gevangen als bijvangst. Na de vangst is het vlees van deze haaien giftig door de hoge concentraties ureum en neurotoxinen (vooral het zogenaamde trimethylamine N-oxide) die het bevat. Deze stoffen helpen de haai normaal gesproken te overleven in diep oceaanwater van heel lage temperatuur (tot -2°).
Om het vlees voor mensen 'eetbaar' te maken, worden de giftige stoffen op natuurlijke wijze afgebroken volgens een proces dat vierhonderd jaar geleden werd bedacht. Hierbij wordt de schoongemaakte haai eerst een aantal maanden onder een paar stenen begraven om het vlees te laten 'rijpen', vervolgens wordt het zes maanden te drogen gehangen, waarna het 'geschikt' is voor consumptie.
Veel andere soorten haaien zijn overigens direct na de vangst technisch gezien eetbaar, maar smaken op de haaienvinnen in de soep na erg vies.
Hakarl is een vrij prijzige delicatesse. Het is een gerecht dat je moet leren eten, als je dat zou willen. De 'flavours' ervan zijn echter weerzinwekkend. Het heeft het aroma van rottend kadaver, kattenpis en ammoniak. De smaak is draaglijker, maar lijkt nog altijd op die van vieze stinkkaas. Vaak wordt hakarl in zeer kleine porties opgediend. Bijvoorbeeld met een (IJslands) vlaggetje erin. Zelfs dan is het een gerecht dat alleen met neergetrokken mondhoeken wenend gegeten kan worden. Veel IJslanders zien het echter als een delicatesse en eten het met een glaasje brennivin erbij, om zo te tonen dat zij echte mannen zijn. De smaak is wellicht enigszins bekend bij mensen die in Noorwegen lutefisk hebben gegeten.
Overigens bestaan er meerdere soorten kaestur hakarl. glerhakarl (glazige haai) is bijvoorbeeld afkomstig van de buik van de haai, terwijl de skyrhakarl afkomstig is van de huid elders op de haai. Hoewel de glerhakarl qua smaak smeriger is dan de skyrhakarl, is het voor beginners toch beter om daarmee te beginnen, omdat alleen al de textuur van skyrhakarl veel mensen doet kokhalzen.
Behalve gefermenteerde haai worden er in IJsland ook rajidae (een soort roggen) gegeten die op soortgelijke manier worden klaargemaakt voor consumptie. Dit gerecht wordt kaest skata genoemd en is evenmin te eten. Het gerecht wordt voornamelijk gegeten op 23 december (thorlaksmessa) en 20 juli (thorlaksmessa a sumri). Beide dagen worden gevierd ter ere van bischop thorlakur helgi thorhallsson (1133 ? 1193) van Skalholt. Het gerecht wordt geserveerd met gekookte aardappelen, rapen en gesmolten schapenvet. Da's nog eens smullen geblazen!

Thorramatur
Volgens de tradities worden veel gerechten langer houdbaar gemaakt, zodat ze in periodes van schaarste eetbaar zijn. Verschillende soorten vis worden gedroogd of gerookt en andere gerechten worden ingelegd. Van schapen en lammeren wordt, behalve de wol, vrijwel alles opgegeten.
Een maaltijd waarbij dit soort voedsel genuttigd wordt, wordt thorramatur genoemd en wordt tegenwoordig weer populairder. Vooral midden in de winter tijdens de midwinterfeesten, thorrablot, wordt deze maaltijd genuttigd. Er wordt dan gegeten, gefeest en gezopen.
De midwinterfeesten vinden plaats in de oud-IJslandse maand thorri, die begint op een vrijdag tussen 19 en 25 januari en eindigt op een zaterdag vier weken later. Een soortgelijke maaltijd in de volgende maand (Goa) wordt GougleTHi genoemd.
Op het menu van de thorramatur staan ouderwetse gerechten, die normaal gesproken niet meer worden gegeten en waarvan de consumptie van vooral geschikt voor de echte avonturiers onder de toeristen, zoals:


Papegaaiduiker
Een IJslandse delicatesse die qua smaak wel het proeven waard is, is de papegaaiduiker (lundi of puffin). Al zullen veel mensen het zielig vinden dit prachtige beestje op te eten. De papegaaiduikers die op het bord belanden, worden handmatig gevangen uit grote kolonies. Bijvoorbeeld in de Vestmannaeyjar-archipel, waar maar liefst 8 miljoen van deze vogels hun nesten bouwen. De dieren waren tot voor kort talrijk aanwezig, maar het aantal puffin-kuikens dat wordt geboren, neemt de laatste jaren sterk af. Na het consumeren van een puffin is het dus wel zo netjes even de welgemeende excuses aan het dierenrijk aan te bieden.
De borst van de papegaaiduiker is erg donker van kleur. Het vlees heeft een rijke romige, visachtige, zoute smaak die met geen enkel andere vleessoort valt te vergelijken. Het doet een beetje denken aan een combinatie van wild, eend en lamsvlees en het ruikt naar lever. v De textuur lijkt een beetje op die van kip of kalfslever maar het is veel donkerder van kleur. Het vlees is erg mager, de filet is iets groter dan een duivenborst en in IJsland wordt vooral de gerookte variant gegeten.
Er is ook een ingelegde variant en naar wij aannemen eten de meeste niet-IJslanders het vlees het liefst gebakken. De borstfilet van de papegaaiduiker wordt meestal geserveerd in dunne plakjes op een bordje of als onderdeel van een salade. Behalve de borst vormt in IJsland ook het hart van de vogels een delicatesse. Soms wordt dat zelfs rauw gegeten terwijl het nog klopt. Ook eieren uit de nesten van de papegaaiduikers worden gebruikt voor consumptie.v Andere in het wild levende vogels die gegeten worden zijn de alpensneeuwhoen (rjupur) en zeekoet (langvia).
Ook de eieren van deze vogels worden gegeten, zelfs als het embryo zich al in een vergevorderd stadium heeft ontwikkeld. Het eten van sneeuwhoen was oorspronkelijk voorbehouden aan de armste families in IJsland. Zij aten sneeuwhoen met kerst. Tegenwoordig wordt het steeds meer als delicatesse gezien. Het seizoen voor de jacht op de alpensneeuwhoen is enkele weekenden lang en begint aan het eind van oktober. In 2012 mogen er gedurende dat seizoen 34.000 vogels gevangen worden. Het is verboden te handelen in de vogels.
Schapen- en lamsvlees
Toen de Vikingen IJsland koloniseerden, brachten zij twee soorten nutsdieren mee: paarden en schapen (sauTHkindin). Elk paard of schaap dat momenteel op IJsland rondloopt stamt af van een kudde die oorspronkelijk door de Vikingen werd meegebracht. Paarden werden in beginsel vooral gebruikt voor het vervoer over land, schapen werden veelzijdiger ingezet.
Zo werd de schapenmelk in het verleden wel geconsumeerd en werd van de huid kleding gemaakt. Tegenwoordig nog wordt de wol gebruikt om kleding van te breien, de rest van het schaap wordt opgegeten.
Er leven ongeveer 460.000 schapen in IJsland. Door de geboorte van de lammeren, loopt dit aantal voor de slachttijd op tot ongeveer een miljoen. De herkauwers grazen vrij op weidegronden die aan de randen van de hoogvlakten liggen, waar ze in het voorjaar door de veehouders naartoe worden gebracht. Aldaar komen de dieren zelden in aanraking met vervuiling. Wel eten ze er bijzonder veel kruiden.
Vaak zijn er natuurlijke barrieres aanwezig waarbinnen de dieren vanaf het voorjaar tot de herfst naar believen kunnen grazen. In de slachttijd, in september, worden de dieren door de boeren gezamenlijk bijeengedreven met behulp van honden en paarden. Deze activiteit wordt rettir genoemd. Aan de hand van oormerken worden de schapen gesorteerd, zodat ze bij de juiste boer terechtkomen. Dit heet draga i dilka (een lijn trekken).
Vervolgens worden de schapen nogmaals gesorteerd. De gelukkigen in de kudde gaan mee met de boer en leven tot het voorjaar in de wei en stal op de boerderij. Vooral op veel van de lammeren wordt een rood kruis gespoten. Zij ontvangen een enkeltje slachthuis.
Een lam is rijp voor de slacht wanneer het vier a vijf maanden oud is. Het weegt dan 35 tot 40 kilo.
Het lamsvlees dat in IJsland geproduceerd wordt, is van bijzonder hoge kwaliteit. Dat de dieren tijdens het grazen veel kruiden eten beinvloedt de smaak van het vlees in niet geringe mate. Bij het bereiden ervan dient het niet meer gekruid te worden.
Ook het feit dat de schapen vooral eten door op natuurlijk wijze te grazen en ze geen granen of hormonen binnenkrijgen, bevordert de kwaliteit.
Schapenvlees wordt vooral gebraden, gezouten, verwerkt in hotdogs en als ham gegeten. Daarnaast worden de ingewanden en zelfs het hoofd ontdaan van de hersenen (zoals hierboven reeds beschreven in het stukje over thorramatur) gewoon opgegeten.
Hotdog
Een buitengewoon populaire snack is de lamshotdog. In IJsland wordt deze snack pylsa / pylsur genoemd.
Het gerecht wordt op verschillende plaatsen in het land verkocht. Meestal vanuit kleine kraampjes. De bekendste kraam is die van Baejarins bestu pylsur.
Er zijn meerdere snackbars die deze dragen, maar op de hoek van de Posthusstraeti en Tryggvagata (naast het Radisson Blu 1919 hotel) in Reykjavik staat de originele kraam waar de etenswaar al sinds 1937 aan de man wordt gebracht.
Het is er van voor de middag tot diep in de nacht druk. Wanneer je hier een 'Pylsur, ein meTH ollu' (met alles) bestelt, krijg je een kwaliteitslamshotdog op een lang broodje met ketchup (tomatsosa), een IJslandse soort zoete mosterd (pylsusinnep), remouladesaus (remulaTHi), gefruite uitjes (steiktur laukur) en verse uien (hrar laukur). Ook de 'Clinton Special' staat hier op het menu, omdat de voormalige Amerikaanse president Bill Clinton hier in augustus 2004 tijdens een ommetje een hotdog kwam happen en hij daarop alleen mosterd beliefde.
Vis
Vis maakt een belangrijk onderdeel uit van het IJslandse dieet. Er wordt zowel vis uit de oceaan als (zoetwater-)vis uit de rivieren en meren gegeten.
Om het geschikt te maken voor consumptie wordt de vis gebakken, gedroogd, gegrild, gemarineerd, gerookt, geweekt of gezouten.
Schelvis (ysa), kabeljauw (thorskur), haring (sild) en de enorme heilbot (luTHa) zijn populaire zeevissen.
Van de zoetwatervissen verschijnen vooral de meerval (steinbitur), zalm (lax), trekzalm (bleikja) en forel (urridi) vaak op de menukaart.
Tevens zijn garnalen (raekja) en kreeft (humar) populair.
Walvis
Hoewel IJsland een lange traditie heeft van walvisjacht, is de vangst van walvissen geruime tijd verboden geweest.
Sinds 21 oktober 2006 is de commerciele jacht op walvissen, na een ruim twintig jaar durend internationaal moratorium op de commerciele jacht, weer beperkt toegestaan. Vanaf dat moment, met een korte onderbreking tot mei 2008, is het mogelijk walvis in restaurants op het menu aan te treffen. Het walvisvlees dat in restaurants in IJsland op tafel komt, is afkomstig van dwergvinvissen (hrefna / minke whale) die in de IJslandse wateren worden geharpoeneerd. Deze zoogdieren kunnen wel elf meter lang en dertien ton zwaar worden. Dwergvinvissen vormen, anders dan veel mensen denken, geen beschermde diersoort.
Veel IJslanders zien het jagen op en eten van walvis als een geboorterecht en begrijpen eigenlijk niet waar vooral buitenlandse natuurbeschermers, die de vangst afgrijselijk en verwerpelijk vinden, zich mee bemoeien.
Erg populair is de consumptie van het vlees van dwergvinvissen in IJsland desondanks niet. 75% van de IJslanders zegt nooit walvis te eten en slechts 3% van de IJslanders eet het meer dan zes keer per jaar. In 2012 werden er ongeveer 35 dwergvinvissen gevangen voor de consumptie.
Het vlees van de dieren wordt voornamelijk gegeten door toeristen die IJsland bezoeken. IJslanders zelf gooien het walvisvlees vooral op de de barbecue. Door het groeiende aantal toeristen zal de vraag naar walvisvlees toenemen. Daarom zullen er vanaf 2013 ongeveer 50 dwergvinvissen per jaar gevangen worden.
Naast op dwergvinvissen wordt er ook op gewone vinvissen gejaagd. De gewone vinvis is wel een bedreigde diersoort. Het grootste gedeelte van hun vlees is bestemd voor de export naar Japan.
Walvisvlees wordt in de restaurants in IJsland voornamelijk gegeten als steak. Omdat walvissen zoogdieren zijn, verschilt het vlees niet veel van dat van runderen. Qua uiterlijk heeft het de kleur van een hamburger.
De textuur van het vlees lijkt daar ook op, maar qua smaak lijkt het op biefstuk; niet erg bijzonder.
Op sommige plaatsen is het mogelijk om walvis als kebab te eten (als Moby Dick on a stick). Ook daarvan zijn toeristen de grootste afnemers.
In het verleden had elke deel van een gevangen walvis een bestemming en werd er niks verspild of weggegooid. Of dat tegenwoordig nog steeds zo is, wagen wij te betwijfelen. Wel wordt soms nog walvisblubber (hvalspik) gegeten. Daarvan bestaat ook een nepvariant hvallliki, die gemaakt wordt van andere vis. Bij de Inuit is de walvisblubber bekend onder de naam (muktuk). Het verschil met de IJslandse variant is dat de blubber in IJsland eerst in melk wordt geweekt om de smaak van levertraan te laten verdwijnen. De Inuit doen dat niet.
Paard
Op de menukaart in IJslandse restaurants is ook regelmatig paardenvlees (hrossakjot) te vinden. Dit vlees is afkomstig van de IJslandse paarden die net als de hierboven genoemde schapen grote delen van het jaar vrij rondlopen. Het vlees heeft een zeer sterke smaak en bevat minder vet en calorieen dan rundvlees.
Voor consumptie wordt het vlees meestal gezouten of gerookt. In het koelschap van supermarkten zijn ook steaks van paardenvlees te vinden. Een gerookt worstje van paardenvlees wordt bjugu genoemd. Sommige mensen eten paardenvlees zelfs rauw.
Brood
Hoewel 'normaal' brood in IJsland algemeen verkrijgbaar is, wordt ook traditioneel brood nog regelmatig gegeten.
Het is een soort donker, zoet roggebrood dat wordt bereid door het deeg in blikken te bakken met behulp van de warmte van de aarde. De blikken worden ingegraven in een gebied waar lava dicht onder de oppervlakte stroomt. Door de warmte van de aarde wordt het brood gebakken. Dit brood wordt rugbrauTH genoemd en lijkt wel wat op Deens brood.
Een ander soort brood wordt flatkaka genoemd. Het deeg van de flatkaka wordt traditioneel gemaakt van roggemeel, bloem, water en zout.
Het brood wordt bereid op hete stenen nabij een houtvuur. Hierdoor ontstaat een rooksmaak. Qua structuur heeft het wel wat weg van een hele dikke, maar luchtige pannenkoek. De naam flatkaka betekent echter 'platte cake'.
Tevens wordt een zoet soort donut veel gebakken. Deze wordt kleinur genoemd. Kaneelbeschuitjes (kex) zijn eveneens algemeen verkrijgbaar.
Zuivelproducten
De skyr is een belangrijk zuivelproduct voor IJsland. Het is een soort kaas die valt te vergelijken met kwark (ergens tussen yoghurt en roomkaas in). Het is vetarm, voedzaam en is erg lekker met bijvoorbeeld vruchten erin. Het wordt gemaakt door aan warme gepasteuriseerde magere melk een kleine klodder skyr en stremsel toe te voegen. Dan wordt er gewacht tot het mengsel gestold is.
Vervolgens wordt het in een wit soort stoffen lap gedaan, waardoor het overbodige vocht kan wegstromen. De skyr die nou ontstaan is, wordt ohraert (ongemixt) genoemd. Een variant waarbij de skyr gemixt wordt met melk, heet hraert. In supermarkten wordt vooral skyr waaraan vruchtensmaken zijn toegevoegd verkocht; de zogenaamde avaxtaskyr. Smaken waarin skyr verkrijgbaar is, komen overeen met de smaken waarin bijvoorbeeld vla verkocht wordt bij ons in de supermarkt.
Een dikke zure melk die ook veel geconsumeerd wordt, is surmjolk. Normale (volle) melk wordt nymjolk genoemd en halfvolle melk lettmjolk. Er zijn op IJsland bovendien ongeveer tachtig verschillende soorten kazen verkrijgbaar.
Water
IJsland is door moeder natuur gezegend met buitengewoon helder bronwater. Het koude water dat in Reykjavik uit de kraan komt, is bijvoorbeeld nog veel helderder dan het Nederlandse kraanwater. De flessen van marktleider Iceland Spring (OlgerTHin) bevatten bronwater van hoge kwaliteit uit bronnen in het natuurgebied Heidmork nabij de hoofdstad en zijn in geheel IJsland verkrijgbaar.
De flessen bronwater van de bottelarijen Icelandic Glacial en Pure Icelandic (Vifilfell) zijn eveneens door heel IJsland te koop. Daarnaast is er bronwater van enkele kleinere bedrijfjes in de handel verkrijgbaar. Pas wel op met het kopen van bronwater waaraan een kunstmatig smaakje is toegevoegd. Een groot deel van die drankjes is mierzoet en eigenlijk niet te drinken.
Koffie
De, na water, op een na meest gedronken drank in IJsland is koffie. Men drinkt dit vrijwel de gehele dag en vrijwel overal. Echte koffieliefhebbers drinken hun koffie zwart, maar melk en/of suiker zijn ook heel gewoon. Onder jongere generaties zijn varianten op basis van espresso populair, zoals de cappuccino, latte, latte macchiato en aanverwante dranken.
Deze dranken worden meestal klaargemaakt door een van de vele echte barista's die het land kent. De koffiecultuur in IJsland verschilt dus niet veel ten opzichte van hetgeen wij in de lage landen gewend zijn, maar de kwaliteit van de in IJsland genuttigde koffie ligt hoger. In de horeca is het niet vreemd dat de koffie mooi opgemaakt wordt geserveerd, eventueel met chocolade of bonbons.
Behalve uit koffie betrekken IJslanders ook veel cafeine uit cola. De inname van Coca-cola per hoofd van de bevolking behoort tot de hoogste ter wereld.
Brennivin
In IJsland heeft lange tijd een alcoholverbod bestaan. Dit verbod ging in op 1 januari 1915. In 1935 werd deze drooglegging deels opgeheven voor sterkedrank. Alleen op woensdagen was de verkoop nog verboden.
Direct na de gedeeltelijke opheffing van het alcoholverbod kwam de nationale sterkedrank van IJsland op de markt. Dit goedje werd brennivin genoemd (wat afgeleid is van het Nederlandse 'brandende wijn' - niet te verwarren met brandewijn).
Het is een gedistilleerde drank op basis van aardappelen en bestaat voor 37,5% uit alcohol. De kleur is helder tot licht goudgeel. Wellicht is het product het best te vergelijken met een drank die in Nederland enigszins bekend is onder de naam 'aquavit'.
Net als aquavit wordt brennivin met zaden van 'echte karwij' in combinatie met engelwortel op smaak gebracht. Anders dan sommige mensen verwachten, lijkt het niet op het Zweedse Brannvin. De bijnaam van de drank is 'svarti dauTHi' (black death / zwarte dood). Een naam die afkomstig is van een combinatie van de smaak van de drank en de kleur van het etiket van de fles van het goedje.
Brennivin wordt over het algemeen, ook door IJslanders, behoorlijk smerig gevonden. Als shotje is het nauwelijks te doen er meer dan drie binnen te houden. Soms wordt het genipt naast een glas bier of gemengd met cola. Voordeel van het hoge alcoholpercentage van de drank is dat het daardoor pas bij -25° bevriest. Het is de enige bij ons bekende gedistilleerde drank die alleen maar viezer smaakt naarmate je er meer van drinkt.
Bier
Tot 1 maart 1989 gold er een verbod voor de verkoop van bier op IJsland. Er was een slap pils met 2,25 volumeprocent alcohol op de markt.
Tegenwoordig is bier de populairste alcoholische drank op IJsland en zijn pilsen met een fatsoenlijk alcoholpercentage gewoon verkrijgbaar in cafés, restaurants en speciale slijterijen.
Gemiddeld wordt er jaarlijks ongeveer 63 liter bier per hoofd van de bevolking geconsumeerd. In 1990 was dat nog 25,4 liter.
Voor gebruik buiten de horeca zijn de IJslanders (en toeristen) aangewezen op de slijtersketen VinbuTH. Deze keten beheert het (staats)monopoly van de ATVR (de alcohol- en tabakswinkel van de staat).
Bier dat in de supermarkt of elders verkocht wordt, kent een alcoholpercentage tussen de 1,75 en 2,25 en is eigenlijk niet te zuipen. In IJsland gebrouwen pils dat wel een normaal alcoholpercentage bevat is bijvoorbeeld verkrijgbaar onder de merknamen EGILLS GULL, POLAR BEER, GULFOSS en VIKING.
Het verdient de aanbeveling bij aanschaf even te checken om welke variant qua alcoholpercentage het gaat. Het pils met het lage alcoholpercentage is gewoonweg vies. De ‘normale’ bieren zijn van redelijke kwaliteit.
In veel cafes, en restaurants zijn geimporteerde pilsners (bijvoorbeeld Tuborg, Grolsch, Pilsner Urquell, Lowenbrau en Carlsberg) verkrijgbaar. Die zijn meestal aanzienlijk beter te drinken dan het IJslandse bier. De datum (1 maart) waarop de verkoop van bier gelegaliseerd werd, wordt overigens elk jaar door veel mensen gevierd met een kroegentocht (runtur).
Wodka
Veel gedronken wordt de drank Opal Vodka. Dit is een soort rode wodka die de smaak heeft van rode pastilles van snoepfabrikant Noi Sirius.
Kinderen groeien op met de snoepjes en eenmaal volwassen geniet de vloeibare variant, die 27% alcohol bevat, vaak de aandacht. De Opal-snoepjes zijn in verschillende kleuren beschikbaar. Het populairst was de Blar (blauwe) Opal. Die snoepjes zijn in 2005 echter uit de handel gehaald, omdat er tijdens de productie chloroform aan werd toegevoegd. Chloroform is de vloeistof die in detectives vaak wordt gebruikt om mensen bij verrassing te bedwelmen.
Behalve Opal is er ook Reyka Wodka. Dit is een vrij exclusief merk wodka dat te Borgarnes in IJsland wordt gedistilleerd. De productie geschiedt met behulp van graan en natuurlijk bronwater dat gefiltreerd wordt met IJslandse lavasteen.
Ook het wodkamerk Ursus (wat Latijn is voor 'beer') wordt nog vaak geassocieerd met IJsland. Dit is inderdaad een drank van IJslandse origine, maar het wordt tegenwoordig in Nederland gedistilleerd en gebotteld.
Drinkgewoonten
Op de meeste IJslanders lijkt soms geen rem te zitten qua alcoholinname. Vooral in het weekend krijgt een stoute lever flink op zijn donder. Sinds de kredietcrisis zijn intrede heeft gedaan drinken IJslanders wat minder in de kroeg.
Elke IJslander heeft echter altijd wat te zuipen binnen handbereik. Daarom wordt er thuis vaak flink ingedronken om daarna na middernacht de stad in te trekken.
Aan rondjes geven doen IJslanders niet, iedereen betaalt voor zichzelf. Een rondje afslaan zit echter ook niet in de aard van de IJslanders.
Ook in het verleden werd er in de stad veel gezopen. Toen er nog geen auto's bestonden, kwamen de mensen te paard naar de kroegen. Omdat mensen in beschonken toestand vaak vergaten waar zij hun paard hadden gestald, waren er in Reykjavik twee boerderijen waar gevonden paarden werden verzorgd.



Landbouw, industrie, handel



De IJslandse economie is grotendeels afhankelijk van de visserij en de visverwerkende industrie.
Deze sector neemt een groot gedeelte van de uitvoer voor zijn rekening.
De uitbreiding van het visgebied van 4 naar 200 mijl leverde in het verleden vaak problemen op met het buitenland. Met Engeland leidde dit in de jaren zeventig tot twee echte kabeljauwoorlogen, waarbij zelfs de diplomatieke betrekkingen werden opgeschort.

De economie is echter erg gevoelig voor de veranderingen van de visprijzen en de overheid probeert dan ook de economie een bredere basis te geven, o.m. door het aantrekken van buitenlandse industriële bedrijven.
Grote verwachtingen worden gekoesterd ten aanzien van de ontwikkeling van het enorme potentieel aan waterkracht.
Hoewel het land al vrij lang met een grote inflatie te kampen heeft, vertoond de economie een gestage groei en is de werkloosheid laag.

Landbouw en veeteelt
Door de natuurlijke omstandigheden en de geografische structuur is slechts een klein deel van het oppervlak geschikt voor akkerbouw, waar vnl. aardappelen, suikerbieten en kool geoogst worden.
Rond Reykjavik is een uitgebreide glascultuur, die gevoed wordt door heetwaterbronnen en die bloemen, tomaten, druiven, komkommers en verschillende zuidvruchten oplevert.
De veehouderij speelt een belangrijke rol en omvat rundveehouderij (voor de melkproductie) en schapenteelt voor het vlees en de wol. Het land kan in de eigen behoeften aan vlees- en melkproducten voorzien.
Wel propageert de overheid bebossing op grote schaal om bodemerosie te voorkomen.
De visserij, die door een zeer modern uitgeruste vloot wordt bedreven, richt zich vooral op de kabeljauw- en haringvangst en in mindere mate op de krab-, kreeft- en schelpdierenvangst.
De kabeljauw wordt ingevroren, gezouten of gedroogd en is voornamelijk voor de export bestemd. De haring wordt voornamelijk tot vismeel en visolie verwerkt.
Midden jaren tachtig verbood IJsland onder druk van internationale milieuorganisaties de commerciële walvisvangst.

IJsland heeft niet officieel de commerciele walvisjacht afgezworen, maar in augustus 2007 maakte de minister van Visserij bekend dat hij geen nieuwe vangstquota zal vaststellen voor de walvisjacht, omdat er geen markt meer is voor het vlees.


Industrie
De visverwerkende industrie, de koelhuizen en de conservenfabrieken voor vis vormen de belangrijkste groep van de industriele sector.
Verder zijn er nog een Zwitsers aluminiumbedrijf, een kunstmestfabriek en een cementfabriek.
De visserij heeft veel kleine industriele toeleveringsbedrijven aangetrokken, zoals scheepswerven en fabrikanten van scheepsbenodigdheden en -uitrustingen en een verpakkingsindustrie.
Ook is er wat textielindustrie, terwijl de fabricage van plastic sterk toeneemt; ook de verwerking van wol en huiden wordt steeds belangrijker.

Energievoorziening
Energie in de vorm van elektriciteit wordt voor ca. 97% geleverd door waterkracht.
Hoewel de visserij nog steeds de motor is van de economie is men sinds kort bezig met de ontwikkeling van geothermische energie en het gebruik van waterkracht. Geothermische energie wordt voornamelijk gebruikt voor verwarming van huizen en gebouwen, maar ook voor bijvoorbeeld de aluminiumsmelter bij Hafnarfjordur.
De waterkracht wordt gebruikt voor de elektriciteit. IJsland is hiermee (per hoofd van de bevolking) koploper in het gebruik van geothermische energie voor de opwekking van elektriciteit.

Handel
Aan het begin van de 21ste eeuw maakte de IJslandse financiële sector een snelle groei door en het vormde uiteindelijk zelfs ongeveer een derde deel van de totale economie. IJslandse banken waren actief in landen als het Verenigd Koninkrijk en Nederland en door het bieden van een aantrekkelijke rente wisten ze vele spaarders over te halen om bij hen een rekening te openen. Toen kwam de kredietcrisis en kwamen vele banken wereldwijd in de financiele problemen, zo ook op IJsland. De banken konden niet meer aan hun verplichtingen voldoen en een groot aantal klanten deed een beroep op het ‘garantiestelsel’ dat was opgezet om met name kleinere spaarders te beschermen tegen een faillissement van de bank. Ook de overheid was niet in staat om alle ingelegde gelden terug te betalen. IJsland kreeg een lening aangeboden zodat het land alsnog aan alle verplichtingen kon voldoen. Maar de aflossing van die schuld zou nog vele jaren een zeer negatieve invloed kunnen hebben op de IJslandse economie.
Uitgevoerd worden o.a. vis en visproducten, aluminium, en kunstmest.
Voornaamste handelspartners zijn: Nederland, Noorwegen, Engeland, de Verenigde Staten, Duitsland, en Japan.
Ingevoerd worden: machines en apparaten, aardolie, transportmiddelen, drank en tabak. Belangrijkste partners zijn: Noorwegen, Nederland, Groot-Brittannie, Duitsland, Denemarken, Zweden en Noorwegen.

Geldzaken


In IJsland betaalt men met de IJslandse kroon (enkelvoud: krona, meervoud: kronur, afkorting: ISK of kr.).
Dit is een van de kleinste valuta die er bestaat op de wereld. Het is bovendien een uitermate zwakke munt. Daarom zou IJsland graag over willen stappen op de Euro. Aangezien IJsland nog geen lid is van de EU, kan dat niet zomaar.

Voor mensen die naar IJsland reizen is het sterk af te raden om IJslandse kronen aan te schaffen in West-Europa. De wisselkoersen en de marges die de banken hanteren zijn namelijk bijzonder ongunstig. Het voordeligst is het om gewoon kronen te pinnen bij geldautomaten in IJsland zelf. Dit kan gewoon met de eigen bankpas met pincode. Alle geldautomaten in IJsland beschikken over de mogelijkheid om voor Engelstalige (en soms ook Duitse) menukeuze te opteren.
Per dag kan er met een niet-IJslandse bankpas maximaal ISK 50.000, worden opgenomen in IJsland. Mensen die van plan zijn veel uit te geven, doen er dus goed aan om meerdere bankpassen mee te nemen op reis.
Pinautomaten zijn bij wijze van spreken op elke straathoek van de grotere plaatsen te vinden. Ook veel tankstations beschikken over een geldautomaat. Op het platteland is het vinden van een pinautomaat om contact geld op te nemen in sommige gevallen echter niet eenvoudig.

Het meest gangbare betaalmiddel in IJsland is de creditcard. Deze wordt veelvuldig door de IJslanders zelf gebruikt. Daarbij maakt het niet uit hoe veel of weinig het af te rekenen bedrag bedraagt. Zelfs in de meest afgelegen hut is het nog mogelijk met plastic te betalen.

Om te betalen is de IJslandse kroon beschikbaar in coupures van 500, 1000 en 2000 en 5000. Op 24 oktober 2013 werd ook het biljet van 10000 kronen in omloop gebracht, omdat het biljet van 5000 kronen (dat in 1986 werd geintroduceerd) niet langer voldoende waarde had.
Voor kleine betalingen bestaat er ook muntgeld. Er circuleren munten die 1 (ein krona), 5 (fimm kronur), 10 (tiu kronur), 50 (fimmtiu kronur) en 100 (eitt hundraTH kronur) kroon waard zijn. Op de ene zijde van de munten staan vissen afgebeeld. Dit zijn de kabeljauw (kr. 1), twee dolfijnen (kr. 5), vier lodden (kr. 10), de strandkrab (kr. 50) en snotolf (kr. 100). Op de andere zijde staan de wezens die voorkomen in het IJslandse wapen (de zogenaamde Landvaettir) afgebeeld; de draak, arend, stier en reus.
Op de munt van 1 kroon staat alleen de reus afgebeeld.
Alle bankbiljetten zijn ontworpen door Kristin thorkelsdottir. Er staan personen op afgebeeld. Dit zijn Jon SigurTHsson (500), Brynjolfur Sveinsson (1000), Johannes Sveinsson Kjarval (2000), RagnheiTHur Jonsdottir (5000) en Jonas Hallgrimsson (10000).
De krona bestaat sinds 1922. De munt werd ingevoerd nadat deze in 1918 werd afgesplitst van de Deense kroon. De huidige krona (ISK) is in gebruik sinds 1981.
Sinds 1922 is de IJslandse krona flink gedevalueerd. Op dit moment is de munt nog ongeveer 0,045% waard ten opzichte van de koers in 1922.







Electriciteit


De netspanning is 220 volt, en de meeste stopcontacten zijn hetzelfde als bij ons (bij oude gebouwen kan dat soms anders zijn).










Reisroute

(voorbereiding) (verslag volgt)


Zondag 26 juni 2016 : Brussel - Keflavik - Hella





We worden thuis opgehaald en naar de luchthaven gebracht. We nemen onze vlucht naar Keflavik.
Aansluitend beleven we een eerste IJslandse topper, nl. de Blue Lagoon, een warmwatermeer te midden van lavavelden. Hier kunnen we genieten van een relaxerend bad in het warme mineraalhoudend water. Het personeel van de site kijkt er wel op toe dat je naakt een douche neemt voor je de lagune induikt !
Vervolgens rijden we via Hveragerdi en Hella naar Hvolsvollur voor installatie in een ***hotel.

Hotel Hvolsvöllur ligt in een gehucht in het zuiden van IJsland, omringd door indrukwekkende natuurverschijnselen en wereldberoemde toeristische trekpleisters.
De waterval Seljalandsfoss, met een hoogte van 60 meter, is slechts een van de vele watervallen die in de buurt van Hvolsvöllur te vinden is. Vanachter de neerdalende watermassa hebt u een fantastisch uitzicht op de omgeving. De vulkaan Hekla is ook zichtbaar vanuit het hotel. In het dorpje is een buitenzwembad beschikbaar dat via natuurlijke, geothermische energie wordt verwarmd.
Hvolsvöllur bevindt zich op een perfecte locatie. Vanuit dit hotel kunt u gemakkelijk dagtochten naar de rest van het zuidelijk deel van het eiland maken. De gletsjer Mýrdal is de moeite van het bezoeken waard. Een van de mooiste locaties in IJsland wordt gevormd door Thorsmörk, een gebied met schitterende bergen en gletsjers, een absolute aanrader voor elke reiziger.
Het hotel is op een historische plek gevestigd, waar de saga van Njal zich afspeelde in de 10e eeuw. Het IJslandse sagacentrum in Hvolsvöllur biedt bezoekers een unieke kans om de wereld van de mythologie en de oceaanreizen te ontdekken. Hier wordt u ondergedompeld in de dramatische en fascinerende verhalen uit het Vikingtijdperk.
Hotel Hvolsvöllur beschikt ook over een uitstekend restaurant voor maximaal 160 personen. Op het menu staan talloze IJslandse specialiteiten.


Maandag 27 juni 2016 : Hella - Vik - Kirkjubaejarklaustur



Langs de ringweg rondom IJsland houden we halt aan de mooie waterval Seljalandsfoss.
Vervolgens bewonderen we een van de hoogste watervallen van IJsland: de Skogafoss.
We bezoeken het heemkundig museum te Skogar.
Iets verderop ligt kaap Dyrholaey, het meest zuidelijke punt van het eiland.
Via de unieke basaltformaties van HALSANEFSHELLIR bereiken we Vik en rijden langs de voet van de Myrdalgletsjer en het Myrdalssandur naar Kirkjubaejarklaustur voor installatie in het ***hotel Islandia Nupar (of gelijkwaardig).

De SELJALANDSFOSS is een van de bekendste watervallen van IJsland die op vele foto's en kalenders wordt afgebeeld. Deze 65 meter hoge waterval in het zuiden van IJsland ligt vlak aan de ringweg. Bovendien ligt hij aan de route naar Dórsmórk, én is het mogelijk om op een glibberig pad achter de waterval langs te lopen.
Net als de 15 kilometer verderop liggende SKOGAFOSS stroomt de Seljalandsfoss over wat eens de kliffen van de voormalige IJslandse kustlijn waren.
In de directe omgeving van de Seljalandsfoss liggen nog een paar watervallen, waarvan de Gljúfrafoss vaak als de mooiste wordt gezien omdat die in een half verscholen kloof valt. Niet te verwarren met de Gljúfursárfoss (kloofrivierwaterval) die te vinden is in het oosten van IJsland.De Seljalandsfoss is de enige waterval in IJsland die ‘s nachts verlicht is. Staand bij de Seljalandsfoss heb je bij helder weer een goed uitzicht op de Westman-eilanden.
Ongeveer 10 kilometer naar het oosten ligt de kleine waterval Írárfoss.


Dyrholaey (IJslands: Dyrhólaey) is een 120 m hoog, uitstekend gebergte, op korte afstand van Vík en wordt gezien als één van de mooiste kusten van IJsland. De locatie dankt haar naam aan de massieve boog die door de zee is geërodeerd. De letterlijke betekenis van de naam is overigens heel toepasselijk ‘deurgat’.
Bij een kalme zee is het voor grote boten mogelijk om erdoorheen te zeilen. Er is zelfs ooit eens een waaghals geweest die onder de boog door is gevlogen met een klein vliegtuigje! Bovenop Dyrholaey kunt u genieten van een prachtig uitzicht.
Er wordt gedacht dat de landtong gevormd is tijdens een vulkanische uitbarsting onder het wateroppervlak, in het glaciale tijdperk, en men denkt dat het ontstaan van Surtsey op gelijke wijze is verlopen. In de zee liggen verschillende dagzomende aardlagen, waarvan de Háidrangur (letterlijk Hoge Kolom), met zijn 56 m, de hoogste is.
Dyrholaey is al sinds 1978 een beschermd natuurgebied.
Volgens de legende werden de naalden van Reynisdrangar gevormd toen twee trollen probeerden een schip aan land te slepen. Toen de zon opkwam, veranderden ze echter in steen. De naalden zijn duidelijk zichtbaar vanuit het dorpje Vík en reiken maar liefst tot 66 boven zeeniveau.
In een van de vele grotten zou volgens een legende eeuwenlang een monster hebben gewoond. De bewoners van IJsland denken dat de monsters zijn verdwenen na een landverschuiving zo‘n 100 jaar geleden.
In het hele gebied treft u indrukwekkende rotspartijen en de meest prachtige IJslandse vogelsoorten aan. De meest voorkomende soorten zijn de puffin(Papegaaiduiker) en de eidereend. De lokale vuurtoren bovenop de klif trotseert fier en stoïcijns de harde wind.


Hotel Islandia Nupar




Dinsdag 28 juni 2016 : Landmannalaugar


We verlaten de bewoonde wereld en bewegen ons op pistes die ons brengen tot het hoogland van LANDMANNALAUGAR. De weg gaat dwars door onoverbrugde gletsjerrivieren, langs vulkaanflanken, lavavelden en zwavelbronnen naar het dal waar een warmwaterrivier en een koudwaterrivier elkaar ontmoeten. Er is mogelijkheid voor een heerlijk ontspannend bad op de plaats waar de rivieren in elkaar vloeien. De terugweg brengt ons langs de imposante HEKLA vulkaan.


De Hekla is de bekendste, en meest actieve vulkaan op IJsland en is ongeveer 6.000 à 7.000 jaar oud.
De vulkaan is een lineaire Strato vulkaan van 1491 meter hoog.
In 1947 was de vulkaan nog maar 1447 meter hoog maar daar is na de uitbarstingen van 1947, 1970 en 2000 zo‘n 44 m bij gekomen. De Hekla is al 20 keer uitgebarsten sinds er mensen op IJsland wonen.
Vanwege zijn vele uitbarsting, het rommelen en het vuur dacht men in de middeleeuwen dat het de toegang tot de hel was. Tevens was een uitbarsting een aankondiging dat er iets groots stond te gebeuren. Zoals in 1991, dat was dezelfde dag dat de golfoorlog begon en dat de koning van Noorwegen stierf.


Volgens en IJslandse prof Páll Einarsson STAAT DE VULKAAN HEKLA OP UITBARSTEN ! Lees het artikel hier.

Woensdag 29 juni 2016 : Vatnajokull - Höfn


De weg voert ons langs de indrukwekkendegletsjertongen van de Vatnajokull, de grootste ijskap van Europa. Skaftafell is een uniek beschermd natuurgebied. We maken een wandeling naar de Svartifoss met zijn basaltorgelpijpen. Vervolgens ontdekken we het gletsjermeer Jokulsarlon en varen tijdens een boottocht langs kolossale, blauwgroene ijsbergen die hun weg zoeken naar zee. We reizen verder naar Höfn en Hornafirdi voor installatie in het ***hotel Smyrlabjorg (of gelijkwaardig).

Het Nationaal Park Skaftafell ligt tussen de plaatsjes Kirkjubæjarklaustur en Höfn in het zuiden van IJsland. Sinds 2008 vormt het met het nationaal park Jökulsárgljúfur en omliggend gebied onderdeel van het nationaal park Vatnajókull.
Het Skaftafell-gebied werd op 15 september 1967 tot nationaal park verklaard, en het werd naderhand tot twee maal de oorspronkelijke grootte uitgebreid. De oppervlakte bedraagt nu zo'n 1700 vierkante km. Het is het op een na grootste park van IJsland. Onderdeel van het park is de vallei Mörsárdalur, de berg Kristinartindar, de waterval Svartifoss en de gletsjer Skaftafellsjókull, onderdeel van de Vatnajókull.
Het landschap is het resultaat van duizenden jaren invloeden van erupties van vulkanen onder de Öræfajökull, slijtage door de gletsjers Skeiöarájökull en Skaftafellsjökull en door rivieren, zoals de Skeiöará, de Morsá en de Skaftafellsá. Vulkanische uitbarstingen onder een ijskap kunnen aanleiding geven tot gletsjerdoorbraken (IJslands: jökulhlaup) die de rivieren met gigantische hoeveelheden smeltwater en modder kunnen doen wassen, tot catastrofale overstromingen aan toe. Na een gletsjerdoorbraak blijven er zanderige vlakten tussen de gletsjer en de kust over, op z‘n IJslands een sandur. Ook tussen Skaftafell en de kust, die op tientallen kilometers afstand ligt, bevindt zich zo‘n zandvlakte, een gevaarlijk, zwart en desolaat gebied met slechts hier en daar wat lichte begroeiing. De laatste gletsjerdoorbraak op IJsland dateert uit 1996.
Skaftafell is een gewilde plaats omdat het klimaat er, naar IJslandse maatstaven, mild is, met daarbij zonnige dagen in de zomer, hetgeen in Zuid-IJsland zeldzaam is. Tevens heeft het park een overweldigende natuur en is het een van de zeldzame plaatsen op IJsland met een natuurlijk bos, het Bæjarstaöarskögur, met daarbij een rijk vogelleven.
De Svartifoss is een bijzonder fraaie waterval in het nationale park, en loont de wandeling van een uur heen en weer zeker.
In de Middeleeuwen waren er meerdere boerderijen in dit gebied, waaronder een aantal grote. Na gletsjerdoorbraken werden de meeste verlaten, en de twee overgebleven boerderijen fungeren nu veelal als toeristische pleisterplaats. Aan het begin van het park is een informatiecentrum en er zijn uitgestrekte wandelroutes.





Donderdag 30 juni 2016 : Höfn - Neskaupstadur


Oostelijk IJsland wordt gedomineerd door fjorden en basaltplateaus. We houden onze middagpauze in Breidalsvik en we reizen door naar Neskaupstadur, de jongste stad van IJsland, voor installatie in het ***hotel Edola Egilsstadir (of gelijkwaardig).

Breidalsvík (Baai van de Brede Dalen) is een plaatsje in het oosten van IJsland. Het ligt aan de gelijknamige baai in de gemeente Breidalshreppur en heeft 130 inwoners (in 2013). Het plaatsje ligt 617 kilometer van Reykjavik en 65 kilometer van Djúpivogur.
Het plaatsje ontstond rond 1960, maar al in 1883 werd hier het eerste huis gebouwd. In 1896 ontstond, met de oprichting van een handelsnederzetting uit Seyôisfjörôur een bestendige nederzetting.
De bouw van de haven zorgde voor een snelle groei van het inwoneraantal. Vandaag de dag zijn de schapenhouderij en de visserij de belangrijkste bedrijfstakken in het dorp.





vrijdag 1 juli 2016 : Egilsstadir - Husavik


Het handels- en dienstencentrum Egilsstadir ligt op onze weg naar het Noorden. Via de besneeuwde Herdubreidtafelvulkaan begeven we ons naar de grootste en adembenemendste waterval van Europa, de Dentifoss, zijn verweerde basaltcanyon en de Hafragilsfoss.
Via het Nationaal Park Jokulsargljufur bereiken we Husavik, een mooi en charmant kusthaventje.
Na het avondmaal gaan we met een omgebouwde visserssloep op zoek naar walvissen in de baai van Husavik en genieten nadien van de middernachtzon. Installatie in het *** Fosshotel (of gelijkwaardig).





Zaterdag 2 juli 2016 : Myvatn - Akureyri


Het hoogtepunt van het Noorden is Myvatn, bekend om zijn kokende modderpoelen en indrukwekkende explosiekraters. Centraal ligt het Muggenmeer.
We brengen een bezoek aan de meest spectaculaire sites, o.a. Dimmuborgir, de Krafla-krachtcentrale, de Viti-krater en maken een lavawandeling naar Leirhnjukur.
Op de weg naar Akureyri, houden we halt aan de Godafoss, een van IJslands mooiste watervallen.
Na het stadsbezoek aan Akureyri, installeren we ons in het ***hotel Edola Akureyri (of gelijkwaardig)..





Zondag 3 juli 2016 : Glaumbaer - Stykkisholmur


We rijden naar Glaumbaer voor een bezoek aan het streekmuseum dat werd ondergebracht in een 19e eeuwse turfboerderij.
Vervolgens rijden we langs Blonduos naar Laugarbakki, waar we de doorsteek nemen via het Laxadalur en het Hordudalur richting Stykkisholmur, een typische IJslandse vissershaven, voor installatie in het ***hotel Stykkisholmur (of gelijkwaardig).





Maandag 4 juli 2016 : Arnoveskapi - Snaefelljokull - Reykjavik


In de voetsporen van Jules Verne, maken we vandaag een rondrit langs de Snaefellsnes.
In Arnarstapi wandelen we naar de Gatklettur. Dit is een vogelreservaat en een broedplaats voor veel zeevogels.
Snaefellsjokull is het kroonjuweel van het schiereiland dat dezelfde naam draagt.
Via Borgarnes bereiken we de hoofdstad Reykjavik. Installatie in het ***hotel Cabin (of gelijkwaardig).





Dinsdag 5 juli 2016 : Geysir - Gullfoss - Thingvellir - Reykjavik


Met de ‘Gouden waterval’, de majestueuze Gullfoss, sluiten we onze rondreis af. Vervolgens bezoeken we het warme bronnenveld van Geysir. In Thingvellir Nationaal Park kunnen we de verzakking van het Mid-atlantische rif waarnemen en zijn we getuige van de plaats van het eerste democratische Viking parlement van Europa, de Althing. We sluiten deze dag af met een bezoek aan Reykjavik.





Woensdag 6 juli 2016 : Keflavik — België




In de vroege ochtend nemen we onze transfer naar de luchthaven voor onze terugvlucht naar België en worden terug thuisgebracht.